‘Mijn vuurwerk laat ik iedereen zien’

‘Mijn vuurwerk laat ik iedereen zien’
Nazmiye meandert in ‘Zehra’ tussen schoonheid en rauwheid van het bestaan
Door Peter le Nobel
Amsterdam – Om het boek Zehra te waarderen moet je je zonder vooringenomenheid mee laten voeren door de meanderende stijl van Nazmiye Oral, zigzaggend tussen de schoonheid en rauwheid van bestaan. Een jong meisje duikt vanuit het niets in een Turks dorp op. Zehra wordt opgenomen door Havva de lijkenwasser. Maar wie is dat meisje dat de eerste dagen alleen maar slaapt en slaapt en slaapt?
Het debuut speelt zich helemaal af in Turkije. Onontkoombaar is de conclusie dat het verhaal gebaseerd is op de periode waarin Nazmiye van haar zesde tot en met haar tiende in Gemlik woonde. En opvallend is de enorme aandacht voor spiritualiteit, die in de wereld van de schrijfster net zo goed deel uitmaakt van de realiteit.
“Aanvankelijk wilde ik tweehonderd portretten maken, één per pagina. Een mozaïek van Nederland. Dat leek me wel wat. Toen besloot ik te schrijven aan een boek met vijf verhalen, maar bij één verhaal bleef ik steeds hangen, waarin de personages uit de andere verhalen ook voorkwamen. Zo zie je: je kunt dingen niet dicteren, het dicteert zich vanzelf. Alles begint vanuit je levensthema’s, die onderzoek je, wat je ook creërt, of je nu fotograaf, schilder of schrijver bent. Uiteindelijk blijkt dat het verhaal zichzelf schrijft en heb je het maar te volgen.”
“In het boek Zehra gaat het vooral over wat er met je gebeurt als je op je kwetsbaarst bent, als je teveel wordt afgewezen, buiten de maatschappij staat. Je kunt zeggen: ‘Ik ben niks waard, laat maar’ of er staat iets anders in jezelf op: je ware zelf. Ik ben gefascineerd door het verschijnsel dat mensen niet anders kunnen zijn dan wie ze zijn, en toch de grootste moeite hebben om hun authentieke zelf te vinden. Ze doen zich anders voor dan ze zijn en het kost ze ze de grootste moeite, met alle groeipijnen erbij, om tot zichzelf te komen. Ik vind dat gevecht triest, maar tegelijkertijd ook heel mooi.”
“Hoe kun je anders zijn dan wie je bent? En toch zie je heel veel mensen ermee worstelen. Ze zijn bang dat mensen hen verlaten of ze vragen zich af: ‘Mag dat wel?’ Veel mensen durven zich hun eigenwaarde niet toe te staan. Je moet niet hopen op goedkeuring van anderen, je moet je jezelf die waarde toekennen.”
“Ik heb er zelf ook mee geworsteld. Ik moest het perfecte boek schrijven. Daarom ben ik er lang mee bezig geweest. Uiteindelijk realiseerde ik mij dat ik schreef voor mijn eigen plezier, omdat het schrijven klopt voor mij. Uiteindelijk heeft Zehra mij dat opgeleverd. Na het uitkomen van het boek kreeg ik het laatste overgebleven stukje autonomie in mijzelf. Voor de eerste keer stond ik voor iets omdat ik erin geloofde. Ik las alle recensies, bekeek de op- en aanmerkingen om ervan te leren, maar als ik het er niet mee eens was, dacht ik: ‘I don’t give a shit.’ Dat gevoel vind ik heel fijn. Ik heb het nog niet eerder meegemaakt. Het heeft lang geduurd voor ik zo was, omdat ik mezelf heel erg in de weg zat.”
“Tien jaar eerder voelde ik al dat ik in wezen schrijver ben. Dat is mijn levensroute, maar ik vond het ook eng om te schrijven wat ik te zeggen heb. Daarom lijkt me het soms heerlijk om 20 te zijn als je debuteert. Omdat je het lef hebt, maar je je ook vrijer voelt. In dat opzicht ben ik een laatbloeier.”
