‘Alleen voor liefhebbers’ eerste stap voor dichter Martin Wings

Door Thierry Deleu

bloempjeOostduinkerke – De gedichten van Martin Wings in Alleen voor liefhebbers hebben mij bij een eerste (ik geef toe: vluchtige) lezing niet bekoord. Daarom heb ik de bundel een tijd lang onaangeroerd laten liggen. Zaak is wat afstand te creëren, op een ongedwongen, spontane en natuurlijke manier. Om niet te vlug te oordelen. Ik ben bang mij te vergissen, vooral als ik (negatieve) kritiek wil geven. Ik ben nu eenmaal geen emotieloze koele kikker. Ik voel met de dichter mee, maar een goede recensent moet grenzen trekken in de empathie die hij toont.

Is Wings een zondagsdichter? Een zondagsdichter is iemand die af en toe een gedicht schrijft om zijn gevoelens te uiten. Letterlijk is hij een dichter die ’s zondags (in zijn of haar vrije tijd) dicht. Hoewel veel mensen schrijven in hun vrije tijd, is niet iedereen zondagsdichter. Zo gezien, zijn bijna alle dichters zondagsdichters.

Volgens Komrij is een zondagsdichter iemand die zijn eigen kunnen boven alles stelt. Alleen wat hij maakt is van belang, ongeacht wat men ervan vindt.Een zondagsdichter koestert zijn gedichten. Hij zal nauwelijks andere dan zijn eigen poëzie lezen en komt niet onder de indruk van het kunnen van andere dichters. Als onderwerp van zijn gedicht kiest de zondagsdichter vaak het “onstoffelijke” (liefdesverdriet scoort hoog). Er valt weinig te lachen in zijn gedichten. Een zondagsdichter is veeleer trots op zijn hoeveelheid werk, dan op de kwaliteit hiervan. Deze gedachten flitsten door mijn hoofd toen ik Alleen voor liefhebbers de eerste keer ter hand nam. Ik rep mij nu te schrijven dat ik mij vergist heb!

Martin Wings bespeelt verschillende onderwerpen: de vrouw, de warmte (als synoniem voor goed gevoel), de winter van het leven, ontmoetingen. Ik was bijzonder verrast ook mijn jeugdidool aan te treffen, met name Francoise Hardy. Amai, Martin Wings, je hebt haar goed getekend:

als je zingt vormen zich kuiltjes in je wangen

net onder je hoge jukbeenderen

geaccentueerd door je lange haren

ze leiden af van je mooie mond

waarin die heldere stem verstopt zit

helder en zwoel tegelijk

je neusgaatjes zijn twee donkere puntjes

Je kaarsrechte lange benen

Lijken nergens bij elkaar te komen

p. 19

Welke eigenschappen heeft goede poëzie?

Goede poëzie is poëzie die de tand des tijds weerstaat, is poëzie met een eeuwigheidaspect, enerzijds de eeuwig-menselijke waarden en anderzijds het tijdloos-schone. In de praktijk is dit criterium moeilijk te hanteren. Dit is te subjectief, te veelomvattend en te weinig aansprekend. Je hebt er weinig aan, het is theorie. De tijd selecteert, klinkt mooi. Poëzie appreciëren gebeurt echter deels ook intuïtief. Dus is de “eeuwige waarde” van goede poëzie ook subjectief. Een subjectieve objectiviteit.

Persoonlijk appel

Ik houd het liever bij magische aantrekkingskracht, een persoonlijk appel, waardoor een gedicht of een bundel gedichten mij bevalt. Je houdt van het klimaat waarin het gedicht of de bundel gedichten is geschreven of je houdt er niet van.

Een voorbeeld. Ik hou van poëzie die zich niet in haar schoonheid geeft, maar veeleer haar schoonheid verbergt en uit het verborgene ernaar appelleert. Ik hou van poëzie die haar drang naar kritisch evenwicht evoceert, van poëzie die zoekt naar een creatieve doorbraak.

Kortom: het zijn niet de waarden en de schoonheid die buitentijdelijk zijn, maar de creatieve activiteit. Deze scheppende activiteit noem ik het gecreëerde klimaat.

