Hermsen pleit voor ‘Windstilte van de ziel’ -en de beeldschermen een paar uur per dag uit

Mogelijk verfilming ‘Blindgangers’
Door Peter le Nobel
Amsterdam – Het boek ‘Blindgangers van Joke Hermsen is inmiddels al zo populair dat een verfilming van het verhaal er dik in zit. Vooral nu maar liefst twee filmproducers de schrijfster en filosofe hebben benaderd. De ontwikkelingen gaan snel voor Hermsen, die juist pleit voor een ‘windstilte van de ziel’.
‘Anna bleef achter in een benauwde ruimte zonder muziek, zonder licht, zonder man en zonder leven.’ (p. 68) Een scène waarin haar gevoel wordt beschreven, als zij in de auto wacht op haar man Bas die de pompbediende na het tanken betaalt.
“Het is een citaat dat ook voorkomt in ons filmpje < http://www.youtube.com/watch?feature=player_embedded&v=mqFuj-mfp7slink> als aankondiging van ons boek”, zegt Joke Hermsen. “Ik heb deze filmische impressie samen met beeldend kunstenaar Jaap de Jonge gemaakt. Ik moet zeggen, pas toen het boek gedrukt was, kwam de heftigheid  van juist die scène bij mij binnen, zoals recensent Joost de Vries in de Groene Amsterdammer schreef: ‘Zelden werd de eenzaamheid in een huwelijk zo pijnlijk neergezet.’ We hebben ook van mijn roman ‘De liefde dus’ en van ‘Stil de tijd’ een korte documentaire gemaakt, die je nog altijd op mijn website kunt zien. In mijn lezingen behandel ik zoveel filosofische thema’s dat ik soms nauwelijks aan de bespreking van mijn boek toekom. Dit filmpje is daarvoor een mooie oplossing en verlevendigt mijn lezingen ook.”
Zedenschets
Het boek Blindgangers is in feite een kritische zedenschets van een groep veertigers die samenkomen in een vakantiehuisje, waar pijnlijk duidelijk wordt dat idealen van weleer vervangen zijn door… ja, wat eigenlijk, zo vragen velen zich vertwijfeld af. Behalve de arts Johan. ‘We willen het natuurlijk wel gezellig hebben, en van de aangename dingen van het leven genieten en vooral veel lachen samen, maar een doel, een zoektocht of op zijn minst een oprechte interesse in elkaar? Ik weet het niet, maar ik zie het eerlijk gezegd ook niet zo.’ (p. 264)
Iedereen heeft inmiddels een verbroken relatie achter de rug, behalve Anna en Bas, maar ook bij hen vertoont het huwelijk flink wat haarscheuren. “Eigenlijk zijn ze alleen nog bij elkaar vanwege hun twee zoons”, zegt Hermsen, “maar binnenkort gaan ze op kamers. Dat vooruitzicht is een soort tijdbom onder hun huwelijk.”
Kloktijd en innerlijke tijd
De eerste zeven delen van het boek vertonen alle kenmerken van een ‘gewone’ roman, maar in de epiloog is alles heel anders. Zonder teveel te willen verklappen lijkt een van de personages daarin als een geest of engel rond te zweven. “Eigenlijk heb ik dat hele boek geschreven om aan die epiloog toe te komen”, legt Hermsen uit. “De eerste zeven delen zijn in feite geschreven naar de kloktijd, de ‘Chronos’ zoals de oude Grieken die noemen, en vormt het realistische deel van de roman. Het is een kritische reflectie op de tijdgeest. Het laatste deel heb ik vanuit een andere tijd proberen te schrijven, meer vanuit de ‘Kairos’, een oud Griekse tijdaanduiding waaraan ik in mijn filosofisch essay ‘Stil de tijd’ aandacht besteed. De tijd had volgens de pre-socratische filosofen namelijk twee gezichten. De andere tijd van Kairos is een meer innerlijk ervaren tijd, die niet gebonden is aan de klassieke paradigma’s van tijd en ruimte.  Het is de tijd die ervaren wordt als we rust nemen of ons ergens diep op concentreren, waardoor we het strenge regime van de klok minder sterk voelen. De Kairos staat bij de Griekse filosofen ook voor de tijd van verandering en creativiteit. Het is de god ‘ van het geschikte moment’. Je zou deze tijd ook kunnen verbinden met een vorm van spiritualiteit. Het is in ieder geval iets dat niet gemeten kan worden en onze ratio overstijgt. Je zou die andere tijdervaring ook aan de ziel kunnen verbinden, zoals ik in ‘Windstilte van de ziel heb’ laten zien.”