“Ik kan niet zeggen dat ik trots ben, maar de waarde van mijn inbreng heb ik leren zien. Ik ben milder tegenover mezelf geworden. Ik voel me goed, sterker dan ooit, flexibel, kwetsbaar, open. Niemand kan iets over mezelf zeggen wat ik nog niet weet. Wat je waarde is, wat je blinde vlekken zijn, dat je jezelf niet voorliegt. Dat je terug bij jezelf bent, waar je je aan moet vasthouden.”
“Sinds 2003 schrijf ik een tweewekelijkse column voor de Volkskrant, maar ik ga er binnenkort mee stoppen. Ik ben de krant ontzettend dankbaar dat ik de kans heb gekregen, maar proza is mijn ding. Het is een andere manier om een statement te maken. In plaats van een eigen opinie te schrijven, beschrijf je universele thema’s, breng je duiding aan de mensen, aan de tijd waarin ze leven. Ik vind dat drie miljard keer interessanter.”
Familie
‘Had ik maar een steen gebaard in plaats van jou. Dan had ik daar nog de strontluiers van je broertje op schoon kunnen slaan bij de beek. Wat moet ik met jou?’ (p. 20)
“Ja, enerzijds is het muzikaal behang, ‘Zoon van een ezel’, of ‘Ik heb een steen gebaard’, maar er zit een laag onder; zo’n opmerking lijmt zich toch aan je ziel vast. Je bent niks waard. Ook al klinkt zo’n combinatie van woorden belachelijk, het word je tegelijkertijd wel gezegd. Maar het is en blijft een absurde vloek, zo over the top, heel overdreven. Net als de Turkse uitdrukking: ‘Ik heb van mijn haren een bezem gemaakt’, als een moeder klaagt tegen haar kinderen dat ze zich voor hen heeft opgeofferd. Het hoort bij de zuidelijke cultuur. Aan de ene kant is die verstikkend, en zo dat je ook echt geen lucht meer krijgt. Daar staat tegenover dat je familie echt alles voor je doet. Ze zullen je juist nooit laten stikken. En dat is echt prachtig. Uiteindelijk vindt die ‘steen’ een groep.”
“Ik was laatst bij mijn moeder en het viel me op hoe ze ontzettend graag lacht. In mijn jeugd herinnerde ik me haar als een sombere vrouw, zwaar op de hand, en zo erg dat ik er depressieve gevoelens van kreeg. Ik realiseer me dat ze het zwaar had in die tijd, met vier kinderen, weinig geld en zonder echtgenoot, nu hij al op mijn 21e is overleden. Daarom deed ze zo zoals ze was. Ik ben blij dat ik nu als volwassen vrouw met mildheid op die periode terugkijk. Het is een ander thema in mijn boek: moederliefde. Mijn moeder heeft altijd gedaan wat ze als moeder moest doen: mij onvoorwaardelijk steunen. Mijn vader liet me gaan toen ik het huis uit wilde, studeren. In die tijd was het nogal wat om tegen je Turkse dochter te zeggen: ‘Ga maar.’ En mijn moeder heeft me nooit in de steek gelaten. Dat is onze redding geweest. Je familie kan je verstikken, maar zal je nooit in de steek laten. Daarom voel ik me nu zo ontzettend rijk. Omdat ik dat heel lang niet heb gevoeld, dat er echt van mij wordt gehouden en dat ik ook echt van mijn moeder hou.”
