Indisch hart vaart terug naar het oosten

el1

 

Eddy Lie

Romandebuut ‘De Aanpassing’ van Eddy Lie

Door Peter le Nobel

Na voltooiing van het boek ‘De Aanpassing’ voelt dichter en schrijver Eddy Lie zich weer meer Indisch, een gevoel dat steeds sterker werd naarmate het verhaal vorderde, en hij in de loop der tijd verloren had, ver na het aanmeren van de ‘Johan van Oldenbarneveld’ aan een Nederlandse kade. Het boek is nog maar net uit, in mei, en nu al gaat een toneelschrijver een maand lang zwoegen om er een theaterstuk van te maken.

“Weet je hoeveel Indische Nederlanders eraan kwamen?”, zegt Eddy Lie. “Zo’n 300.000. En weet je hoeveel we er nu hebben? Een miljoen. Ja, velen zien er met de derde en vierde generatie blank uit. “

Het zijn er meer dan menigeen zich realiseert. Lie vat samen wat het Nederlands onderwijs over onze kolonie heeft nagelaten te doceren: “Je hebt Indonesiërs en Indische Nederlanders. Bij de laatste groep is men in feite vergeten een boot met dames mee te laten varen. Toen zagen de Nederlanders die Indonesische vrouwen en daar kwamen kinderen van.”

Lie, zelf zoon van een Indische moeder en een Chinese vader, verhaalt over de overtocht op zijn elfde, het wennen aan het Nederlandse klimaat, de mentaliteit. Hij leert Drentse woorden, en wordt helaas ook geconfronteerd met het woord ‘nikker’. Hij heeft er nog moeite mee om dat hardop uit te spreken, beleeft het nare gevoel daarbij opnieuw.

Het boek herbergt vele reizen in zich, ook de tocht in zijn herinneringen door de jaren heen. “Ik heb vanuit de beleving geschreven, mijn gevoelens onder woorden proberen te brengen. In het westen hebben wij geleerd die gevoelens te verstoppen, te ontkennen. Wij zijn in het westen rationeel geworden en Indische mensen hebben zich dat aangeleerd. In die aanpassing zijn we te snel geweest, waardoor we van ons Indisch gevoel vervreemd zijn geraakt.”

el2
Eddy Lie (jongetje rechts aan tafel met flesje), zijn moeder (eerste vrouw naast hem, met kind op schoot) en zijn stiefvader (helemaal rechts). Hier ontmoet de hele familie elkaar in het Drentse Best na de overtocht per schip.

Woorden

Lie lijkt zich in ‘De Aanpassing’ te revancheren. Elk gevoel wordt beschreven. Indonesische woorden spelen daarin een belangrijke rol, niet alleen in dit romandebuut, maar ook in zijn eerdere vier dichtbundels, die doorspekt zijn met Maleis. Zoals in het boek staat: “Spontaan komen er woorden en gedachten uit die oude tijd in mij op. (…) Dit zijn stukken van de grote legpuzzel, associaties van bewustzijnstoestanden… Het heeft met ‘vergeten herinneringen’ te maken. Elk woord is een verzonken beeld dat nu naar boven komt, een beeld waar een verhaal bij hoort. En dan nog één en nog één… Elk verhaal voegt nieuwe rijkdom toe. Deze oude herinneringswoorden vormen de sleutels, die toegang verschaffen tot een leven dat verborgen is in de mist van mijn bestaan.”

Gevoel

Lie: “Een woord roept niet alleen herinneringen op, maar ook een gevoel dat in dat woord besloten ligt. Het woordje ‘Bontjeng’ bijvoorbeeld betekent letterlijk: ‘meerijden, achterop de fiets zitten’, maar wordt in Nederland ook gekscherend gebruikt als iemand met de auto wil meerijden.” Hij pakt het boek ‘Petjoh’ van Richard Cress uit de kast, een woordenboek van het Indisch dialect, een Nederlands met invloeden van het Javaans en Maleis. “De oude generatie kent die taal nog.” Bontjeng, zie Gontjeng; achter op de fiets meeliften, zich laten voortslepen. Ook in fig. zin: klaplopen, op andermans zak teren. “Nederland is een veel directere taal. Het Indonesisch heeft heel veel gevoel in zich. Dat woordgebruik houdt dus meer in dan nostalgie. Het is de kracht van de dubbelzinnigheid.”

Met het boek heeft Lie zijn Indische kant weer tot zijn recht laten komen. “Nee, dat was geen vooropgezet plan. Ik schreef intuïtief, op inspiratie, en genoot van het schrijfproces, maar met het boek voel ik mij wel meer compleet. Als je dat wil, mag je dat een Indische werkwijze noemen.”

Overleven

Een ander belangrijk thema is het overleven van een klein jongetje in een vijandige wereld. Zijn moeder brengt hem onder in een kindertehuis, omdat zijn stiefvader geen last van hem wil hebben. Hij weet te ontsnappen, maar krijgt van zijn tweede vader geen warm welkom. “Ik moest al vroeg op eigen benen staan en was daardoor zelfstandiger dan de kinderen van dezelfde leeftijd in Nederland. Ik heb heling en troost gezocht -én gekregen, bijvoorbeeld dankzij fijne ontmoetingen met mensen, maar ook door de schoonheid van de natuur, waarvan ik zowel in Indonesië als in Nederland genieten kan. En hier heb ik heel wat colleges gevolgd, pedagogiek, psychologie, homeopathie, zo kan ik wel doorgaan. Je krijgt inzicht in de mens en in jezelf. Inderdaad, een rationele oplossing. Hier in Nederland wilde ik gebruik maken van de kennis hier.”

“Ja, overleven is een menselijke weg, en de een moet dat meer dan de ander. Dat is niks Indisch. En ik ben sterk geworden. In 2005 heb ik op de begrafenis van mijn eigen stiefvader een toespraak gehouden. Afscheid van hem genomen. Dat was een heel grote overwinning.”

____

Eddy Lie, ‘De Aanpassing, over integratie en het leven in twee culturen’, Uitgeverij Free Musketeers, ISBN 978-90-484-0647-0, 231 p. Prijs: 17,95 euro. Rechtstreeks bestellen bij Eddy Lie kan ook. Tel.: 030-2963854 of http://eddy.aloen-aloen.nl