Beeldschermdictaat
Aan de windstilte van de ziel komen velen niet meer toe. In het boek wordt de bereikbaarheidsverslaving met de laatste technologische foefjes geregeld op de hak genomen. Een hoofdstuk heet letterlijk ‘Geen bereik’. “Ons brein wordt overbelast. We hebben minimaal een aantal uren per dag nodig om alle informatie te verwerken, maar die rust gunnen we ons zelden. Daardoor begint ons brein steeds meer overbelast te raken en stresssymptomen te vertonen. We krijgen geheugenproblemen, raken prikkelbaar, hebben last van slapeloosheid en depressiviteit: de nieuwe volksziekten van dit moment. Tien procent van de jongeren onder de 25 jaar heeft al een burn out gehad en een op de drie kinderen van het basisonderwijs heeft al last van stress. Als we teveel alleen achter beeldschermen communiceren, verliezen we bovendien tal van sociale vaardigheden, omdat ruim 80 procent van onze live communicatie non-verbaal is. In een gewoon gesprek leren we de ander te peilen, zijn gebaren en uitdrukkingen te interpreteren. Maar niet achter een beeldscherm. De Engelse neurologe Susan Greenfield publiceerde onlangs een onderzoek waaruit blijkt dat het brein van beeldschermverslaafden autistischer wordt. Je ziet het verschil ook tussen kinderen die een paar uur lezen of buitenspelen en kinderen die urenlang achter de computer zitten. De laatsten zijn veel humeuriger, meer prikkelbaar, vertonen al verslavingsgedrag. Vooral jongeren maken veelvuldig gebruik van sociale media en internet. Ze zijn permanent online en hun aandacht wordt voortdurend doorbroken; dat vergt erg veel van hun brein.”
“Plato had al de stelling: ‘Rust is een voorwaarde voor denken en voor creativiteit.’ Als je geen rust neemt, kun je namelijk niet iets nieuws verzinnen. Bovendien raak je dan vervreemd van jezelf en van anderen. Dat heb ik in mijn roman proberen te tonen; wat tijdsdruk, tijdschaarste en technostress voor ons betekent. De meeste mensen hebben geen tijd om zich eenvoudige, maar belangrijke vragen te stellen als: ‘Hoe gaat het eigenlijk echt met mij? Volg ik wel het leven zoals ik dat wil? Hoe gaat het nu echt met mijn kinderen, met mijn vrienden, met de wereld?’ Het is een van de redenen waarom ik het boek ‘Blindgangers’ heb genoemd. Velen van ons hollen maar door zonder echt bij die vragen stil te staan. De mens lijkt zich steeds meer te voegen naar de economie, waarin tijd geld is. De economie wil altijd sneller en meer, terwijl de mens eigenlijk snakt naar rust en vertraging.”
“Sinds Nietzsche God dood heeft verklaard, de kerken zijn leeggestroomd en we amper meer politieke of sociale idealen hebben, is onze horizon behoorlijk duister geworden”, zegt Hermsen. “Op de plaats van al die vroegere overtuigingen zijn de beeldschermen van tv, computer en telefoon gekomen. We consumeren het ene nieuwsfeit en gadget na het andere, maar waar zijn het verlangen en de hoop gebleven? We zullen onze aandacht alleen nog op waardeloze objecten richten’, schreef dezelfde Nietzsche, en ik vrees dat hij daarin gelijk heeft gekregen. Dit nihilisme is een van de belangrijkste thema’s van mijn roman, en vooral ook: welk antwoord kunnen we daar nog op geven?”