Spiritualiteit
“Het straatje waar ik bij mijn oma woonde stond ook model voor het straatje waar de personage Havva woont, en zij lijkt ook een beetje op mijn oma. Zij was genezeres van het dorp en kon als enige van het dorp de dagelijkse injecties geven als mensen van het ziekenhuis terugkeerden. Ik kan me nog wel die potten met bloedzuigers herinneren die ik als klein meisje zag. Als kind begrijp je daar niet zoveel van. Mijn moeder heeft voorspellende dromen. Mensen komen bij haar langs, ze spreekt koranverzen uit en dan helpt ze hen met haar helende handen. In Turkije heb ik zelf ook een eerste spirituele ervaring gehad. Daar krijg jeIK als kind de ruimte om in stilte en verveling te zijn. Vroeger IKspeelde je nog echt met modder en takken. Da’s heel goed, dan zak je door de stilte heen. Als ik nu naar mijn kinderen kijk, dan krijgen ze eigenlijk veel te veel prikkels. Bij mij was er geen toezicht, geen referentiekaders van anderen. Ik kroop tussen de spijlen van een hek  door en onder een moerbeiboom wroette ik met mijn handen in de aarde. Ik ervaarde dat de natuur wakker werd. Alles wat stil en leeg leek begon te leven. Ik voelde een verbintenis met alles om mij heen, wij zijn hetzelfde. Ik werd én heel groot én heel klein, voelde me één met alles. Ik keek omhoog en zag een vogel, en in een flits zag ik mezelf beneden als klein meisje, in een wit veld met rode stippen, heel veel margrieten en tussendoor klaprozen. Ik ben mezelf, en ook die vogel. Dat was echt een spirituele ervaring. Ik voelde het als een soort ‘wakkerte’. Klaprozen zijn trouwens nog steeds mijn lievelingsbloemen.”
“Ik ben opgegroeid in het spirituele. Eigenlijk heb ik een hekel aan het woord spiritualiteit, want ik zie het niet als hocus pocus. Voor mij is het net zo gewoon als elk ander huis-tuin-en-keuken ding. Een mens bestaat niet alleen uit vlees en botten. Er is ook gevoel. Het is ook in de wetenschap bewezen dat alle materie in feite uit energie bestaat, ook een tafel en een stoel. Ik vind het ook heel ergerlijk als mensen spiritualiteit in een hoekje zetten als iets wat soft is, iets wat met bloemetjes heeft te maken. Of associëren met verlichting of zien als een soort redding van de wereld. Voor mij is het gewoon keiharde realiteit. Het hoort er gewoon bij. Zo ervaar ik het leven.”
Essentie
“Je kan de mens zien als een dier, en stel, hij sterft bijna van de honger en heeft een stukje brood in handen, en naast hem zit iemand die ook bijna doodgaat, dan zou je kunnen zeggen dat het logisch is dat hij het stukje zelf in zijn mond steekt. Maar als de essentie door de mens heen waait, of je het nou ziel noemt, de heilige geest of iets dat datgene is waartoe wij in staat zijn… nou, vooruit, laten we het even de ziel noemen, dan is de mens in staat om dat stukje brood aan een ander te geven en zelf het leven te laten. Over dat verschil hebben we het. En over het tweede geval zeg ik: ‘Dat is mijn realiteit.’ Als je die essentie in een hoekje parkeert, dan vind ik dat armoedig en schraal. In dat opzicht schrijf ik niet voor mezelf. Als iets goed is, dan is het als vuurwerk. Ik kan alles kopen en afsteken, maar eenmaal in de lucht is het vuurwerk van ons allemaal, dan zie je de glitters, de motiefjes, de schoonheid. Zo voelt het als ik schrijf en als het klopt voor mijn gevoel. Dat is ook zo mooi van literatuur. Het is van ons allemaal. Literatuur is gestoeld op een grotere, menselijke beweging, thuis te komen, lief te hebben, boven jezelf uit te stijgen.”
Zehra, Nazmiye Oral, Uitgeverij De Bezige Bij. ISBN: 9789023457725. Prijs: 16,95 euro.
