Onderzoek Schrijven Online: Schrijfwedstrijd vooral persoonlijke test

Amsterdam – Schrijfwedstrijden zijn belangrijk en worden belangrijk gevonden, vooral om inzicht te krijgen in het niveau van het eigen werk en om de eerste stappen te zetten in de schrijfwereld. Dat is, de belangrijkste conclusie uit een enquête van Schrijven Online en Schrijven Magazine. Genre en thematiek zijn daarbij van groot belang, publicatie vinden deelnemers een faire prijs. En schrijfwedstrijden blijken verrassend populair: maar liefst 70 procent van de schrijvers heeft ooit meegedaan.

Schrijfwedstrijden zijn een belangrijke schakel in het schrijfproces. ‘Meedoen aan een wedstrijd dient meer dan één doel,’ staat in het Handboek voor schrijvers te lezen. ‘Het geeft je een stok achter de deur om je verhaal, column of gedicht af te maken, het leert je om te schrijven voor een lezerspubliek, geeft je inzicht in je schrijfproces en kan je in contact brengen met een uitgever. Over de eer en de prijzen hebben we het dan nog niet eens.’

Om dit te onderzoeken, hield Schrijven Online in februari 2010 een enquête onder de ruim 2700 abonnees van Memo, de maandelijkse nieuwsbrief. Zo’n 630 geënquêteerden deden mee, ruwweg een kwart van de Memo-abonnees. Dit aantal is behoorlijk representatief voor de schrijverspopulatie in en rond Schrijven Online.

Redenen

Waarom doet iemand mee aan een schrijfwedstrijd? Meest voorkomende antwoord: om mij te meten met anderen, en om te kijken hoe goed ik ben (ruim 45 procent). Ook het winnen van een prijs (29 procent) en de stimulans (‘eindelijk mijn tekst afschrijven’: eveneens 29 procent) bleken belangrijke motivaties. Iets minder vaak kwamen voor: om je als schrijver in de kijker te spelen van uitgevers (22 procent) en om je naamsbekendheid te vergroten (15 procent). Het eigen onderzoek (hoe goed ben ik?) blijkt dus van groot belang. In feite kun je daarin ook de suggestie lezen om bij schrijfwedstrijden uitgebreidere motivatie te geven en misschien meer prijswinnaars over verschillende categorieën aan te wijzen. Zelfreflectie is zelfs belangrijker dan het uitgeloofde prijzengeld, of de eventuele naamsbekendheid.

Populaire wedstrijden

Op welke schrijfwedstrijd wordt het vaakst ingeschreven? Naast de winter- en zomerwedstrijden van Schrijven Magazine (10 procent, maar hors concours) kwamen De Brandende Pen (9 procent) uit de bus, gevolgd door de verhalenwedstrijd van De Brakke Hond (7 procent), WriteNow (6 procent) en de Paul Harlandprijs (5,5 procent). Dit lijken lage cijfers, maar het overgrote deel van de ondervraagden (60 procent) zegt te hebben meegedaan aan wedstrijden buiten de tien in de enquête genoemde. Het landschap is dus zeer gevarieerd: iedereen doet aan andere schrijfwedstrijden mee. Aan de wedstrijd Reisverhalen schrijven van de Volkskrant bijvoorbeeld, of aan de verhalenwedstrijd van uitgeverij De Geus. Ook Woordenstroom werd vaak genoemd, evenals ‘1000 woorden’ van de VPRO.

Meerdere keren

Hoe vaak doet men aan zo’n schrijfwedstrijd mee? Een keer per jaar, zegt 30 procent. Nog minder, zegt 23 procent. Twee keer per jaar, is het antwoord van ruim 15 procent. Het meest opvallend zijn de grootverbruikers: 12 procent doet drie keer per jaar aan een wedstrijd mee, en nog eens 12 procent doet zelfs aan vier of meer mee. Zelfs het antwoord ‘tien keer of vaker’ kwam geregeld voor. Schrijfwedstrijden, zo blijkt ook hier, zijn razend populair onder schrijvers.

Hoe komt men aan de informatie over deze schrijfwedstrijden? Via Schrijven Online (55 procent), gevolgd door Schrijven Magazine (22 procent). Daarna volgen vrienden en bekenden (21 procent), oproepen en advertenties in kranten (20 procent), zoekmachines (19 procent) en  nieuwsbrieven (13 procent).

Inschrijfgeld ongewenst

Wat is van belang bij een schrijfwedstrijd? De te winnen prijs (niet echt), de samenstelling van de jury (daar is men ook redelijk neutraal over), de deadline (uiteraard), tijd en plek van de uitreiking (vrijwel niet) of de organisatie (tamelijk neutraal). Nee, wat echt van belang is: het genre en het thema van een wedstrijd. Het thema, de titel of de rode draad blijkt in 83 procent van de gevallen doorslaggevend te zijn. Het genre (poëzie, verhaal, essay, et cetera) kreeg zelfs een score van 88 procent.

