‘De Peperbus en de doodswens die zij aanwakkert’

Zwolle_Peperbus_Brand_1815[1]

Door Nelle Boer

Gedachten aan de liefde heeft Bert niet zozeer, daar gaat men zich alleen maar raar van gedragen. Dat soort onzin doet mensen nutteloze cadeaus kopen , prullaria vaak en hongerdiëten volgen, lichamen tot onpersoonlijke beeldhouwwerken trainen en het ondergoed onder andermans dekbed laten uitslapen om het er niet weer in terug te vinden.

Ooit, eeuwen geleden brandde de bolle, koperen hoed van de Peperbus nog eens goed, er zijn fijne pentekeningen van gemaakt die tot op de dag van vandaag gereproduceerd worden en waarvan er een op de wand van de woonkamer van Bert mag prijken.
Als Bert een kussend paartje treft wendt hij zijn hoofd af, dan kijkt hij liever naar de etalageruiten en naar hoe zijn lelijke kop daar op weerkaatst, als een soort gemeen prutswerk van een wrede maker dat ook nog eens op de nek van een nietszeggend lichaam moet staan. Wandelen doet Bert niet,  Bert sjokt.

Bert is er al van kinds af aan van overtuigd geweest dat een felle brand mooier is dan geen.
Als hij vanuit zijn slaapkamerraam omhoog de lucht in kijkt, ziet hij dat gerenoveerde hoofddeksel van de Peperbus enkele tientallen meters in de lucht verwijderd. Bert wenst dan van tijd tot tijd dat het geheel ooit allesverwoestend op zijn eigen hoofd zal vallen, overigens ook op de hoofden om hem heen, hij denkt niet alleen maar aan zichzelf.
Of de wens platgedrukt te worden door stenen brokken, raar is of niet, er door omringd te worden zodat zij de lucht uit de longen persen, ze bestaat in Bert.

De liefde van je moeder is niet dezelfde als die van een eventuele vriendin, dat weet Bert ook wel, maar het moet in ieder geval minstens even mooi zijn.
De onderbuurvrouw hangt haar slipjes te drogen op de overloop. Daar is Bert in eerste instantie niet van gediend en in tweede instantie wel, zoals het een echte heer betaamt. Altijd heeft Bert er al zijn gezicht in willen drukken en nooit heeft hij aan die behoefte gevolg gegeven.

Als er bijna geen tijd meer over is nu ieder moment die Peperbusbrokstukken op hem kunnen neerdalen, heeft het ook geen zin om prangende zaken uit te stellen. Bert snuift die onderbuurvrouwgeuren ineens met trillende neusvleugels op, hoort een deurklink neerslaan en maakt zich snel uit de voeten.

Er ontstaan wel scheuren in de roodbruine bakstenen die de Peperbus moeten dragen, maar die worden altijd tijdig gedicht. Daar kan Bert zich weleens aan ergeren. Waarom worden de dingen die Bert wil nooit werkelijkheid en waarom gebeurt datgene waar hij bang voor is juist wel?
Het gevaarlijkste wapen dat Bert in huis heeft is zijn geest. Het is doorspekt met wensen die gevoed worden door de indrukwekkende gestalte van de Peperbus. Wellicht kan bewondering voor een object te ver gaan, Bert is zich er niet van bewust, hij wil alleen maar plat worden en wat hulp daarbij.

Zoals Bert zijn kop heen en weer schudt bij het zien van zoenende geliefden, zo wapperen ook de katoenen schaamlappen van de onderbuurvrouw aan de wasrekdraden.
Bert heeft het samensmelten met een vrouw maar eenmaal en lang geleden gekend, maar er in de tussentijd natuurlijk wel veel naar gekeken op allerlei vunzige plaatjes in obscene blaadjes en naar de liederlijke filmpjes die het internet rijk is.
Neem je zwaard ter hand en prik ergens venijnig in Bert, het is de hoogste tijd.
Soms staat Bert zijn blik van de prent aan zijn woonkamerwand naar de werkelijke Peperbus te wenden en vraagt zich dan af hoe lang het nog zal duren.
Bert kent sommige van zijn onderburen wel, maar zij hebben nooit eens iets nieuws te vertellen, dralen wat rond in het trappenhuis en vergeten telkens weer zijn naam. Als hij ze vraagt hoe het met hen is kijken ze schuchter weg en mompelen dan iets onverstaanbaars. Rommelen wat in de lege postvakken en werpen een soort van groet in zijn richting bij het naar boven wentelen.
Als het aan Bert had gelegen was het wat hem betrof een vrouw. De laatste is al weer zo ongelooflijk lang geleden dat het bijna een vreemde, terugkerende droom lijkt, alsof het  een reeks van vunzige plaatjes in een obsceen blaadje of het soort filmpje dat het internet rijk mag zijn is. Iets waar Bert zich van kan bedienen tijdens de eigenliefde, zijn die herinneringen dan alleen daar maar voor bedoeld?
Wanneer Bert de door de instorting opgeworpen Peperbusstofwolken inslikt en het de longen klappen doet, hoeft er ook niets dat veranderen moet nog veranderd te worden, zou dat niet heerlijk zijn?

