‘Novelle ‘Hoogland’ was mijn tweede beklimming’

Adriaan van IJperen voor het voetlicht met overwinning verlegenheid

Adriaan van IJperen bij de Runxputte die Willibrord gebouwd zou hebben, in zijn woonplaats Heiloo, een bedevaartsoord dichter bij huis. Foto: Peter le Nobel
Adriaan van IJperen bij de Runxputte die Willibrord gebouwd zou hebben, in zijn woonplaats Heiloo, een bedevaartsoord dichter bij huis. Foto: Peter le Nobel
Door Peter le Nobel
In feite is Hoogland het allereerste verhaal dat Adriaan van IJperen heeft geschreven. Na ruim zes jaar herschrijven, slijpen en schaven is het uit als novelle. Voor hem was het de tweede beklimming van de hoogste berg van de Schotse Hooglanden.
“Ik volgde in 2004 de cursus ‘Storytelling for managers’ en de opdracht was: ‘Gebruik de kracht van de metafoor om iets duidelijk te maken.’ Zo kwam ik op het wandelen uit. De cursusleider zei tegen mij: ‘Laat het niet verloren gaan’, dus schreef ik het op. Al snel realiseerde ik mij dat het niet een op zichzelf staand verhaal was, maar een onderdeel van een verhaal waarin andere verhalen worden verteld, een soort ‘Canterbury tales’ in het klein. Ik vroeg mezelf af: ‘Hoe kan dat nou?’, want ik had nog nooit eerder een verhaal geschreven. Van het korte verhaal wilde ik een lang verhaal maken en toen kreeg ik als tip om schrijflessen te volgen.”
Margreet Schouwenaar werd zijn lerares, de huidige stadsdichter van Alkmaar, en sindsdien is er veel gebeurd. In eigen beheer heeft hij de dichtbundel ‘Liefde en sfeer’ uitgebracht en de verhalenbundel ‘De spreekbeurt’. In 2009 is hij toegetreden tot het Alkmaars dichtersgilde en is hij een van de zes leden die op een ‘eenzame uitvaart’ de eenzaam gestorvene een laatste, poëtische saluut brengt. Maar het gilde doet nog meer. Zo heeft hij samen met zijn vijf mededichters verzen geschreven ter gelegenheid van de onthulling op 8 oktober 2011 van de gerestaureerde gewelfschilderingen van Jacob Cornelisz. van Oostsanen over het Laatste Oordeel in de Grote Sint Laurenskerk. “Een van de oudste gewelfschilderingen in Nederland.” De verzen hangen tot na de zomer 2012 in het koor van de kerk. ‘Hemels gebaar’ is het gedicht van Van IJperen.
Thuiskomen
Zijn novelle is zijn eerste werk dat door een uitgever is uitgebracht. “Ik kreeg de brief, ‘s ochtends om een uur of half elf, dat De Brouwerij interesse had. Meerdere malen had ik het gelezen. ‘s Avonds tegen elven zei mijn vrouw: ‘Haal nu maar die grijns van je gezicht af.’ Ik heb veel verschillende artistieke dingen gedaan, zoals gitaarspelen, maar dat was een ramp: mijn vingers kwamen altijd onder in plaats van boven de snaren terecht. Ik volgde nog een opleiding architectuur en restauratie, maar schrijven voelde als thuiskomen. Ik heb van alles gedaan. Zo was ik in de jaren negentig acht jaar lang raadslid voor de PvdA in Heiloo. Het is wonderlijk dat je op je vijftigste erachter komt dat schrijven datgene is wat je het liefste doet.”
‘Mort passionel’
Voor zijn gevoel moest hij echter veel leren. “Met mijn gedichten en korte verhalen probeerde ik mijn schrijfstijl te vinden, net als een schilder die allerlei stijlen uitprobeert. Vier tot vijf jaar heb ik alleen Nederlandstalige boeken van Nederlandse en Vlaamse schrijvers gelezen, geen vertaald werk. Alleen maar om te kijken hoe zij schrijven, hoe zij bijvoorbeeld scènes beschrijven, de dingen aanpakken. Niet om hen na te doen, maar om te bedenken hoe ik zou schrijven.” Vijf eerdere versies heeft hij van ‘Hoogland’ gemaakt. “Ik heb nu een apart computerbestand: ‘Mort passionel’, heet het…”
Evenbeeld
Het verhaal gaat over de vijftigjarige Max die tijdens een wandeltocht door Schotland een jonge man ontmoet, de 25-jarige Pepijn. De oudere man herkent zich in hem, vooral in zijn verlegenheid, die hij op zijn leeftijd heeft moeten zien te overwinnen. In zijn jeugd bedwong hij Ben Nevis, de hoogste berg van de Schotse Hooglanden, die met zijn toppen boven de wolken staat. De jongen doet hem realiseren dat hij nog niet klaar is met zijn schroom.
