Politie en rivaliteit rond Houellebecq

De Parijse kant van City2Cities

Door Peter le Nobel
Utrecht – Het komt niet vaak voor dat een literair evenement aan het begin van de avond omgeven is door twee politiewagens en extra beveiliging, maar het geeft de tweede avond van City2Cities wel extra allure: Michel Houellebecq is te gast. En, vermoedelijk uit veiligheidsoverwegingen, signeert hij niet. In zijn laatste roman ‘Soumission, onderwerping’ beschrijft hij hoe Frankrijk in 2022 verandert in een islamitisch land.
Een roman die in januari is uitgekomen, precies in de periode van de aanslagen op Charlie Hebdo en de joodse supermarkt in Parijs. “Geen tijd van nationale eenwording”, merkt de schrijver op.
De ‘enfant terrible’ van de Franse literatuur zegt droogjes: “Net als in George Orwell’s 1984 heb ik de tijd wat meer naar voren gehaald. Dat is een soort contract met de lezer. Zij weten ook dat het zo snel niet kan. Maar op die manier kan ik ze wel angst aanjagen.”
Als hem wordt gevraagd naar de stand van zaken in de Franse literatuur, dan valt hem twee stromingen op: de traditie van Flaubert en van Balzac. “Flaubert vond dat woorden binnen een bepaalde afstand niet mochten worden herhaald. De corrector wilde dan ook veel van mijn herhalingen schrappen, terwijl mijn verhaal daardoor juist aan kracht zou inboeten. Flaubert heeft weinig geschreven en Balzac veel meer. In stijl is de laatste minder streng.”
Afzetten
Michel Clerc zet zich af tegenover Houellebecq. In zijn boek ‘Paris, Musée du XXIe siècle, Parijs, het museum van de 21e eeuw’ beschrijft hij uitgebreid het tiende arrondissement van Parijs. Het is geen roman, geen essay, maar een beschrijving, een ‘nieuwe vorm waar Houellebecq meer bezig is zich te profileren als merk, maar ondertussen de oude romanstijl uit de negentiende eeuw kopieert.’ Ook in Frankrijk dus soms vileine rivaliteit tussen schrijvers onderling…
Van de prostituees, de zwervers, de winkeltjes van allochtone ondernemers, de Amerikaanse winkelketens in dit gebied rond de Rue du Strasbourg maakt hij een caleidoscopisch beeld, waardoor de levendigheid in dit dichtstbevolkte deel van Parijs mooi naar voren komt.
Michelle Houellebecq. Foto's: Peter le Nobel
Michel Houellebecq. Foto's: Peter le Nobel
Door Peter le Nobel
Utrecht – Het komt niet vaak voor dat een literair evenement aan het begin van de avond omgeven is door twee politiewagens en extra beveiliging, maar het geeft de tweede avond van City2Cities wel extra allure: Michel Houellebecq is te gast. En, vermoedelijk uit veiligheidsoverwegingen, signeert hij niet. In zijn laatste roman ‘Soumission, onderwerping’ beschrijft hij hoe Frankrijk in 2022 verandert in een islamitisch land.
Een roman die in januari is uitgekomen, precies in de periode van de aanslagen op Charlie Hebdo en de joodse supermarkt in Parijs. “Geen tijd van nationale eenwording”, merkt de schrijver op.
De ‘enfant terrible’ van de Franse literatuur zegt droogjes: “Net als in George Orwell’s 1984 heb ik de tijd wat meer naar voren gehaald. Dat is een soort contract met de lezer. Zij weten ook dat het zo snel niet kan. Maar op die manier kan ik ze wel angst aanjagen.”
Als hem wordt gevraagd naar de stand van zaken in de Franse literatuur, dan valt hem twee stromingen op: de traditie van Flaubert en van Balzac. “Flaubert vond dat woorden binnen een bepaalde afstand niet mochten worden herhaald. De corrector wilde dan ook veel van mijn herhalingen schrappen, terwijl mijn verhaal daardoor juist aan kracht zou inboeten. Flaubert heeft weinig geschreven en Balzac veel meer. In stijl is de laatste minder streng.”
Afzetten
Michel Clerc.
Thomas Clerc.