Een geduldige omgang met de poëzie van Martin Wings leert mij dat hij zich (nog) niet volkomen engageert in het creatieve proces en nochtans is dit de enige juiste weg naar goede poëzie. Omdat ik te weinig de verborgenheid ervaar en te vaak de banale stem van de werkelijkheid herken, missen sommige gedichten kwaliteit. Soms hoor ik de stem van de poëet, die met een verschillend timbre een klimaat verdicht waar ik van hou.

hoe lang duurt nog jouw winter?

je zit opgesloten in jezelf

en hebt de sleutel naar je hart

niet aan mij gegeven

p. 13

ik denk nog wel eens aan je

met je engelenkrullen

en je lachje

dat zo veel kon betekenen


we stonden naast elkaar

en toch zo ver af

verbonden door een ander

we wisten beiden, het kan niet

p. 23

Maar het lukt Martin Wings niet altijd en hij weet het. Dit merk je aan zijn inspanningen om zijn gedichten met open geest te schrijven over kleinmenselijke zielenroerselen. Zijn woorden missen soms hun lading. Ik hoor niet altijd stemmen, geen eigen geluid, ik ontwaar nog te veel de fase van het bewerken, pakkende beelden ontbreken.

Inhoud bezit hij, hij speelt met filosofische ideeën en gedachten, hij heeft het over thema’s als liefde, schoonheid, geborgenheid, maar de suggestie ontbreekt alsnog te dikwijls. Dit betekent niet dat hij een kille dichter zou zijn, hij looft de zon, de zee, het mooie meisje.

Zijn poëzie is er nog te veel op gericht de lezer zoveel mogelijk herkenning te bezorgen. Goede poëzie fascineert en ontsnapt soms (meestal) aan ons gangbare denken. Poëzie is meer dan op cruciale ogenblikken in het leven naar een vers reiken om hun onmachtige taal aan te vullen. Ik moet erkennen dat Wings inleving bezit, maar nog te weinig doet met taal.

Als lezer mis je het beeld (de beeldspraak), maar je herkent het gevoel als een veeleer prozaïsche ervaring. Wings kan het goed formuleren, hij maakt er werk van, hij probeert op een opwindende manier met taal om te springen, soms prikkelt hij mijn emotie, maar hij pakt mij nooit beet.

Ik zou hem de raad geven, tijdens het schrijven niet te denken, blijf dicht bij jezelf, er zijn geen grenzen, alles is mogelijk.

Wij zijn gewend om in clichés te lezen. Een verhaal bestaat voor een groot deel uit clichés, uit zinsdelen die je al vaker hebt gezien. Je kunt je hierdoor gemakkelijker in een verhaal verliezen. Bij goede poëzie zijn alle clichés eruit gehaald en daardoor leest het veel moeizamer. Dichten is spelen met taal in de breedste zin van het woord. Je kunt het op een ernstige manier doen, op een vrolijke of ontroerende manier. In een goed gedicht zit een diepere laag. Deze laag mis ik nog te veel.

Akkoord, overal zit poëzie in en je kunt op alle mogelijke manieren met taal spelen. Dit is echter niet genoeg. Wings beheerst de drang om over moeilijke onderwerpen te schrijven. Hij vervalt niet in tragische en dramatische toestanden. Dit is een sterk punt.

De gedichten zelf hebben geen (weinig) strofebouw, en dan nog heel willekeurig. Dit is geen kritiek, maar op deze manier worden veel onvolkomenheden verborgen. Vorm en inhoud zijn beide belangrijk.

Echte dichter

Toch ontwaar ik in Wings een echte dichter. Hij heeft het potentieel aan gevoelens, zoals eenzaamheid, (on)gelukkig zijn, bang, verlegen, beschaamd, verdrietig, trots, ontroerd, verliefd, in paniek, ontgoocheld, woedend, blij, dankbaar, onrustig, jaloers, schuldig, beledigd, veilig, machteloos. Hij beleeft innerlijk (positief of negatief) bepaalde gebeurtenissen, zoals een specifieke externe prikkel uit de omgeving of een interne gebeurtenis, zoals een gedachte of een beeld dat hij in zich oproept.

onbereikbaar en vervreemd ben je

mijn woorden neem je niet op

ik sta verstard naast jou

en kan je niet aanraken

p. 40)

Hoewel in het dagelijks spraakgebruik onder gevoel en emotie vaak hetzelfde wordt verstaan, blijkt uit zijn gedichten dat het zinvol is deze begrippen van elkaar te onderscheiden. Een gevoel is de bewuste reflectie van een emotie. De dichter vertelt over pijn en verdriet, het gaat over hem en de gevoelens waar hij mee vecht, hij zoekt naar een luisterend oor, een soort van praatpaal, om lieve dingen te fluisteren.