En passant leert de lezer wat er allemaal bij lange wandeltochten komt kijken en maakt hij kennis met de geschiedenis van Schotland. Bijzondere termen in het ‘Gaelic’ komen voorbij, waarvan niet alleen de vertaling, maar ook de historiche achtergrond achterin worden uitgelegd. Zo loop je mee met de twee wandelaars, die zich soms aan elkaar irriteren: Max die zich ergert aan de schroom van Pepijn, terwijl de laatste kribbig wordt van de betweterigheid van de oudere man, maar daardoor komen ze juist steeds dichter bij elkaar.
De berg was voor mij een uitdaging. Als ik Ben Nevis kon bedwingen, kon ik ook over mijn verlegenheid heen komen. Mozes kwam terug van de Horeb met zijn tien geboden. Ik kwam van de Nevis met slechts één gebod: gij zult communiceren! De gedachte bedrukte me. Misschien maak ik daarom deze wandeling opnieuw. Om nog een keer Ben Nevis te bedwingen. Om daar boven te ontdekken waar ik nu sta. Helemaal geen sentimental journey! (p. 74)
Verlegenheid
“Een van de moeilijkheden van dit verhaal vond ik dat de twee figuren een en dezelfde persoon waren. Ze zijn een jongere en een oudere versie van mijzelf. In dat opzicht is ‘Hoogland’ echt autobiografisch, want het heeft mij heel wat jaren gekost om van mijn verlegenheid af te komen, en het zal altijd een deel van mijn persoonlijkheid blijven. Het was als klein jongetje heel erg. Als ik suiker moest halen bij een tante beneden, dan klopte ik heel zachtjes op de deur: ‘Klop, klop’. Mijn tante deed open en ik durfde niks te zeggen. Ze zei: ‘Ze hebben boven zeker iets nodig?’ ‘Ja.’ ‘Willen ze koffie?’ ‘Nee’, antwoordde ik timide. ‘Suiker?’ ‘Ja.’ Maar met toneelstukken kreeg ik heel vaak de hoofdrol, omdat je niet jezelf hoefde te zijn. En als raadslid sta je ook voor het voetlicht, maar dan heb je het over zaken, ook niet over jezelf. Het is veel minder geworden, maar de tweede beklimming van Ben Nevis is in feite deze novelle geweest.”
‘Hoogland’, Adriaan van IJperen, Uitgeverij de Brouwerij, ISBN: 9789078905585. PRijs: 15,95 euro.
Zie ook www.uitgeverijdebrouwerij.nl/hoogland en www.zinspelen.com/adriaan.htm
Door Peter le Nobel
Heiloo – In feite is Hoogland het allereerste verhaal dat Adriaan van IJperen heeft geschreven. Na ruim zes jaar herschrijven, slijpen en schaven is het uit als novelle. Voor hem was het de tweede beklimming van de hoogste berg van de Schotse Hooglanden.
“Ik volgde in 2004 de cursus ‘Storytelling for managers’ en de opdracht was: ‘Gebruik de kracht van de metafoor om iets duidelijk te maken.’ Zo kwam ik op het wandelen uit. De cursusleider zei tegen mij: ‘Laat het niet verloren gaan’, dus schreef ik het op. Al snel realiseerde ik mij dat het niet een op zichzelf staand verhaal was, maar een onderdeel van een verhaal waarin andere verhalen worden verteld, een soort ‘Canterbury tales’ in het klein. Ik vroeg mezelf af: ‘Hoe kan dat nou?’, want ik had nog nooit eerder een verhaal geschreven. Van het korte verhaal wilde ik een lang verhaal maken en toen kreeg ik als tip om schrijflessen te volgen.”
Margreet Schouwenaar werd zijn lerares, de huidige stadsdichter van Alkmaar, en sindsdien is er veel gebeurd. In eigen beheer heeft hij de dichtbundel ‘Liefde en sfeer’ uitgebracht en de verhalenbundel ‘De spreekbeurt’. In 2009 is hij toegetreden tot het Alkmaars dichtersgilde en is hij een van de zes leden die op een ‘eenzame uitvaart’ de eenzaam gestorvene een laatste, poëtische saluut brengt. Maar het gilde doet nog meer. Zo heeft hij samen met zijn vijf mededichters verzen geschreven ter gelegenheid van de onthulling op 8 oktober 2011 van de gerestaureerde gewelfschilderingen van Jacob Cornelisz. van Oostsanen over het Laatste Oordeel in de Grote Sint Laurenskerk. “Een van de oudste gewelfschilderingen in Nederland.” De verzen hangen tot na de zomer 2012 in het koor van de kerk. ‘Hemels gebaar’ is het gedicht van Van IJperen.
