Peter Terrin: ‘Ik zie bijna geen onderscheid tussen het boek en mijn leven’

Post Mortem, een bezwering van de biofobie

Door Peter le Nobel
Oostende – “Ik heb het gevoel dat ik een vrijer schrijver ben geworden. Dat komt misschien omdat je wijzer bent, zelfverzekerder… er zijn tal van redenen.” Peter Terrin zit die middag rustig achter zijn biertje in Brasserie du Parc. Hij is met zijn gezin op vakantie in Oostende. Dichtbij zijn woonplaats, omdat hij elke ochtend met zijn dochter naar het revalidatiecentrum in Gent moet. Op 10 augustus wordt zij 8 jaar, en stukje bij beetje gaat het beter. Het is niet te vermijden om haar te noemen, want zij is de muze van het boek ‘Post Mortem’.
“Het sterke van de roman is dat alles kan, als het maar het verhaal dient. Dat is een geweldig gevoel. Alle goede kunst speelt zich af op de grens. Ik vind dat een schrijver dat moet doen om de lezer wakker te houden, te inspireren desnoods. Er moet in ieder geval iets teweeggebracht worden. Het is een vorm van erop ingesteld zijn, een soort standaard die je bijna aanvoelt, dit moet beter, scherper. Dat is puur intuïtie.”
“Het is vreemd. Drie jaar werk je alleen en dan moet je erover praten. Ik heb weinig te vertellen over het proces. Ik ga op mijn gevoel af. Ik heb wel een idee, en ik ben ook geen schrijver die zich helemaal overgeeft aan associatie, maar toch heb je er uiteindelijk weinig controle over. Er is de illusie dat je alles in de hand hebt, maar toch sta je soms verstomd aan het eind van de dag en denk je: ‘Hoe heeft dit allemaal kunnen gebeuren?’ Een bekende schrijver heeft gezegd: ‘Een schrijver is een soort winkelier. Je moet in je winkel staan om te verkopen. Soms verkoop je wat en soms zit je urenlang op klanten te wachten.’ Een schrijver moet ook elke dag zitten. Zeker bij proza moet je niet wachten tot de ‘heilige geest’ neerdaalt. Je moet in de winkel blijven staan.”
“Ik was nog met het boek ‘De Bewaker’ bezig toen ik op het idee kwam om een verhaal te schrijven over een bekende, teruggetrokken Coetzee-achtige schrijver. Ik bedacht mij: de schrijver moet plotseling beseffen dat zijn dochter nauwelijks herinneringen aan hem zou hebben als hij opeens zou sterven. Hoogstwaarschijnlijk zou zij een andere vader hebben, die opdoemt uit de verhalen en herinneringen die na z’n dood verteld worden. Ik vroeg me af: kloppen herinneringen wel? En ik heb weinig herinneringen. Je hebt mensen die alles onthouden, maar dat heb ik niet. Ik zal waarschijnlijk in veel herinneringen van andere mensen leven, een rol spelen, maar welke rol? De personage is bang dat hij na zijn dood een vertekend beeld krijgt dat zijn dochter overneemt. Ik vond dat een interessant gegeven: een man die controle over zijn leven na zijn dood wil hebben. Hij heeft als het ware een ‘biofobie’. Ik was van plan om er een filosofische thriller van te maken, met een stukje absurdisme erin. Dat is het boek T. geworden in het centrum van mijn roman Post Mortem. Alleen bestaat het boek in feite niet. Er wordt omheen geschreven. Ik heb er de aanloop naartoe beschreven en de gevolgen van de publicatie.”
