‘Angst voor zinloosheid’

‘Smet’ nieuwe roman Henk van Straten

Door Peter le Nobel

John Fante is de inspirator voor Henk van Straten. Foto: Peter le Nobel
John Fante is de inspirator voor Henk van Straten. Foto: Peter le Nobel

Eindhoven – Vijf mensen die allemaal hun eigen angsten hebben en nauwelijks functioneren in het dagelijks leven richten het ‘Genootschap der Levenden op’. “Deze mensen, die nog te bang zijn om te poepen”, zegt Tonny Ickenroth, de hoofdpersoon die -‘befjekutanus!’- lijdt aan Gilles de la Tourette. ‘Smet’ is de tweede roman van Henk van Straten, die zelf angst voor gevaar en zinloosheid van het bestaan wil bezweren.

Het is een hilarisch boek, want hoe moet dat er in het echt uit zien? Een Antilliaan met smetvrees die continu een witte mondkap op heeft en zijn schoenen in plastic verpakt, en een man die bang is voor de zon en met een lasmasker op samen met elkaar optrekken om een loverboy op het rechte pad te krijgen. “Er is een filmmaatschappij geïnteresseerd”, zegt Van Straten, “maar over de rechten wordt nog onderhandeld. Het bewijst inderdaad wel dat het verhaal filmisch is geschreven. Ik schrijf graag met zwarte humor, maar houd ook van slapstickscènes, geïnspireerd op de Coen Brothers. Dat gaat vanzelf.”

Angst, dat is waar de hoofdpersonen door gedreven worden. “De angst om te leven, de onvermijdelijkheid van het bestaan, volgens mij gaat elk boek daar wel over. Je probeert er grip op te krijgen door erover te schrijven. In het eerste boek ‘Kleine Stinkerd’ zie je dat op microniveau, waarin privédetective Chris Hoop zich zorgen maakt of hij zijn zoontje van zijn ex wel goed zal opvoeden. In Smet zie je ook privézorgen, maar het engagement van het boek bestaat eruit dat je op macroniveau niet weet waar je bang voor moet zijn. De media zijn daar schizofreen in. Zo haalt Ickenroth het bericht aan dat er eerst gevaar was dat Zuid-Amerikaanse’ ‘killer bees’ massaal zouden steken, terwijl een paar jaar later het bericht komt dat ze met uitsterven worden bedreigd. Vandaar trouwens ook de bij op de omslag. Ik zie dat vaak terugkeren. In de laatste opiniebijlage van het NRC staat een artikel van Léon de Winter waarin hij de opwarming van de aarde en de CO2-uitstoot weer onderuit haalt. Ik denk dan: als je nou wist wat het gevaar was, dan weer je waar je bang voor moet zijn. Als je dat niet weet, dan werkt dat verlammend.”

Heintje Bondo

Bijna tegelijkertijd met ‘Smet’ is het boek ‘Mijn nieuwe beste vriend’ verschenen. Geen roman, maar een journalistiek verslag. Van Straten heeft een jaar lang opgetrokken met Huub van Bijnen, alias Heintje Bondo, een inmiddels 72-jarige artiest in Eindhoven die maar niet door wil breken.

“Hij is geestelijk beperkt en heeft van zijn achtste tot zijn dertigste in een tehuis gewoond. Uiteindelijk is hij begeleid in zijn eentje gaan wonen en is hij steeds in de stad te vinden. Cabaretier Theo Maassen heeft hem met mij in contact gebracht, toen hij meedeed aan een wedstrijd voor levende standbeelden. Wat mij in Bondo aanspreekt is dat hij dromen najaagt, en net als ik daar ook heel dubbel in is. Hij is blij als hij een optreden heeft, maar als het zover is dan klaagt hij dat zijn kat alleen is, eigenlijk om 21.00 uur gewoon in bed wil liggen en dat hij dan al die tijd niet kan plassen. Ik herken me daar wel enigszins in. Toen ik speelde in een punkband wilde ik ook niets liever dan toeren, maar zag ik er tegenop dat ik drie dagen geen behoorlijke slaapplek zou zien.”

“Hij zegt wat kinderen zouden zeggen. Hij belde me eerst een paar keer per dag op met de vraag wanneer mijn boek over hem nou klaar was. Toen ik het hem na een jaar overhandigde, gooide hij het in de hoek en vroeg: ‘En wanneer komen we op De Wereld Draait Door?’ Net als kinderen gaat hij meteen naar stap twee.”

