De vrijdag volgens Ali Şerik

Ali Şerik. Foto: Hans Erkelens
Ali Şerik. Foto: Hans Erkelens

Utrecht – Ali Şerik werd in 1962 geboren in Turkije. Hij was zeven jaar toen hij voor het eerst in Nederland kwam wonen. Voor de Amersfoortse Courant schreef Ali Şerik een aantal jaren een column. Zijn eerste gedichten waren in het Turks, die werden gepubliceerd in Turkstalige tijdschriften in Nederland en Turkije. Uitgeverij Broy in Istanbul heeft drie gedichtenbundels van zijn hand uitgegeven. Nederlandstalige gedichten van Ali Şerik zijn opgenomen in verzamelbundels van Taalpodium Utrecht / Zeist. Doorbloeiend Heimwee is zijn laatste Nederlandstalige bundel.

Het glazen oog
Ik kende een oude man die één glazen oog had
als kind was ik bang voor hem
kinderen verspreiden hun angst als een leugen die waarheid wordt
Toen de minaretten de gelovigen opriepen tot het gebed
stond de oude man voor mij
om mij te ondervragen over kattenkwaad
zijn voeten bewoog traag, zijn handen snel
Het grote glazen oog keek in mijn ogen
terwijl zijn echte oog mijn gelaat
en het zweet op mij voorhoofd aflikte
Voor de zekerheid hield hij met zijn wijsvinger
en zijn duim mijn linker oor vast
Ik ontkende alles en zwoer bij god
Ja, dat was een tijd, ik bezat veel kinderzorgen
Tijdens de terugreis vanuit  de provincie
verloor de oude man zijn glazen oog
na een wc bezoek
In de treinen had je toen alleen maar hurktoiletten
de Fransen noemen het chiottes turques
Tijdens het plassen zag je de spoorbielzen
als donkere vlekken van het heden achterblijven
het geluid van de rails klonk als een oneindige reis
die je op elk station meenam en achterliet
Kort daarop kreeg de oude man een nieuw glazen oog
dat langzaam meebewoog met zijn echte oog
Dat jaar stierf de oude man
in zijn graf ligt met alle waarschijnlijkheid
zijn nieuw glazen oog nog te kijken in het donker
op zoek naar kattenkwaad
Het glazen oog
Ik kende een oude man die één glazen oog had
als kind was ik bang voor hem
kinderen verspreiden hun angst als een leugen die waarheid wordt
Toen de minaretten de gelovigen opriepen tot het gebed
stond de oude man voor mij
om mij te ondervragen over kattenkwaad
zijn voeten bewoog traag, zijn handen snel
Het grote glazen oog keek in mijn ogen
terwijl zijn echte oog mijn gelaat
en het zweet op mij voorhoofd aflikte
Voor de zekerheid hield hij met zijn wijsvinger
en zijn duim mijn linker oor vast
Ik ontkende alles en zwoer bij god
Ja, dat was een tijd, ik bezat veel kinderzorgen
Tijdens de terugreis vanuit  de provincie
verloor de oude man zijn glazen oog
na een wc bezoek
In de treinen had je toen alleen maar hurktoiletten
de Fransen noemen het chiottes turques
Tijdens het plassen zag je de spoorbielzen
als donkere vlekken van het heden achterblijven
het geluid van de rails klonk als een oneindige reis
die je op elk station meenam en achterliet
Kort daarop kreeg de oude man een nieuw glazen oog
dat langzaam meebewoog met zijn echte oog
Dat jaar stierf de oude man
in zijn graf ligt met alle waarschijnlijkheid
zijn nieuw glazen oog nog te kijken in het donker
op zoek naar kattenkwaad
– Ali Şerik