
Amersfoort – Ali Şerik werd in 1962 geboren in Turkije. Hij was zeven jaar toen hij voor het eerst in Nederland kwam wonen. Voor de Amersfoortse Courant schreef Ali Şerik een aantal jaren een column. Zijn eerste gedichten waren in het Turks, die werden gepubliceerd in Turkstalige tijdschriften in Nederland en Turkije. Uitgeverij Broy in Istanbul heeft drie gedichtenbundels van zijn hand uitgegeven. Nederlandstalige gedichten van Ali Şerik zijn opgenomen in verzamelbundels van Taalpodium Utrecht / Zeist. Doorbloeiend Heimwee is zijn laatste Nederlandstalige bundel.
–
Het bloed begint te stollen
Als het gedonder van de artillerie
geweren is gestopt, tegen het eind van de dag
begint men met het opruimen van gewonden, doden
als ze terugkeren naar hun loopgraven
zijn de soldaten gebroken, uitgeput
de avond daalt met zijn koperen mantel
over de mannen die hun kameraden hebben verloren
de lucht is zo zwaar als lood
het geschreeuw van de gewonden
verplaatst zich langzaam in de richting van het hospitaal
de rust op de vuurlinie is nog niet hersteld
achtergebleven ledematen, organen
beginnen zich nu te roeren
handen met en zonder vingers vechten door
ogen springen als tafeltennisballen
van de ene modderpoel in de andere
benen proberen elkaar te schoppen zonder evenwicht
dromen van al die mannen bloeden door
onder- en bovenkaken die niet op elkaar passen
proberen nog de mars te zingen
van dappere soldaten die naar het front gaan
dood vlees is gezaaid als graan uit de hand van een boer
bloed begint elk keer opnieuw te stollen
dit alles gaat de hele nacht door
tot de kraaien uit het niets terugkeren
Het bloed begint te stollen
–
Als het gedonder van de artillerie
geweren is gestopt, tegen het eind van de dag
begint men met het opruimen van gewonden, doden
als ze terugkeren naar hun loopgraven
zijn de soldaten gebroken, uitgeput
de avond daalt met zijn koperen mantel
over de mannen die hun kameraden hebben verloren
de lucht is zo zwaar als lood
het geschreeuw van de gewonden
verplaatst zich langzaam in de richting van het hospitaal
de rust op de vuurlinie is nog niet hersteld
achtergebleven ledematen, organen
beginnen zich nu te roeren
handen met en zonder vingers vechten door
ogen springen als tafeltennisballen
van de ene modderpoel in de andere
benen proberen elkaar te schoppen zonder evenwicht
dromen van al die mannen bloeden door
onder- en bovenkaken die niet op elkaar passen
proberen nog de mars te zingen
van dappere soldaten die naar het front gaan
dood vlees is gezaaid als graan uit de hand van een boer
bloed begint elk keer opnieuw te stollen
dit alles gaat de hele nacht door
tot de kraaien uit het niets terugkeren
–
–
– Ali Şerik