Drie delen
Het boek bestaat uit drie delen. Het eerste deel beschrijft hoe schrijver Emiel Steegman op het idee komt van een roman, terwijl in het derde deel vooral de gedachten van zijn biograaf wordt beschreven. “Steegman is ervan overtuigd dat de biograaf nooit zal voelen wat hij ooit voelde.” Ironisch is daarbij de scene van het tuinhek, waarin Steegman zijn dochter naar het roestig tuinhekje ziet dribbelen. Hij krijgt de ingeving voor het begin van zijn roman en realiseert zich dat geen een biograaf zal kunnen achterhalen hoe hij uiteindelijk op zijn idee kwam. De biograaf ziet een filmpje van de dochter, in een andere context, en vraagt zich af of in die tuin het idee voor het eerste hoofdstuk is ontstaan. “Het derde deel geeft weer hoe groot het effect van fictie kan zijn op verschillende facetten van de werkelijkheid, en het eerste deel beschrijft hoe fictie uit de werkelijkheid wordt gezeefd.”
Het middelste deel lijkt op het eerste gezicht een vreemde eend in de beet, dat ook een ander lettertype heeft. “Dat is het lettertype van de American Typewriter. Het had nog heel wat voeten in de aarde, omdat ik het eigenlijk letterlijk in schrijfmachineschrift wilde hebben, inclusief vertikkingen en doorhalingen.” Het zijn de persoonlijke aantekeningen van Steegman, waarin hij de gebeurtenissen en vooral zijn gedachten beschrijft als hij samen met zijn vrouw middenin een emotionele mallemolen zit wanneer zijn vierjarig dochtertje is getroffen door een herseninfarct. Notities waarin Steegman zich pas echt helemaal blootgeeft, en die de biograaf juist nooit te lezen zal krijgen. Alleen de lezers. Intens wordt beschreven hoe de dochter van Steegman deze optater uiteindelijk overleeft. Het is een autobiografisch deel van de schrijver Peter Terrin, in de periode dat zijn dochter dezelfde aandoening kreeg. “Toentertijd schreef ik heel veel notities, ook naast haar ziekenhuisbed. Zo bleef ik overeind staan. Ik werd er rustig van. Schrijven was mijn emotionele reddingsboei. Nee, ik schreef niet op een typemachine, zoals ik normaal altijd doe, maar het had gebeurd kunnen zijn …Ik heb heel lang geaarzeld om de aantekeningen te verwerken in mijn roman, maar ze pasten zo perfect in de opzet van het boek dat er voor mijn gevoel geen andere keuze was.”
Liefde
Het boek is zo een wonderlijk deel van Terrin’s leven geworden, en een document, een autobiografisch document van een vader voor zijn dochter, aan wie het boek dan ook is opgedragen. “Ik werkte als een bezetene aan het boek, want wat als ik opeens zou overlijden? Dan heeft ze het boek niet. Het moest zo snel mogelijk af. Nu is zij te jong, maar als zij de roman later leest, dan wil ik twee dingen aan haar overbrengen. In deel een wil ik haar vertellen hoe groot mijn liefde voor literatuur is en hoe dat de werkelijkheid intensiveert. In deel twee kan zij lezen hoe groot mijn liefde voor haar is en kan ik haar vertellen wat er in die periode gebeurd is.”
Het daagt hem dat wat hij zegt stilaan belangrijker is dan wat hij heeft geschreven (…) Steegman loopt daarop middenin een interview weg. (…) Een onafgemaakte zin wordt allicht zijn beroemdste, een grafschrift, dat hij afwezig, al buiten in het zonlicht, uitspreekt, zeven woorden zonder betekenis. (p. 68)
Wat die zeven woorden zijn… Ze zijn onvindbaar, en dus vrij in te vullen, zo lijkt het wel. “Ik kan zelf bijna geen onderscheid meer maken tussen wat ik in het boek heb geschreven en wat ik heb beleefd, heb gedacht. Door alles zo op te schrijven, is het voor mij zo. Het is zeer moeilijk om je jaren na dato alles precies te herinneren. Alles is door de herinnering ingekleurd. En alles klopt aan het boek. Het kon alleen op deze manier gecomponeerd worden. Als je dat gevoel hebt, dan is het schrijven geslaagd.”