‘Verdingelijken’
Zonder dat Swaab ergens wordt genoemd, neemt Hermsen deze wetenschapper op de korrel. Het wordt onder meer duidelijk in de gesprekken tussen de hedonistische arts Johan en de filosoof Bas.
Bas denkt na over zijn proefschrift: ‘Ook daarom had het weinig zin een gebied in het brein te willen traceren waar herinneringen als het ware opgeborgen zouden liggen. Ze konden namelijk niet definitief tot een verleden worden gereduceerd. Herinneringen zijn geen opgeslagen verleden, maar handelend heden.’ (p. 190)
“Het hele boek is eigenlijk een pamflet contra Swaab”, stelt Hermsen. “Een van de tekenen van het nihilisme is dat mensen in politiek onzekere tijden zich vast grijpen aan wetenschappelijk reductionisme. Dat alles tot biologische feiten te reduceren is. Dat we alleen maar die grijze hersencellen zijn, geen geest, geen ziel of vrije wil hebben. Maar de mens is niet alleen een domein van meten en weten. Er is ook een domein van de ervaring. Dat erkennen deze wetenschappers niet omdat er geen keiharde bewijzen voor zijn. Je kunt een ervaring van bezieling bijvoorbeeld moeilijk op een scan vast leggen. Maar waarom dit hele domein dan ook meteen als grote onzin en bijgeloof willen ontkennen? Daar gaat Swaab over de schreef. Hij doet verregaande uitspraken over een gebied waar hij weinig verstand van heeft. Als je mensen alleen tot hun hersencellen reduceert dan ‘verdingelijk’ je hen in feite. Dan benader je de mens alsof het een machine, een robot is. Het vermogen tot liefhebben, ethiek, opkomen voor zwakkeren, de vrije wil, de ziel of het geweten, hij verwijst al deze ervaringen naar het rijk der fabelen. Het is trouwens wel opmerkelijk dat Swaab als grote ontkenner van de vrije wil zelf aan een promotiefilmpje (link youtube: http://www.youtube.com/watch?v=bRP4MoESPUs) meedoet van de actiegroep ‘Uit vrije wil’, die pleit voor vrijwillige levensbeëindiging. Hoe dat nu? Dat bepaalt zijn brein toch voor hem? Zijn brein was toch de baas? Nee, in dit filmpje beweert Swaab dat hij baas over eigen brein wil zijn.  Dat is wel erg in tegenspraak met zijn boek, waarin hij ontkent dat er een vrije wil bestaat.”
Joke Hermsen meent dat we een duidelijk onderscheid moeten maken tussen het domein van het meten en dat van de ervaring. Ze zijn beiden zinvol en vullen elkaar aan. Als schrijver en filosoof stelt zij de menselijke ervaring centraal, die binnen de wetenschap nogal ondergesneeuwd is geraakt. “Hoe de geest, de ziel en de andere tijd zich tot elkaar verhouden, ga ik in een volgend boek verkennen. Ik weet nog niet of het een roman of een essay wordt. Ik heb de neiging om die genres af te wisselen. Literatuur en filosofie zijn in mijn ogen sterk verwant aan elkaar.”
