Babah Tarawally ziet boek als slechts één medium voor stem Afrikanen
Lezersactie: win zijn debuut
Door Peter le Nobel

Utrecht – Zeven jaar lang wachtte Babah Tarawally uit Sierra Leone op de uitslag van de IND: wordt de asielzoeker toegelaten tot Nederland of niet? Hij mocht geen werk zoeken, niet studeren, alleen wachten. Ondertussen maakte hij zich de Nederlandse ‘gorgeltaal’ eigen. Geen ‘Aap, noot, mies…’. Hij schreef meteen een boek.
“Ik schreef om de tijd te doden”, zegt Tarawally, “en om mijn schrijfvaardigheid in het Nederlands te verbeteren. Ik wilde mijn eigen gedachten op papier zetten, mijn verhaal vertellen, niet over mijzelf, maar over anderen, omdat ik mijn eigen leven in het asielzoekerscentrum te saai vond.”
De kok van de herberg in Chaam, waar Tarawally voor een paar maanden samen met andere asielzoekers werd ondergebracht wegens ruimtegebrek in de reguliere centra, hielp hem met Nederlands. “Daar is echt alleen bos, dus nog saaier.”
Tarawally begon aan het ene verhaal na het andere, liep over van de ideeën, maar maakte ze nooit af, totdat zijn vriendin hem erop attendeerde dat ene verhaal wel af te maken. Zes jaar heeft hij erover gedaan, en nu is het verhaal te lezen van een jongeman die samen met twee anderen op een kamer zit, elk met hun eigen demonen, een kindsoldaat en een in ongenade gevallen militair uit Irak, die de hele dag naar Tom & Jerry kijken. Maar ook over de blonde Femke, op zoek naar wat ‘multiculturele spanning’. Het is een indrukwekkende roman, vol Afrikaanse spiritualiteit en het leven van een asielzoeker.
Familie
“Wat er in die zeven jaar in mij omging? Woede? Frustratie? Persoonlijk voelde ik in die periode vooral onmacht. Als ik terugkijk, was ik heel eenzaam in mijzelf. In Afrika had ik mijn contacten en mijn achtergrond. Mensen stonden positief tegenover mijn familie. Ik kon snel dingen regelen als dat nodig was.”
De mensen daar mochten zijn familie. Zo is de vader van Tarawally een gerespecteerd en wijs man: hij kan niet lezen en schrijven, maar stuurde al zijn kinderen naar school. En toen hem de functie van chief werd aangeboden, werd hij niet hebberig, maar gaf hij het aanbod door aan een dokter, die wel geletterd was. Het was beter voor het dorp, vond vader.
“Als ik erop terugkijk, dan had ik een heel leuk leven. Je merkte niet dat je arm was. Iedereen was dat. Armoede is in dat opzicht een kwestie van vergelijken met elkaar. Ik had elke dag te eten. Ik voelde geen gebrek aan iets.”
In Nederland was Tarawally niemand. “Ik was een dossier. Ik kon geen invloed uitoefenen. Je moest wachten tot je tijd was gekomen. Je was overal afhankelijk van, van het ministerie, van de ambtenaren, van de regels en wetten, je mocht niks. Maar, ik wist: als ik eenmaal naar buiten mag, dan ga ik het maken. Sommige mensen werden gek, of pleegden zelfmoord. Zover wilde ik het niet laten komen.”
Ga in Afrika aan een tafel vijf minuten in je eentje zitten, en er schuiven zo tien Afrikanen aan. “De contacten lopen via de familiebanden. Voorbeeld: als de ene Le Nobel de andere Le Nobel kent, dan krijg je altijd hulp, hoe ver de bloedband ook is, in welke stad of dorp je ook bent. Er is altijd een slaapplaats, ook al hebben ze je nooit eerder gesproken.”
Het omgekeerde gebeurt ook: als ze je niet kennen, vinden ze je in het beste geval geen vijand. In het boek heeft de hoofdpersoon Ilaja de reputatie van zijn familie tegen zich. De epileptische aanvallen van zijn moeder worden aangezien als een verkrachting door de duivel. En als hij eenmaal is geboren, dan wordt hij gezien als een duivelskind. “Ik heb dit gegeven ontleend aan een verhaal over een oude vrouw. Zij woont heel lang in het dorp, maar niemand weet waar ze vandaan komt. Ze woont alleen met een kat en wordt aangezien voor een heks. Ik denk dat ze heel verbitterd terugkijkt op haar leven. Ze is nooit opgenomen geweest in de gemeenschap.”
Spiritualiteit
In Sierra Leone bestaan de islam en het animisme, met het geloof in meerdere goden, geesten en voorouders, gebroederlijk naast elkaar. En af en toe is een directe verbinding met een voorouder prettig, nu Allah soms zo ver weg is. Zelf is Tarawally dubbel onder het een en ander. “Ik voel mezelf geen moslim, maar als ik daar ben, trekt iedereen op vrijdag een prachtig gewaad aan om te bidden in de moskee. Je kunt het niet maken om niet mee te doen. Ik trek dan ook een gewaad aan en bid mee. Godsdienst is in dat opzicht een sociaal gebeuren.”
In het boek wordt beschreven hoe Ilaja een offer van kip, friet en mayonaise aan God brengt aan De Hoftoren in Den Haag. ‘Shaway houdt van yebeh, een stamppot van bakbanaan, zoete aardappel en cassave. Helaas kan ik dat hier niet maken en aangezien U Nederlands bent, gok ik erop dat U van patat houdt.’ Vergenoegd stelt hij vast dat God zijn gift heeft geaccepteerd: de kip is nergens te bekennen, en hij slaat geen acht op het bot dat naast een zwerver ligt.

