C. Buddingh’-prijs 2018 voor Radna Fabias

‘Habitus’ beste Nederlandstalige poëziedebuut van het jaar

Radna Fabias. Foto: Wouter le Duc

Rotterdam  – De C. Buddingh’-prijs 2018 is donderdagvanavond toegekend aan Radna Fabias. De jury riep haar bundel ‘Habitus’ uit tot beste Nederlandstalige poëziedebuut van het jaar.

Met de woorden “Een wonderlijk ongeëvenaard geval, dat de jury vloeibaar maakt, morsend en gehoorzamend aan haar zwaartekracht”, maakte juryvoorzitter Jeroen Dera de winnende bundel bekend tijdens ‘De staat van de poëzie’, een avond over de laatste ontwikkelingen in de Nederlandstalige poézie op het 49e Poetry International Festival.

‘Er gebeurt iets in de Nederlandstalige poëzie’, aldus de jury, wat zeker ook te danken is aan de dichters Dean Bowen, Elisabeth Tonnard en Arno Van Vlierberghe die met hun bundels ‘Bokman’, ‘Voor het ideaal, lees de schaal’ en ‘Vloekschrift’ ook kans maakten op de dertigste editie van de debuutprijs. Naast Jeroen Dera zaten Charlotte Van den Broeck en Antoine de Kom in de jury.

Zindering

Radna Fabias is geboren en getogen op de Nederlandse Antillen en studeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. “ik krijg / vijf trucs om gokkasten te laten betalen / een simpele manier om geld te maken / acht manieren om de man thuis te houden waaronder / vier brouwsels voor een strakkere kut”, schrijft ze in ‘Habitus’.

‘Met overdonderde kracht sleurt ze de lezer mee in een broeierig tussengebied’, schrijft de jury. ‘Een subversieve stem die afkomst, bestemming, lichaam en perspectief te lijf gaat en daarbij zichzelf en de ander niet spaart, Deze poëzie is vlezig, goddelijk vunzig soms – en breekt de Hollandse dichtkunst weergaloos open, rekent af met het veilige vers. ‘Habitus’ zindert.

Beklemming

Het is moeilijk te zeggen wat het meest beklemt in deze bundel: het tropische eiland, het Nederlands waar de ik-figuur naartoe reist, of de categorieën die afkomst en bestemming projecteren op het lyrische ik. Fabias maakt deze beklemming voelbaar en tegelijkertijd gooit ze geijkte opposities als ‘wit’-‘zwart’, ‘man’-‘vrouw’, ‘ik’-‘ander’ open door ingenieus gebruik te maken van een cameramatige, maar uitgesproken lyrische stem die alle perspectieven opentrekt en het niet schuwt om zichzelf en de ander op het spel te zetten.’