Den Haag – Het oeuvre van Fritzi Harmsen van Beek is bescheiden, toch wordt ze nog altijd tot de grootste dichters van Nederland gerekend. In 2012 werd bij de overdracht van haar archief aan het Letterkundig Museum haar verzamelde literaire werk gepresenteerd, In goed en kwaad.
Die uitgave vraagt echter om een aanvulling: een boek waarin haar beeldende kant de aandacht krijgt die het verdient. Daarom verschijnt in september bij De Bezige Bij F. Harmsen van Beek. Stoeten ritseldingen, nummer 59 in de reeks Schrijversprentenboeken van het Letterkundig Museum.
Harmsen van Beek
Harmsen van Beek was de dochter van twee bekende illustratoren, Eelco Harmsen van Beek en Freddie Langeler. Het werk van haar vader zette zij na zijn dood nog een tijdje voort. Zo maakte zij de twee laatste Flipje van Tiel-beeldverhalen, waarvan de laatste nooit werd uitgegeven. Oorspronkelijk tekende ze voor het Algemeen Handelsblad en Vrij Nederland, en ze illustreerde ook werk van Remco Campert en Gerrit Komrij.
Harmsen van Beek was uniek in het maken van opmerkelijke kunstobjecten zoals beschilderde eieren, lappendekens, ingewikkelde knipsels, geïllustreerde brieven en minutieus uitgevoerde voorstellingen in walnoten. Zij zag het bijzondere in het alledaagse en trachtte van het leven zelf een kunstwerk te maken. In Stoeten ritseldingen komen alle beeldende talenten van deze veelzijdige, eigenzinnige kunstenares samen, aan de hand van unieke documenten, foto’s en archiefmateriaal uit de collectie van het Letterkundig Museum. Het museum zal ter gelegenheid van de verschijning van het boek in september een kleine expositie wijden aan Harmsen van Beek.
Stoeten ritseldingen is samengesteld door Maaike Meijer en Joost Kircz. Zie www.letterkundigmuseum.nl