Hoe benader je zoiets broos als poëzie zonder het te beschadigen? Ik wil het niet, maar als recensent kruip je in de huid van de kritische lezer.

Poëzie moet worden besproken. Het delen van een gedicht met anderen maakt het tot een belevenis, een oneindig proces. Behoedzaamheid is vereist. Zoals je voorzichtig om een vlinder heenloopt, haar bekijkt van alle kanten, doodstil, één vluchtige beweging kan de betovering verbreken, één aanraking het wonder voorgoed beschadigen. Eén woord te veel (of te weinig) en de interpretatie overschreeuwt het gedicht. Met de juiste belichting die goede poëzie verdient, ontdek je hoe mooi en diep een gedicht kan gaan.

Dit is de juiste instelling.

Wings tekent niet de denkende, maar de voelende mens. Er is een vreemde tegenstelling tussen denken en voelen. Een wereld van verschil, een wereld die onmiskenbaar is. Wings noemt deze wereld het decor. Het gedicht begint met realiteit en verdrinkt in gevoel. Wat daarnet grijpbaar was, blijkt ongrijpbaar te zijn. Soms is het gedicht een lied, een bezwering, een religieuze (filosofische) ervaring, het rationele stokt en vanuit een gemis of een verlangen ontstaat een klacht of een zalig aanvoelen.

De dichter in Wings wil niet zwijgen, alleen veelzeggend stil zijn, zijn gedichten zijn bewijzen van zijn bestaan, uit deze sprekende stilte wordt de mens Wings herboren. Hij schrijft zich vrij, hij verklaart:

ik moet schrijven

in de hoop dat je mij zult lezen

voor als je aan mijn liefde twijfelt

die tijd zal zeker komen

(p. 55)

Terwijl ik dit schrijf, aarzel ik. Interpreteer ik juist? Ontrafel ik een geheim en een mysterie die er niet zijn? Bedoelt Wings het allemaal niet veel eenvoudiger? De dichter gaat zijn weg: ontmoeten wij elkaar of volg ik hem en kom ik niet dichterbij?

Mijn eerste aarzeling had alles te maken met het beeld dat ik zelf van poëzie heb, noem het een strategie van zelfbehoud, een soort van contactbangheid, ik moet ootmoedig bekennen dat mijn eerste oordeel voortvarend was, impulsief. Ik liet mij leiden door vooroordeel en intellectuele luiheid. Martin Wings schrijft poëzie, soms mooie gedichten, niet altijd met het juiste coloriet, soms overstijgt ook het woord zichzelf niet, of anders gezegd: het is niet beeldend genoeg, ik mis figuurlijke taal, associaties, vergelijkingen, metaforen. Soms weet hij dit gemis te compenseren met connotatie, hij geeft het woord gevoelswaarde. Dit is riskant, omdat de gevoelswaarde van woorden voor iedereen (en met name de lezer) dezelfde is.

Martin Wings is echter geen zondagsdichter, hoe kon ik het laten uitschijnen. Hij is een goede dichter, omdat hij de taal kan doen buigen, naar zijn hand zetten. Poëzie is voor hem een uitstekende manier om de zaken op een rijtje te zetten. Het is de weerspiegeling van (gevoels)ervaringen.

Hij mag echter niet vergeten dat poëzie drie kunstdisciplines samenbrengt: enerzijds het woord en anderzijds de beelden en de klank. Hiermee wil ik niet zeggen dat poëzieschrijven een ambacht is, er bestaan wel regels, geen wetten, wel een stramien met metrum en vorm en veel dichterlijke vrijheden.

Martin Wings schrijft over dagdagelijkse ervaringen die hij een soort dieptedimensie geeft. Hierin slaagt hij niet altijd, meestal, misschien is het gemis aan plasticiteit oorzaak.

Hij belooft een goede dichter te worden. Alleen voor liefhebbers is een eerste stap.

Martin Wings, Alleen voor liefhebbers, Eigen Beheer, 2010, info@martinwings.nl en www.martinwings.nl