De vrijdag volgens Ali Şerik

Een man zonder een verhaal
Ik kende een man zonder een verhaal
uit welk hout hij was gesneden
uit welke rivier hij elke avond dronk
weet ik niet, hij had een vader
zijn naam gaf hij niet prijs
Bij zijn dood had ik ontheemde woorden
Niemand zal zijn afwezigheid merken
hij laat geen telefoonnummer achter
dat iemand per ongeluk kan draaien
Hij was geen lid van een genootschap
ze hoeven zijn naam ergens uit te schrijven
Hij was zo moe als de viscositeit van de nacht
Elke avond liet een zwerm spreeuwen hem achter
hij verstopte zijn herinnering in een dameskous
durfde niet naar het nieuws te kijken
bang voor de wanhopige ogen van slachtoffers
Als ik hem tegenkwam op verzwegen plekken
kust hij mijn schouders
Het zijn je schouders, zei hij, die je hoofd dragen
Hij praatte met dichtgenaaide zinnen
liet nooit een foto van zich maken
maakte geen aantekeningen
Zijn laatste wens was een zwarte grafsteen zonder tekst
geen naam, geen getal, maar een ruwe zwarte steen
Toch heeft iemand er een tekst op geklad
“Hier ligt een deel van het zwijgen”
Ali Şerik. Foto: Hans Erkelens
Ali Şerik. Foto: Hans Erkelens
Utrecht – Ali Şerik werd in 1962 geboren in Turkije. Hij was zeven jaar toen hij voor het eerst in Nederland kwam wonen. Voor de Amersfoortse Courant schreef Ali Şerik een aantal jaren een column. Zijn eerste gedichten waren in het Turks, die werden gepubliceerd in Turkstalige tijdschriften in Nederland en Turkije. Uitgeverij Broy in Istanbul heeft drie gedichtenbundels van zijn hand uitgegeven. Nederlandstalige gedichten van Ali Şerik zijn opgenomen in verzamelbundels van Taalpodium Utrecht / Zeist. Doorbloeiend Heimwee is zijn laatste Nederlandstalige bundel.
Een man zonder een verhaal
Ik kende een man zonder een verhaal
uit welk hout hij was gesneden
uit welke rivier hij elke avond dronk
weet ik niet, hij had een vader
zijn naam gaf hij niet prijs
Bij zijn dood had ik ontheemde woorden
Niemand zal zijn afwezigheid merken
hij laat geen telefoonnummer achter
dat iemand per ongeluk kan draaien
Hij was geen lid van een genootschap
ze hoeven zijn naam ergens uit te schrijven
Hij was zo moe als de viscositeit van de nacht
Elke avond liet een zwerm spreeuwen hem achter
hij verstopte zijn herinnering in een dameskous
durfde niet naar het nieuws te kijken
bang voor de wanhopige ogen van slachtoffers
Als ik hem tegenkwam op verzwegen plekken
kust hij mijn schouders
Het zijn je schouders, zei hij, die je hoofd dragen
Hij praatte met dichtgenaaide zinnen
liet nooit een foto van zich maken
maakte geen aantekeningen
Zijn laatste wens was een zwarte grafsteen zonder tekst
geen naam, geen getal, maar een ruwe zwarte steen
Toch heeft iemand er een tekst op geklad
“Hier ligt een deel van het zwijgen”
– Ali Şerik