Mijn naam is Ali Şerik. Mijn werk is onder andere te vinden in Dichter van Plint, in de verzamelbundel Heimwee Naar Huiswerk van uitgeverij Rainbow, in de verzamelbundel Met stip samengesteld voor Jos van Hest en in het kinder-en jeugdboek Lachen, Gieren, Brullen van uitgeverij Ploegsma. Daarnaast heb ik twee keer een epos gepubliceerd: Land van Weemoed en De Zachte Veren van de Tijd.
Ren, struisvogel, ren!
Bij ons in de straat woont een struisvogel.
Een dier dat vaak zijn kop in het zand steekt.
Toen hij nog in Afrika woonde,
werd op een dag het vliegen voor vogels verboden.
‘Ah,’ dacht de struisvogel, ‘ik kan toch niet vliegen,’
stak zijn kop in het zand en verdween.
Uit de lucht vielen goudmussen, nachtegalen,
kwartels en zwartkoppen.
Niet lang daarna werd de jacht
op olifanten geopend, om hun slagtanden.
‘Ah,’ zei hij weer, ‘ik heb geen slagtanden,’
stak zijn kop opnieuw in het zand en verdween.
Maar toen er struisvogels werden gevangen
om als pakezel te dienen,
werd de aarde onder zijn voeten te heet.
‘Ik moet ervandoor,’ dacht de struisvogel.
Vliegen kon hij niet, maar rennen kon hij als de beste.
Ren, struisvogel, ren!
Hij rende door heel Soedan en Egypte,
over heuvels, woestijnen en rivieren,
kwam aan op het Arabisch Schiereiland
stopte om op adem te komen.
Hij hoorde alleen stemmen van mannen,
die zichzelf verheerlijkten.
Vrouwen waren gegijzeld als echtgenotes en moeders.
Ren, struisvogel, ren!
Hij rende langs palmen en dadelbomen,
over zandvlaktes en door steden.
Hij rende door Jordanië en Israël en kwam in Gaza.
Om de weg te vinden tussen de puinhopen
van een doodgeschoten stad, stopte hij even.
Er was een vijand die zelfs bang was
voor het gehuil van kinderen in hun eigen moedertaal.
Een vijand die zichzelf roemde en de pijn
van hun eigen genocide als wapen gebruikte,
de navelstreng van schoonheid uitrukte.
Ren, struisvogel, ren!
De struisvogel rende langs olijfbomen, nectarine- en perzikbomen.
Met een snelheid van 75 km per uur rende hij naar Syrië
waar iedereen de wond van een oorlog droeg
die nog bloedde, waar de lucht rook naar
verraad, achterdocht en verboden bondgenoten.
Hij rende richting Irak, een land van vernietigde verlangens,
waar niemand iemand meer vertrouwde,
waar de aarde doordrenkt was met de tranen van vrouwen.
Ren, struisvogel, ren!
Hij rende langs meloenvelden, sinaasappel-, citroen- en limoenbomen,
ging richting Iran, het land van gebeden en grote dichters.
Hij voelde triestheid aan de muren hangen als de schaduw van de dood.
Het geluk verschool zich in de riolen,
de toekomst hing aan de lippen van predikende leiders.
Vanaf daar ging hij richting Turkije.
Hij kwam terecht bij een demonstratie waarbij mensen
werden gearresteerd omdat ze vrijheid en gerechtigheid wilden,
waar journalisten onder water werd gedrukt.
Ren, struisvogel, ren!
Hij veranderde zijn richting
naar Georgië en vandaar naar Rusland waar hij overal de angst tegenkwam.
Hoe meer hij om zich heen keek,
hoe duidelijker werd dat angst een marionetpop was
die de mens achter zich aan kreeg,
waar dromen marcheerden naar de afgrond.
Ren, struisvogel, ren!
De struisvogel rende langs appel- en perenbomen,
langs pruimen- en abrikozenbomen.
Hij kwam in Oekraïne, waar een oorlog de toekomst
probeerde te begraven met bombardementen,
waar het gehuil van baby’s,
samen met hun moeders onder puin werd bedolven.
Hij rende richting Hongarije, een land
dat in zijn passie was verdwaald.
Ren, struisvogel, ren!
Van daar rende hij naar Griekenland, vandaar naar Italië
en verder naar Duitsland. Waar hij ook stopte om op adem te komen
voelde hij wegkijken als een orchidee in bloei.
Vrees voor een ander was een versiering op verjaardagen.
Onbegrip hing aan bomen als bloesems
waar de leugen woekerde als klimop op partijgebouwen.
Hij rende en rende en rende tot hij uitgeput in onze straat kwam.
Hier een kleine woning vond met een postzegeltuintje.
Sindsdien boort hij zijn kop in de Hollandse kleigrond.
– Ali Şerik

