‘Zorg dragen voor je sterfelijkheid’

Het doodsverlangen van Kristien Hemmerechts

Door Peter le Nobel

"Eigenlijk gaat het boek meer over sterfelijkheid van over de dood", zegt Kristien Hemmerechts. Foto: Liesbeth Kuipers.
"Eigenlijk gaat het boek meer over sterfelijkheid dan over de dood", zegt Kristien Hemmerechts. Foto: Liesbeth Kuipers.

Berchem – Het staat zoals het in het boek staat: ja, Kristien Hemmerechts heeft echt een doodsverlangen. “Je hebt het toch gelezen?” Zeker, en het is een van de weinige boeken die herlezing waard is, met zoveel rijkdom. Telkens zal de lezer iets nieuws ontdekken. De vraag mag echter best een paar keer gesteld worden, want voor ‘een omgekeerde vroedvrouw’ is er geen weg terug. Gaat de spuit er eenmaal in, dan is terugtrekken te laat.

Ik ben een blanke vrouw van drieënvijftig jaar en ik overweeg mijn leven af te ronden. Voilà, het staat er in al zijn kuishuid op papier. We plegen geen zelfmoord, we ronden af.’ De openingszinnen van het boek ‘De dood heeft mij een aanzoek gedaan’ lijken onontkoombaar om het verhaal te kunnen vertellen.

Hemmerechts heeft een dagboek bijgehouden, een essayistisch dagboek, van 9 oktober tot en met 8 juli, in negen maanden, vol fragmenten over haar leven, haar mannen Steve, Herman en Bart, haar vader Karel, dochter en haar twee zoontjes, het tweetal dat ze begin tachtiger jaren een voor een moest afstaan aan de wiegedood. In het boek ‘Taal zonder mij’ beschreef ze haar gemis van haar man Herman de Coninck na zijn dood, in ‘Sprookje’ het gemis van haar zoontjes. In het laatste boek keren zij allemaal terug, ditmaal met de euthanasie als thema.

“Het was in feite uit zelfcensuur dat ik keer op keer begon aan het project, maar steeds heb weggelegd. Mijn doodsverlangen is natuurlijk geen makkelijk onderwerp, het was iets dat ik lange tijd voor mezelf heb gehouden. Op een gegeven moment liet het zich niet meer verdringen.”

In het boek meandert Hemmerechts tussen de thema’s dood, leven en liefde, zoals ook in de onderkop staat. Stellige uitspraken vallen ook moeilijk te maken als het gaat om euthanasie -en zeker wanneer Hemmerechts schrijft, want geen conclusie zonder dat het onderwerp met onder meer herinneringen, voorvallen, en krantenberichten uit binnen- en buitenland aan alle kanten tegen het licht is gehouden. “Ik hoop met dit boek dat mensen over dit onderwerp nadenken. Men zegt mij dat het op die manier tot denken dwingt.”

‘Omgekeerde vroedvrouw’

Artsen blijken niet de eerst aangewezen personen te zijn om je leven te helpen beëindigen, zo ontdekte Hemmerechts tijdens het schrijven. “Ze geven zelf aan dat ze er niet zijn om het leven te doen stoppen, maar om het te verlengen. Je kunt kiezen voor zelfeuthanasie. Boudewijn Chabot heeft in het boek ‘Uitweg’  manieren beschreven om dat te doen. Hij wil die kennis verspreiden. Er is nu in feite een onderscheid tussen een medische en een niet-medische klasse. Ik sprak artsen die tegen me zeiden: ‘Als het zover is, dan ken ik wel mensen die mij wel willen helpen’, maar dat geldt niet voor iedereen. Dat is niet eerlijk.”

Zelfeuthanasie vindt Hemmerechts persoonlijk geen ideale oplossing. “Het lijkt me niet makkelijk. Bij inname van pillen moet je bijvoorbeeld rekening houden met je lichaamsgewicht, je bloeddruk, je hartslag. Als je lid wordt van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde, dan kun je ook informatie krijgen om zelf je leven te beëindigen en naar Mexico gaan om een middel te halen, maar wat als je poging mislukt? Als je verlamd raakt of blind? Vandaar mijn voorkeur voor de ‘omgekeerde vroedvrouw’. Het is een prima benaming.”

