Paters starten onderzoek na boek over misbruik

Lievelde – De Paters Maristen en het Bisdom Münster laten een onderzoek instellen naar aanleiding van het zojuist verschenen boek ‘De pater en het meisje’ van Gerard van Westerloo. Een van de hoofdpersonen, in het boek aangeduid als ‘pater Frits’, was destijds lid van de Sociëteit van Maria, beter bekend onder de naam Paters Maristen. In het boek wordt onder meer beschreven dat  deze pater ontuchtige handelingen zou hebben bedreven met de minderjarige zus van de auteur, en met anderen.

In de jaren rond 1950, de periode waarin het seksueel misbruik plaatsgevonden zou hebben, viel pater Frits onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse provincie der Paters Maristen. Vanaf 1966 was hij als priester werkzaam in het bisdom Münster (D.) en in 1972 is hij daar geïncardineerd.

Nadat het bestuur van de Paters Maristen in Nederland via voorpublicaties kennis kreeg van deze zaak van mogelijk seksueel misbruik, is op maandag 8 februari het bisdom Münster ingelicht. Na overleg met het bisdom Münster is vervolgens gezamenlijk besloten nader onderzoek in te laten stellen. Omdat de beschreven handelingen in Nederland plaats hebben gevonden en betrokken personen Nederlands als moedertaal hebben, is een verzoek voor nader onderzoek ingediend bij de Nederlandse Landelijke Instelling Hulp & Recht. Deze instelling is in 1995 opgericht om hulp en recht te bieden aan mensen die het slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik door priesters, religieuzen en kerkelijk werkers. De Paters Maristen en het bisdom Münster hebben alle medewerking aan het onderzoek toegezegd. Lopende het onderzoek heeft de bisschop van Münster de betreffende priester de publieke uitoefening van het ambt verboden.

De reden voor nader onderzoek is meervoudig. Allereerst gaat de zorg uit naar de mogelijke slachtoffers, zo verklaren de Paters Maristen. De slachtoffers zijn onrecht aangedaan en zij hebben recht op erkenning van hun leed. “Zelfs na vijftig jaar is dat van belang, want misbruik van vertrouwen en integriteit laat altijd sporen na. Als religieuzen zijn wij overtuigd dat elke vorm van seksueel misbruik verwerpelijk is en strijdig met het Evangelie”, zo schrijven zij. De publicatie van Gerard van Westerloo geeft daarnaast aanleiding tot de vraag of de toenmalige verantwoordelijken van onze Congregatie juist hebben gehandeld. Het huidige bestuur van de Paters Maristen wil die vraag niet uit de weg gaan.

In het belang van het onderzoek en ter bescherming van de privacy van de betrokkenen zullen nu eerst de onderzoeksresultaten afgewacht worden.