Een mooi verhaal – met koninklijke abstracten
Utrecht – Het is troostend dat het leven niet zo ingewikkeld hoeft te zijn, terwijl je toch onder de indruk raakt van de kleinschalige vergezichten die een mens nu eenmaal meemaakt. Het lijkt de boodschap te zijn van Jan Glas in zijn bundel ‘Een mooi verhaal’, maar wie hem die eer geeft, doet hem te kort. De dichter heeft lak aan de boodschap.
Door Peter le Nobel
Immers, als plagende uitsmijter van de bundel, staat te lezen:
Tot ziens, Logica. Ik treiter je later wel weer verder.
Voor nu is dit een willekeurig oponthoud.
In de pauze die in de schemering ontstaat
gaat op de hoge schoorsteenpijp de merel zingen.
Hij vertelt wat hij verzonnen heeft. Geen touw aan
vast te knopen. Het is het betere verhaal.
De Lucebert op de vierkante millimeter. Het is een persoonlijke associatie. Waar hij als ziener groot, groter, grootst meandert als een broodkruimel van het universum, schept Jan Glas zijn eigen microkosmos en is zijn visie juist daardoor minstens zo fantastisch als de hele Melkweg. Glas kiest voor klein, kleiner, kleinst, waarbij hij met alledaagse dingen en gedachten het grote juist beschrijft.
Een overleden moeder die in verschoten nachtjapon zijn balkon opklimt, de tien teleurstellingen van de jeugd waarin het concept ‘man’ opnieuw moet worden uitgevonden… Glas vertelt gewoon een mooi verhaal. Als openingscitaat haalt hij dan ook de muzikant Lou Rawls aan die uitlegt dat hij in de nachtclub altijd een verhaaltje vertelt, opdat het publiek aandachtig naar zijn liedje zou luisteren.
Glas wisselt zijn ogenschijnlijk lichtvoetige gedichten af met de plechtstatige ‘Abstracten’, vanaf VII. Waarom vanaf 7? Daarom! En daarin maakt hij het grote juist weer kleiner. Zo beschrijft hij hoe hij de avond en de nacht verwelkomt. De avond drinkt nog een kopje koffie, maar ‘de nacht gaat op de bank, blieft enkel drank en binget series tot ie dubbel ziet.’ Ondertussen probeert de dichter de lieve vrede wat te bewaren.
Ondernemer
Waar andere dichters hun Modus Operandi op plechtstatige wijze beschrijven, vraagt Glas zich in ‘Ondernemer’ af of die ene opgedoekte meubelzaak niet iets zou zijn voor een eigen onderneming. ‘Dagelijks geopend van tien tot zes. Op zondag en tijdens feestdagen gesloten. Niemand die je achter de broek zit. Zelf baas.’
Toch nog een God tot in het diepst van zijn gedachten.
Korte dichtverhaaltjes
Naar poëtische stijl zijn vooral zijn korte verhaaltjes interessant, waarvan de zinnen wel degelijk buigen naar de wetten van het rijm en het metrum. Het is een feest om te lezen hoe de dichter proza en poëzie heeft gecombineerd, wederom door alles klein te houden, in een origineel universum.
De bundel van Jan Glas is aangenaam ontregelend, waarin hij de kernfusies in het heelal verkleint tot plagerige speldenprikjes in een menselijk bestaan.
Een mooi verhaal, gedichten, Jan Glas. Uitgeverij Kleine Uil. 54 p. Prijs: 20 euro. Zie kleineuil.nl


Ja, goed de essenties van zijn stijl als dichter weergegeven
Veel schrijvers zijn uniek, maar Jan Glas is het meest uniekst