P.C. Hooft-prijs 2021 voor poëzie voor Alfred Schaffer

Alfred Schaffer. Foto: Luke Kuisis

Den Haag – Op maandag 14 december 2020 heeft het bestuur van de Stichting P.C. Hooft-prijs voor Letterkunde de P.C. Hooft-prijs 2021 toegekend aan Alfred Schaffer (1973).

Dit gebeurde op voordracht van een jury bestaande uit: Jeroen Dera, Janita Monna (voorzitter), Ester Naomi Perquin, Carl De Strycker en Michael Tedja. Aan deze belangrijkste Nederlandse literatuurprijs voor een oeuvre is een geldbedrag verbonden van 60.000 euro. De prijsuitreiking, die in mei plaatsvindt, wordt georganiseerd door het Literatuurmuseum. Hoe de uitreiking er uiteindelijk zal uitzien, is afhankelijk van de beperkingen die de coronapandemie oplegt.

Jong

Alfred Schaffer (47) behoort tot de dichters aan wie op relatief jonge leeftijd de P.C. Hooft-prijs ten deel is gevallen. Alleen Lucebert (43), Gerard Reve (45) en Rudy Kousbroek (46) waren jonger, Gerrit Kouwenaar en Remco Campert even oud. Schaffer is wel de eerste laureaat die in de 21ste eeuw debuteerde, namelijk met Zijn opkomst in de voorstad (2000).

Werk

Schaffer heeft inmiddels tien bundels gepubliceerd; dit jaar verscheen Wie was ik. Zijn werk werd meermalen bekroond, onder andere met de Awater Poëzieprijs, de Jan Campert-prijs en de Paul Snoek Poëzieprijs. Hij is als lector Nederlands verbonden aan de Stellenbosch University en schrijft poëziekritieken in De Groene Amsterdammer.

Recente laureaten in de categorie poëzie zijn: Nachoem Wijnberg (2018), Anneke Brassinga (2015), Tonnus Oosterhof (2012) en Hans Verhagen (2009). Bekijk een overzicht van eerdere laureaten op www.literatuurmuseum.nl/literatuurprijzen.

‘Precies gekozen momentopnames’

“Schaffers gedichten laten zich in eerste instantie vaak lezen als willekeurige passages uit een oneindige stroom observaties – maar die willekeur is schijn. Zijn poëzie omvat zeer precies gekozen momentopnames, met zinnen die ogen alsof er een scalpel aan te pas is gekomen.”

‘Alfred Schaffer is een dichter die zonder met modes mee te waaien midden in deze tijd staat. Dat uit zich in zijn neus voor moderne communicatievormen, maar vooral ook in de oprechte betrokkenheid met de wereld die uit zijn verzen spreekt. Schaffers poëzie is nooit los te zien van de context van Zuid-Afrika, het land waar hij sinds 1996 – met een onderbreking van enkele jaren – woonachtig is. In zijn gedichten resoneert de verhouding tussen wit en zwart regelmatig, ook vanwege de persoonlijke achtergrond van de dichter, die een Arubaanse moeder heeft.’