‘Buiten onszelf kunnen we geen hoger doel vinden’

Verhalenbundel Thijs de Boer: ‘Vogels die vlees eten’

Door Peter le Nobel

De vrijheid om regels te bepalen. Bouwkunde paste daar niet bij... Foto: Peter le Nobel
De vrijheid om regels te bepalen. Bouwkunde paste daar niet bij... Foto: Peter le Nobel

Amsterdam – Het debuut ‘Vogels die vlees eten’ van Thijs de Boer (1981) is nog maar halverwege april verschenen en nu al bejubeld in bladen als het Parool en Vrij Nederland. Tussen de twee en drie jaar heeft de schrijver elk woord kritisch gewogen. Zijn bundel legt nu gewicht in de schaal van de Nederlandse letteren en geeft een prachtig tijdsbeeld van het zielenleven van zijn generatie.

In 2007 kreeg Thijs de Boer al een eerste publicatie in de literaire tijdschriften De Tweede Ronde en Hollands Maandblad. “Ik ging pas schrijven tijdens mijn studie. Op de middelbare school had ik heel veel televisie gekeken en op een gegeven moment ging ik films kijken. Het viel me op dat de beste films gebaseerd waren op boeken. Ik kwam erachter dat in korte verhalen de vrijheid heel groot is. Bij een roman moet je heel veel beloften inlossen, zaken begrijpelijk maken. Bij een kort verhaal hoef je alleen een fragment te laten zien en kun je veel meer overlaten aan de fantasie van de lezer.”

Een plezier dat ook schrijver David Veldman heeft ervaren. Het is makkelijker om een aantal zaken door de lezer als gegeven te laten beschouwen, je mag de lezer veel meer in het midden van het verhaal laten vallen.

Controle

Even lijkt het erop dat De Boer zich tegenspreekt, want in meerdere interviews maakt hij juist duidelijk controle over zijn verhalen te willen hebben. Dat kenmerkt zich al door zijn manier van schrijven. Hij zal net zolang aan zinnen ‘frunniken’ tot elk woord precies in de context van het verhaal past. Uiteindelijk heeft hij twee tot drie jaar aan zijn verhalenbundel gewerkt. “Maar: ik moest ook mijn stijl zien te vinden.”

“De vrijheid van het verhaal is groot om alles te doen wat je wilt, omdat je weet dat je alles kan opschrijven zonder dat je er later per se iets mee moet.  Je kunt doen wat je wil en in dat opzicht heb je totale controle. Je hebt zoveel vrijheid, er zijn geen regels van buitenaf. Jij kunt de regels bepalen.”

Het is een genot dat De Boer eerder heeft ervaren toen hij samen met kunstenares Jikke van Loon een kunstwerk ter nagedachtenis aan de Noorse slachtoffers van de tsunami ontwierp. Hij studeerde in Delft Bouwkunde, “maar het proces van ontwerpen was naar verhouding korter dan het nalopen van de regels, zoals de bouwvoorschriften.” Samen met Van Loon werd hij in 2006 uit honderden inzendingen gekozen om het ontwerp verder uit te werken. Het was ook het einde van zijn studie Bouwkunde.

Duister

De vrijheid heeft De Boer gretig genomen. Het resultaat: een verhalenbundel waarin ook de duistere kant van de mens vrij spel lijkt te hebben. De mens is niet alleen mooi, de mens is niet alleen slecht, de mens is de mens, met parfum op de snuit en poep in de darmen. Gezaghebbende bladen als Het Parool en Vrij Nederland zijn lovend over zijn verhalen, maar niet iedere lezer blijkt zijn verhalen te kunnen trekken. Zo schrijft ene Dettie op leestafel.nl: ‘Een verhalenbundel met verhalen die ik persoonlijk erg akelig vond. Sommige heb ik diagonaal gelezen omdat ik ze te bizar vond.’

Duizendwoorden.nl betoogt daarentegen: ‘Onbewust snapt de lezer die absurditeit, want we hebben allemaal toch wel eens rare gedachten? Alleen De Boer beschrijft ze en doet dat uitermate kundig. Hij is eerlijk en de lezer moet die eerlijkheid leren wegen en waarderen. Het besef komt al snel dat De Boer niet over een individu schrijft, maar juist over ons allemaal.’

