
Utrecht – Ali Şerik werd in 1962 geboren in Turkije. Hij was zeven jaar toen hij voor het eerst in Nederland kwam wonen. Voor de Amersfoortse Courant schreef Ali Şerik een aantal jaren een column. Zijn eerste gedichten waren in het Turks, die werden gepubliceerd in Turkstalige tijdschriften in Nederland en Turkije. Uitgeverij Broy in Istanbul heeft drie gedichtenbundels van zijn hand uitgegeven. Nederlandstalige gedichten van Ali Şerik zijn opgenomen in verzamelbundels van Taalpodium Utrecht / Zeist. Doorbloeiend Heimwee is zijn laatste Nederlandstalige bundel.–
Er schuilt een vrouw
Er schuilt nog een vrouw in mijn vrouw
deze lakt elke avond haar teennagels
danst in mijn zee met al haar vreugde
kruipt tegen mij aan als ik het even niet weet
kijkt naar het leven vanuit een druif tussen de tanden van een filosoof
Mijn vrouw waakt als een beschermengel
ze doet elke nacht, als ik slaap, mijn leven in een groot kleed
legt er een knoop in, bergt het goed op, zodat iemand erbij kan
als ik de volgende ochtend wakker word
heeft zij al mijn leven alweer op zijn plaats teruggezet
De andere vrouw die in mijn vrouw schuilt, drinkt wijn
zoekt haar vriendinnen op om over de laatste affaires te kletsen
zingt oude liederen, geheimzinnig op de tong
levert haar politieke commentaar over bezuinigingen
ruikt naar rozen, warmte die rond de haard hangt
Mijn vrouw daarentegen, worstelt elke morgen met de gedachte
wat moet er in de broodtrommels, zal het regenen
ze draagt de kinderen langzaam naar hun volwassenheid
zoekt onder de bedden naar hun geheimen
maakt zich zorgen over het huishoudgeld
Ik weet niet welke vrouw de tuin bijhoudt
mijn gedichten leest als ik er niet ben
ik hou van deze beide vrouwen
maar nu ik dit zo opschrijf, vraag ik mij af
welke vrouw het meest van mij houdt
Er schuilt een vrouw
–
Er schuilt nog een vrouw in mijn vrouw
deze lakt elke avond haar teennagels
danst in mijn zee met al haar vreugde
kruipt tegen mij aan als ik het even niet weet
kijkt naar het leven vanuit een druif tussen de tanden van een filosoof
–
Mijn vrouw waakt als een beschermengel
ze doet elke nacht, als ik slaap, mijn leven in een groot kleed
legt er een knoop in, bergt het goed op, zodat iemand erbij kan
als ik de volgende ochtend wakker word
heeft zij al mijn leven alweer op zijn plaats teruggezet
–
De andere vrouw die in mijn vrouw schuilt, drinkt wijn
zoekt haar vriendinnen op om over de laatste affaires te kletsen
zingt oude liederen, geheimzinnig op de tong
levert haar politieke commentaar over bezuinigingen
ruikt naar rozen, warmte die rond de haard hangt
–
Mijn vrouw daarentegen, worstelt elke morgen met de gedachte
wat moet er in de broodtrommels, zal het regenen
ze draagt de kinderen langzaam naar hun volwassenheid
zoekt onder de bedden naar hun geheimen
maakt zich zorgen over het huishoudgeld
–
Ik weet niet welke vrouw de tuin bijhoudt
mijn gedichten leest als ik er niet ben
ik hou van deze beide vrouwen
maar nu ik dit zo opschrijf, vraag ik mij af
welke vrouw het meest van mij houdt
–
–
– Ali Şerik
