De Vier van Vrijdag: Marlies Souren

Marlies Souren. “Ik kan mezelf in heel veel opzichten niet laten vallen.” Foto: Peter le Nobel

Utrecht – Ik ben iemand die van taal houd, ik herinner mij heel goed dat de klank van taal, de beweging van woorden etc. mij al heel vroeg interesseerden. Ook op de boerderij van mijn ouders (een cultuurarme omgeving, zonder boeken etc.) keek ik de woorden van de dierenarts en andere bezoekers echt uit hun mond. In 1980 publiceerde ik mijn eerste dichtbundel : “Iglo”. Afgelopen jaar 2018, bracht ik mijn tiende bundel uit. Mezelf uitdrukken via taal is een tweede natuur voor mij. Ik schreef columns en kunstrecensies, verhalen en gedichten. Het vloeit soms als vanzelf uit mijn pen en mijn computer. Niet dat het allemaal even goed is, maar het gebeurt vanuit een innerlijke noodzaak.

Verlangen in coronatijd

Afstand houd ik van mijzelf of van degene die ik graag wil
zijn van die eigen snoet met mijn ogen erin als een patroon in een
stofje dat vrouwen ook nu nog graag dragen

ik loop het weiland in en ja, ik houd afstand van mijzelf of van
degene die ik graag wilde zijn, dan zie en ruik ik de wereld waar
ik zo van houd, gras en aarde verkruimel ik stiekem tot deeg
en in mijn jaszak weet ik ja daar is de aarde waar ik van houd

aarde waar de virussen geen vat op hebben of misschien juist wel
maar dan zit daar in mijn jaszak een klein coronadiertje dat mij
besmetten wil met leven waaraan ik ten onder zal gaan,
het leven waar ik zo van houd

dat ik er liever geen afstand van neem, ik voel het gras zwiepen
rond mijn enkels, voel hoe de tijd verkleint, hij wil mij hebben
maar ik ben er nog niet klaar voor, ik wil nog zo graag kijken naar
de liefde die mij hebben wil, daar ben ik wel klaar voor neem mij mee

bemin mij op gepaste afstand op de manier waarnaar ik verlang
de plooien in mijn verzakkende huid in mijn soms al tranende ogen
vergeet de afstand en neem mij zonder hinder, met gepaste liefde
op die manier, dan maal ik niet om een virus meer of minder.

– Marlies Souren