‘Bij onze entree op aarde worden we door een vroedvrouw begeleid, maar niemand neemt die rol op zich wanneer we de drempel naar de dood overschrijden. Nochtans hebben we ook dan een gids nodig. Mensen die het onvermijdelijke aanvaarden, sterven vredig en sereen.’

Wat Hemmerechts betreft zouden mensen na hun 75e zelf mogen beslissen of ze er uit kunnen stappen of niet, zonder allerlei discussies over de definitie van ‘ondraaglijk lijden’. Iemand spreekt alles heel goed met je door, en geeft vervolgens een spuitje om je in slaap te brengen en dan het tweede verlossende spuitje om je hart te doen stoppen. Het idee dat je zacht kan wegglijden, zonder gruwelijkheden als opknoping of springen van een flat, zou velen al rust geven. Euthanasie ziet Hemmerechts als een recht, een zelfbeschikkingsrecht van de mens, maar ze ziet dat artsen de touwtjes in handen willen houden. “Ik kan me voorstellen dat een arts gewoon zegt: ‘Ik wens geen spuitje te geven.’ Fair enough! Maar vaak kiezen ze voor palliatieve sedatie waarbij de doses morfine zo hoog worden dat de patiënt overlijdt. Wat is dan nog het verschil?”

Tegenargumenten

Hemmerechts ziet een aantal ‘sterke tegenargumenten’ in deze discussie. “Er is een verschil tussen een depressie waarbij iemand met medicijnen of therapie geholpen kan worden en een persoon die zegt: ‘Voilà, ik ben klaar. Ik wil mijn leven afronden’. Je moet voorkomen dat je een depressief iemand zelfmoord induwt. Een ander sterk tegenargument is dat je mensen euthanasie kan opdringen, dat tegen oudere mensen wordt gezegd: ‘Zou het niet tijd worden voor jou om ermee te stoppen?’ en dat er zo een morele drang ontstaat. En een derde tegenargument is: er zijn mensen die aangeven dat een dement bestaan een kwaliteitsvol bestaan kan zijn. Ik vind ook wel dat je met dit soort dingen niet over een nacht ijs moet gaan. Het grootste probleem vind ik het eerste argument: hoe maak je onderscheid tussen gewoonweg depressie en het verlangen om ermee op te houden? Ik vind het ontzettend moeilijk om daar op een goede manier mee om te gaan.”

“Ik vind dat uit het boek in ieder geval een oproep spreekt om zorg te plegen voor het leven dat er is. Als je bijvoorbeeld mensen in verzorgingstehuizen ziet wegkwijnen, dan heb je misschien een rein geweten omdat je ze niet doodt, maar ze worden wel volgestopt met kalmeringsmiddelen en antidepressiva. Ik weet niet of dat menswaardig is.”

Traditie

Ook na publicatie van het boek houdt Hemmerechts zich intensief met het onderwerp bezig. Zo weet zij te vertellen dat de beweging ‘Uit Vrije Wil’ inmiddels 120.000 steunbetuigingen binnen heeft gekregen om het burgerinitiatief ‘Voltooid Leven’ op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen. Bij 40.000 moet de Kamer er al over vergaderen. Anders dan in België kan in Nederland dementerenden en minderjarigen nu al onder een aantal voorwaarden euthanasie worden verleend.

“Mensen vragen mij of het zinvol zou zijn hetzelfde initiatief in België te nemen. Ik denk dat zo’n oproep tactisch onverstandig is, omdat ze als provocatie zou worden beschouwd. De euthanasiewetgeving is net ingevoerd op het moment dat de christen-democraten niet aan de macht waren. Ik ben bang dat zo’n discussie in het huidig parlement tot een verslechtering van de euthanasiewetgeving zal leiden. Dementerenden en kinderen hebben op dit ogenblik in België geen recht op euthanasie. IJveren voor een uitbreiding van de wet zodat ook zij in aanmerking kunnen komen is een eerste prioriteit. Nederland was veel eerder met het homohuwelijk, de euthanasiewet, de abortuswetgeving. We zijn een traditioneel katholiek land. Dergelijke wetgeving is nog atypisch voor België.”