<cover boek> Joke Hermsen, ‘Blindgangers’, Uitgeverij De Arbeiderspers. Prijs: 19,95 euro. ISBN:  9789029578585
Zie ook www.jokehermsen.nl
In de zomer geeft Hermsen enkele workshops over haar werk in de Franse Bourgogne. Zowel filosofie als literatuur zullen het uitgangspunt vormen voor een diepgaande reflectie over tijd, geest en ziel. Zie www.arthel.nl

Mogelijk verfilming ‘Blindgangers’

'Het hele boek is eigen een pamflet contra Swaab', stelt Joke Hermsen. Foto: Peter le Nobel
'Het hele boek is eigen een pamflet contra Swaab', stelt Joke Hermsen. Foto: Peter le Nobel
Door Peter le Nobel
Amsterdam – Het boek ‘Blindgangers van Joke Hermsen is inmiddels al zo populair dat een verfilming van het verhaal er dik in zit. Vooral nu maar liefst twee filmproducers de schrijfster en filosofe hebben benaderd. De ontwikkelingen gaan snel voor Hermsen, die juist pleit voor een ‘windstilte van de ziel’.
‘Anna bleef achter in een benauwde ruimte zonder muziek, zonder licht, zonder man en zonder leven.’ (p. 68) Een scène waarin haar gevoel wordt beschreven, als zij in de auto wacht op haar man Bas die de pompbediende na het tanken betaalt.
“Het is een citaat dat ook voorkomt in ons filmpje als aankondiging van ons boek”, zegt Joke Hermsen. “Ik heb deze filmische impressie samen met beeldend kunstenaar Jaap de Jonge gemaakt. Ik moet zeggen, pas toen het boek gedrukt was, kwam de heftigheid  van juist die scène bij mij binnen, zoals recensent Joost de Vries in de Groene Amsterdammer schreef: ‘Zelden werd de eenzaamheid in een huwelijk zo pijnlijk neergezet.’ We hebben ook van mijn roman ‘De liefde dus’ en van ‘Stil de tijd’ een korte documentaire gemaakt, die je nog altijd op mijn website kunt zien. In mijn lezingen behandel ik zoveel filosofische thema’s dat ik soms nauwelijks aan de bespreking van mijn boek toekom. Dit filmpje is daarvoor een mooie oplossing en verlevendigt mijn lezingen ook.”
Zedenschets
Het boek Blindgangers is in feite een kritische zedenschets van een groep veertigers die samenkomen in een vakantiehuisje, waar pijnlijk duidelijk wordt dat idealen van weleer vervangen zijn door… ja, wat eigenlijk, zo vragen velen zich vertwijfeld af. Behalve de arts Johan. ‘We willen het natuurlijk wel gezellig hebben, en van de aangename dingen van het leven genieten en vooral veel lachen samen, maar een doel, een zoektocht of op zijn minst een oprechte interesse in elkaar? Ik weet het niet, maar ik zie het eerlijk gezegd ook niet zo.’ (p. 264)
Iedereen heeft inmiddels een verbroken relatie achter de rug, behalve Anna en Bas, maar ook bij hen vertoont het huwelijk flink wat haarscheuren. “Eigenlijk zijn ze alleen nog bij elkaar vanwege hun twee zoons”, zegt Hermsen, “maar binnenkort gaan ze op kamers. Dat vooruitzicht is een soort tijdbom onder hun huwelijk.”
Kloktijd en innerlijke tijd
De eerste zeven delen van het boek vertonen alle kenmerken van een ‘gewone’ roman, maar in de epiloog is alles heel anders. Zonder teveel te willen verklappen lijkt een van de personages daarin als een geest of engel rond te zweven.
“Eigenlijk heb ik dat hele boek geschreven om aan die epiloog toe te komen”, legt Hermsen uit. “De eerste zeven delen zijn in feite geschreven naar de kloktijd, de ‘Chronos’ zoals de oude Grieken die noemen, en vormt het realistische deel van de roman. Het is een kritische reflectie op de tijdgeest. Het laatste deel heb ik vanuit een andere tijd proberen te schrijven, meer vanuit de ‘Kairos’, een oud Griekse tijdaanduiding waaraan ik in mijn filosofisch essay ‘Stil de tijd’ aandacht besteed.”