Zie ook www.nazmiyeoral.nl

Nazmiye meandert in ‘Zehra’ tussen schoonheid en rauwheid van het bestaan

Nazmiye Oral: 'Ik voel me goed, sterker dan ooit, flexibel, kwetsbaar, open.' Foto: Peter le Nobel
Nazmiye Oral: 'Ik voel me goed, sterker dan ooit, flexibel, kwetsbaar, open.' Foto: Peter le Nobel

Door Peter le Nobel
Amsterdam – Om het boek Zehra te waarderen moet je je zonder vooringenomenheid mee laten voeren door de meanderende stijl van Nazmiye Oral, zigzaggend tussen de schoonheid en rauwheid van het bestaan. Een jong meisje duikt vanuit het niets in een Turks dorp op. Zehra wordt opgenomen door Havva de lijkenwasser. Maar wie is dat meisje dat de eerste dagen alleen maar slaapt en slaapt en slaapt?
Het debuut speelt zich helemaal af in Turkije. Onontkoombaar is de conclusie dat het verhaal gebaseerd is op de periode waarin Nazmiye van haar zesde tot en met haar tiende in Gemlik woonde. En opvallend is de enorme aandacht voor spiritualiteit, die in de wereld van de schrijfster net zo goed deel uitmaakt van de realiteit.
“Aanvankelijk wilde ik tweehonderd portretten maken, één per pagina. Een mozaïek van Nederland. Dat leek me wel wat. Toen besloot ik te schrijven aan een boek met vijf verhalen, maar bij één verhaal bleef ik steeds hangen, waarin de personages uit de andere verhalen ook voorkwamen. Zo zie je: je kunt dingen niet dicteren, het dicteert zich vanzelf. Alles begint vanuit je levensthema’s, die onderzoek je, wat je ook creëert, of je nu fotograaf, schilder of schrijver bent. Uiteindelijk blijkt dat het verhaal zichzelf schrijft en heb je het maar te volgen.”
“In het boek Zehra gaat het vooral over wat er met je gebeurt als je op je kwetsbaarst bent, als je teveel wordt afgewezen, buiten de maatschappij staat. Je kunt zeggen: ‘Ik ben niks waard, laat maar’ of er staat iets anders in jezelf op: je ware zelf. Ik ben gefascineerd door het verschijnsel dat mensen niet anders kunnen zijn dan wie ze zijn, en toch de grootste moeite hebben om hun authentieke zelf te vinden. Ze doen zich anders voor dan ze zijn en het kost ze ze de grootste moeite, met alle groeipijnen erbij, om tot zichzelf te komen. Ik vind dat gevecht triest, maar tegelijkertijd ook heel mooi.”
“Hoe kun je anders zijn dan wie je bent? En toch zie je heel veel mensen ermee worstelen. Ze zijn bang dat mensen hen verlaten of ze vragen zich af: ‘Mag dat wel?’ Veel mensen durven zich hun eigenwaarde niet toe te staan. Je moet niet hopen op goedkeuring van anderen, je moet je jezelf die waarde toekennen.”
“Ik heb er zelf ook mee geworsteld. Ik moest het perfecte boek schrijven. Daarom ben ik er lang mee bezig geweest. Uiteindelijk realiseerde ik mij dat ik schreef voor mijn eigen plezier, omdat het schrijven klopt voor mij. Uiteindelijk heeft Zehra mij dat opgeleverd. Na het uitkomen van het boek kreeg ik het laatste overgebleven stukje autonomie in mijzelf. Voor de eerste keer stond ik voor iets omdat ik erin geloofde. Ik las alle recensies, bekeek de op- en aanmerkingen om ervan te leren, maar als ik het er niet mee eens was, dacht ik: ‘I don’t give a shit.’ Dat gevoel vind ik heel fijn. Ik heb het nog niet eerder meegemaakt. Het heeft lang geduurd voor ik zo was, omdat ik mezelf heel erg in de weg zat.”
