Rel rond stadsdichtersschap

 

Baban is woedend dat de stadsdichter na de eerste dichter alweer wordt afgeschaft. Foto: Peter le Nobel
Baban is woedend dat de stadsdichter na de eerste dichter alweer wordt afgeschaft. Foto: Peter le Nobel

Utrecht – Dichter Baban is razend dat de gemeente Utrecht de stadsdichter wil afschaffen. Eerder liet het stadsbestuur weten dat zij liever het dichtersgilde wil ondersteunen, dat nu al in informele vorm bestaat en aangevoerd wordt door stadsdichter Ingmar Heytze.


Een dichtersgilde kan alle taken van een Stadsdichter vervullen, maar geeft veel meer dichters de kans om zich te presenteren, zo vindt de gemeente.

Baban is teleurgesteld omdat hij zich voor de periode 2011-2013 kandidaat wilde stellen als opvolger van Heytze. “De huidige stadsdichter van Utrecht, Ingmar Heytze, heeft in het verleden meerdere malen aan Baban kenbaar gemaakt dat er voor hem geen plaats is in de Utrechtse literaire wereld”, stelt Baban. “Ook het door Heytze opgerichte dichterscollectief met enkel Nederlandse dichters, het Utrechts Dichtersgilde, heeft tot nu toe geweigerd om mij op te nemen als lid van het gilde.”
 

‘Vriendjespolitiek’

Baban voorzag vriendjespolitiek bij het verkiezen van een nieuwe stadsdichter in 2011 en benaderde diverse politieke partijen om hun steun te verkrijgen. “De afgelopen maanden heb ik gesproken met vele politici in Utrecht, de wethouder van Cultuur, de burgemeester, diverse raadsleden. Iedereen was het met mij eens dat er in de stad meer aandacht en ruimte moet zijn voor kunstenaars van niet-Nederlandse afkomst.”

Baban stelt dat SLAU gekozen heeft voor een andere constructie: het Utrechts Dichtersgilde wordt de komende jaren gesteund door de gemeente. Baban: “Het afschaffen van het stadsdichterschap is wederom een slimme zet van SLAU om te voorkomen dat Utrecht een ‘ander geluid’ te horen krijgt. Ik zou zo graag de Utrechters op grote schaal kennis laten maken met de rijke cultuur van het Oosten, of zoals Kader Abdollah het vorig jaar formuleerde: ‘Met mijn gedichten Nederland nog mooier maken.’ Ik ben kwaad dat deze weg voor mij is afgesneden, maar ik ga deze kwaadheid positief gebruiken. Ik ga met dubbele energie door met het schrijven van gedichten en verhalen en blijf overal waar men mij wél uitnodigt met veel plezier optreden.”

Heytze

Ingmar Heytze is om een reactie gevraagd.  Hij stelt dat hij nooit aan Baban kenbaar heeft gemaakt dat er geen plaats voor hem zou zijn in de literaire wereld. “Niet één keer, niet meerdere keren.  Baban liegt hier dat hij barst.”

Heytze geeft morgen via het AD Utrechts Nieuwsblad een uitgebreid commentaar op de beschuldigingen. Eerder gaf hij aan in die krant: “Meer dichters – ‘gezellen’- moeten lid kunnen worden. Het gilde moet een soort Kunstliefde voor dichters worden.”

Toetreden

Baban is nog om een nadere toelichting gevraagd. Heeft Heytze volmondig ‘nee’ gezegd toen Baban zich wilde aansluiten? “Nee, je verhaal wordt aangehoord, maar vervolgens gebeurt er niks, terwijl ik ook gepubliceerd heb bij erkende uitgeverijen. Ik heb geen persoonlijke problemen met Ingmar, maar op die manier is het een doodlopende weg voor andere culturen. Of je hoort dat je gedichten niet aanspreken. Ja, als je uit een andere cultuur komt, dan kan het niet altijd over onderwerpen gaan die je in Nederland gewend bent. Als er geen dichters zijn als ik, dan zijn ze er niet, maar ik besta wel. En niet alleen voor mij, maar ook voor anderen uit deze stad wil ik de weg openen. Je kunt niet zomaar anderen uit een andere stad uitnodigen. Er is genoeg talent hier.  Ik wil geen ruzie, maar een oplossing.”

