<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Nationaleboekenblog&#187; Interviews</title>
	<atom:link href="http://www.nationaleboekenblog.nl/category/interviews/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.nationaleboekenblog.nl</link>
	<description>Literatuur, boeken, in het nederlandse taalgebied</description>
	<lastBuildDate>Fri, 30 Jul 2010 17:12:08 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.8.1</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Marijke van den Elsen: ‘Als kind verzon ik al verhalen’</title>
		<link>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/marijke-van-den-elsen-%e2%80%98als-kind-verzon-ik-al-verhalen%e2%80%99/</link>
		<comments>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/marijke-van-den-elsen-%e2%80%98als-kind-verzon-ik-al-verhalen%e2%80%99/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 25 Jun 2010 05:33:28 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[boek]]></category>
		<category><![CDATA[chicklit]]></category>
		<category><![CDATA[Schrijfster]]></category>
		<category><![CDATA[thriller]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nationaleboekenblog.nl/?p=3350</guid>
		<description><![CDATA[De vier kenmerken van een chicklit, waaronder de romantiek
<p>Door Peter le Nobel</p>
<p><p class="wp-caption-text">Marijke van den Elsen is een ware romanticus. Foto: Peter le Nobel</p>Utrecht – ‘Gek van jou!’ is het tweede boek van Marijke van den Elsen. Een ware chicklit, met kenmerken van een thriller. “Misschien ben ik ooit geïnspireerd geweest door de Gillmore girls. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>De vier kenmerken van een chicklit, waaronder de romantiek</h3>
<p><em>Door Peter le Nobel</em></p>
<p><div id="attachment_3354" class="wp-caption aligncenter" style="width: 310px"><img src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/IMG_8870-300x200.jpg" alt="Marijke van den Elsen is een ware romanticus. Foto: Peter le Nobel" title="IMG_8870" width="300" height="200" class="size-medium wp-image-3354" /><p class="wp-caption-text">Marijke van den Elsen is een ware romanticus. Foto: Peter le Nobel</p></div><strong>Utrecht – ‘Gek van jou!’ is het tweede boek van Marijke van den Elsen. Een ware chicklit, met kenmerken van een thriller. “Misschien ben ik ooit geïnspireerd geweest door de Gillmore girls. Een oud tv-programma. In een aflevering komt een braaf meisje een stoere jongen tegen en dumpt zij haar brave vriend, maar in die serie kwam geen psychopaat voor.” </strong> <span id="more-3350"></span></p>
<p>Van den Elsen debuteerde in 2009 met ‘Leuk voor één nacht’, dat goed werd verkocht. Dit jaar al is haar tweede boek uitgekomen. In ‘Gek van jou’ komt de succesvolle schrijfster Sara haar oude schoolliefde Thom tegen. Net als toen bloeit zij weer op, terwijl iedereen opnieuw voor hem waarschuwt. De echt gevaarlijke jongen is echter de ideale schoonzoon Stefan, die in de loop der jaren steeds meer in haar leven blijkt te zijn vervlochten.</p>
<p>“Toen ik klein was, ging ik in bed verhalen bedenken”, zegt Van den Elsen. “Soms vond ik ze zo spannend dat ik niet wilde slapen. Ik wilde weten hoe het verder ging.”<br />
Toch heeft het nog even geduurd voor ze echt de pen ter hand nam. “Ik deed mee aan schrijfcursussen in de wijk en las ook boeken over schrijven, maar ja, je kunt wel eindeloos research doen. Ik besloot te schrijven aan een langer verhaal van dertig kantjes. Vroeger kon ik te voet naar mijn werk lopen. In die wandeling van een half uur deed ik mijn ideeën op en zo is het eerste boek ontstaan. Eindeloos heb ik het verhaal herschreven. Uiteindelijk duurde het drie jaar voor het af was.” </p>
<p><strong>Derde boek</strong></p>
<p>Het schrijven aan haar tweede boek ging aanzienlijk sneller. En Van den Elsen heeft de smaak te pakken, want ze heeft besloten haar baan op te geven om full time te schrijven. Ze is nu bezig aan haar derde boek. “Dat verhaal speelt zich af op een kantoor. Een vrouw is teamleider en ze komt een beetje bitcherig over. Op een gegeven moment moet ze samenwerken met een man, ook een teamleider, en wordt ze langzaam losser. Uiteindelijk realiseert ze zich dat ze veel van haar strenge moeder heeft overgenomen en zelf zo streng niet is. Ze lijkt meer op haar vader, die echter vroeg is weggegaan.” </p>
<p>Relaties en psychologie, dat vindt Van den Elsen interessant. “Tot september vorig jaar was ik HRM adviseur, dus ongetwijfeld beïnvloedt mij dat in mijn schrijven. Ik kan me voorstellen dat het daardoor wat makkelijker voor mij is om de gedragingen van mijn personages logisch op elkaar aan te laten sluiten. Daarnaast, relaties en de spanning die daarin altijd is, vind ik sowieso fascinerend. In dat opzicht ben ik een echte romanticus.”</p>
<p><strong>De chicklit</strong> </p>
<p>Chicklits hebben de laatste jaren een hoge vlucht genomen in de letteren. “Ze zijn heel populair sinds de dagboeken van Bridget Jones”, peinst Van den Elsen, “maar in feite hebben ze altijd bestaan. Denk maar aan ‘Pride and prejudice’ van Jane Austen, en nu je me vraagt wat de elementen zijn van de chicklit, dan moet daar in ieder geval in voorkomen: psychologie, romantiek, erotiek, en humor natuurlijk.” </p>
<p>Bezwaart het Van den Elsen dat soms neerbuigend over het genre wordt gedaan? “Soms wel, soms niet. Het is gewoon een leuk genre om te schrijven en te lezen. Als ik de neerbuigende toon hoor, dan denk ik wel eens: ‘Ja, maar: mijn verhaal is ook gewoon een boek!’ Aan de ene kant lijkt de chicklit makkelijk, maar aan de andere kant is die misschien wel moeilijk, omdat je wil dat je verhaal een groot bereik heeft.” </p>
<p>Misschien dat Van den Elsen nog ooit een historische roman schrijft. “Ik denk aan de zeventiende of achttiende eeuw, de tijd van Jane Austen. Een tijd waarin mensen een façade van deugdelijkheid ophielden, maar net zo ‘ondeugend’ waren als nu. Wat dat betreft zal ik mijn romantische aard kennelijk nooit kunnen verbergen.”<br />
&#8212;-<br />
<img src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/Voorkant-Gek-van-jou2-150x150.png" alt="Voorkant Gek van jou2" title="Voorkant Gek van jou2" width="150" height="150" class="alignleft size-thumbnail wp-image-3353" />Marijke van den Elsen, ‘Gek van jou!’, Uitgeverij Zomer &#038; Keuning, 278 p, ISBN: 978 90 5977 512 1. Prijs: 11,95 euro. Zie ook <a href="http://www.marijkevandenelsen.nl">www.marijkevandenelsen.nl</a> </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/marijke-van-den-elsen-%e2%80%98als-kind-verzon-ik-al-verhalen%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Mexico als foute man en Nederland als saaie echtgenoot</title>