“Tien jaar eerder voelde ik al dat ik in wezen schrijver ben. Dat is mijn levensroute, maar ik vond het ook eng om te schrijven wat ik te zeggen heb. Daarom lijkt me het soms heerlijk om 20 te zijn als je debuteert. Omdat je het lef hebt, maar je je ook vrijer voelt. In dat opzicht ben ik een laatbloeier.”
“Ik kan niet zeggen dat ik trots ben, maar de waarde van mijn inbreng heb ik leren zien. Ik ben milder tegenover mezelf geworden. Ik voel me goed, sterker dan ooit, flexibel, kwetsbaar, open. Niemand kan iets over mezelf zeggen wat ik nog niet weet. Wat je waarde is, wat je blinde vlekken zijn, dat je jezelf niet voorliegt. Dat je terug bij jezelf bent, waar je je aan moet vasthouden.”
“Sinds 2003 schrijf ik een tweewekelijkse column voor de Volkskrant, maar ik ga er binnenkort mee stoppen. Ik ben de krant ontzettend dankbaar dat ik de kans heb gekregen, maar proza is mijn ding. Het is een andere manier om een statement te maken. In plaats van een eigen opinie te schrijven, beschrijf je universele thema’s, breng je duiding aan de mensen, aan de tijd waarin ze leven. Ik vind dat drie miljard keer interessanter.”
Familie
‘Had ik maar een steen gebaard in plaats van jou. Dan had ik daar nog de strontluiers van je broertje op schoon kunnen slaan bij de beek. Wat moet ik met jou?’ (p. 20)
“Ja, enerzijds is het muzikaal behang, ‘Zoon van een ezel’, of ‘Ik heb een steen gebaard’, maar er zit een laag onder; zo’n opmerking lijmt zich toch aan je ziel vast. Je bent niks waard. Ook al klinkt zo’n combinatie van woorden belachelijk, het word je tegelijkertijd wel gezegd. Maar het is en blijft een absurde vloek, zo over the top, heel overdreven. Net als de Turkse uitdrukking: ‘Ik heb van mijn haren een bezem gemaakt’, als een moeder klaagt tegen haar kinderen dat ze zich voor hen heeft opgeofferd. Het hoort bij de zuidelijke cultuur. Aan de ene kant is die verstikkend, en zo dat je ook echt geen lucht meer krijgt. Daar staat tegenover dat je familie echt alles voor je doet. Ze zullen je juist nooit laten stikken. En dat is echt prachtig. Uiteindelijk vindt die ‘steen’ een groep.”
“Ik was laatst bij mijn moeder en het viel me op hoe ze ontzettend graag lacht. In mijn jeugd herinnerde ik me haar als een sombere vrouw, zwaar op de hand, en zo erg dat ik er depressieve gevoelens van kreeg. Ik realiseer me dat ze het zwaar had in die tijd, met vier kinderen, weinig geld en zonder echtgenoot, nu hij al op mijn 21e is overleden. Daarom deed ze zo zoals ze was. Ik ben blij dat ik nu als volwassen vrouw met mildheid op die periode terugkijk. Het is een ander thema in mijn boek: moederliefde. Mijn moeder heeft altijd gedaan wat ze als moeder moest doen: mij onvoorwaardelijk steunen. Mijn vader liet me gaan toen ik het huis uit wilde, studeren. In die tijd was het nogal wat om tegen je Turkse dochter te zeggen: ‘Ga maar.’ En mijn moeder heeft me nooit in de steek gelaten. Dat is onze redding geweest. Je familie kan je verstikken, maar zal je nooit in de steek laten. Daarom voel ik me nu zo ontzettend rijk. Omdat ik dat heel lang niet heb gevoeld, dat er echt van mij wordt gehouden en dat ik ook echt van mijn moeder hou.”