8 Replies to “Rel rond stadsdichtersschap”

  1. Beste collega dichters ,

    Als een dichter had ik de droom om stadsdichter te worden van Utrecht. Dit is nu niet meer mogelijk. Ik was teleurgesteld en boos en daardoor heb ik impulsief een persbericht verstuurd. Het spijt me als ik jullie hiermee pijn heb gedaan. Dit is zeker niet mijn bedoeling. Ik wil juist deel uitmaken van deze poëziestad.
    Samen met andere dichters de stad verrijken. Ik las in het AD artikel dat een professioneel dichter met 2 bundels op zijn naam zich kan aansluiten bij het Utrechts dichtersgilde. Inmiddels heb ik twee bundels en deze kans spreekt mij dan ook zeker aan!
    Toen ik vluchtte uit Irak, wist ik niet dat Nederlands mijn nieuwe taal zou worden. Ik heb de taal eigen gemaakt en ben blij dat ik nu in mijn nieuwe taal mijn gedichten met mensen kan delen. Ik wil geen conflict, maar een dialoog.
    Ik hoop dat mijn boodschap een brug slaat naar jullie en wij met zijn allen een positieve energie laten stromen in het lichaam van Utrecht. Utrecht een stad voor alle kleuren!
    Het allerbeste,
    Baban

  2. Hallo Ingmar,

    Pfoeh! Ik krijg een veel completer en genuanceerder beeld na jouw betoog.. Dank je wel voor al die moeite. Leiden is niet zo vergelijkbaar met Utrecht. leiden is kleiner, balanceerde een aantal jaren financieel op het randje van de afgrond (gaat nu weer prima) en heeft een cultuurpolitiek waarbij het meeste geld in prestigieuze projecten gaat zitten. Het is altijd vechten voor kleine podia en ook voor de dichtkunst. Neemt niet weg dat geld niet de enige factor is. Inderdaad hebben we dankzij de Stichting Tegenbeeld een fantastische bundel binnen en buiten de grachten.
    Dat is nog het mooiste wat er is. Ik vind dat we een prachtige binnenstad hebben die iedere dag weer een bron van inspiratie is. Ook al heb ik soms geen cent op zak, wanneer ik door deze rijk gevulde bibliotheek loop voel ik me intens gelukkig. daar kan geen succes of erkenning tegen op. Daar heb ik me nooit mee bezig gehouden en ik heb dan ook geen bundel bij een uitgever op mijn naam. Maakt me niet uit en ik ga er niet om vragen. Poezie zitv in je hart, niet in een gepubliceerde bundel, hoewel het veel prakticsh voordeel geeft.
    Ik kan me nog goed herinneren dat ik eind jaren tachtig eens optrad in Utrecht en jij er was met de garagedichters. Nog weinig bereikt, maar het plezier spatte er van af. Dat gevoel heb ik nu vaak nog steeds. Het punt wat ik hier mee wil maken sluit volledig aan bij wat je zie over het Gilde. Mensen zien het als een springplank, willen succes, erkenning.
    Voor mij betekent dat niets. Net zo veel als het winnen van een slam. Poezie is voor mij het lezen van het leven en dat laten neerslaan in gedichten. Poezie is gelukkig zijn met het antwoord op een brief zoals jij die schreef. We zullen het nog eens hebben over de poezie in onze steden en Gilden. Uitwisseling is altijd goed, zeker als mensen gewoon willen praten.

    Dank je wel,

    alle goeds,

    Martin

  3. Beste Martin,

    Met grote dank en waardering voor je uitgebreide reactie vind ik ‘discussie’ hier een wat ruime benaming. We hebben het over één dichter die boos is dat zijn droom over het stadsdichterschap in duigen viel, en nu het Utrechts Dichtersgilde binnenkort een gemeentelijke samenwerking aangaat, tot de groep dichters behoort die zich daar desgewenst bij kunnen aansluiten. Dat heeft overigens niets te maken met zijn ‘persbericht’, waar zoals gezegd leugens en ongefundeerde verdachtmakingen aan mijn adres en dat van de Stichting Literaire Activiteiten Utrecht staan. Het is eenvoudigweg een van de subsidievoorwaarden voor een gemeentelijk dichtersgilde in Utrecht, en het geldt voor alle dichters in deze stad. Als Baban aan die voorwaarde voldoet zijn we verplicht hem als lid op te nemen, los van mijn persoonlijke gedachten over deze zaak.

