De vrijdag volgens Hanneke Verbeek

bovenzicht
vanuit het zuiden vlieg ik naar huis
blik gestoten aan keiharde bergen
vermoeid van wit glitterend licht
op muren, akkers en zee
het hoofd in verzet naar boven gericht
we ontstijgen de aarde op eenzame vleugels
hoger nog dan waar de arend kan gaan
we duiken door dikdonzen dekken
het rijk van de zon in, de plaats
waar geen schaduw blijft staan
ijskristallen bespringen het raampje
tussen mij en de wereld die me ontschoot
ontijd vangt aan
bijt zich vast in elke seconde
dan komt de daling, contact met de aarde
als vlak voor ontwaken bij heldere dag,
onder me zeeland, een droombeeld
in heldere scherpte van land dat geen land is
daar liggen de platen van zeeklei, van zand
binnendijks, buitendijks vlak voor de kust
het is eb en de zee is zo blauw, gele stranden in rust
witte randen van branding als schuim op vers bier
nauwelijks verheven het kwetsbare duin
elke meter bevochten op de wil van het water
haar vertrouwde vormen een menselijk besluit
zonder adem, omfloerst kijk ik toe
wie ik ben, waar ik hoor en alles haast hemel
boven zich verwerend verdrinkende grond
liefs van Hanneke
Hanneke Verbeek. Foto Geerten van Gelder
Hanneke Verbeek. Foto Geerten van Gelder

Utrecht – Hanneke Verbeek uit De Bilt is bestuurslid van Taalpodium, het grootste gezelschap van dichters en schrijvers in Midden-Nederland. En zij is dichter. Elke vrijdag is er een gedicht van haar hand op nationaleboekenblog.nl

bovenzicht
vanuit het zuiden vlieg ik naar huis
blik gestoten aan keiharde bergen
vermoeid van wit glitterend licht
op muren, akkers en zee
het hoofd in verzet naar boven gericht
we ontstijgen de aarde op eenzame vleugels
hoger nog dan waar de arend kan gaan
we duiken door dikdonzen dekken
het rijk van de zon in, de plaats
waar geen schaduw blijft staan
ijskristallen bespringen het raampje
tussen mij en de wereld die me ontschoot
ontijd vangt aan
bijt zich vast in elke seconde
dan komt de daling, contact met de aarde
als vlak voor ontwaken bij heldere dag,
onder me zeeland, een droombeeld
in heldere scherpte van land dat geen land is
daar liggen de platen van zeeklei, van zand
binnendijks, buitendijks vlak voor de kust
het is eb en de zee is zo blauw, gele stranden in rust
witte randen van branding als schuim op vers bier
nauwelijks verheven het kwetsbare duin
elke meter bevochten op de wil van het water
haar vertrouwde vormen een menselijk besluit
zonder adem, omfloerst kijk ik toe
wie ik ben, waar ik hoor en alles haast hemel
boven zich verwerend verdrinkende grond
– Hanneke Verbeek