Peter Terrin, een vrijer schrijver. Foto: Peter le Nobel
Peter Terrin, een vrijer schrijver. Foto: Peter le Nobel
Door Peter le Nobel
Oostende – “Ik heb het gevoel dat ik een vrijer schrijver ben geworden. Dat komt misschien omdat je wijzer bent, zelfverzekerder… er zijn tal van redenen.” Peter Terrin zit die middag rustig achter zijn biertje in Brasserie du Parc. Hij is met zijn gezin op vakantie in Oostende. Dichtbij zijn woonplaats, omdat hij elke ochtend met zijn dochter naar het revalidatiecentrum in Gent moet. Op 10 augustus wordt zij 8 jaar, en stukje bij beetje gaat het beter. Het is niet te vermijden om haar te noemen, want zij is de muze van het boek ‘Post Mortem’.
“Het sterke van de roman is dat alles kan, als het maar het verhaal dient. Dat is een geweldig gevoel. Alle goede kunst speelt zich af op de grens. Ik vind dat een schrijver dat moet doen om de lezer wakker te houden, te inspireren desnoods. Er moet in ieder geval iets teweeggebracht worden. Je stelt je erop in. Je voelt: ‘Dit moet beter, scherper.’ Dat is puur intuïtie.”
“Het is vreemd. Drie jaar werk je alleen en dan moet je erover praten. Ik heb weinig te vertellen over het proces. Ik ga op mijn gevoel af. Ik heb wel een idee; ik ben ook geen schrijver die zich helemaal overgeeft aan associatie. Toch heb je er uiteindelijk weinig controle over. Er is de illusie dat je alles in de hand hebt. Toch sta je soms verstomd aan het eind van de dag en denk je: ‘Hoe heeft dit allemaal kunnen gebeuren?’ De bekende schrijver Amos Oz heeft gezegd: ‘Een schrijver is een soort winkelier. Je moet in je winkel staan om te verkopen. Soms verkoop je wat en soms zit je urenlang op klanten te wachten.’ Een schrijver moet ook elke dag zitten. Zeker bij proza moet je niet wachten tot de ‘heilige geest’ neerdaalt. Je moet in de winkel blijven staan.”
“Ik was nog met het boek ‘De Bewaker’ bezig toen ik op het idee kwam om een verhaal te schrijven over een bekende, teruggetrokken Coetzee-achtige schrijver. Ik bedacht mij: de schrijver moet plotseling beseffen dat zijn dochter nauwelijks herinneringen aan hem zou hebben als hij opeens zou sterven. Hoogstwaarschijnlijk zou zij een andere vader hebben, die opdoemt uit de verhalen en herinneringen die na z’n dood verteld worden. Ik vroeg me af: kloppen herinneringen wel? Ik heb weinig herinneringen. Je hebt mensen die alles onthouden, maar die gave heb ik niet. Waarschijnlijk zal ik in veel herinneringen van andere mensen leven, een rol spelen, maar welke rol? De personage is bang dat er na zijn dood een vertekend beeld van hem ontstaat dat zijn dochter overneemt. Ik vond dat een interessant gegeven: een man die controle over zijn leven na zijn dood wil hebben. Hij heeft als het ware een ‘biofobie’. Ik was van plan om er een filosofische thriller van te maken, met een stukje absurdisme erin. Dat is het boek T. geworden in het centrum van mijn roman Post Mortem. Alleen bestaat het boek in feite niet. Er wordt omheen geschreven. Ik heb er de aanloop naartoe beschreven en de gevolgen van de publicatie.”
Drie delen
Het boek bestaat uit drie delen. Het eerste deel beschrijft hoe schrijver Emiel Steegman op het idee komt van een roman, terwijl in het derde deel vooral de gedachten van zijn biograaf wordt beschreven. “Steegman is ervan overtuigd dat de biograaf nooit zal voelen wat hij ooit voelde.” Ironisch is daarbij de scène van het tuinhek, waarin Steegman zijn dochter naar het roestig tuinhekje ziet dribbelen. Hij krijgt de ingeving voor het begin van zijn roman en realiseert zich dat geen een biograaf zal kunnen achterhalen hoe hij uiteindelijk op zijn idee kwam. De biograaf ziet een filmpje van de dochter, in een andere context, en vraagt zich af of in die tuin het idee voor het eerste hoofdstuk is ontstaan. “Het derde deel geeft weer hoe groot het effect van fictie kan zijn op verschillende facetten van de werkelijkheid, en het eerste deel beschrijft hoe fictie uit de werkelijkheid wordt gezeefd.”
