Den Haag – A.F.Th. van der Heijden (1951) is schrijver van een omvangrijk oeuvre aan wie menig prijs is toegekend, waaronder twee oeuvreprijzen: de Constantijn Huygens-prijs (2011) en de P.C. Hooft-prijs (2013). Advocaat van de hanen (1990), Het leven uit een dag (1988) en de requiem-roman voor zijn zoon Tonio (2011) zijn enkele van zijn bekendste werken. Onlangs werd een flink deel van zijn archief ondergebracht bij het Literatuurmuseum in Den Haag. “Een monumentale aanwinst,” zegt museumdirecteur Valérie Drost.
Samen met zijn vrouw Mirjam Rotenstreich verhuisde A.F.Th. van der Heijden een jaar geleden van een groot woonhuis in Amsterdam Oud-Zuid naar een appartement in Buitenveldert. Hij schrijft hier elke dag en is bezig met het redigeren, samenvoegen en voltooien van diverse fictieprojecten waaraan hij de afgelopen twintig jaar was begonnen. Dat is het levende deel van zijn archief, dat is meeverhuisd.
Een groot deel van Van der Heijdens archief betreft echter een afgesloten periode, en daarvoor heeft het Literatuurmuseum de ruimte: brieven, dagboeken en vele manuscripten in verschillende versies. Een deel daarvan heeft een omweg gemaakt via Stichting De Tandeloze Tijd, een groep liefhebbers en verzamelaars die zich al tijden bezighoudt met zijn oeuvre en die voor digitalisering heeft zorggedragen.
Interview op de website
Van der Heijden heeft niet elke map vooraf bekeken, zo vernam Thomas Heerma van Voss toen hij de schrijver uitgebreid sprak. In het interview dat vanaf nu is te lezen op de website van het Literatuurmuseum zegt Van der Heijden: ‘Daar kan ik kort over zijn. Die gedachten waren niet vastomlijnd. En ik heb het zelf een beetje laten gebeuren.’
Embargo
De manuscripten zijn prachtig onderzoeksmateriaal voor wie wil zien hoe Van der Heijden werkt. Potentiële biografen die nieuwsgierig zijn naar de brieven en dagboeken moeten zich nog niet rijk rekenen. “Omtrent een eventuele biograaf heb ik uitsluitend negatieve fantasieën. Elke gedachte aan een biografie herleid ik tot misplaatste ijdelheid”, zo vertelt de schrijver in het interview. Mede daarom heeft hij heldere afspraken gemaakt met het Literatuurmuseum. “Er rust een embargo op de brieven en dagboeken, dat alleen door mij opgeheven kan worden.”
In de loop der jaren correspondeerde hij met onder anderen Kees ’t Hart, Margriet de Moor, Oek de Jong, Hella S. Haasse, Cees Nooteboom, Joost Zwagerman, zijn onlangs overleden broer Frans van der Heijden en andere familie.

