
Utrecht – Ali Şerik werd in 1962 geboren in Turkije. Hij was zeven jaar toen hij voor het eerst in Nederland kwam wonen. Voor de Amersfoortse Courant schreef Ali Şerik een aantal jaren een column. Zijn eerste gedichten waren in het Turks, die werden gepubliceerd in Turkstalige tijdschriften in Nederland en Turkije. Uitgeverij Broy in Istanbul heeft drie gedichtenbundels van zijn hand uitgegeven. Nederlandstalige gedichten van Ali Şerik zijn opgenomen in verzamelbundels van Taalpodium Utrecht / Zeist. Doorbloeiend Heimwee is zijn laatste Nederlandstalige bundel.
–
De gouden tanden
Het was de koudste winterdag van januari
de wind drong door de muren heen
door ijsbloemen kon je niet naar buiten kijken
de waakhonden buiten waren nog nooit zo stil
Op die dag stierf mijn opa in zijn slaap
volgens sommigen omdat zijn tijd op was
Toen de hele familie om hem heen was verzameld
kroop ik in zijn garderobekast en verstopte mij daar
wilde niet dat opa dood was, ik was een kind van nog geen vijf
Op zijn sterfdag hebben wij opa begraven
de grond was keihard, de sneeuwstorm was meedogenloos
het duurde lang om de bevroren aarde te openen
Volgens de traditie zouden ze opa eerst wassen
om hem daarna in een lijkwade te wikkelen
Maar eerst moest iedereen de kamer uit
een vreemd man kwam binnen
Ik keek door de kier, hij begroette opa
sprak Arabische woorden uit het heilige boek
haalde een tang uit zijn aktetas
deed de mond van opa open
trok drie gouden tanden uit zijn mond
Ik hoorde het gekraak van de tanden
en hoe opa schreeuwde van pijn
Daarna kwam mijn vader binnen
opende zijn hand en deed de tanden in zijn broekzak
Sindsdien heb ik medelijden met diegenen
die gouden tanden hebben
De gouden tanden
–
Het was de koudste winterdag van januari
de wind drong door de muren heen
door ijsbloemen kon je niet naar buiten kijken
de waakhonden buiten waren nog nooit zo stil
Op die dag stierf mijn opa in zijn slaap
volgens sommigen omdat zijn tijd op was
Toen de hele familie om hem heen was verzameld
kroop ik in zijn garderobekast en verstopte mij daar
wilde niet dat opa dood was, ik was een kind van nog geen vijf
Op zijn sterfdag hebben wij opa begraven
de grond was keihard, de sneeuwstorm was meedogenloos
het duurde lang om de bevroren aarde te openen
Volgens de traditie zouden ze opa eerst wassen
om hem daarna in een lijkwade te wikkelen
Maar eerst moest iedereen de kamer uit
een vreemd man kwam binnen
Ik keek door de kier, hij begroette opa
sprak Arabische woorden uit het heilige boek
haalde een tang uit zijn aktetas
deed de mond van opa open
trok drie gouden tanden uit zijn mond
Ik hoorde het gekraak van de tanden
en hoe opa schreeuwde van pijn
Daarna kwam mijn vader binnen
opende zijn hand en deed de tanden in zijn broekzak
Sindsdien heb ik medelijden met diegenen
die gouden tanden hebben
–
– Ali Şerik

Dag Ali,
even langs deze weg: prachtig deze beschrijving. Een gebeurtenis in je leven en tegelijkertijd een soort gebeurtenis in ieders leven. Een beeld dat bij je blijft.
groet
Jaap