    Het Utrechts Dichtersgilde gaat de taken overnemen die de huidige stadsdichter ook vervult; o.a. gedichten schrijven en voordragen in opdracht van de gemeente, en op alle mogelijke manieren de band tussen stad en dichters verstevigen. Ik ben bijna klaar met mijn termijn als eerste (en voorlopig laatste) stadsdichter van Utrecht, en ik kan je vertellen dat het voor één persoon erg veel werk is als je het goed wilt doen. Door het gilde, dat zoals Jolies opmerkt inderdaad ongeveer een jaar een dag bestaat, zijn dingen gerealiseerd die ik in mijn eentje nooit voor elkaar had gekregen. Ik noem een compleet Utrechtse avond met twaalf dichters in het monumentale pesthuis Vredenburg Leeuwenbergh, ons wekelijks het poëtisch spreekuur in de bibliotheek waar Baban trouwens ook wel eens langs is geweest, de samenwerking met diverse culturele organisaties resulterend in opdrachtgedichten en bibliofiele edities en het oprichten van De Schone Zakdoekreeks, waarin jaarlijks een Utrechtse dichter een bundel kan uitbrengen, met het debuut van Peter Knipmeijer (2010) als eerste deel en het debuut van Bernhard Christiansen (2011) als volgende. Met andere woorden; we zetten ons al vanaf dag één in voor aanstormend talent, dat gelukkig zeer ruim voorradig is in de stad.

    Het Utrechts Dichtersgilde bestond bij oprichting uit de zittende stadsdichter en vier dichters. Ik zal ze even voorstellen: Chrétien Breukers, die tot nu toe vijf dichtbundels publiceerde, tevens directeur van uitgeverij en poëzieforum De Contrabas. Ellen Deckwitz, nationaal slamkampioene 2009, die begin volgend jaar debuteert bij Nijgh & Van Ditmar. Alexis de Roode, tevens actief als literair organisator en presentator bij o.a. SLAU en Het Poëziecircus, die na twee succesvolle bundels bij Uitgeverij Podium momenten vannacht de derde presenteert. Ruben van Gogh, die naast dichter van vier bundels bij Uitgeverij Prometeus en bloemlezer van de geruchtmakende bloemlezing Sprong naar de sterren tevens librettist is van opera’s en musicals.

    Ik heb deze dichters uitgezocht omdat ze het kleinst mogelijke gezelschap vormen dat expertise bezit in bijna alle terreinen binnen de poëzie: publiceren middels oude en nieuwe media, optreden, festivals organiseren en presenteren. Het is vanaf het begin de bedoeling geweest om er voor alle dichters van Utrecht te zijn, maar dat is iets anders dan meteen iedereen als lid opnemen. Dan zit je, in mijn optiek, al snel te vergaderen met een paar dozijn dichters die allemaal iets anders willen en een organisatie die geen enkele daadkracht meer bezit – en dat juist in een tijd dat ik wilde aantonen dat de transitie van stadsdichterschap naar een gilde een verstandig idee zou zijn. Ik was in eerste instantie niet op zoek naar een klein gezelschap omdat ik zo graag de lakens wil uitdelen, maar omdat ik zeker weet dat er anders weinig van de grond komt. Ook het gilde nieuwe stijl zal een zekere rolverdeling kennen om dit te voorkomen.

