
Utrecht – Ali Şerik werd in 1962 geboren in Turkije. Hij was zeven jaar toen hij voor het eerst in Nederland kwam wonen. Voor de Amersfoortse Courant schreef Ali Şerik een aantal jaren een column. Zijn eerste gedichten waren in het Turks, die werden gepubliceerd in Turkstalige tijdschriften in Nederland en Turkije. Uitgeverij Broy in Istanbul heeft drie gedichtenbundels van zijn hand uitgegeven. Nederlandstalige gedichten van Ali Şerik zijn opgenomen in verzamelbundels van Taalpodium Utrecht / Zeist. Doorbloeiend Heimwee is zijn laatste Nederlandstalige bundel.–
De dood in Kerkrade
De dood stond voor onze woning in Kerkrade
drukte drie maal op de bel
voorzichtig opende ik, door angst bevangen
Daar stond een vrouw in een mantel die de stoeptegels raakte
Ik haalde opgelucht adem
U bent niet de dood, zei ik, godzijdank
Ik ben de dood, zei ze
Nee, zei ik, u bent een vrouw
Haar mantel stond open, ik kon haar naakte lichaam zien
haar lange hals, haar goudblonde haren
zulke haren herinneren mij aan korenvelden
aan de rand van kleine wegen die verdwalen in het landschap
Ze had een mooie ronde zwangere buik
had volle borsten, aantrekkelijk haar blote voeten
Ja, zei ze, de dood is altijd een vrouw
Maar waarom, zei ik, waarom al die afbeeldingen
eeuwen oude beschrijvingen op stenen muren, papyrusrollen,
verhalen over u zijn angstaanjagend in boeken, op iconen
Kijk in mijn ogen, zei ze
In haar sprankelend blauwe ogen, zag ik de mensheid
als een zwerm bijen voorbijtrekken, met de wortels van de aarde
en van de hemel die ze achterlieten in handpalm van hun kinderen
Zonder iets te zeggen begon ik aan haar tepels te zuigen
langzaam sloot ze haar warme witte mantelDe dood in Kerkrade
De dood in Kerkrade
–
De dood stond voor onze woning in Kerkrade
drukte drie maal op de bel
voorzichtig opende ik, door angst bevangen
Daar stond een vrouw in een mantel die de stoeptegels raakte
Ik haalde opgelucht adem
U bent niet de dood, zei ik, godzijdank
Ik ben de dood, zei ze
Nee, zei ik, u bent een vrouw
Haar mantel stond open, ik kon haar naakte lichaam zien
haar lange hals, haar goudblonde haren
zulke haren herinneren mij aan korenvelden
aan de rand van kleine wegen die verdwalen in het landschap
Ze had een mooie ronde zwangere buik
had volle borsten, aantrekkelijk haar blote voeten
Ja, zei ze, de dood is altijd een vrouw
Maar waarom, zei ik, waarom al die afbeeldingen
eeuwen oude beschrijvingen op stenen muren, papyrusrollen,
verhalen over u zijn angstaanjagend in boeken, op iconen
Kijk in mijn ogen, zei ze
In haar sprankelend blauwe ogen, zag ik de mensheid
als een zwerm bijen voorbijtrekken, met de wortels van de aarde
en van de hemel die ze achterlieten in handpalm van hun kinderen
Zonder iets te zeggen begon ik aan haar tepels te zuigen
langzaam sloot ze haar warme witte mantel
–
– Ali Şerik
