Erotiek van de lelijkheid (5): Marie-Edwig

Erotiek van de lelijkheid
‘Mijn hart is gebroken, omdat ik niet verliefd ben.
In mijn borstkas bevinden zich daarom duizend gouden stukjes.
Elk stukje is aan het wachten  om samen te smelten, zodat ik weer een hart krijg om verliefd mee te worden.’
Marie-Edwig schreef fantastisch. Alle gedachtespinsels over liefde en passie zette ze op papier, met een pijnlijk geweten dat het voor haar een ‘ver van mijn bed show’ zou blijven. Enkel en alleen bezat ze de fantasie over liefde om haarzelf s’nachts mee in slaap te sussen, maar ze bezat niet de liefde zelf. Niemand wilde Marie-Edwig.
Marie-Edwig was anders. Marie-Edwig was te slank, te dun en te spierwit. Ze was enorm lang, zowel haar benen als haar romp. Alle delen van haar lichaam liepen in elkaar over, er waren geen heupen die haar benen van haar romp deden onderscheiden. Haar armen waren lang en zwierde om haar heen wanneer ze liep. Haar loopje was fraai, maar had ook iets elegants. Ze leek te zweven op haar adem, omdat ze geen grammetje woog. Haar voor en achterkant waren echter wel duidelijk van elkaar te onderscheiden, haar borsten waren namelijk groot en vol. Nergens in haar lichaam zag je deze ‘gevuldheid’ terug, behalve in haar lippen. Haar gezicht was getekend met kleine bruine oogjes, die veel te ver uit elkaar stonden, sproeten en enorme perzik lippen die enigszins voor afleiding zorgde. Haar hoofd leek, door zijn te scherpe kaken, gemonteerd op haar lichaam alsof het er vanuit de lucht op gevallen is. Haar haar was lang, tot haar knieholte, enorm stijl en had een rood, bruine kleur. Het hing altijd los, als een lichte deken over haar heen.
Marie-Edwig kwam tamelijk dromerig over op anderen mensen, ze gaf geen blijk van het zelfvertrouwen dat ze wel bezat en ze was alles behalve sociaal.
Nee, ze was nu niet bepaald het gangbare typetje dat een mooi huwelijk tegemoet ging, noch iemand wiens gezicht in tijdschriften werd gepubliceerd.
Ze was als een persoon uit een duister sprookjesbos, waar ze echter niet thuis hoorde vanwege haar zachtaardige karkater. Marie-Edwig zou altijd alleen blijven, er was geen jongen of man die haar ooit in zijn armen zou willen nemen, geen jongen die haar perzik lippen zou willen zoenen en haar sinaasappelbloesem geur zou missen wanneer hij niet bij haar zou kunnen zijn. Haar verlangen naar de aanraking van een jonge man, haar verlangen naar zijn liefde, zijn lichaam en zijn geest kon ze alleen bedwingen door erover te schrijven, al kon ze nooit greep krijgen op haar wildste dromen en verlangens.
‘Dromen vertellen me wie ik ben, in deze wereld moet ik mezelf bewijzen, dus word ik gedwongen om weer te gaan dromen.’
In het leven van Marie-Edwig draait alles om schoonheid, volgens haar de pure aantrekkingskracht en het vermogen te verleiden. Maar op een dag, werd haar visie door de ware erkend.  Alsof ze een sprookje over haar eigen liefdes leven schreef, kwam een jonge man bij haar in de leer. Als stagiaire op haar schrijfatelier. Samen schreven ze een verhaal over een meisje dat door haar lelijkheid zo interessant was en een unieke uitstraling had. Marie-Edwig vormde daarvoor een grote inspiratie bron voor haar jonge leerling. Heureusement deed dit haar glimlachen. Beide lachte elkaar oprecht en eerlijk toe met een blik van dankbaarheid. Deze glimlach deed de jonge jongen smoorverliefd worden op zijn lerares en beide kwamen tot de conclusie dat echte verhalen pas geschreven konden worden als ze zouden ontstaan uit pure passie. Zo kwam het dat Marie-Edwig voor het eerst de liefde bedreef. Haar leven en het verhaal dat ze samen schreven werd één.
Cas liet zijn handen glijden over haar lange benen, waarna zijn handen rustte op de plek waar heupen hoorde te zitten. Hij tilde haar over zich heen alsof ze een satijnen doek was en legde een hand achter in haar nek om haar innig te kunnen zoenen. De andere hand gebruikte hij om haar vast te houden. Met een gebogen rug lag Marie-Edwig boven op haar geliefde, maar haar taferelen werden steeds sierlijker nadat ze zich volledig aan hem had gegeven. Steeds verliefder, steeds vertrouwelijker, steeds inniger, steeds heviger en steeds meer de ware schoonheid onthullend: liefde,  tot de lichten uit gingen en de nacht begon.
benen
Door Lisa Klaassen
‘Mijn hart is gebroken, omdat ik niet verliefd ben.