		<link>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/mexico-als-foute-man-en-nederland-als-saaie-echtgenoot/</link>
		<comments>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/mexico-als-foute-man-en-nederland-als-saaie-echtgenoot/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 11 Jun 2010 06:20:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[boek]]></category>
		<category><![CDATA[expat]]></category>
		<category><![CDATA[Mexcio]]></category>
		<category><![CDATA[migratie]]></category>
		<category><![CDATA[moeder]]></category>
		<category><![CDATA[Nederland]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nationaleboekenblog.nl/?p=3261</guid>
		<description><![CDATA[Eugenie van Stratum als ploetermoeder in Mexico-City
<p>Door Peter le Nobel</p>
<p><p class="wp-caption-text">Eugenie van Stratum was vol van Mexico, maar begint Nederland opnieuw te waarderen. Foto: Peter le Nobel</p>Utrecht &#8211; “Mexico is een foute man. Hij is spannend, maar je bent nooit helemaal veilig. Nederland is die saaie echtgenoot op de bank, maar hij blijft wel bij [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Eugenie van Stratum als ploetermoeder in Mexico-City</h3>
<p><em>Door Peter le Nobel</em></p>
<p><div id="attachment_3269" class="wp-caption alignleft" style="width: 209px"><img src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/Eugenie-199x300.jpg" alt="Eugenie van Stratum was vol van Mexico, maar begint Nederland opnieuw te waarderen. Foto: Peter le Nobel" title="Eugenie" width="199" height="300" class="size-medium wp-image-3269" /><p class="wp-caption-text">Eugenie van Stratum was vol van Mexico, maar begint Nederland opnieuw te waarderen. Foto: Peter le Nobel</p></div><strong>Utrecht &#8211; “Mexico is een foute man. Hij is spannend, maar je bent nooit helemaal veilig. Nederland is die saaie echtgenoot op de bank, maar hij blijft wel bij je”, zegt Eugenie van Stratum. Zojuist is haar debuut ‘Move it!’ verschenen. Over de ‘migratie-avonturen van een ploetermoeder in Mexico City’. Anders dan de onderkop doet vermoeden is Van Stratum een en al enthousiasme over haar besluit om met haar man, ‘el Senor’, mee te gaan. Drie jaar woont ze nu in de stad, ter grootte van de provincie Utrecht met 28 miljoen inwoners.</strong></p>
<p>Het boek is een echte biografie, een verslag bijna van haar leven in Mexico, met alle indrukken die zij opdoet en de praktische problemen bij het vinden van bijvoorbeeld een huis en een school voor haar kleuter Caesar. Vlot geschreven en een aanrader voor wie migratieplannen heeft. <span id="more-3261"></span></p>
<p>Uit het boek spreekt wel duidelijk dat Van Stratum geen type is van eindeloze bedachtzaamheid. Het is niet iedereen gegeven om half struikelend uit het toilet, met de broek nog letterlijk tot op de knieën, mee te gaan in het besluit van manlief dat er binnen zes weken naar Mexico wordt gevlogen. Definitief.</p>
<p>‘Het leven is een werkwoord dat je naar eigen inzicht kunt vervoegen. Ik ga voor de actief tegenwoordige tijd’, is dan ook haar eigen motto. Dat klinkt oppervlakkig, maar dat is allerminst zo; die houding heeft een duidelijk gevolg: Van Stratum kiest ervoor om volop te integreren in de Mexicaanse maatschappij. In het boek beschrijft ze een scene hoe het niet moet: ene Laurie, vrouw van een expat, klaagt en zit haar tijd uit. Laurie beschrijft hoe leuk en actief haar leven vroeger was. </p>
<p><em>&#8216;Wat vind jij eigenlijk?’ vraagt ze.<br />
Nog voordat ze haar zin heeft afgemaakt, grijp ik mijn kans:<br />
‘Ga op tennisles, zwem elke dag een uur, regel iemand die voor je kookt als je er zelf een hekel aan hebt, stop met het stalken van je man, zie de palmbomen en de blauwe lucht, negeer je plafond, leer Spaans of behelp je met Engels en maak je er verder niet zo druk over, eet gezond, ontspan je in bed met een goed boek, vecht niet tegen die kilo’s en vecht vooral niet meer zo tegen jezelf. Dan komt je man misschien eerder thuis. Kunnen jullie samen iets leuks gaan doen’, adviseer ik met klem.<br />
‘O’, vormen haar lippen, haast zonder geluid. ‘Ik wilde eigenlijk alleen maar weten hoe jij het vindt om hier te wonen.’ </em></p>
<p><strong>Globetrotter</strong></p>
<p> “Ik ben nooit een grote reiziger geweest”, zegt Van Stratum. “Pas toen ik mijn man leerde kennen bezocht ik de Filippijnen waar zijn vader woonde en gingen wij op huwelijksreis in Zuid-Afrika. Mijn man is veel meer een globetrotter. Zo is hij opgegroeid in Tunesië. Ik oefende in Nederland verschillende communicatiefuncties uit en wilde juist per se bij Nederlandse bedrijven werken, omdat ik er niet zeker van was of ik me ook in het Engels zo goed kon uitdrukken als voor mijn werk zou zijn vereist.” </p>
<p>Toch zag Van Stratum de emigratie als een grote kans. Anders dan veel andere vrouwen had zij er geen moeite mee haar carrière af te breken en haar man te volgen, terwijl ze het uiteindelijk geschopt heeft als director communications bij een kabelmaatschappij.<br />
“Ik was toch zoekende. We werkten allebei keihard, leidden een jachtig leven: ‘Doe jij de hond, doe ik ons kind’. Ik zag het niet als een opgave om dat op te geven.” </p>
<p><strong>Houding</strong></p>
<p>Na drie jaar ziet Van Stratum haar houding tegenover Mexico en Nederland veranderen. “Het eerste jaar riep ik: ‘Jippiejajee. Mexico! Boe op Holland! De kleine dingen vielen mij op, zoals het persoonlijk contact in Mexico en het chagrijn in Nederland. Hier wordt het je overduidelijk dat het voor iemand in de horeca ook maar een bijbaan is naast de studie. Mexicanen zijn blij met een baan en trots op hun uniform, waar een Nederlander juist van gruwt. En elke dag zonnig weer doet iets met een heel volk. Je wordt ook chagrijnig als je zes maanden in de kou en ellende zit.”</p>
<p>“Het tweede jaar stond ik er wat neutraler in. Dat kwam vooral door het schuldgevoel dat je tegenover het thuisfront had. Je voelt dat je tekortschiet in het contact onderhouden, maar je weet dat je niks aan de situatie kunt veranderen. Mijn man moest snoeihard werken en had eigenlijk geen zin om in die ene week in Nederland rekening te houden met familie. Hij wilde het liefste een biertje drinken met zijn vrienden.”</p>
<p><strong>Projectie</strong></p>
