Constantijn Huygens-prijs 2021 voor Peter Verhelst

Peter Verhelst. Foto: Stephan Vanfleteren

Den Haag – De Constantijn Huygens-prijs 2021, een van de vijf Haagse literatuurprijzen is toegekend aan de dichter/schrijver Peter Verhelst (1962), die in 1987 debuteerde met de dichtbundel Obsidiaan, De Constantijn Huygens-prijs, de jaarlijkse prijs voor een literair oeuvre, bedraagt 12.000 euro en wordt op 23 januari 2022 uitgereikt op het festival Winternachten. Het Literatuurmuseum organiseert de toekenning en uitreiking van de Haagse literatuurprijzen.

Al eerder ontving hij de Jan Campert-prijs 2008 (voor de bundel Nieuwe sterrenbeelden) en de F. Bordewijk-prijs 2000 (voor de verhalenbundel Tongkat). Daarnaast ontving hij eerder onder andere de Herman de Coninckprijs en de Gouden Griffel.

De jury bestond uit Erica van Boven, Jeroen Dera, Jeannette Smit, Nisrine Mbarki, Aad Meinderts (voorzitter), Sanne Parlevliet, Jan de Roder, Rashif El Kaoui en Sarah Vankerschaever.

‘Adembenemend oeuvre’

“Het lijdt geen twijfel: Peter Verhelst heeft een adembenemend oeuvre”, schrijft de jury. “Tongkat, Zwerm, Nieuwe sterrenbeelden, Zing zing, deze zomer nog de bundel 2050. Hij is de verdiende laureaat van de Constantijn Huygens-prijs. En toch: de Vlaming, de dichter, de romancier, jeugdauteur, theaterauteur en zelfs performancekunstenaar zou zich bij die prijs misschien wat ongemakkelijk kunnen voelen. We kennen hem als iemand die zich niet graag binnen de omheining van een label of een genre plaatst, zelfs de publicatie van een werk is een horde, want het betekent dat levend taalmateriaal stolt. Inkt op papier. Opgezet weefsel.”

‘Het moet doorbloed’

“Hetzelfde geldt voor zoiets als ‘een oeuvre’. Dat moet volgens Verhelsts poëtica blijven bewegen, blijven herschreven worden, het moet doorbloed. Het is literaire onrust die naar een geheel eigen universum leidt, soms prachtig intuïtief, soms donker, kritisch en pulserend. Op deze manier moet de toekenning van deze Constantijn Huygens-prijs ook gezien worden: niet als een bevestiging van wat is geweest, maar als een bekroning van de volgehouden inspanning van Peter Verhelst om te blijven zoeken naar alles wat zou kunnen zijn.”