Thomas Clerc zet zich af tegenover Houellebecq. In zijn boek ‘Paris, Musée du XXIe siècle, Parijs, het museum van de 21e eeuw’ beschrijft hij uitgebreid het tiende arrondissement van Parijs. Het is geen roman, geen essay, maar een beschrijving, een ‘nieuwe vorm waar Houellebecq meer bezig is zich te profileren als merk, maar ondertussen de oude romanstijl uit de negentiende eeuw kopieert.’ Ook in Frankrijk dus soms vileine rivaliteit tussen schrijvers onderling…

Van de prostituees, de zwervers, de winkeltjes van allochtone ondernemers, de Amerikaanse winkelketens in dit gebied rond de Rue du Strasbourg maakt hij een caleidoscopisch beeld, waardoor de levendigheid in dit dichtstbevolkte deel van Parijs mooi naar voren komt.
Van Gogh’s Parijse connecties
Ruben van Gogh introduceert zijn nieuwe bundel ‘De Jeumont Heidmann Schakelwals’. Zijn oma komt oorspronkelijk uit Frankrijk, maar overleeed uiteindelijk in Friesland. De jonge Van Gogh ontdekte haar Franse boekenplankje en raakte zo geïnspireerd door Jacques Prévert, van wie hij twee gedichten heeft bewerkt in een eerdere bundel. De schakelwals is geen speciale dans, maar een schakelsysteem uit de jaren zestig waardoor treinen de verschillende netspanningen van landen aankonden. Dit was uitgevonden door zijn overgrootvader, maar er zijn meer connecties met Frankrijk, zoals zoon Jean, broer van Rubens grootmoeder, die sterrenkundige was in Parijs en later betrokken was bij een programma waarbij onderzoek werd gedaan naar buitenaards leven.
Ruben van Gogh en Philip Freriks.
Ruben van Gogh en Philip Freriks.

Voor dit boekje schreef hij twee gedichten voor zijn andere held, Guy Debord, die in 1976 in zijn boek De ‘Spektakel- maatschappij’ schreef. Van Gogh: “Zoals ik het zie zag hij toen al dat de samenleving vooral door beelden wordt gemaakt, zoals we nu kennen van social media.” Debord stond bekend als een strenge ideoloog. ‘Ik denk dat je meer weg hebt van Prévert’, merkt interviewer Philip Freriks op. “Hij had wel veel meer levenslust.” Debord kwam dan ook droevig aan zijn eind. Van Gogh: “Ik geloof dat hij zelfs zelfmoord heeft gepleegd.”

Piaf stáát daar…
Jil Aigrot als Edith Piaf.
Jil Aigrot als Edith Piaf.

En als slotspektakel: Jil Aigrot, die alle zangpartijen van Edith Piaf heeft ingezongen in de film ‘La Vie en Rose’. Er waren al zo’n honderd vergeefse audities gedaan, maar niemand die de karakteristieke stem van Piaf in zich had. Het verhaal van Aigrot is bijzonder, blijkt uit het verhaal van de 88-jarige Ginou Richer, Piafs voormalige assistent en vriendin. ‘Ze stond in de rij bij een signeersessie voor mijn boek over Piaf,’ vertelt Ginou. ‘Ze zei dat ze zelf ook werk van Piaf zong. Ik dacht: je weet nooit, en vroeg haar in de boekhandel waar we waren iets te zingen. Ik stond perplex: dat was de eerste keer in veertig jaar dat ik een stem hoorde die zo op Piaf leek. Als ik mijn ogen dicht deed, stónd Piaf daar.’ (bron: Literatuurhuis, www.city2cities.nl). Er is geen woord teveel gezegd…

Akoestiek
Directeur Michaël Stoker van het Literatuurhuis merkte aan het begin van de avond op dat het oude postkantoor een cultureel hart zou moeten zijn, waar de bibliotheek thuis hoort. Een opmerking waarbij hij op luid applaus mocht rekenen. Het is inderdaad een goede plek, maar in de grote zaal van het gebouw uit 1924 is de akoestiek een probleem. Zowel Houellebecq als Aigrot galmden teveel. Een normaal debat is soms moeilijk te volgen. Nu zijn permanente platen om de akoestiek te verbeteren uitgesloten in zo’n monumentaal pand, maar kunnen tijdens evenementen niet tijdelijke platen uitkomst bieden?
Het zou het enige kritiekpuntje kunnen zijn. Het publiek ging vol lof de avondlucht in, waar de politie al urenlang verdwenen was.
City2Cities schonk dit jaar op vrijdag 15 en zaterdag 16 mei aandacht aan twee steden: het Poolse Krakau en het Franse Parijs. Zaterdag 16 mei stond vooral in het teken van de laatste stad. Vandaar dat deze beschouwing een Frans accent heeft.