<p>“In het derde jaar is iedereen veel positiever over Nederland en vinden we het heel leuk om iedereen te zien. Mijn zoon ziet nu dat hij onderdeel is van een grote kring waar hij altijd Nederlands kan praten en exact hetzelfde is. Alles wat hij ziet, vindt hij mooi. Dat zegt zijn oma ook: ‘Je vindt echt alles mooi hier.’ Caesar zei: ‘Nederland is mijn land.’ Alles hier ruikt zo lekker, zo fris. En de mensen zijn eigenlijk heel vriendelijk. Misschien was ik in Nederland wel te opgefokt en krijg je terug wat je uitstraalt. Alles in het leven is wat dat betreft projectie.” </p>
<p>“Een journaliste was correspondent in Italië. Zij had een huis en een vriend en voelde dat ze echt iets moet achterlaten toen ze naar Mexico moest. Ook zij heeft een boek geschreven. Anders dan ik zat ze in een arme wijk van Mexico en schreef ze over alle ellende die de corruptie en de drugsoorlogen met zich meebrengen. Natuurlijk zag ik ook hoe mijn vriendinnen uit de upper class zich in kogelvrije auto’s lieten vervoeren. Ik denk dat we in onze conclusies wel bij elkaar uitkomen.” </p>
<p><strong>Angst</strong></p>
<p>In Mexico moest haar man het Deens hypotheeksysteem introduceren. Zijn droom is om hetzelfde systeem ook naar Nederland te brengen. “Hij is ook door schade en schande wijs geworden. Hij werkt samen met 40 mensen, allemaal Mexicanen. Hij is een hoge boom en moet tegen de stroom inroeien. Hij heeft veel sneller dan ik de traagheid ontdekt. Veel Mexicanen durven geen verantwoordelijkheid te nemen en worden geregeerd door angst. Elk mailtje printen ze uit en bewaren ze in mapjes, van laag tot hoog. Handtekeningen durven ze niet te zetten, want vroeg of laat kun je daardoor aangepakt worden. Mijn man heeft helemaal geen tijd om elk mailtje uit te printen. In dat opzicht is hij echt een Europeaan, en hij heeft geen zin om én vooruit én achterom te kijken.”  </p>
<p><strong>Terugkeren of blijven</strong></p>
<p>&#8220;Inmiddels vind ik Mexico zo leuk dat ik er zou willen blijven. Ik denk dat ik van het hele gezin er het meest moeite zou hebben om terug te keren.”<br />
Mexico heeft Van Stratum veel gebracht. “Het schrijven, maar ook het moederschap, ook al zullen veel feministen hier niet blij zijn met zo’n opmerking. Ik was al moeder in Nederland, maar achter gezien alleen in titel. Ik bracht mijn zoon naar de crèche, dacht wel: ‘Zielig dat hij huilt’, maar ik moest door naar vergadering. In Mexico ken ik alle kleine verhalen, al zijn vriendjes bij naam en weet ik alle kleine dingen die voor hem heel groot zijn. En de Mexicaanse vrouwen zijn totaal niet geïnteresseerd in wat ik heb gestudeerd, wat ik allemaal wel niet heb bereikt. Het gaat echt om mij. Dat is ook wel heel ontspannen.” </p>
<p>&#8212;-</p>
<p><img src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/Mexico.jpg" alt="Mexico" title="Mexico" width="143" height="217" class="alignleft size-full wp-image-3260" />‘Move it!, Migratie-avonturen van een ploetermoeder in Mexico-City’, Eugenie van Stratum, Uitgeverij A.W Bruna, 232 p. ISBN: 978 90 229 9700 0.<br />
Prijs: € 15</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/mexico-als-foute-man-en-nederland-als-saaie-echtgenoot/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>‘Buiten onszelf kunnen we geen hoger doel vinden’</title>
		<link>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/%e2%80%98buiten-onszelf-kunnen-we-geen-hoger-doel-vinden%e2%80%99/</link>
		<comments>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/%e2%80%98buiten-onszelf-kunnen-we-geen-hoger-doel-vinden%e2%80%99/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 28 May 2010 05:36:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[debuut]]></category>
		<category><![CDATA[Thijs de Boer]]></category>
		<category><![CDATA[verhalenbundel]]></category>
		<category><![CDATA[Vogels die vlees eten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nationaleboekenblog.nl/?p=3077</guid>
		<description><![CDATA[Verhalenbundel Thijs de Boer: ‘Vogels die vlees eten’
<p>Door Peter le Nobel</p>
<p class="wp-caption-text">De vrijheid om regels te bepalen. Bouwkunde paste daar niet bij... Foto: Peter le Nobel</p>
<p>Amsterdam &#8211; Het debuut ‘Vogels die vlees eten’ van Thijs de Boer (1981) is nog maar halverwege april verschenen en nu al bejubeld in bladen als het Parool en Vrij [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Verhalenbundel Thijs de Boer: ‘Vogels die vlees eten’</h3>
<p><em>Door Peter le Nobel</em></p>
<div id="attachment_3079" class="wp-caption aligncenter" style="width: 310px"><img class="size-medium wp-image-3079" title="IMG_8830" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/IMG_8830-300x200.jpg" alt="De vrijheid om regels te bepalen. Bouwkunde paste daar niet bij... Foto: Peter le Nobel" width="300" height="200" /><p class="wp-caption-text">De vrijheid om regels te bepalen. Bouwkunde paste daar niet bij... Foto: Peter le Nobel</p></div>
<p><strong>Amsterdam &#8211; Het debuut ‘Vogels die vlees eten’ van Thijs de Boer (1981) is nog maar halverwege april verschenen en nu al bejubeld in bladen als het Parool en Vrij Nederland. Tussen de twee en drie jaar heeft de schrijver elk woord kritisch gewogen. Zijn bundel legt nu gewicht in de schaal van de Nederlandse letteren en geeft een prachtig tijdsbeeld van het zielenleven van zijn generatie. </strong><span id="more-3077"></span></p>
<p>In 2007 kreeg Thijs de Boer al een eerste publicatie in de literaire tijdschriften De Tweede Ronde en Hollands Maandblad. “Ik ging pas schrijven tijdens mijn studie. Op de middelbare school had ik heel veel televisie gekeken en op een gegeven moment ging ik films kijken. Het viel me op dat de beste films gebaseerd waren op boeken. Ik kwam erachter dat in korte verhalen de vrijheid heel groot is. Bij een roman moet je heel veel beloften inlossen, zaken begrijpelijk maken. Bij een kort verhaal hoef je alleen een fragment te laten zien en kun je veel meer overlaten aan de fantasie van de lezer.”</p>
<p>Een plezier dat ook schrijver David Veldman heeft ervaren. Het is makkelijker om een aantal zaken door de lezer als gegeven te laten beschouwen, je mag de lezer veel meer in het midden van het verhaal laten vallen.</p>
<p><strong>Controle</strong></p>