Toentertijd, ten tijde van de prent, fikte de Peperbus in ieder geval nog. Iets spannends om met zijn allen op af te gaan, teveel te drinken en gestolen sigaretten te roken in de schaduw van de vuurwalmen die aan de wangen en op de bierflesmonden zouden plakken.

Maar die beelden, het is allemaal maar gefantaseer, Bert wil liever nu dan in gedachten de rokende, door de lucht slingerende bakstenen tegen zijn schedel voelen slaan. Getroffen worden door puin afkomstig van de Peperbus, zodat het zijn gruwel van een hoofd verklaarbaar lelijk maken kan.

Biografie C.C. Boer
C.C. Boer
C. C. Boer is geboren op 14 maart 1982 in Zwolle, Overijssel.
In 2006 studeerde C. C. Boer af aan ArtEZ, Academie voor Beeldende Kunsten te Zwolle als Autonoom Beeldend Kunstenaar. Sindsdien werkt hij als professioneel kunstenaar en heeft een bijbaan als thuiszorgmedewerker.
De gedichten die C. C Boer rond zijn zestiende schreef bleken voor hem op een gegeven moment korte verhalen te zijn die veel breder uitgewerkt konden worden, hij breidde gedichten uit tot korte verhalen, korte verhalen tot langere verhalen en uiteindelijk ontstond een boek, dat op dit moment in een ver stadium van uitgave is.
Voorliefde voor taal heeft C. C. Boer al sinds hij zich kan herinneren en het schrijven van welgeformuleerde zinnen doet hem altijd goed.

Biografie Nelle Boer

Nelle Boer
Nelle Boer

Nelle Boer is geboren op 14 maart 1982 in Zwolle, Overijssel.

In 2006 studeerde Nelle Boer af aan ArtEZ, Academie voor Beeldende Kunsten te Zwolle als Autonoom Beeldend Kunstenaar. Sindsdien werkt hij als professioneel kunstenaar en heeft een bijbaan als thuiszorgmedewerker.
De gedichten die Nelle Boer rond zijn zestiende schreef bleken voor hem op een gegeven moment korte verhalen te zijn die veel breder uitgewerkt konden worden, hij breidde gedichten uit tot korte verhalen, korte verhalen tot langere verhalen en uiteindelijk ontstond een boek, dat op dit moment in een ver stadium van uitgave is.
Voorliefde voor taal heeft Nelle Boer al sinds hij zich kan herinneren en het schrijven van welgeformuleerde zinnen doet hem altijd goed.

Nelle Boer is de nieuwe vaste schrijver van de nationaleboekenblog.nl Dit is zijn tweede bijdrage. Zie ook het verhaal: ‘Het wil maar niet gezellig worden’.

4 Replies to “‘De Peperbus en de doodswens die zij aanwakkert’”

  1. een heel erg goed stuk, word er meteen door opgeslokt, meegesleept, met hier en daar een zin als een perfecte parel.

    Je hoeft geen groot literatuurkenner te zijn; geen maatbepalende criticus, om het onmiskenbare talent te herkennen. Eindelijk is Nederland weer een schrijver rijker.

    meer van van C.C.Boer, o, alstublieft! als dàt ons eens gegeven mocht worden… :)

  2. Beste CC Boer,

    Stukje hield mij tot het eind vast, mooi absurd met een mooie climax op het eind. Verbeterpunt zou kunnen zijn, minder bijvoegelijke naamwoorden hierdoor wordt de tekst spannender en puntiger en komt het naar mijn idee harder aan.

    Groet Henk,

Comments are closed.