“De tijd had volgens de pre-socratische filosofen namelijk twee gezichten. De andere tijd van Kairos is een meer innerlijk ervaren tijd, die niet gebonden is aan de klassieke paradigma’s van tijd en ruimte.  Het is de tijd die ervaren wordt als we rust nemen of ons ergens diep op concentreren, waardoor we het strenge regime van de klok minder sterk voelen. De Kairos staat bij de Griekse filosofen ook voor de tijd van verandering en creativiteit. Het is de god ‘ van het geschikte moment’. Je zou deze tijd ook kunnen verbinden met een vorm van spiritualiteit. Het is in ieder geval iets dat niet gemeten kan worden en onze ratio overstijgt. Je zou die andere tijdervaring ook aan de ziel kunnen verbinden, zoals ik in ‘Windstilte van de ziel heb’ laten zien.”
Beeldschermdictaat
Aan de windstilte van de ziel komen velen niet meer toe. In het boek wordt de bereikbaarheidsverslaving met de laatste technologische foefjes geregeld op de hak genomen. Een hoofdstuk heet letterlijk ‘Geen bereik’.
“Ons brein wordt overbelast. We hebben minimaal een aantal uren per dag nodig om alle informatie te verwerken, maar die rust gunnen we ons zelden. Daardoor begint ons brein steeds meer overbelast te raken en stresssymptomen te vertonen. We krijgen geheugenproblemen, raken prikkelbaar, hebben last van slapeloosheid en depressiviteit: de nieuwe volksziekten van dit moment. Tien procent van de jongeren onder de 25 jaar heeft al een burn out gehad en een op de drie kinderen van het basisonderwijs heeft al last van stress. Als we teveel alleen achter beeldschermen communiceren, verliezen we bovendien tal van sociale vaardigheden, omdat ruim 80 procent van onze live communicatie non-verbaal is. In een gewoon gesprek leren we de ander te peilen, zijn gebaren en uitdrukkingen te interpreteren. Maar niet achter een beeldscherm.”
“De Engelse neurologe Susan Greenfield publiceerde onlangs een onderzoek waaruit blijkt dat het brein van beeldschermverslaafden autistischer wordt. Je ziet het verschil ook tussen kinderen die een paar uur lezen of buitenspelen en kinderen die urenlang achter de computer zitten. De laatsten zijn veel humeuriger, meer prikkelbaar, vertonen al verslavingsgedrag. Vooral jongeren maken veelvuldig gebruik van sociale media en internet. Ze zijn permanent online en hun aandacht wordt voortdurend doorbroken; dat vergt erg veel van hun brein.”
“Plato had al de stelling: ‘Rust is een voorwaarde voor denken en voor creativiteit.’ Als je geen rust neemt, kun je namelijk niet iets nieuws verzinnen. Bovendien raak je dan vervreemd van jezelf en van anderen. Dat heb ik in mijn roman proberen te tonen; wat tijdsdruk, tijdschaarste en technostress voor ons betekent. De meeste mensen hebben geen tijd om zich eenvoudige, maar belangrijke vragen te stellen als: ‘Hoe gaat het eigenlijk echt met mij? Volg ik wel het leven zoals ik dat wil? Hoe gaat het nu echt met mijn kinderen, met mijn vrienden, met de wereld?’ Het is een van de redenen waarom ik het boek ‘Blindgangers’ heb genoemd. Velen van ons hollen maar door zonder echt bij die vragen stil te staan. De mens lijkt zich steeds meer te voegen naar de economie, waarin tijd geld is. De economie wil altijd sneller en meer, terwijl de mens eigenlijk snakt naar rust en vertraging.”