<p>Even lijkt het erop dat De Boer zich tegenspreekt, want in meerdere interviews maakt hij juist duidelijk controle over zijn verhalen te willen hebben. Dat kenmerkt zich al door zijn manier van schrijven. Hij zal net zolang aan zinnen ‘frunniken’ tot elk woord precies in de context van het verhaal past. Uiteindelijk heeft hij twee tot drie jaar aan zijn verhalenbundel gewerkt. “Maar: ik moest ook mijn stijl zien te vinden.”</p>
<p>“De vrijheid van het verhaal is groot om alles te doen wat je wilt, omdat je weet dat je alles kan opschrijven zonder dat je er later per se iets mee moet.  Je kunt doen wat je wil en in dat opzicht heb je totale controle. Je hebt zoveel vrijheid, er zijn geen regels van buitenaf. Jij kunt de regels bepalen.”</p>
<p>Het is een genot dat De Boer eerder heeft ervaren toen hij samen met kunstenares Jikke van Loon een kunstwerk ter nagedachtenis aan de Noorse slachtoffers van de tsunami ontwierp. Hij studeerde in Delft Bouwkunde, “maar het proces van ontwerpen was naar verhouding korter dan het nalopen van de regels, zoals de bouwvoorschriften.” Samen met Van Loon werd hij in 2006 uit honderden inzendingen gekozen om het ontwerp verder uit te werken. Het was ook het einde van zijn studie Bouwkunde.</p>
<p><strong>Duister</strong></p>
<p>De vrijheid heeft De Boer gretig genomen. Het resultaat: een verhalenbundel waarin ook de duistere kant van de mens vrij spel lijkt te hebben. De mens is niet alleen mooi, de mens is niet alleen slecht, de mens is de mens, met parfum op de snuit en poep in de darmen. Gezaghebbende bladen als Het Parool en Vrij Nederland zijn lovend over zijn verhalen, maar niet iedere lezer blijkt zijn verhalen te kunnen trekken. Zo schrijft ene Dettie op leestafel.nl: ‘Een verhalenbundel met verhalen die ik persoonlijk erg akelig vond. Sommige heb ik diagonaal gelezen omdat ik ze te bizar vond.’</p>
<p>Duizendwoorden.nl betoogt daarentegen: ‘Onbewust snapt de lezer die absurditeit, want we hebben allemaal toch wel eens rare gedachten? Alleen De Boer beschrijft ze en doet dat uitermate kundig. Hij is eerlijk en de lezer moet die eerlijkheid leren wegen en waarderen. Het besef komt al snel dat De Boer niet over een individu schrijft, maar juist over ons allemaal.’</p>
<p><strong>Absurdisme </strong></p>
<p>Het interessante is: het leven zelf is nog veel gekker, absurder, en trekt zich niets aan van de meningen van diegenen die net dat moment van leven hebben. De Boer beschrijft in het verhaal Ketamine hoe twee broers steeds vragen stellen aan hun opgebaarde moeder. Iedere keer als het koelsysteem afslaat, schudt ze nee. De vragen worden steeds meliger: ‘Mam, vond je het fijn om seks te hebben met papa?’</p>
<p>“Het voorval is gebaseerd op wat mijn moeder overkwam toen mijn oma in haar huis opgebaard lag. Mijn moeder ruimde alles op en als deel van het verwerkingsproces sprak ze soms hardop tegen mijn oma. Het koelsysteem sloeg een keer af en toen schudde ze echt nee.” Het zijn die absurde voorvallen die De Boer in zijn hoofd opslaat. “Al die kleine dingen verzamel ik tot ik in een verhaal precies de goede plek voor hen vindt.” De Boer begint met losse zinnen, niet noodzakelijk de allereerste zinnen, en bouwt daar het verhaal omheen. Daarbij geldt een belangrijke voorwaarde: “Alles moet je eerlijk opschrijven, ook al is het absurd, maar dan behoud je juist je geloofwaardigheid.”</p>
<p>En De Boer vindt research belangrijk. “In het verhaal ‘Loopdrang’ beschrijf ik dat de gangen in een bepaald bejaardentehuis rondlopen.” <em>… omdat sommige van die bejaarden de oncontroleerbare drang hadden om te lopen. (…) De gangen lopen rond omdat geen van de verplegers de hele tijd aan het einde van de gang wilde staan om uit te leggen aan al die oude mensen dat dit het einde is.</em> “Je moet wel controleren of die gangen echt zo zijn gebouwd. Ik vind het ook respectvol naar de lezer toe als je dat nagaat.”</p>
<p><strong>‘Zelfontplooiing of zo’</strong></p>
<p>Thijs de Boer begon pas met schrijven na de middelbare school, ondanks de opgelegde boekenlijst Nederlands. “Ik had toen niet zoveel met Nederlandse literatuur; de thematiek sprak me niet aan. Misschien komt het ook wel omdat de schrijvers die ik las wat ouder waren en zich met andere dingen bezig hielden. De Nederlandse literatuur is ook minder expliciet, kan soms heel braaf zijn. We zijn niet opgegroeid met de oorlog, religie bestaat voor ons niet echt meer. Wij hebben alles. Wat is dan nog het doel? De zelfontplooiing of zo. In onze generatie hebben wij de luxe om aan onszelf te werken. Buiten onszelf kunnen we geen hoger doel vinden. Misschien dat de crisis daar weer voor zorgt. Het doelloze, het gevoel niet nodig te zijn. Dat is wat ons bezighoudt, en dat is een thema dat ik terugzie in de Amerikaanse literatuur. Dat zie je bijvoorbeeld bij Douglas Coupland, bekend van zijn boek ‘Generation X’, maar die ik leerde kennen via ‘Hey Nostradamus’. Kijk je naar het verhaal ‘Schoon’, dan zie je een jongen die heel erg zoekende is, naar zijn identiteit, naar het wezen van liefde, en zich er tegelijkertijd van bewust is dat dit alles voor hem onvindbaar is. Het klopt dat er in de verhalen veel pillen en drank voorkomen. Gebruik van drugs is een heel eenvoudige manier om anders te worden dan wie je bent. Bijna al mijn personages hebben problemen met wie ze zijn, en proberen te ontsnappen.”</p>
<p>In het verhaal ‘Requiem’ schrijft een jongeman, in zijn dagelijks leven vakkenvuller, eindeloze versies op van zijn grafrede over zijn vader. Die stuurt hij ook allemaal naar zijn ouwe heer op. <em>‘Een week later kreeg ik de envelop thuisgestuurd. Ik maak hem open en op een bovenste grafrede zit een Post-it met daarop geschreven: ‘Deze vind ik het beste. Succes, Papa’.</em> Het leven is draaglijk als het aandoenlijk is.</p>
<p>&#8212;-</p>
<p><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-3082" title="omslagthijsdeboer" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/omslagthijsdeboer-150x150.jpg" alt="omslagthijsdeboer" width="150" height="150" />Thijs de Boer, ‘Vogels die vlees eten’, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, ISBN: 9 789046 807149. Prijs: 16,90 euro. Zie ook <a href="http://www.thijsdeboer.com" target="_blank">www.thijsdeboer.com</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/%e2%80%98buiten-onszelf-kunnen-we-geen-hoger-doel-vinden%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;In Nederland wordt erg badinerend over de literaire thriller gesproken&#8217;</title>
		<link>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/in-nederland-wordt-erg-badinerend-over-de-literaire-thriller-gesproken/</link>