Sterfelijkheid

Wanneer zou Hemmerechts er zelf uit willen stappen?  “Je zou zeggen: als ik 75 jaar ben, als je er vanuit gaat dat er niks verandert, in mijn gezondheid bijvoorbeeld.” Stel, de deur van de huiskamer zwaait nu open en daar komt de omgekeerde vroedvrouw binnen. Gaat zij akkoord? “Ja, maar, ik vind het heel moeilijk: ik zou dan eerst een aantal dingen met de bank willen regelen, en praten met mijn dochter, en met mijn man. Ik denk wel dat de verleiding groot zal zijn. Ik denk ook dat ik dan heel zenuwachtig ben. Aan de andere kant: ik moest een keer  geopereerd worden en maakte grapjes met de arts. Middenin een zin gleed ik weg. Je merkt er niks van.”

Haar verantwoordelijkheden voor anderen houdt Hemmerechts nog bij het leven. “Er zal wel een moment komen dat ik zeg: ‘Ik weet het wel, jullie zullen me missen, maar jullie redden het ook zonder mij.’ Na je 75e hoef je niet veel meer te verwachten. Vaak is het zo dat rond je tachtigste je gezondheid fataal begint af te takelen. Op een gegeven moment mag je ook wel van alle verantwoordelijkheden ontslagen worden.”

Begin jaren tachtig verloor Hemmerechts haar zoontjes. Een voorstelbaar moment voor een moeder om haar eigen leven te beëindigen. “Ik ben er op mijn 28e niet uitgestapt vanwege mijn dochter, en omdat ik te laf was voor zelfmoord. Mensen zeggen dat zo’n poging een laffe daad is, maar dat is helemaal niet zo. Er is juist ontzettend veel moed voor nodig. Er zou een service moeten zijn. Dat je kon aanvinken dat je als ouder ook meteen begraven kon worden.”

Stel, die service werd aangeboden, wat zou ze dan hebben gemist? “Ik zou Herman niet hebben meegemaakt, Bart niet, Zuid-Afrika niet, en al die andere landen niet. Ik zou ook nog nauwelijks iets hebben geschreven… Stel je voor! Het is niet zo dat die jaren waardeloos waren. Ze waren rijk en boeiend, maar wat je niet hebt meegemaakt, zou je niet hebben gemist. In al die jaren is er ook een verdriet dat je meesleept.”

Hemmerechts citeert in haar boek een blogbericht van Frank Albers, waarin hij beschrijft hoe hij vanuit zijn zolderkamer kijkt naar het verjaardagsfeestje van zijn dochter.

‘Zestien word je niet met je ouders, zestien word je met je vrienden.

Dat was altijd al zo.

Maar ik zie het nu van de andere kant.

Gisteren zag ik een meisje van anderhalf.

Dat is zij ook geweest, ooit, nooit, er zijn foto’s, er zijn verhalen, anekdotes, ‘ but the body doesn’t remember’. Het is zoals pijn. Je weet dat ze er is geweest, dat je ze hebt gehad, maar je kunt ze niet meer oproepen. Ik kan het niet meer navoelen, dat kleine kind, de nabijheid, de vanzelfsprekende liefde. Dat is het grootste verschil tussen vroeger en het barre nu. Vroeger kon het met liefde alleen. Nu heeft de liefde hulp nodig. Van het verstand. Van het geduld. Van de wetenschap: dit gaat voorbij.’

“Ik had een andere titel voor het boek moeten kiezen”, peinst Hemmerechts. “Eigenlijk gaat het boek meer over sterfelijkheid dan over de dood. Ik denk aan een andere regel van Herman de Coninck: ‘Daar moet je vandaag voor zorgen, voor sterfelijkheid’.”

—-

omslagdoodKristien Hemmerechts, ‘De dood heeft mij een aanzoek gedaan, Over dood, leven en liefde’, Uitgeverij De Geus, 318p., ISBN: 978-90-445-1568-8. Prijs: 19,90 euro. Zie ook www.kristienhemmerechts.nl