“Sinds Nietzsche God dood heeft verklaard, de kerken zijn leeggestroomd en we amper meer politieke of sociale idealen hebben, is onze horizon behoorlijk duister geworden”, zegt Hermsen. “Op de plaats van al die vroegere overtuigingen zijn de beeldschermen van tv, computer en telefoon gekomen. We consumeren het ene nieuwsfeit en gadget na het andere, maar waar zijn het verlangen en de hoop gebleven? We zullen onze aandacht alleen nog op waardeloze objecten richten’, schreef dezelfde Nietzsche, en ik vrees dat hij daarin gelijk heeft gekregen. Dit nihilisme is een van de belangrijkste thema’s van mijn roman, en vooral ook: welk antwoord kunnen we daar nog op geven?”
‘Verdingelijken’
Zonder dat Swaab ergens wordt genoemd, neemt Hermsen deze wetenschapper op de korrel. Het wordt onder meer duidelijk in de gesprekken tussen de hedonistische arts Johan en de filosoof Bas.
Bas denkt na over zijn proefschrift: ‘Ook daarom had het weinig zin een gebied in het brein te willen traceren waar herinneringen als het ware opgeborgen zouden liggen. Ze konden namelijk niet definitief tot een verleden worden gereduceerd. Herinneringen zijn geen opgeslagen verleden, maar handelend heden.’ (p. 190)
“Het hele boek is eigenlijk een pamflet contra Swaab”, stelt Hermsen. “Een van de tekenen van het nihilisme is dat mensen in politiek onzekere tijden zich vast grijpen aan wetenschappelijk reductionisme. Dat alles tot biologische feiten te reduceren is. Dat we alleen maar die grijze hersencellen zijn, geen geest, geen ziel of vrije wil hebben. Maar de mens is niet alleen een domein van meten en weten. Er is ook een domein van de ervaring. Dat erkennen deze wetenschappers niet omdat er geen keiharde bewijzen voor zijn. Je kunt een ervaring van bezieling bijvoorbeeld moeilijk op een scan vast leggen. Maar waarom dit hele domein dan ook meteen als grote onzin en bijgeloof willen ontkennen? Daar gaat Swaab over de schreef. Hij doet verregaande uitspraken over een gebied waar hij weinig verstand van heeft.”
“Als je mensen alleen tot hun hersencellen reduceert dan ‘verdingelijk’ je hen in feite. Dan benader je de mens alsof het een machine, een robot is. Het vermogen tot liefhebben, ethiek, opkomen voor zwakkeren, de vrije wil, de ziel of het geweten, hij verwijst al deze ervaringen naar het rijk der fabelen. Het is trouwens wel opmerkelijk dat Swaab als grote ontkenner van de vrije wil zelf aan een promotiefilmpje meedoet van de actiegroep ‘Uit vrije wil’, die pleit voor vrijwillige levensbeëindiging. Hoe dat nu? Dat bepaalt zijn brein toch voor hem? Zijn brein was toch de baas? Nee, in dit filmpje beweert Swaab dat hij baas over eigen brein wil zijn.  Dat is wel erg in tegenspraak met zijn boek, waarin hij ontkent dat er een vrije wil bestaat.”
Joke Hermsen meent dat we een duidelijk onderscheid moeten maken tussen het domein van het meten en dat van de ervaring. Ze zijn beiden zinvol en vullen elkaar aan. Als schrijver en filosoof stelt zij de menselijke ervaring centraal, die binnen de wetenschap nogal ondergesneeuwd is geraakt. “Hoe de geest, de ziel en de andere tijd zich tot elkaar verhouden, ga ik in een volgend boek verkennen. Ik weet nog niet of het een roman of een essay wordt. Ik heb de neiging om die genres af te wisselen. Literatuur en filosofie zijn in mijn ogen sterk verwant aan elkaar.”
—-
blindgangersomslagJoke Hermsen, ‘Blindgangers’, Uitgeverij De Arbeiderspers. Prijs: 19,95 euro. ISBN:  9789029578585
In de zomer geeft Hermsen enkele workshops over haar werk in de Franse Bourgogne. Zowel filosofie als literatuur zullen het uitgangspunt vormen voor een diepgaande reflectie over tijd, geest en ziel. Zie www.arthel.nl