In mijn borstkas bevinden zich daarom duizend gouden stukjes.
Elk stukje is aan het wachten  om samen te smelten, zodat ik weer een hart krijg om verliefd mee te worden.’
Marie-Edwig schreef fantastisch. Alle gedachtespinsels over liefde en passie zette ze op papier, met een pijnlijk geweten dat het voor haar een ‘ver van mijn bed show’ zou blijven. Enkel en alleen bezat ze de fantasie over liefde om haarzelf s’nachts mee in slaap te sussen, maar ze bezat niet de liefde zelf. Niemand wilde Marie-Edwig.
Marie-Edwig was anders. Marie-Edwig was te slank, te dun en te spierwit. Ze was enorm lang, zowel haar benen als haar romp. Alle delen van haar lichaam liepen in elkaar over, er waren geen heupen die haar benen van haar romp deden onderscheiden. Haar armen waren lang en zwierde om haar heen wanneer ze liep. Haar loopje was fraai, maar had ook iets elegants. Ze leek te zweven op haar adem, omdat ze geen grammetje woog. Haar voor en achterkant waren echter wel duidelijk van elkaar te onderscheiden, haar borsten waren namelijk groot en vol. Nergens in haar lichaam zag je deze ‘gevuldheid’ terug, behalve in haar lippen. Haar gezicht was getekend met kleine bruine oogjes, die veel te ver uit elkaar stonden, sproeten en enorme perzik lippen die enigszins voor afleiding zorgde. Haar hoofd leek, door zijn te scherpe kaken, gemonteerd op haar lichaam alsof het er vanuit de lucht op gevallen is. Haar haar was lang, tot haar knieholte, enorm stijl en had een rood, bruine kleur. Het hing altijd los, als een lichte deken over haar heen.
Marie-Edwig kwam tamelijk dromerig over op anderen mensen, ze gaf geen blijk van het zelfvertrouwen dat ze wel bezat en ze was alles behalve sociaal.
Nee, ze was nu niet bepaald het gangbare typetje dat een mooi huwelijk tegemoet ging, noch iemand wiens gezicht in tijdschriften werd gepubliceerd.
Ze was als een persoon uit een duister sprookjesbos, waar ze echter niet thuis hoorde vanwege haar zachtaardige karkater. Marie-Edwig zou altijd alleen blijven, er was geen jongen of man die haar ooit in zijn armen zou willen nemen, geen jongen die haar perzik lippen zou willen zoenen en haar sinaasappelbloesem geur zou missen wanneer hij niet bij haar zou kunnen zijn. Haar verlangen naar de aanraking van een jonge man, haar verlangen naar zijn liefde, zijn lichaam en zijn geest kon ze alleen bedwingen door erover te schrijven, al kon ze nooit greep krijgen op haar wildste dromen en verlangens.
‘Dromen vertellen me wie ik ben, in deze wereld moet ik mezelf bewijzen, dus word ik gedwongen om weer te gaan dromen.’
In het leven van Marie-Edwig draait alles om schoonheid, volgens haar de pure aantrekkingskracht en het vermogen te verleiden. Maar op een dag, werd haar visie door de ware erkend.  Alsof ze een sprookje over haar eigen liefdes leven schreef, kwam een jonge man bij haar in de leer. Als stagiaire op haar schrijfatelier. Samen schreven ze een verhaal over een meisje dat door haar lelijkheid zo interessant was en een unieke uitstraling had. Marie-Edwig vormde daarvoor een grote inspiratie bron voor haar jonge leerling.
Heureusement deed dit haar glimlachen. Beide lachte elkaar oprecht en eerlijk toe met een blik van dankbaarheid. Deze glimlach deed de jonge jongen smoorverliefd worden op zijn lerares en beide kwamen tot de conclusie dat echte verhalen pas geschreven konden worden als ze zouden ontstaan uit pure passie. Zo kwam het dat Marie-Edwig voor het eerst de liefde bedreef. Haar leven en het verhaal dat ze samen schreven werd één.
Cas liet zijn handen glijden over haar lange benen, waarna zijn handen rustte op de plek waar heupen hoorde te zitten. Hij tilde haar over zich heen alsof ze een satijnen doek was en legde een hand achter in haar nek om haar innig te kunnen zoenen. De andere hand gebruikte hij om haar vast te houden. Met een gebogen rug lag Marie-Edwig boven op haar geliefde, maar haar taferelen werden steeds sierlijker nadat ze zich volledig aan hem had gegeven. Steeds verliefder, steeds vertrouwelijker, steeds inniger, steeds heviger en steeds meer de ware schoonheid onthullend: liefde,  tot de lichten uit gingen en de nacht begon.
—-
Dit is een van de winnende inzendingen voor de schrijfwedstrijd ‘Erotiek van de lelijkheid’.