Absurdisme

Het interessante is: het leven zelf is nog veel gekker, absurder, en trekt zich niets aan van de meningen van diegenen die net dat moment van leven hebben. De Boer beschrijft in het verhaal Ketamine hoe twee broers steeds vragen stellen aan hun opgebaarde moeder. Iedere keer als het koelsysteem afslaat, schudt ze nee. De vragen worden steeds meliger: ‘Mam, vond je het fijn om seks te hebben met papa?’

“Het voorval is gebaseerd op wat mijn moeder overkwam toen mijn oma in haar huis opgebaard lag. Mijn moeder ruimde alles op en als deel van het verwerkingsproces sprak ze soms hardop tegen mijn oma. Het koelsysteem sloeg een keer af en toen schudde ze echt nee.” Het zijn die absurde voorvallen die De Boer in zijn hoofd opslaat. “Al die kleine dingen verzamel ik tot ik in een verhaal precies de goede plek voor hen vindt.” De Boer begint met losse zinnen, niet noodzakelijk de allereerste zinnen, en bouwt daar het verhaal omheen. Daarbij geldt een belangrijke voorwaarde: “Alles moet je eerlijk opschrijven, ook al is het absurd, maar dan behoud je juist je geloofwaardigheid.”

En De Boer vindt research belangrijk. “In het verhaal ‘Loopdrang’ beschrijf ik dat de gangen in een bepaald bejaardentehuis rondlopen.” … omdat sommige van die bejaarden de oncontroleerbare drang hadden om te lopen. (…) De gangen lopen rond omdat geen van de verplegers de hele tijd aan het einde van de gang wilde staan om uit te leggen aan al die oude mensen dat dit het einde is. “Je moet wel controleren of die gangen echt zo zijn gebouwd. Ik vind het ook respectvol naar de lezer toe als je dat nagaat.”

‘Zelfontplooiing of zo’

Thijs de Boer begon pas met schrijven na de middelbare school, ondanks de opgelegde boekenlijst Nederlands. “Ik had toen niet zoveel met Nederlandse literatuur; de thematiek sprak me niet aan. Misschien komt het ook wel omdat de schrijvers die ik las wat ouder waren en zich met andere dingen bezig hielden. De Nederlandse literatuur is ook minder expliciet, kan soms heel braaf zijn. We zijn niet opgegroeid met de oorlog, religie bestaat voor ons niet echt meer. Wij hebben alles. Wat is dan nog het doel? De zelfontplooiing of zo. In onze generatie hebben wij de luxe om aan onszelf te werken. Buiten onszelf kunnen we geen hoger doel vinden. Misschien dat de crisis daar weer voor zorgt. Het doelloze, het gevoel niet nodig te zijn. Dat is wat ons bezighoudt, en dat is een thema dat ik terugzie in de Amerikaanse literatuur. Dat zie je bijvoorbeeld bij Douglas Coupland, bekend van zijn boek ‘Generation X’, maar die ik leerde kennen via ‘Hey Nostradamus’. Kijk je naar het verhaal ‘Schoon’, dan zie je een jongen die heel erg zoekende is, naar zijn identiteit, naar het wezen van liefde, en zich er tegelijkertijd van bewust is dat dit alles voor hem onvindbaar is. Het klopt dat er in de verhalen veel pillen en drank voorkomen. Gebruik van drugs is een heel eenvoudige manier om anders te worden dan wie je bent. Bijna al mijn personages hebben problemen met wie ze zijn, en proberen te ontsnappen.”

In het verhaal ‘Requiem’ schrijft een jongeman, in zijn dagelijks leven vakkenvuller, eindeloze versies op van zijn grafrede over zijn vader. Die stuurt hij ook allemaal naar zijn ouwe heer op. ‘Een week later kreeg ik de envelop thuisgestuurd. Ik maak hem open en op een bovenste grafrede zit een Post-it met daarop geschreven: ‘Deze vind ik het beste. Succes, Papa’. Het leven is draaglijk als het aandoenlijk is.

—-

omslagthijsdeboerThijs de Boer, ‘Vogels die vlees eten’, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, ISBN: 9 789046 807149. Prijs: 16,90 euro. Zie ook www.thijsdeboer.com