    Wat betreft de positie van talent dat (nog) niet aan de voorwaarden voldoet om toe te treden tot het gilde; ik ben er fel tegen dat dichters elkaar de maat gaan nemen voor wat betreft de literaire kwaliteit van hun werk. Het objectieve criterium van twee bundels bij een uitgever brengt een formele scheiding aan die soms wellicht ongelukkig uit zal pakken, maar het voorkomt wel oeverloze ballotageproblemen. Bovendien kan het gilde unaniem besluiten om een dichter te vragen die niet aan die criteria voldoet, dus als er een dichter opstaat die iedereen overtuigt van zijn of haar talent, is de weg niet per definitie versperd. Daar komt bij dat ik niet zou weten waarom er niet incidenteel zou kunnen worden samengewerkt met dichters die niet bij het gilde zitten, bijvoorbeeld omdat ze er best bij zouden kunnen, maar helemaal geen zin hebben om lid te worden – en die dichters zijn er ongetwijfeld ook. Het is geen verplicht nummer. Wie er de lol van inziet en aan de voorwaarden voldoet: kom erbij. Wie denkt: bekijk het maar met je clubje – even goede vrienden.

    Een ander punt dat ik graag even wil maken, is dat me stoor aan het idee dat leeft bij sommige dichters, namelijk dat het stadsdichterschap of het gildendichterschap een soort carrièrestap is voor aanstormende dichters. Het is een manier om andere dichters te ontmoeten, een netwerk op te bouwen, te leren van elkaar, wellicht samen nieuwe projecten te beginnen. Je gaat er echt geen betere of slechtere gedichten van schrijven, je haalt er geen vette opdrachten mee binnen, je wordt er geen gram niet gewichtiger van. Het stadsdichterschap was in mijn ogen geen carrièrestap, maar een erebaan die je moet verdienen met een succesvolle loopbaan en een klinkende sollicitatiebrief waarin je uitlegt wat je plannen zijn – en in ruil voor die eer moet je je stinkende best gaan doen voor het poëzieklimaat in je stad. De vijf zittende gildeleden hadden hun talent daarvoor al ruim bewezen voordat ik ze erbij vroeg. Van de komende leden verwacht ik niets minder. We gaan er iets prachtigs van maken.

    Overigens, en dit geheel terzijde, geef ik in Utrecht vaak Leiden als voorbeeld als het gaat om poëzie smaakvol in de openbare ruimte te brengen, want wat hangen er een hoop mooie gedichten op de muren bij jullie! Ik hoor graag eens dat daar in zijn werk gaat.

  4. Een discussie als deze is volgens mij van levensbelang. Het is heel mooi dat Utrecht zoveel literaire activiteiten aan zich weet te binden. Tegelijkertijd komt er het gevaar van een monopolisering bij kijken. Dat zal wellicht geen bewuste strategie zijn, eerder een situatie die ontstaat, maar de gerieflijkheid ervan laat zich moeilijk doorbreken. Volgens mij is het zaak de emoties van de realiteit te scheiden.

    Het is heel verleidelijk om met een Gilde te werken waarin een vaste groep dichters actief is. Toch is dat ook voor deze groep niet handig. Nieuw talent toelaten en er voor open staan is absolute noodzaak om te groeien en elkaar te stimuleren. Utrecht is er groot genoeg voor.

    In Leiden kennen we al jaren een Gilde. Geheel op eigen kracht en met zeer beperkte middelen proberen we de dichtkusnt levendig voor het voetlicht te brengen. Eerlijk gezegd benijd ik jullie luxe positie. Aan de andere kant denk ik dat het goed is in ieder geval stil te staan bij de problematiek die door Jolies en Baban geschetst wordt. Dat goed in kaart te brengen.

    Ik weet ik heb makkelijk praten, ik kan niet leven van de poezie. Maar ik leef er wel voor. werk me vaak een slag in de rondte om mee te werken aan evenementen in Leiden waar poezie een rol speelt.
    Liefde voor poezie betekent ook liefde voor de poezie van anderen. Dat verrijkt je leven,en je poezie. In Leieden willen we een offensief inzetten om jongere dichters op de kaart te zetten. Opkomend talent als Ẅrite Now winnar Frido Welker. Ik zou hem niet willen tegenhouden, n anderen ook niet. Hoe meer goede dichters, hoe beter het is voor de poezie, en ook voor mij!

    Ik wens jullie veel wijsheid en succes in Utrecht, vanuit een collegiale en meelevende blik!