		<comments>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/in-nederland-wordt-erg-badinerend-over-de-literaire-thriller-gesproken/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 21 May 2010 05:51:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[boek]]></category>
		<category><![CDATA[interview]]></category>
		<category><![CDATA[thriller]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nationaleboekenblog.nl/?p=3022</guid>
		<description><![CDATA[<p></p>
<p>Door Cathelijne Esser</p>
<p>Utrecht - &#8217;Niemand weet meer wat een roman is. Dat merk je aan zoiets iets idioots als de literaire thriller,’ zei Connie Palmen eind 2009 in tv-programma Kunststof. Temidden van de discussie over de literaire thriller verschijnen nieuwe titels. Wat is het standpunt van de auteurs zelf? Tupla Mourits over hun nieuwste literaire thriller [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><img class="aligncenter size-medium wp-image-3023" title="unknown" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/thriller-188x300.jpg" alt="unknown" width="188" height="300" /></p>
<p><em>Door Cathelijne Esser</em></p>
<p><strong>U</strong><strong>trecht - &#8217;Niemand weet meer wat een roman is. Dat merk je aan zoiets iets idioots als de literaire thriller,’ zei Connie Palmen eind 2009 in tv-programma Kunststof. Temidden van de discussie over de literaire thriller verschijnen nieuwe titels. Wat is het standpunt van de auteurs zelf? Tupla Mourits over hun nieuwste literaire thriller Meer dood dan levend.<span id="more-3022"></span></strong></p>
<p>Het vierde boek van Tupla Mourits, het pseudoniem van het Amstelveense auteursduo Wendela de Vos en Atie Vogelenzang is net als de drie voorgaande romans een thriller met literair predikaat. Op vitaal.nl geeft De Vos in haar vaste column een reactie op de Palmendiscussie en noemt ze de boeken die ze met Vogelenzang schrijft ‘best wel literair.’</p>
<p><strong>Wanneer is een thriller literair, wat jullie betreft? </strong></p>
<p>De Vos: ‘Een literaire thriller is een spannend boek met een plot en een misdrijf, waarin geen clichés staan, het taalgebruik goed is, het verhaal niet ééndimensionaal is en de hoofdpersonages een ontwikkeling doormaken. Wij voldoen redelijk goed aan die elementen maar hebben niet de pretentie literatuur te schrijven. Ik denk weinig thrillerschrijvers. Mensen als Donna Tart, Philippe Claudel, Ian McEwan, dat zijn natuurlijk de echte literaire thrillerschrijvers, maar daar hoor je Connie Palmen niet over.</p>
<p>Vogelenzang: ‘Het was op verzoek van de boekinkopers dat het stempel ‘literaire thriller’ op onze boeken werd gezet. Dat verkocht beter.’</p>
<p>De Vos: ‘Er wordt erg badinerend over de literaire thriller gesproken, ook door mensen van het Fonds voor de Letteren. Aan thrillerschrijvers kennen ze geen werkbeurzen toe. In België worden thrillerschrijvers wel voor vol aangezien en krijgen ze gewoon subsidie.’</p>
<p>Vogelenzang: ‘In Nederland ben je met een plotgericht boek meteen verdacht.’</p>
<p><strong>Palmen vindt dat thrillers bestaan bij de gratie van clichés – in stijl, in denkbeelden en in de verwachtingen die thrillers wekken bij de lezer. Mee eens?</strong></p>
<p>Vogelenzang: ‘Ik denk dat je het geen clichés moet noemen maar wetten. Eén zo’n wet is de plot.’</p>
<p>De Vos: ‘De ene thriller is de andere niet. Er zijn thrillers waar de misdadiger vies haar heeft en een lelijk gezicht – heel cliché. Maar thrillers van Scandinavische schrijvers als Karin Fossum, Karin Alvtegen en Kerstin Ekman zijn verontrustende boeken, die rekken de werkelijkheid op en zijn van hoog niveau. In de discussie over de kwaliteit van thrillers worden alle auteurs voor het gemak op één hoop gegooid, dat is frustrerend.’</p>
<p><strong>Palmen vindt dat een literaire roman nooit het effect kent dat ze bij de lezer teweeg brengt, in tegenstelling tot een thriller die op een kant-en klaar-emotie zou mikken. Eens?</strong></p>
<p>Vogelenzang: ‘Ik vraag me af of Palmen niks beoogt met haar boeken. Ze wil toch ook verontrusten of ontroeren en schrijft daar dus naar?’</p>
<p>De Vos: ‘Iedere schrijver wil iets aanrichten. Schrijvers van gewone romans gaan misschien iets minder berekenend te werk dan schrijvers van spannende boeken. De opzet van een literaire roman is iets teweeg brengen, de opzet van een literaire thriller is een retespannend boek schrijven. Maar zegt dat iets over de kwaliteit?’</p>
<p><strong>Over clichés gesproken: de titel ‘Meer dood dan levend’ is een cliché-uitdrukking&#8230;</strong></p>
<p>De Vos: ‘Haha, ja, dat wel. Het probleem is dat onze werktitels door de uitgeverij altijd veel te literair gevonden worden. Daarin moeten we dus concessies doen. Maar deze titel dekt wel erg de lading.’</p>
<p>Vogelenzang: ‘De titel en het omslag zijn heel belangrijk en als auteur heb je daar niet zoveel over te zeggen. Het is handel, net als melk en aardappelen.’</p>
<p>&#8212;-</p>
<p>Over Meer dood dan levend</p>
<p>De Amsterdamse twintiger Luna wordt slachtoffer van een gewelddadige overval. Als ze erachter komt wie haar overvaller was, gelooft de politie haar niet. Luna besluit het recht in eigen hand te nemen. Dat loopt volkomen uit de hand. Zie verder <a href="http://www.tuplamourits.nl" target="_blank">www.tuplamourits.nl</a> en <a href="http://www.arbeiderspers.nl" target="_blank">www.arbeiderspers.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/in-nederland-wordt-erg-badinerend-over-de-literaire-thriller-gesproken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>‘Taal lijkt niet te talen naar de dingen, maar moet wel zijn ding doen’</title>
		<link>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/%e2%80%98taal-lijkt-niet-te-talen-naar-de-dingen-maar-moet-wel-zijn-ding-doen%e2%80%99/</link>
		<comments>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/%e2%80%98taal-lijkt-niet-te-talen-naar-de-dingen-maar-moet-wel-zijn-ding-doen%e2%80%99/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 22 Mar 2010 06:10:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[bundel]]></category>
		<category><![CDATA[filosofie]]></category>
		<category><![CDATA[gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[taal]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nationaleboekenblog.nl/?p=2497</guid>
		<description><![CDATA[Stephan Vollenberg’s diepgang met een knipoog
<p>Door Peter le Nobel</p>
<p class="wp-caption-text">Stephan Vollenberg. Foto: Peter le Nobel.</p>
