De vrijdag volgens Ali Şerik

Ali Şerik. Foto Hans Erkelens
Ali Şerik. Foto Hans Erkelens

Utrecht – Ali Şerik werd in 1962 geboren in Turkije. Hij was zeven jaar toen hij voor het eerst in Nederland kwam wonen. Voor de Amersfoortse Courant schreef Ali Şerik een aantal jaren een column. Zijn eerste gedichten waren in het Turks, die werden gepubliceerd in Turkstalige tijdschriften in Nederland en Turkije. Uitgeverij Broy in Istanbul heeft drie gedichtenbundels van zijn hand uitgegeven. Nederlandstalige gedichten van Ali Şerik zijn opgenomen in verzamelbundels van Taalpodium Utrecht / Zeist. Doorbloeiend Heimwee is zijn laatste Nederlandstalige bundel.

De blauwe planeet
De blauwe planeet leeft in verschillende gedaantes
de ene keer springt zij weg als een krekel
een andere keer hapt zij lucht als een orka
loop naar haar prooi in de sporen van een schorpioen
vliegt als een uil uit de nacht
In haar ademtocht de zoete geur van nectar
Zij weet hoe de paardenbloem beweegt in de bries
roept met haar aantrekkingkracht hemellichamen
Voelt de gletsjers langzaam van de bergen stromen
droomt in haar wouden, zwemt in haar zeeën
zo teder als vrouwen in elkaars armen liggen
Wast zich met de sneeuw die op de daken ligt
eet van de zon, drinkt de dauw
droomt van de kosmos in haar kern
Zij beeft bij elke bom die op een stad valt
even diep huil ik om de dood van mijn ouders
Na een bosbrand keert zij terug met leven
als vuur en water stroomt de tijd over haar halsband
Zij speelt met de maan, meisjes die touwtje springen
Zij heeft haar pinguïns, haar luiaards, haar termieten lief
haar cactussen, haar akkerdistels, haar engelwortels lief
haar bessen, haar valse christusdoorn, haar bodemschatten
De blauwe planeet heeft jou lief, heeft mij lief
heeft de ruzie van de buren lief
zelf het gevloek van jouw
Hoeveel kijkers zijn er die haar lief hebben vraag ik mij af
afgezien van de paar mooie woorden die we allemaal
uit onze strot krijgenDe blauwe planeet
De blauwe planeet
De blauwe planeet leeft in verschillende gedaantes
de ene keer springt zij weg als een krekel
een andere keer hapt zij lucht als een orka
loop naar haar prooi in de sporen van een schorpioen
vliegt als een uil uit de nacht
In haar ademtocht de zoete geur van nectar
Zij weet hoe de paardenbloem beweegt in de bries
roept met haar aantrekkingkracht hemellichamen
Voelt de gletsjers langzaam van de bergen stromen
droomt in haar wouden, zwemt in haar zeeën
zo teder als vrouwen in elkaars armen liggen
Wast zich met de sneeuw die op de daken ligt
eet van de zon, drinkt de dauw
droomt van de kosmos in haar kern
Zij beeft bij elke bom die op een stad valt
even diep huil ik om de dood van mijn ouders
Na een bosbrand keert zij terug met leven
als vuur en water stroomt de tijd over haar halsband
Zij speelt met de maan, meisjes die touwtje springen
Zij heeft haar pinguïns, haar luiaards, haar termieten lief
haar cactussen, haar akkerdistels, haar engelwortels lief
haar bessen, haar valse christusdoorn, haar bodemschatten
De blauwe planeet heeft jou lief, heeft mij lief
heeft de ruzie van de buren lief
zelfs het gevloek van jou
Hoeveel kijkers zijn er die haar lief hebben vraag ik mij af
afgezien van de paar mooie woorden die we allemaal
uit onze strot krijgen
– Ali Şerik