De Vier van Vrijdag: Jaap Lemereis

Jaap Lemereis.
Jaap Lemereis.

Utrecht – Jaap Lemereis (52 jaar), lid van de Vier van Vrijdag. Hij schrijft sinds zijn jongste jeugd gedichten. Tegenwoordig schrijft hij ook vaak korte verhalen. Daarnaast is hij vader van vier kinderen, die deels alweer het huis uit zijn. Hij loopt af en toe een eindje hard, spreekt graag af met vrienden en houdt zich bezig met filosofie. “Tussendoor heb ik een baan.”

Ter plekke

 

De langzame reiziger blijft waar hij is, de langzame reiziger zit en ziet dat kijken

beter gaat ter plekke, de langzame reiziger zit en zit en

beweegt niet

 

Om hem heen reizen de dingen, om hem heen cirkelt de wereld, bergen, watervallen, continenten. Alle dingen schuiven steeds naar het diepste punt en vallen uiteindelijk, maar

hij beweegt niet,

 

de langzame reiziger. Mensen stromen samen om hem te bekijken, de trage, de slome,

de bevrorene. Kijk, hij beweegt een beetje! zijn ogen, zijn gedachten, maar zelf

beweegt hij niet

 

Men discussieert: zo reis je dus, nee, zo reis je niet, reizen is voortgaan, is snelheid en vaart, zij verheffen hun stemmen: hoe lang duurt een reis? Een dag? Wie zegt dat men

in een seconde niet reist?

 

Zij wenden zich tot de langzame reiziger, verzonken in stilte in de stroom der dingen, in gangen van zaken, het openen en sluiten van deuren, binnen en buiten kennen elkaar maar al te goed en bewegen niet

 

Hij heeft geen antwoord, de langzame reiziger, ook de antwoorden stromen voorbij, vastgeplakt aan de minuten, aan jaren, aan oogopslagen. Kijken jullie -vraagt de langzame reiziger- naar hoe men reis zonder gewicht?

 

Je verzekering! vraagt men, je plaatsbewijs, het avontuur, het risico ergens anders te zijn! roept men. Maar de langzame reiziger verstaat geen woorden die tegelijkertijd plaatsvinden, zo hard dat zijn oren

 

mistasten. De dood, wie weet welke, zou een laatste stap kunnen zijn, denkt hij, een onthulling, een groet, maar waarschijnlijk acht hij dat niet, zo zittend zonder vaart, glimlachend als een orkaan

 

Thuis in het reizen, de onbewogen beweger, de bewegende onbewogene, een scharnier, het oog van een storm, een blad pal voor de val. Die woeste horde uit een andere tijd ziet hem niet en raast voorbij

 

Maar als hij ineens gaat staan, onverwacht en zelf haast schrikt, het gehuil van de roedel verstorven, is men hem vergeten. Zo intens ging nog nooit iemand voorbij, gelukkig en open

als een sleutelgat

 

– Jaap Lemereis