<p>Utrecht &#8211; Stephan Vollenberg debuteerde onlangs met de bundel ‘Berg Baart Muis’, de eerste uitgave in de speciale serie Eendagsvliegreeks van Uitgeverij Nadorst. Voor een dichter met diepe interesse voor onder meer de anthroposofie, het gedachtengoed van Jung, de theosofie en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Stephan Vollenberg’s diepgang met een knipoog</h3>
<p><em>Door Peter le Nobel</em></p>
<div id="attachment_2499" class="wp-caption aligncenter" style="width: 310px"><img class="size-medium wp-image-2499" title="IMG_7700" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/IMG_7700-300x200.jpg" alt="Stephan Vollenberg. Foto: Peter le Nobel." width="300" height="200" /><p class="wp-caption-text">Stephan Vollenberg. Foto: Peter le Nobel.</p></div>
<p><strong>Utrecht &#8211; Stephan Vollenberg debuteerde onlangs met de bundel ‘Berg Baart Muis’, de eerste uitgave in de speciale serie Eendagsvliegreeks van Uitgeverij Nadorst. Voor een dichter met diepe interesse voor onder meer de anthroposofie, het gedachtengoed van Jung, de theosofie en de Middeleeuwse filosofie zijn de gedichten opmerkelijk leesbaar en humoristisch. Diepgang met een knipoog.</strong> <span id="more-2497"></span></p>
<p><em>Trap er niet in</em></p>
<p><em>De grond</em></p>
<p><em>waarop ik sta</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>is niet de grond waarop ik sta</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>Het is taal</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>De taal</em></p>
<p><em>die ik spreek</em></p>
<p><em>is niet de taal die ik spreek</em></p>
<p><em>Het is grond</em></p>
<p>Dit gedicht is zijn poëtisch-filosofische belijdenis.</p>
<p>Eigenlijk wilde Vollenberg debuteren met zijn dichtbundel ‘Topje IJsberg Vulkaan’, een selectie van een berg gedichten die hij vanaf zijn twaalfde heeft geschreven. “De uitgever heeft mij voorbij gestreefd.” Zijn aanvankelijk debuut zou uit drie delen moeten bestaan:  ’Topje IJsberg Vulkaan’ als deel een, ‘Oevers van taal’ als deel twee en ‘ Zee’  in deel drie. “Zo ga ik van omhoog naar omlaag en van ijsberg naar oever en ook van vulkaan naar oever.” Het gedicht ‘Trap er niet in’  zal de opening zijn van deze opening en misschien zal de hele bundel ‘Berg Baart Muis’ wel de prélude zijn op deze aanvankelijk bedoelde eersteling.</p>
<p>De gedichten van Vollenberg zijn doorgaans kort, waar zijn essays juist lang zijn, vol wijd uiteenlopende terzijdes om te komen tot een nuance. “Ik doe er misschien teveel aan af, maar mijn gedichten zijn min of meer gestileerde gedachten, die ik probeer kort te houden, want dan is het snel gezegd.”</p>
<p>Vollenberg houdt echter wel van ‘good old’ Emily Bronte, William Blake en Goethe. “Allemaal hebben zij juist weleens epische gedichten geschreven.” Maar Vollenberg, houdt ook van Paul van Ostaijen en H.C. ten Berge. Geen dichters die bekend staan om een romantische traditie, maar juist om het experiment.</p>
<p>Het tweede wat opvalt aan de gedichten in ‘Berg Baart Muis’  is het taalspel.</p>
<p><em>Dom</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>Stomme </em></p>
<p><em>Dom</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>je klokkenspel</em></p>
<p><em>kennen we nu wel</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>sinds je zeshonderdzoveel jaar geleden</em></p>
<p><em>klaar gekomen bent</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>en</em></p>
<p><em>sinds</em></p>
<p><em>dien</em></p>
<p><em>toch</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>over</em></p>
<p><em>eind</em></p>
<p><em>bent</em></p>
<p><em>blij</em></p>
<p><em>ven </em></p>
<p><em>staan </em></p>
<p>Met de laatste twee strofen, inderdaad, als paal, geïnspireerd op de ‘beelddichten’  van Ostaijen.</p>
<p>Taal, als fenomeen, heeft Vollenberg altijd geboeid. Zeker in relatie tot het filosofisch gedachtengoed. “Taal staat tussen het denken en de dingen in, en voor mij misschien nog dichter bij het denken, waarbij de gedachten zich veel meer in flitsen en in volledigheid presenteren. Taal is een proces in de tijd. Je kunt een idee krijgen over iets en vervolgens probeer je dat in taal te vatten. Een woord als tafel kan vrij willekeurig zijn, maar de tafel kan er van zichzelf al zijn. Dat is de grond waarin ik probeer te wroeten. Taal kan bovendien de dingen verbeelden die er niet zijn, of voorbij zijn, maar het verhaal kun je altijd blijven oproepen. Met mijn taalspel probeer ik de werking van taal te onderzoeken. Het lijkt erop: de taal taalt niet naar de dingen, maar moet wel zijn ding doen.”</p>
<p>Geleerden als Aristoteles, Plato en Thomas van Aquino zijn Vollenberg in zijn bespiegelingen voorgegaan. “Ik ben altijd geboeid geweest in het filosofisch kernvraagstuk: hoe verhoudt het denken zich tot het waarnemen? Wat is wetenschap? In de middeleeuwen had je de discussie over, hou je vast: ‘de ontologische status van het universele’. Wat is de zijnsaard van begrippen en namen? Zijn begrippen louter mentale concepten of is ons denken door de structuur van onze taal bepaald en in die zin niet autonoom? Staan begrippen op zichzelf of zijn ze verankerd in de dingen?”</p>
<p>Er valt uren college in de filosofie over te geven. Thomas van Aquino heeft gesteld dat een boom bijvoorbeeld een ontwerp is van God, terwijl de mensen in ieder geval zo dicht bij God staan dat zij het werk als concept van de grote meester herkennen, wat voor soort boom het ook is. “In de anthroposofie wordt toegevoegd dat ook in klank de aard van een ding is te herleiden. Het Franse l’ Arbre die met zijn a misschien naar de bladeren verwijst, en de klank van ‘boom’ die –inderdaad, heel nuchter- naar de stam lijkt te verwijzen.”</p>
<p>Een laatste voorbeeld uit ‘Berg Baart Muis’ om de lichte toon van de bundel te onderstrepen:</p>
<p><em>zielig</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>ziel</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>tussen geest en beest</em></p>
<p><em>was je er maar nooit geweest</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>opdat ik</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>als beest zonder geest</em></p>
<p><em>of als geest zonder beest</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>reeds mijzelf was geweest </em></p>
<p><em>&#8212;-</em></p>