John Fante

Van Straten heeft al aardig wat op zijn naam staan. Naast zijn twee romans en het verhaal over Heintje Bondo heeft hij ook een kinderboek uitgebracht: ‘Zwarth, Het Donker Ontwaakt’, over een twaalfjarige jongen met een bloedziekte, die voor het eerst van zijn leven verliefd wordt. Het was zijn allereerste boek.

Achteraf bezien is hij er ambivalent over. “Ik vind het verhaal nu te plat, maar ik heb er wel zelfvertrouwen door gekregen. Ik publiceerde al korte verhalen in tijdschriften, maar voor het eerst waagde ik me aan een lang verhaal, met een plot. Ik kon het, zo ontdekte ik.”

Een andere belangrijke ontwikkeling is de ontdekking van Charles Bukowski. “Ik ontdekte dat je over heel andere dingen kon schrijven dan over verheven zaken. Voorheen dacht ik dat een boek schrijven te hoog gegrepen was.”

Bukowski verwees vaak naar de schrijver John Fante en Van Straten besloot ook zijn werk te lezen. Die is voor hem de ware meester. “Hij is geen ribstoffen colbertjesdrager. Een echte blue collarschrijver. Hij behandelt net als Bukowski de donkere kanten van de maatschappij, maar hij heeft gewoon een gezin en is een echte Amerikaans-Italiaanse familyman. Hij houdt van mensen, is minder cynisch dan Bukowski, en heeft ongelooflijk veel zelfspot. Ik vind dat een goede les in bescheidenheid.”

Afleiding

De schrijver is nu toe aan een nieuwe stap in zijn ontwikkeling. Hij zou met nog meer subtiliteit willen schrijven. Maassen vindt dat Smet nog een laagje dieper had gekund, een streng oordeel, maar wel als kritische vriend. Hij is van mening dat Van Straten het te snel heeft gepubliceerd. De cabaretier moet overigens redelijk alleen staan in zijn oordeel, want het boek is al genomineerd voor de BNG Literatuurprijs. Van Straten: “Ik wil graag resultaat zien. Ik werk hard, maar als iets klaar is, moet het eruit. In dat opzicht ben ik ongeduldig. Het is ook dat ongeduld waarin ik mij herken bij Huub van Bijnen.”

Van Straten verklaart een deel van zijn ongedurigheid in zijn existentiële angst. “Een mens zoekt afleiding, en ik zoek het in schrijven. Als je schrijft over het bestaan, is er de hoop dat je je bestaan kan relativeren, je angst onschadelijk maakt, en word je niet geconfronteerd met gevaar, zinloosheid of sterfelijkheid. Ik denk dat alles wat mensen doen een vorm van afleiding is. Sommigen zoeken het in geloof, maar ik ben te rationeel om me daaraan over te geven.”

De schrijver vindt het boeddhisme wel interessant. “Volgens de boeddhisten is leven lijden, en ze zeggen: Emptiness is form, en form is emptiness. Ik vind dat een mooie filosofie. Als je teveel onnozele dingen nastreeft, vergeet je dat alles nu is. Alles bestaat nu, het verleden is voorbij en de toekomst bestaat niet. Daar zit troost in. Omdat je weet dat het altijd zo zal zijn. Je blijft zo open staan en denkt niet in kaders. Je blijft genuanceerd.”

—-

Scannen0001Henk van Straten, ‘Smet’, Uitgeverij Lebowski, 334 p., ISBN: 978-90-488-02913. Prijs: 17,50 euro. Zie ook www.henkvanstraten.nl

Op woensdag 9 december zijn Henk van Straten en Theo Maassen te zien in De Wereld Draait Door.

Later ook aandacht voor het nieuw digitaal kunsttijdschrift De Optimist. Zie www.deoptimist.net

3 Replies to “‘Angst voor zinloosheid’”

  1. Jammer, weer een eenzijdig beeld van het syndroom van Gilles de la Tourette. Weer alleen die scheldwoordentic, terwijl slechts een klein deel van de Touretters dit heeft. Maar ja, als je een hilarisch boek wilt schrijven en van slapstick houdt, is het natuurlijk wel lekker makkelijk om het syndroom te laten zien in z’n genantste vorm. Lachen hoor, behalve dan voor degenen die hier zelf aan lijden…

Comments are closed.