Thuiskomen
Zijn novelle is zijn eerste werk dat door een uitgever is uitgebracht. “Ik kreeg de brief, ‘s ochtends om een uur of half elf, dat De Brouwerij interesse had. Meerdere malen had ik het gelezen. ‘s Avonds tegen elven zei mijn vrouw: ‘Haal nu maar die grijns van je gezicht af.’ Ik heb veel verschillende artistieke dingen gedaan, zoals gitaarspelen, maar dat was een ramp: mijn vingers kwamen altijd onder in plaats van boven de snaren terecht. Ik volgde nog een opleiding architectuur en restauratie, maar schrijven voelde als thuiskomen. Ik heb van alles gedaan. Zo was ik in de jaren negentig acht jaar lang raadslid voor de PvdA in Heiloo. Het is wonderlijk dat je op je vijftigste erachter komt dat schrijven datgene is wat je het liefste doet.”
‘Mort passionel’
Voor zijn gevoel moest hij echter veel leren. “Met mijn gedichten en korte verhalen probeerde ik mijn schrijfstijl te vinden, net als een schilder die allerlei stijlen uitprobeert. Vier tot vijf jaar heb ik alleen Nederlandstalige boeken van Nederlandse en Vlaamse schrijvers gelezen, geen vertaald werk. Alleen maar om te kijken hoe zij schrijven, hoe zij bijvoorbeeld scènes beschrijven, de dingen aanpakken. Niet om hen na te doen, maar om te bedenken hoe ik zou schrijven.” Vijf eerdere versies heeft hij van ‘Hoogland’ gemaakt. “Ik heb nu een apart computerbestand: ‘Mort passionel’ heet het…”
Evenbeeld
Het verhaal gaat over de vijftigjarige Max die tijdens een wandeltocht door Schotland een jonge man ontmoet, de 25-jarige Pepijn. De oudere man herkent zich in hem, vooral in zijn verlegenheid, die hij op zijn leeftijd heeft moeten zien te overwinnen. In zijn jeugd bedwong hij Ben Nevis, de hoogste berg van de Schotse Hooglanden, die met zijn toppen boven de wolken staat. De jongen doet hem realiseren dat hij nog niet klaar is met zijn schroom.
En passant leert de lezer wat er allemaal bij lange wandeltochten komt kijken en maakt hij kennis met de geschiedenis van Schotland. Bijzondere termen in het ‘Gaelic’ komen voorbij, waarvan niet alleen de vertaling, maar ook de historiche achtergrond achterin worden uitgelegd. Zo loop je mee met de twee wandelaars, die zich soms aan elkaar irriteren: Max die zich ergert aan de schroom van Pepijn, terwijl de laatste kribbig wordt van de betweterigheid van de oudere man, maar daardoor komen ze juist steeds dichter bij elkaar.
De berg was voor mij een uitdaging. Als ik Ben Nevis kon bedwingen, kon ik ook over mijn verlegenheid heen komen. Mozes kwam terug van de Horeb met zijn tien geboden. Ik kwam van de Nevis met slechts één gebod: gij zult communiceren! De gedachte bedrukte me. Misschien maak ik daarom deze wandeling opnieuw. Om nog een keer Ben Nevis te bedwingen. Om daar boven te ontdekken waar ik nu sta. Helemaal geen sentimental journey! (p. 74)
Verlegenheid
“Een van de moeilijkheden van dit verhaal vond ik dat de twee figuren een en dezelfde persoon waren. Ze zijn een jongere en een oudere versie van mijzelf. In dat opzicht is ‘Hoogland’ echt autobiografisch, want het heeft mij heel wat jaren gekost om van mijn verlegenheid af te komen, en het zal altijd een deel van mijn persoonlijkheid blijven. Het was als klein jongetje heel erg. Als ik suiker moest halen bij een tante beneden, dan klopte ik heel zachtjes op de deur: ‘Klop, klop’. Mijn tante deed open en ik durfde niks te zeggen. Ze zei: ‘Ze hebben boven zeker iets nodig?’ ‘Ja.’ ‘Willen ze koffie?’ ‘Nee’, antwoordde ik timide. ‘Suiker?’ ‘Ja.’ Maar met toneelstukken kreeg ik heel vaak de hoofdrol, omdat je niet jezelf hoefde te zijn. En als raadslid sta je ook voor het voetlicht, maar dan heb je het over zaken, ook niet over jezelf. Het is veel minder geworden, maar de tweede beklimming van Ben Nevis is in feite deze novelle geweest.”
—–
adriaancover‘Hoogland’, Adriaan van IJperen, Uitgeverij de Brouwerij, ISBN: 9789078905585. PRijs: 15,95 euro.