De Vier van Vrijdag: Marlies Souren

Marlies Souren. “Ik kan mezelf in heel veel opzichten niet laten vallen.” Foto: Peter le Nobel

Ik ben iemand die van taal houd, ik herinner mij heel goed dat de klank van taal, de beweging van woorden etc. mij al heel vroeg interesseerden. Ook op de boerderij van mijn ouders (een cultuurarme omgeving, zonder boeken etc.) keek ik de woorden van de dierenarts en andere bezoekers echt uit hun mond. In 1980 publiceerde ik mijn eerste dichtbundel : “Iglo”. Afgelopen jaar 2018, bracht ik mijn tiende bundel uit. Mezelf uitdrukken via taal is een tweede natuur voor mij. Ik schreef columns en kunstrecensies, verhalen en gedichten. Het vloeit soms als vanzelf uit mijn pen en mijn computer. Niet dat het allemaal even goed is, maar het gebeurt vanuit een innerlijke noodzaak.

In Harnas

En met niets anders dan angst
het dek beklimmen. Moe.
Gewapend tot de tanden, je tong,
Ook je tong is lam. Je moderne maliën-
kolder verbergt wanhoop en spijt.
In de gevoerde binnenzak, zit
het briefje; Laat me niet alleen!
Je vreest dat er geen plaats meer zal zijn,
op de boot, de platbodem van de nacht.

Je wilt wel leven
Maar je weet niet hoe
Je wilt wel eens dood
Maar weet niet wanneer.
Na de hitte vol zweet, het
vruchteloos vechten, hoopvol minnen,
uitgeput wachten
heb je aan slijk en slik, schor
en spuug totale lak. Als de avond
valt, schuurt je harnas onder je
smaakvolle pak, het schrijnt
als je zit op een terras. Je voelt
overal angst, die je bestrijdt
zo goed en zo kwaad als het gaat.
Zo lang het nog kan.

– Marlies Souren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *