‘Ditmaal winnen de gekken!’

Een zieke, maar lucide moeder in Dorst van Esther Gerritsen
“Het idee begon met het eerste personage in het laatste hoofdstuk, de moeder.  Zij zou in de hemel terechtkomen met alle spullen die zij in haar leven heeft verzameld, en alles was nog heel en nieuw. Haar hemel bestond uit een plek zonder mensen, alleen spullen, zo was alles heel rustig en mooi. Later vroeg ik mij af: wat als ze familie heeft? Een kind? Zo zijn er steeds meer personages bijgekomen. In mijn verhalen komt altijd de liefde voor spullen terug en nu wilde ik er in dit boek speciaal aandacht aan geven.”
In ’Dorst’ krijgt Elisabeth te horen dat zij spoedig zal overlijden aan haar ziekte kanker. Dochter Coco besluit daarop bij haar moeder in te trekken. Er ontspint zich een verhaal waarbij velen, ondanks de ziekte van moeder, flink worden afgeleid door hun alledaagse beslommeringen. Het leidt tot bijzondere dialogen waarbij iedereen langs elkaar heen lijkt te praten. “Het idee achter het verhaal is dat de dochter een poging doet een relatie met haar moeder aan te gaan, terwijl de moeder daar geen behoefte aan heeft.”
Elisabeth heeft een licht autistisch trekje, zonder dat het in het boek echt wordt uitgesproken. “Ze houdt van een rustige, overzichtelijke wereld. Ze verlangt niet erg veel. Als haar man elke dag thuiskomt, vindt ze het wel best zo. Aan moeilijke gesprekken heeft ze geen behoefte.”
Toen hij dronken genoeg was, durfde ze te antwoorden: ‘Jij bent mijn hond, kom bij me liggen. Met dronken ogen keek hij haar aan. Hij wilde bij haar liggen.
‘Kom’, zei ze. Hij kroop op haar bed en hij legde zijn hoofd op haar schoot. Ze aaide hem. ‘Jij bent mijn hond’, zei ze. (p. 126)
Gaandeweg het verhaal krijgt de lezer steeds meer sympathie voor de gedachtenwereld van de moeder, temidden van het gekrakeel en de twijfels in de relaties om haar heen. In een aantal zaken is Elisabeth zeer lucide, bijvoorbeeld als ze het over de geboorte van haar dochter heeft: ‘Toen je naast me in bed lag, net nadat je geboren bent, toen dacht ik: wie is dit?’
‘En toen?’
‘Dat bleef, dat is het leuke eraan, Dat dat blijft.’
‘Het leuke.’
‘Ja.’
‘Ik heb wel ‘s gehoord’, zegt Coco, ‘dat vrouwen juist meteen denken: o, ben jij het?’
‘O ja?
‘Ja.’
‘Heb ik nog nooit gehoord.’
‘Nee?’
‘Zal wel niet waar zijn.’
‘Als jij het nog nooit hebt gehord, zal het wel niet waar zijn?’
‘Ze denken allemaal aan zichzelf. Ze zien zcihzelf en dat herkennen ze. Ze denken gewoon aan zichzelf, maar dat hebben ze niet door, dat ze alleen maar aan zichzelf denken.’ (p.164-165)
“Ik vind het leuk om het als schrijver op te nemen voor de eigenschappen van de mensen die er in het normale leven niet mee weg komen. Misschien komt het omdat ik eigenschappen zo fileer dat ze normaal lijken, maar het niet zijn. Je ziet het inderdaad in al mijn verhalen. ‘Het is zo vreemd en herkenbaar wat je schrijft’, krijg ik weleens terug. Soms ergeren mensen zich aan mijn personages, maar in dit boek zijn het gekken die winnen.”
Omdraaien
Gerritsen overweegt om in haar volgende boek alles eens radicaal om te draaien. “Ik wil iets troostends schrijven, iets hoopvollers. Ditmaal wil ik iets heel slecht laten beginnen en goed laten aflopen. Ik denk dat ik het verhaal begin met een familie die na een verschrikkelijke gebeurtenis op de vlucht is geslagen.”
De schrijfster zwijgt even aan de telefoon. “Misschien hoor je dat gerommel op de achtergrond. Terwijl ik met je praat en nadenk, orden ik de punaises, de paperclips en de splitpennen op mijn bureau. Wat grappig. Ik kom zo op die naam! Splitpennen!”
Dorst, Esther Gerritsen. Uigeverij de Geus, Breda. ISBN: 978 90 445 2518 2. Pagina’s: 216. Prijs: 19,95 euro. Zie ook www.degeus.nl

Een zieke, maar lucide moeder in Dorst van Esther Gerritsen

Esther Gerritsen: "Ik fileer eigenschappen zo dat ze normaal lijken, maar het niet zijn." Foto: Patricia Börger
Esther Gerritsen: "Ik fileer eigenschappen zo dat ze normaal lijken, maar het niet zijn." Foto: Patricia Börger
Door Peter le Nobel
Utrecht – Mensen met normale eigenschappen komen niet makkelijk weg in het boek ‘Dorst’ van Esther Gerritsen, want wat is normaal als een moeder zich voorbereidt op haar sterven, terwijl de wereld om haar heen als een kip zonder kop draait?
“Het idee begon met het eerste personage in het laatste hoofdstuk, de moeder.  Zij zou in de hemel terechtkomen met alle spullen die zij in haar leven heeft verzameld, en alles was nog heel en nieuw. Haar hemel bestond uit een plek zonder mensen, alleen spullen, zo was alles heel rustig en mooi. Later vroeg ik mij af: wat als ze familie heeft? Een kind? Zo zijn er steeds meer personages bijgekomen. In mijn verhalen komt altijd de liefde voor spullen terug en nu wilde ik er in dit boek speciaal aandacht aan geven.”
In ’Dorst’ krijgt Elisabeth te horen dat zij spoedig zal overlijden aan haar ziekte kanker. Dochter Coco besluit daarop bij haar moeder in te trekken. Er ontspint zich een verhaal waarbij velen, ondanks de ziekte van moeder, flink worden afgeleid door hun alledaagse beslommeringen. Het leidt tot bijzondere dialogen waarbij iedereen langs elkaar heen lijkt te praten. “Het idee achter het verhaal is dat de dochter een poging doet een relatie met haar moeder aan te gaan, terwijl de moeder daar geen behoefte aan heeft.”
Elisabeth heeft een licht autistisch trekje, zonder dat het in het boek echt wordt uitgesproken. “Ze houdt van een rustige, overzichtelijke wereld. Ze verlangt niet erg veel. Als haar man elke dag thuiskomt, vindt ze het wel best zo. Aan moeilijke gesprekken heeft ze geen behoefte.”
Toen hij dronken genoeg was, durfde ze te antwoorden: ‘Jij bent mijn hond, kom bij me liggen. Met dronken ogen keek hij haar aan. Hij wilde bij haar liggen.
‘Kom’, zei ze. Hij kroop op haar bed en hij legde zijn hoofd op haar schoot. Ze aaide hem. ‘Jij bent mijn hond’, zei ze. (p. 126)
Gaandeweg het verhaal krijgt de lezer steeds meer sympathie voor de gedachtenwereld van de moeder, temidden van het gekrakeel en de twijfels in de relaties om haar heen. In een aantal zaken is Elisabeth zeer lucide, bijvoorbeeld als ze het over de geboorte van haar dochter heeft: ‘Toen je naast me in bed lag, net nadat je geboren bent, toen dacht ik: wie is dit?’
‘En toen?’
‘Dat bleef, dat is het leuke eraan, Dat dat blijft.’
‘Het leuke.’
‘Ja.’
‘Ik heb wel ‘s gehoord’, zegt Coco, ‘dat vrouwen juist meteen denken: o, ben jij het?’
‘O ja?
‘Ja.’
‘Heb ik nog nooit gehoord.’
‘Nee?’
‘Zal wel niet waar zijn.’
‘Als jij het nog nooit hebt gehord, zal het wel niet waar zijn?’
‘Ze denken allemaal aan zichzelf. Ze zien zichzelf en dat herkennen ze. Ze denken gewoon aan zichzelf, maar dat hebben ze niet door, dat ze alleen maar aan zichzelf denken.’ (p.164-165)
“Ik vind het leuk om het als schrijver op te nemen voor de eigenschappen van de mensen die er in het normale leven niet mee weg komen. Misschien komt het omdat ik eigenschappen zo fileer dat ze normaal lijken, maar het niet zijn. Je ziet het inderdaad in al mijn verhalen. ‘Het is zo vreemd en herkenbaar wat je schrijft’, krijg ik weleens terug. Soms ergeren mensen zich aan mijn personages, maar in dit boek zijn het de gekken die winnen.”
Omdraaien
Gerritsen overweegt om in haar volgend boek alles eens radicaal om te draaien. “Ik wil iets troostends schrijven, iets hoopvollers. Ditmaal wil ik iets heel slecht laten beginnen en goed laten aflopen. Ik denk dat ik het verhaal begin met een familie die na een verschrikkelijke gebeurtenis op de vlucht is geslagen.”
De schrijfster zwijgt even aan de telefoon. “Misschien hoor je dat gerommel op de achtergrond. Terwijl ik met je praat en nadenk, orden ik de punaises, de paperclips en de splitpennen op mijn bureau. Wat grappig. Ik kom zo op die naam! Splitpennen!”
—-
dorstomslagDorst, Esther Gerritsen. Uitgeverij de Geus, Breda. ISBN: 978 90 445 2518 2. Pagina’s: 216. Prijs: 19,95 euro. Zie ook www.degeus.nl