De vrijdag volgens Ali Şerik

Ali Şerik. Foto: Hans Erkelens
Ali Şerik. Foto: Hans Erkelens

Utrecht – Ali Şerik werd in 1962 geboren in Turkije. Hij was zeven jaar toen hij voor het eerst in Nederland kwam wonen. Voor de Amersfoortse Courant schreef Ali Şerik een aantal jaren een column. Zijn eerste gedichten waren in het Turks, die werden gepubliceerd in Turkstalige tijdschriften in Nederland en Turkije. Uitgeverij Broy in Istanbul heeft drie gedichtenbundels van zijn hand uitgegeven. Nederlandstalige gedichten van Ali Şerik zijn opgenomen in verzamelbundels van Taalpodium Utrecht / Zeist. Doorbloeiend Heimwee is zijn laatste Nederlandstalige bundel.

Wat het oog wordt geschonken
Naakt in de kamer staat ze
naast haar staat op de tafel
een gele vaas met dorre blauwe rozen
aan de andere kant een lege rode bank
achter haar een witte muur met vlekken
op de vloer een Perzisch tapijt, een versiering
haar bruine lichaam vult de leegte
Naakt tegen een witte muur
haar voeten kan ik net niet zien
ze heeft een zwangerschapsstreep tot aan haar navel
ik zie een stuk van een houten tafel
aan de andere kant iets roods, iets versleten
een bank waarschijnlijk, die geleden heeft
ze heeft lange nagels die rood zijn gelakt
Haar bovenlichaam is naakt
heeft grote tepels, een lange hals
drie moedervlekken op de linker borst
haar vingers zijn dun als kleine takken
één van haar rode nagel is gebroken
haar haar is zwart, ze heeft groene ogen
een mistroostige glimlach op haar gezicht
Ze heeft een mistroostige glimlach
een litteken op haar linker wenkbrauw
haar zwarte korte haar past op een of andere manier
goed bij haar ovale gezicht, zo ook de oorbel
ze heeft een lange hals die haar schoonheid goed doet
haar leeftijd kan ik moeilijk inschatten
zoals bij veel goed verzorgde vrouwen
Er is alleen maar haar ogen en wenkbrauwen
amandelvormige, altijd mooi
ze zijn groen, als het groen in de voorjaar
ze heeft lange wimpers, haar pupillen kun je goed zien
een litteken op haar linker wenkbrauw
hierdoor heeft ze iets aantrekkelijks iets stouts
ze moet wel een mooie jonge vrouw zijn
Wat het oog wordt geschonken
Naakt in de kamer staat ze
naast haar staat op de tafel
een gele vaas met dorre blauwe rozen
aan de andere kant een lege rode bank
achter haar een witte muur met vlekken
op de vloer een Perzisch tapijt, een versiering
haar bruine lichaam vult de leegte
Naakt tegen een witte muur
haar voeten kan ik net niet zien
ze heeft een zwangerschapsstreep tot aan haar navel
ik zie een stuk van een houten tafel
aan de andere kant iets roods, iets versleten
een bank waarschijnlijk, die geleden heeft
ze heeft lange nagels die rood zijn gelakt
Haar bovenlichaam is naakt
heeft grote tepels, een lange hals
drie moedervlekken op de linker borst
haar vingers zijn dun als kleine takken
één van haar rode nagel is gebroken
haar haar is zwart, ze heeft groene ogen
een mistroostige glimlach op haar gezicht
Ze heeft een mistroostige glimlach
een litteken op haar linker wenkbrauw
haar zwarte korte haar past op een of andere manier
goed bij haar ovale gezicht, zo ook de oorbel
ze heeft een lange hals die haar schoonheid goed doet
haar leeftijd kan ik moeilijk inschatten
zoals bij veel goed verzorgde vrouwen
Er is alleen maar haar ogen en wenkbrauwen
amandelvormige, altijd mooi
ze zijn groen, als het groen in de voorjaar
ze heeft lange wimpers, haar pupillen kun je goed zien
een litteken op haar linker wenkbrauw
hierdoor heeft ze iets aantrekkelijks iets stouts
ze moet wel een mooie jonge vrouw zijn
– Ali Şerik