<p><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-2498" title="IMG_7960" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/IMG_7960-150x150.jpg" alt="IMG_7960" width="150" height="150" />Stephan Vollenberg, ‘ Berg Baart Muis’, Uitgeverij Nadorst. Prijs: 7,50 euro, 20 p., 11 gedichten. Eerste uitgave in ‘Eendagsvliegreeks’. Nog 19 ezemplaren verkrijgbaar. Zie verder www.uitgeverijnadorst.nl</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/%e2%80%98taal-lijkt-niet-te-talen-naar-de-dingen-maar-moet-wel-zijn-ding-doen%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>‘Zorg dragen voor je sterfelijkheid’</title>
		<link>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/%e2%80%98zorg-dragen-voor-je-sterfelijkheid%e2%80%99/</link>
		<comments>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/%e2%80%98zorg-dragen-voor-je-sterfelijkheid%e2%80%99/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 15 Mar 2010 06:03:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[boek]]></category>
		<category><![CDATA[euthanasie]]></category>
		<category><![CDATA[Kristien Hemmerechts]]></category>
		<category><![CDATA[schrijver]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nationaleboekenblog.nl/?p=2454</guid>
		<description><![CDATA[Het doodsverlangen van Kristien Hemmerechts
<p>Door Peter le Nobel</p>
<p class="wp-caption-text">&#34;Eigenlijk gaat het boek meer over sterfelijkheid dan over de dood&#34;, zegt Kristien Hemmerechts. Foto: Liesbeth Kuipers.</p>
<p>Berchem &#8211; Het staat zoals het in het boek staat: ja, Kristien Hemmerechts heeft echt een doodsverlangen. “Je hebt het toch gelezen?” Zeker, en het is een van de weinige boeken [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Het doodsverlangen van Kristien Hemmerechts</h3>
<p><em>Door Peter le Nobel</em></p>
<div id="attachment_2457" class="wp-caption alignright" style="width: 216px"><img class="size-medium wp-image-2457" title="AP_Hemmerechts_Kristien_TerVerzending 3" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/AP_Hemmerechts_Kristien_TerVerzending-3-206x300.jpg" alt="&quot;Eigenlijk gaat het boek meer over sterfelijkheid van over de dood&quot;, zegt Kristien Hemmerechts. Foto: Liesbeth Kuipers." width="206" height="300" /><p class="wp-caption-text">&quot;Eigenlijk gaat het boek meer over sterfelijkheid dan over de dood&quot;, zegt Kristien Hemmerechts. Foto: Liesbeth Kuipers.</p></div>
<p><strong>Berchem &#8211; Het staat zoals het in het boek staat: ja, Kristien Hemmerechts heeft echt een doodsverlangen. “Je hebt het toch gelezen?” Zeker, en het is een van de weinige boeken die herlezing waard is, met zoveel rijkdom. Telkens zal de lezer iets nieuws ontdekken. De vraag mag echter best een paar keer gesteld worden, want voor ‘een omgekeerde vroedvrouw’ is er geen weg terug. Gaat de spuit er eenmaal in, dan is terugtrekken te laat.</strong></p>
<p>‘<em>Ik ben een blanke vrouw van drieënvijftig jaar en ik overweeg mijn leven af te ronden. Voilà, het staat er in al zijn kuishuid op papier. We plegen geen zelfmoord, we ronden af.’</em> De openingszinnen van het boek ‘De dood heeft mij een aanzoek gedaan’ lijken onontkoombaar om het verhaal te kunnen vertellen.<span id="more-2454"></span></p>
<p>Hemmerechts heeft een dagboek bijgehouden, een essayistisch dagboek, van 9 oktober tot en met 8 juli, in negen maanden, vol fragmenten over haar leven, haar mannen Steve, Herman en Bart, haar vader Karel, dochter en haar twee zoontjes, het tweetal dat ze begin tachtiger jaren een voor een moest afstaan aan de wiegedood. In het boek ‘Taal zonder mij’ beschreef ze haar gemis van haar man Herman de Coninck na zijn dood, in ‘Sprookje’ het gemis van haar zoontjes. In het laatste boek keren zij allemaal terug, ditmaal met de euthanasie als thema.</p>
<p>“Het was in feite uit zelfcensuur dat ik keer op keer begon aan het project, maar steeds heb weggelegd. Mijn doodsverlangen is natuurlijk geen makkelijk onderwerp, het was iets dat ik lange tijd voor mezelf heb gehouden. Op een gegeven moment liet het zich niet meer verdringen.”</p>
<p>In het boek meandert Hemmerechts tussen de thema’s dood, leven en liefde, zoals ook in de onderkop staat. Stellige uitspraken vallen ook moeilijk te maken als het gaat om euthanasie -en zeker wanneer Hemmerechts schrijft, want geen conclusie zonder dat het onderwerp met onder meer herinneringen, voorvallen, en krantenberichten uit binnen- en buitenland aan alle kanten tegen het licht is gehouden. “Ik hoop met dit boek dat mensen over dit onderwerp nadenken. Men zegt mij dat het op die manier tot denken dwingt.”</p>
<p><strong>‘Omgekeerde vroedvrouw’ </strong></p>
<p>Artsen blijken niet de eerst aangewezen personen te zijn om je leven te helpen beëindigen, zo ontdekte Hemmerechts tijdens het schrijven. “Ze geven zelf aan dat ze er niet zijn om het leven te doen stoppen, maar om het te verlengen. Je kunt kiezen voor zelfeuthanasie. Boudewijn Chabot heeft in het boek ‘Uitweg’  manieren beschreven om dat te doen. Hij wil die kennis verspreiden. Er is nu in feite een onderscheid tussen een medische en een niet-medische klasse. Ik sprak artsen die tegen me zeiden: ‘Als het zover is, dan ken ik wel mensen die mij wel willen helpen’, maar dat geldt niet voor iedereen. Dat is niet eerlijk.”</p>
<p>Zelfeuthanasie vindt Hemmerechts persoonlijk geen ideale oplossing. “Het lijkt me niet makkelijk. Bij inname van pillen moet je bijvoorbeeld rekening houden met je lichaamsgewicht, je bloeddruk, je hartslag. Als je lid wordt van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde, dan kun je ook informatie krijgen om zelf je leven te beëindigen en naar Mexico gaan om een middel te halen, maar wat als je poging mislukt? Als je verlamd raakt of blind? Vandaar mijn voorkeur voor de ‘omgekeerde vroedvrouw’. Het is een prima benaming.”</p>
<p><em>‘Bij onze entree op aarde worden we door een vroedvrouw begeleid, maar niemand neemt die rol op zich wanneer we de drempel naar de dood overschrijden. Nochtans hebben we ook dan een gids nodig. Mensen die het onvermijdelijke aanvaarden, sterven vredig en sereen.’</em></p>
<p>Wat Hemmerechts betreft zouden mensen na hun 75e zelf mogen beslissen of ze er uit kunnen stappen of niet, zonder allerlei discussies over de definitie van ‘ondraaglijk lijden’. Iemand spreekt alles heel goed met je door, en geeft vervolgens een spuitje om je in slaap te brengen en dan het tweede verlossende spuitje om je hart te doen stoppen. Het idee dat je zacht kan wegglijden, zonder gruwelijkheden als opknoping of springen van een flat, zou velen al rust geven. Euthanasie ziet Hemmerechts als een recht, een zelfbeschikkingsrecht van de mens, maar ze ziet dat artsen de touwtjes in handen willen houden. “Ik kan me voorstellen dat een arts gewoon zegt: ‘Ik wens geen spuitje te geven.’ <em>Fair enough</em>! Maar vaak kiezen ze voor palliatieve sedatie waarbij de doses morfine zo hoog worden dat de patiënt overlijdt. Wat is dan nog het verschil?”</p>