Het middelste deel lijkt op het eerste gezicht een vreemde eend in de beet, dat ook een ander lettertype heeft. “Dat lettertype heet American Typewriter. Het had nog heel wat voeten in de aarde, omdat ik die pagina’s letterlijk in schrijfmachineschrift wilde hebben, inclusief vertikkingen en doorhalingen.” Het zijn de persoonlijke aantekeningen van Steegman, waarin hij de gebeurtenissen en vooral zijn gedachten beschrijft als hij samen met zijn vrouw middenin een emotionele mallemolen zit wanneer zijn vierjarig dochtertje is getroffen door een herseninfarct. Notities waarin Steegman zich pas echt helemaal blootgeeft, en die de biograaf juist nooit te lezen zal krijgen. Alleen de lezers. Intens wordt beschreven hoe de dochter van Steegman deze optater uiteindelijk overleeft. Het is een autobiografisch deel van de schrijver Peter Terrin, in de periode dat zijn dochter dezelfde aandoening kreeg. “Toentertijd schreef ik heel veel notities, ook naast haar ziekenhuisbed. Zo bleef ik overeind staan. Ik werd er rustig van. Schrijven was mijn emotionele reddingsboei. Nee, ik schreef niet op een typemachine, zoals ik normaal altijd doe, maar het had gebeurd kunnen zijn …Ik heb heel lang geaarzeld om de aantekeningen te verwerken in mijn roman, maar ze pasten zo perfect in de opzet van het boek dat er voor mijn gevoel geen andere keuze was.”
Liefde
Het boek is zo een wonderlijk deel van Terrin’s leven geworden, en een document, een autobiografisch document van een vader voor zijn dochter, aan wie het boek dan ook is opgedragen. “Ik werkte als een bezetene aan het boek, want wat als ik opeens zou overlijden? Dan heeft ze het boek niet. Het moest zo snel mogelijk af. Nu is zij te jong, maar als zij de roman later leest, dan wil ik twee dingen aan haar overbrengen. In deel een wil ik haar vertellen hoe groot mijn liefde voor literatuur is en hoe dat de werkelijkheid intensiveert. In deel twee kan zij lezen hoe groot mijn liefde voor haar is en kan ik haar vertellen wat er in die periode gebeurd is.”
Het daagt hem dat wat hij zegt stilaan belangrijker is dan wat hij heeft geschreven (…) Steegman loopt daarop middenin een interview weg. (…) Een onafgemaakte zin wordt allicht zijn beroemdste, een grafschrift, dat hij afwezig, al buiten in het zonlicht, uitspreekt, zeven woorden zonder betekenis. (p. 68)
Wat die zeven woorden zijn… Ze zijn onvindbaar, en dus vrij in te vullen, zo lijkt het wel. “Ik kan zelf bijna geen onderscheid meer maken tussen wat ik in het boek heb geschreven en wat ik heb ervaren. Door alles zo op te schrijven, is het voor mij zo. Het is zeer moeilijk om je jaren na dato alles precies te herinneren. Alles is door de herinnering ingekleurd. En alles klopt aan het boek. Het kon alleen op deze manier gecomponeerd worden. Als je dat gevoel hebt, dan is het schrijven geslaagd.”
—-
439442 U0C Terrin_Post Mortem.pdfPeter Terrin, ‘Post Mortem’, Uitgeverij De Arbeiderspers, ISBN: 978029583442. Prijs: 19.95 euro (paperback). Zie ook www.arbeiderspers.nl