  5. Deze week stond in de krant dat het stadsdichterschap van Utrecht door de gemeente wordt geschrapt. Dat leverde een aantal telefoontjes op van journalisten die hoopten op een verbitterd betoog van een geschrapte stadsdichter. Ik moest ze teleurstellen. Het stadsdichterschap wordt geschrapt omdat het Utrechts Dichtersgilde de plaats van de stadsdichter gaat innemen, en dat voorstel is mede van mij afkomstig.

    Het nadeel van een stadsdichter is dat hij in zijn eentje opereert. In een kleinere stad maakt dat niet zoveel uit, in Utrecht is het pure kapitaalvernietiging. Vergis u niet; Utrecht op dit moment zo’n beetje poëziehoofdstad van Nederland. Met de Nacht en het Huis van de Poëzie en het NK Poetry Slam hebben we drie van de grootste en beste poëziefestivals van het Nederlandse taalgebied. In Utrecht wonen en werken zoveel landelijk bekende dichters, met een grote achterban van aanstormend talent, dat één stadsdichter per twee jaar de lading niet dekt. Bovendien: gemeentelijke stadsdichters vind je overal in Nederland. Utrecht heeft lef en tekent voor een unieke samenwerking met een heel dichtersgilde.

    Tot mijn verbazing blijkt niet elke dichter even gelukkig met deze ontwikkeling. Baban, een genaturaliseerde Koerdische dichter die in Utrecht is neergestreken, schreef deze week een persbericht, waarin onder meer staat dat ik hem ‘in het verleden meerdere malen kenbaar heb gemaakt dat er voor hem geen plaats is in de Utrechtse literaire wereld. Ook het door Heytze opgerichte dichterscollectief met enkel Nederlandse dichters (…) heeft tot nu toe geweigerd om Baban op te nemen als lid.’

    Vraag me niet wat ik Baban heb misdaan; ik weet het niet. In elk geval heb ik hem, of wie dan ook, nooit ‘kenbaar gemaakt’ dat er geen plaats voor hem is in de Utrechtse literaire wereld. Ik zou niet weten waarom. Ik zou niet eens weten hóe. In het Utrechts dichtersgilde werk ik tot nu toe samen met vier dichters die ik zelf heb uitgekozen, zoals je ook een bandje zou kunnen oprichten. Hoe het met Baban zit weet ik niet, maar als ik elk literair clubje waar ik nooit voor ben gevraagd een boos persbericht wilde sturen, kwam ik niet meer aan gedichten schrijven toe.

    Nu het Utrechts Dichtersgilde de officiële stadsdichter vervangt, mag elke Utrechtse dichter die minstens twee bundels op zijn naam heeft staan, zich aansluiten. Baban dus ook. Maar voordat hij zich aanmeldt maak ik hem graag dit kenbaar: mijn gilde schrijft graag goede gedichten, geen valse persberichten.

    (column in de rubriek ‘3512’ uit het AD Utrechts Nieuwsblad van 29-10-2010).

  6. .. een stadsdichter is iets wat de stad “heeft”. Een gilde, met alle respect, echt met alle respect die ik in mij heb is een belangenorganisatie van personen met hetzelfde beroep.
    Zoals een stad een burgemeester heeft als gezicht van de stad zou het ook een stadsdichter horen te hebben wat mij betreft. Naast dat ik het gilde ook gaaf vind, voor de stad, en ik zeker vind dat het gesteund dient te worden is het wat mij betreft geen of of situatie.

  7. Jolies, niet getreurd, als het geld op is kunnen jullie binnenkort een gooi doen naar de functie van gehuchtendichter, UWVdichter of schooldichter. Baban voert met Abdelkader de allochtonendichters aan. Mooiere eer kan ik niet bedenken.

  8. Ik was verbijsterd toen ik gisteren las dat het stadsdichterschap afgeschaft wordt. Het Utrechts Dichters-gilde is sinds jaar en dag een club van vaste dichters. Dit heeft alleen zin als een roulerend lidmaatschap mogelijk wordt gemaakt. Anders kan ik maar beter gaan lobbyen in Lutjebroek; heb ik nog meer kans om stadsdichter te worden.

Comments are closed.