Je kunt ook het omgekeerde vragen: om welke reden haakt men meestal af? De meeste schrijvers antwoordden (men kon meerdere aanvinken) dat het onderwerp of het thema in 65 procent van de gevallen de spelbreker is, gevolgd door een te krappe deadline (61 procent) en het feit dat men inschrijfgeld moet betalen (40 procent). Ook een genre waar men geen ervaring in heeft (37 procent) kan roet in het eten gooien. Sommigen waren heel gedecideerd: ‘Als ik mijn werk voor moet dragen, doe ik niet mee’, schreef iemand. En een ander: ‘Nu ik publiceer, doe ik niet meer mee.’

Over dat inschrijfgeld stelde Schrijven Online nog een extra vraag, omdat daarover vaak geklaagd wordt in het forum (‘de salon’) en bij de helpdesk van Schrijven Online. Hoe erg is het om inschrijfgeld te moeten betalen? Erg, zegt 41 procent. Niet erg, zegt 15 procent. Nog eens 37 procent vindt dat het ervan afhangt hoe hoog het geldbedrag is, en wat de reden is.

Winnaars en verliezers

Hebben al deze inspanningen zin? 23 procent blijkt nog nooit genomineerd te zijn, maar 18 procent kwam ooit op een shortlist terecht. En, wint er weleens iemand een prijs? Jazeker. 14 procent heeft al eens een eerste prijs gewonnen in een schrijfwedstrijd. De Kunstbende Taal 2008, of de bibliotheekprijs van Epe. Een schrijfwedstrijd in Esta of de Libelle, de Paul Harlandprijs, de Raadselige Roos of de Gottmer Debutantenwedstrijd: ‘onze’ schrijvers blijken heel wat eremetaal uit de schrijfwereld in huis te hebben. De Provinciale Prijs Oost-Vlaanderen, Write Now, de Literatuurprijs Eindhoven, de Elle Girls Liefdesverhalenwedstrijd: allemaal gewonnen.

De belangrijkste prijs die men daarbij won, was een publicatie (38 procent van de prijswinnaars), gevolgd door een geldprijs (20 procent), boekenbonnen (12 procent) of een kunstwerk (7 procent). Die geldprijzen verschilden behoorlijk. De hoogste was € 2500, de laagste € 12,50 aan boekenbonnen. Bedragen van rond de € 250 bleken het vaakst voor te komen.

Is een publicatie wel een echte prijs, of is het een makkelijke oplossing van tijdschriften en websites? Helemaal niet, zegt 59 procent. Een publicatie is belangrijk. Nog eens 24 procent vindt het ervan afhangen waar je tekst precies terechtkomt, en slechts 9 procent vindt publicatie een beetje een wassen neus.

Eerste stap op weg

Een prijs winnen is vaak niet voldoende. ‘Een van de effecten die het winnen van zo’n wedstrijd kan hebben, is dat het je in contact brengt met een uitgeverij of een andere organisatie die je schrijfcarrière vooruit kan helpen.’

Gebeurt dat ook werkelijk, vroegen we ons af? Ja, zeggen 57 geënquêteerden (8 procent van het geheel). Overtuigd dat schrijfwedstrijden tot nu toe helemaal niet hebben geholpen bij het vergroten van je schrijfkansen, is ook een minderheid: 102 (14 procent). De rest weet het niet. Een van de overtuigde winnaars: ‘Het maakt toch wel indruk. Een soort van certificaat van kwaliteit. In latere publicaties werd het ook vermeld om de verkoop te bevorderen.’ En een ander: ‘Bij het zien van de gewonnen prijzen/ nominaties merk ik dat ik als schrijver serieuzer behandeld word dan wanneer ik als ogenschijnlijke “beginner” om de hoek kom kijken. Met name buitenstaanders hechten (veel) waarde aan de mening van een “officiële” jury.’

Schrijven Magazine / Schrijven Online

Meer over het onderzoek en resultaten is te lezen in het nieuwste nummer van Schrijven Magazine dat op 2 april is verschenen. Schrijven Magazine is het lijfblad van iedereen die schrijft. Van de geïnspireerde hobbyist tot de toekomstige winnaar van de Gouden Strop of AKO Literatuurprijs.

Schrijven Online is een ontmoetingspunt voor en door schrijvers. Schrijven Online biedt antwoorden, advies, naslag en nog veel meer. Met ruim 80.000 bezoekers per maand is Schrijven Online het grootste online platform voor (beginnend) schrijvers: www.schrijvenonline.org