“Mijn moeder gelooft zowel in de islam en het animisme, en heeft een schaap geofferd opdat mijn boek goed verkocht wordt. Pas geleden lag mijn broer in Parijs in coma. De doktoren konden niks meer voor hem doen. Ik belde de maraboet op. Volgens hem had iemand hem door voodoo aangeraakt en was hij met allerlei touwtjes vastgebonden. Hij zei tegen mij: ‘Geef mij twee dagen en ik krijg hem eruit.’ Hij heeft een zware nacht gehad. In zijn gedachten reisde hij naar Frankrijk en bond hij hem los. Terwijl de doktoren hem hadden opgegeven, kwam hij in die twee dagen inderdaad uit coma. Een wonder, volgens de artsen. Het is bijzonder, maar op een bepaalde manier ben ik er ook bang voor, want als je er sterk in gelooft, dan word je erin meegesleept. Als je in alles iets ziet, dan raakt het je. Ik vind: baat het niet, dan schaadt het niet. Ik zeg maar zo: ik koop nooit chocola, maar als iemand mij een reep geeft, dan eet ik die op.”
In het boek beschrijft Tarawally echter ook de schade die vermeende spiritualiteit kan brengen. Als de moeder maandenlang onder de hoede wordt genomen door de maraboet blijkt ze zwanger te zijn. “Er zijn drie machten in Sierra Leone: de pastoor namens de kerk, de maraboet van de moskee en de chief van de minister. Het geweld is afschuwelijk, maar ook de geestelijke onderdrukking. Vandaar dat ik de uitspraak van Steve Biko als motto in mijn boek heb opgenomen: ‘The most potent weapon in the hands of the oppressor is the mind of the oppressed’.”
Medium
Op dit moment is Tarawally bezig aan zijn tweede boek. “De kunst heb ik onder de knie gekregen. Het schrijven gaat sneller.” Het verhaal gaat over een man die in een Vinexwijk woont, wederom met een vleugje spiritualisme. Ditmaal moet een Afrikaan zijn weg vinden in Europa, temidden van Hollanders die zich afvragen hoe hij zijn huis kan betalen.
“Ik wil de dingen documenteren en vertellen. Dat is mijn bijdrage aan de wereld”, verklaart Tarawally. “Het is niet zo dat ik per se een schrijver wil worden. Ik zie boeken als één medium. Ik werk voor Freevoice, een organisatie die een onafhankelijke en kritische journalistiek in Afrika wil stimuleren, en ben columnist voor het blad Internationale Samenwerking. Ik wil de stem zijn van velen die niet gehoord worden. Er zijn zoveel mensen uit Afrika die een heel eigen leven hebben, niet de kunst hebben geleerd om te integreren, en allemaal hebben zij een verhaal te vertellen. Ze leven allemaal in angst om niet geaccepteerd te worden, zich niet welkom te voelen. Je moet een bepaalde mentaliteit hebben om het in deze samenleving te redden. We hebben hier geleerd dat je in vijf minuten je hele levensverhaal moet hebben verteld, wie je bent, wat je leeftijd is, waar je vandaan komt, want over twee minuten moeten wij ergens anders naartoe. In Afrika observeren wij je -en vragen stellen… dat kan morgen ook nog.”
Volgens Tarawally zijn het de kleine, subtiele cultuurverschillen die Afrikanen verwarren. “Als ik iets vertel tegen mijn moeder, en ze zegt helemaal niks, dan is ze het met me eens. Je bent je er niet eens van bewust dat je dat snapt, maar hier zijn de verschillen zo overweldigend dat Afrikanen blokkeren. Als hen bijvoorbeeld heel directe vragen worden gesteld, dan weten ze niet wat ze moeten zeggen. Ook die problematiek zal ik in mijn tweede boek beschrijven, en ook hier zal liefde een rol spelen, want liefde is universeel.”
Inburgeringscursus Afrika:
Tarawally houdt zijn hart vast voor het Afrika van vijftig jaar later, want Botswana bijvoorbeeld is al zo welvarend dat mensen elkaar niet meer hard nodig hebben. En dus is bijvoorbeeld het straatbeeld daar lang niet zo levendig als in andere delen van het continent.
In welke periode in de vorige eeuw kun je Nederland in de mogelijkheid tot aanspraak het meest vergelijken met Afrika? In de periode van de wederopbouw? Of gedurende de crisis van de jaren tachtig? Degene met het meest interessante betoogje (drie zinnen is voldoende, maak er geen levenswerk van), krijgt het debuut van Tarawally toegestuurd. Vergeet dus niet je naam en adres erbij te zetten. Verras de redactie! E-mail: info@nationaleboekenblog.nl
—-
Babah Tarawally, ‘De God met de blauwe ogen’, Uitgeverij KIT Publishers, ISBN 978-94-6022-041-8, 175 p., Prijs: 17,50 euro. Zie ook www.kitpublishers.nl

Your RSS feed doesn’t work in my browser (Google Chrome) how can I repair it so I can subscribe to your blog?
Ik heb mezelf gelezen. Pet af meneer le Nobel.