Spiritualiteit
“Het straatje waar ik bij mijn oma woonde stond ook model voor het straatje waar de personage Havva woont, en zij lijkt ook een beetje op mijn oma. Zij was genezeres van het dorp en kon als enige van het dorp de dagelijkse injecties geven als mensen van het ziekenhuis terugkeerden. Ik kan me nog wel die potten met bloedzuigers herinneren die ik als klein meisje zag. Als kind begrijp je daar niet zoveel van. Mijn moeder heeft voorspellende dromen. Mensen komen bij haar langs, ze spreekt koranverzen uit en dan helpt ze hen met haar helende handen. In Turkije heb ik zelf ook een eerste spirituele ervaring gehad. Daar kreeg ik als kind de ruimte om in stilte en verveling te zijn. Ik speelde vroeger nog echt met modder en takken. Da’s heel goed, dan zak je door de stilte heen. Als ik nu naar mijn kinderen kijk, dan krijgen ze eigenlijk veel te veel prikkels. Bij mij was er geen toezicht, geen referentiekaders van anderen. Ik kroop tussen de spijlen van een hek  door en onder een moerbeiboom wroette ik met mijn handen in de aarde. Ik ervaarde dat de natuur wakker werd. Alles wat stil en leeg leek begon te leven. Ik voelde een verbintenis met alles om mij heen, wij zijn hetzelfde. Ik werd én heel groot én heel klein, voelde me één met alles. Ik keek omhoog en zag een vogel, en in een flits zag ik mezelf beneden als klein meisje, in een wit veld met rode stippen, heel veel margrieten en tussendoor klaprozen. Ik ben mezelf, en ook die vogel. Dat was echt een spirituele ervaring. Ik voelde het als een soort ‘wakkerte’. Klaprozen zijn trouwens nog steeds mijn lievelingsbloemen.”
“Ik ben opgegroeid in het spirituele. Eigenlijk heb ik een hekel aan het woord spiritualiteit, want ik zie het niet als hocus pocus. Voor mij is het net zo gewoon als elk ander huis-tuin-en-keuken ding. Een mens bestaat niet alleen uit vlees en botten. Er is ook gevoel. Het is ook in de wetenschap bewezen dat alle materie in feite uit energie bestaat, ook een tafel en een stoel. Ik vind het ook heel ergerlijk als mensen spiritualiteit in een hoekje zetten als iets wat soft is, iets wat met bloemetjes heeft te maken. Of associëren met verlichting of zien als een soort redding van de wereld. Voor mij is het gewoon keiharde realiteit. Het hoort er gewoon bij. Zo ervaar ik het leven.”
Essentie
“Je kan de mens zien als een dier, en stel, hij sterft bijna van de honger en heeft een stukje brood in handen, en naast hem zit iemand die ook bijna doodgaat, dan zou je kunnen zeggen dat het logisch is dat hij het stukje zelf in zijn mond steekt. Maar als de essentie door de mens heen waait, of je het nou ziel noemt, de heilige geest of iets dat datgene is waartoe wij in staat zijn… nou, vooruit, laten we het even de ziel noemen, dan is de mens in staat om dat stukje brood aan een ander te geven en zelf het leven te laten. Over dat verschil hebben we het. En over het tweede geval zeg ik: ‘Dat is mijn realiteit.’ Als je die essentie in een hoekje parkeert, dan vind ik dat armoedig en schraal. In dat opzicht schrijf ik niet voor mezelf. Als iets goed is, dan is het als vuurwerk. Ik kan alles kopen en afsteken, maar eenmaal in de lucht is het vuurwerk van ons allemaal, dan zie je de glitters, de motiefjes, de schoonheid. Zo voelt het als ik schrijf en als het klopt voor mijn gevoel. Dat is ook zo mooi van literatuur. Het is van ons allemaal. Literatuur is gestoeld op een grotere, menselijke beweging, thuis te komen, lief te hebben, boven jezelf uit te stijgen.”
—-
zehrakaftZehra, Nazmiye Oral, Uitgeverij De Bezige Bij. ISBN: 9789023457725. Prijs: 16,95 euro.

One Reply to “‘Mijn vuurwerk laat ik iedereen zien’”

Comments are closed.