<p><strong>Tegenargumenten</strong></p>
<p>Hemmerechts ziet een aantal ‘sterke tegenargumenten’ in deze discussie. “Er is een verschil tussen een depressie waarbij iemand met medicijnen of therapie geholpen kan worden en een persoon die zegt: ‘Voilà, ik ben klaar. Ik wil mijn leven afronden’. Je moet voorkomen dat je een depressief iemand zelfmoord induwt. Een ander sterk tegenargument is dat je mensen euthanasie kan opdringen, dat tegen oudere mensen wordt gezegd: ‘Zou het niet tijd worden voor jou om ermee te stoppen?’ en dat er zo een morele drang ontstaat. En een derde tegenargument is: er zijn mensen die aangeven dat een dement bestaan een kwaliteitsvol bestaan kan zijn. Ik vind ook wel dat je met dit soort dingen niet over een nacht ijs moet gaan. Het grootste probleem vind ik het eerste argument: hoe maak je onderscheid tussen gewoonweg depressie en het verlangen om ermee op te houden? Ik vind het ontzettend moeilijk om daar op een goede manier mee om te gaan.”</p>
<p>“Ik vind dat uit het boek in ieder geval een oproep spreekt om zorg te plegen voor het leven dat er is. Als je bijvoorbeeld mensen in verzorgingstehuizen ziet wegkwijnen, dan heb je misschien een rein geweten omdat je ze niet doodt, maar ze worden wel volgestopt met kalmeringsmiddelen en antidepressiva. Ik weet niet of dat menswaardig is.”</p>
<p><strong>Traditie</strong></p>
<p>Ook na publicatie van het boek houdt Hemmerechts zich intensief met het onderwerp bezig. Zo weet zij te vertellen dat de beweging ‘Uit Vrije Wil’ inmiddels 120.000 steunbetuigingen binnen heeft gekregen om het burgerinitiatief ‘Voltooid Leven’ op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen. Bij 40.000 moet de Kamer er al over vergaderen. Anders dan in België kan in Nederland dementerenden en minderjarigen nu al onder een aantal voorwaarden euthanasie worden verleend.</p>
<p>“Mensen vragen mij of het zinvol zou zijn hetzelfde initiatief in België te nemen. Ik denk dat zo’n oproep tactisch onverstandig is, omdat ze als provocatie zou worden beschouwd. De euthanasiewetgeving is net ingevoerd op het moment dat de christen-democraten niet aan de macht waren. Ik ben bang dat zo’n discussie in het huidig parlement tot een verslechtering van de euthanasiewetgeving zal leiden. Dementerenden en kinderen hebben op dit ogenblik in België geen recht op euthanasie. IJveren voor een uitbreiding van de wet zodat ook zij in aanmerking kunnen komen is een eerste prioriteit. Nederland was veel eerder met het homohuwelijk, de euthanasiewet, de abortuswetgeving. We zijn een traditioneel katholiek land. Dergelijke wetgeving is nog atypisch voor België.”</p>
<p><strong>Sterfelijkheid</strong></p>
<p>Wanneer zou Hemmerechts er zelf uit willen stappen?  “Je zou zeggen: als ik 75 jaar ben, als je er vanuit gaat dat er niks verandert, in mijn gezondheid bijvoorbeeld.” Stel, de deur van de huiskamer zwaait nu open en daar komt de omgekeerde vroedvrouw binnen. Gaat zij akkoord? “Ja, maar, ik vind het heel moeilijk: ik zou dan eerst een aantal dingen met de bank willen regelen, en praten met mijn dochter, en met mijn man. Ik denk wel dat de verleiding groot zal zijn. Ik denk ook dat ik dan heel zenuwachtig ben. Aan de andere kant: ik moest een keer  geopereerd worden en maakte grapjes met de arts. Middenin een zin gleed ik weg. Je merkt er niks van.”</p>
<p>Haar verantwoordelijkheden voor anderen houdt Hemmerechts nog bij het leven. “Er zal wel een moment komen dat ik zeg: ‘Ik weet het wel, jullie zullen me missen, maar jullie redden het ook zonder mij.’ Na je 75e hoef je niet veel meer te verwachten. Vaak is het zo dat rond je tachtigste je gezondheid fataal begint af te takelen. Op een gegeven moment mag je ook wel van alle verantwoordelijkheden ontslagen worden.”</p>
<p>Begin jaren tachtig verloor Hemmerechts haar zoontjes. Een voorstelbaar moment voor een moeder om haar eigen leven te beëindigen. “Ik ben er op mijn 28e niet uitgestapt vanwege mijn dochter, en omdat ik te laf was voor zelfmoord. Mensen zeggen dat zo’n poging een laffe daad is, maar dat is helemaal niet zo. Er is juist ontzettend veel moed voor nodig. Er zou een service moeten zijn. Dat je kon aanvinken dat je als ouder ook meteen begraven kon worden.”</p>
<p>Stel, die service werd aangeboden, wat zou ze dan hebben gemist? “Ik zou Herman niet hebben meegemaakt, Bart niet, Zuid-Afrika niet, en al die andere landen niet. Ik zou ook nog nauwelijks iets hebben geschreven… Stel je voor! Het is niet zo dat die jaren waardeloos waren. Ze waren rijk en boeiend, maar wat je niet hebt meegemaakt, zou je niet hebben gemist. In al die jaren is er ook een verdriet dat je meesleept.”</p>
<p>Hemmerechts citeert in haar boek een blogbericht van Frank Albers, waarin hij beschrijft hoe hij vanuit zijn zolderkamer kijkt naar het verjaardagsfeestje van zijn dochter.</p>
<p><em>‘Zestien word je niet met je ouders, zestien word je met je vrienden. </em></p>
<p><em>Dat was altijd al zo. </em></p>
<p><em>Maar ik zie het nu van de andere kant. </em></p>
<p><em>Gisteren zag ik een meisje van anderhalf. </em></p>
<p><em>Dat is zij ook geweest, ooit, nooit, er zijn foto’s, er zijn verhalen, anekdotes, ‘ but the body doesn’t remember’. Het is zoals pijn. Je weet dat ze er is geweest, dat je ze hebt gehad, maar je kunt ze niet meer oproepen. Ik kan het niet meer navoelen, dat kleine kind, de nabijheid, de vanzelfsprekende liefde. Dat is het grootste verschil tussen vroeger en het barre nu. Vroeger kon het met liefde alleen. Nu heeft de liefde hulp nodig. Van het verstand. Van het geduld. Van de wetenschap: dit gaat voorbij.’ </em></p>
<p>“Ik had een andere titel voor het boek moeten kiezen”, peinst Hemmerechts. “Eigenlijk gaat het boek meer over sterfelijkheid dan over de dood. Ik denk aan een andere regel van Herman de Coninck: ‘Daar moet je vandaag voor zorgen, voor sterfelijkheid’.”</p>
<p>&#8212;-</p>
<p><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-2456" title="omslagdood" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/omslagdood-124x150.jpg" alt="omslagdood" width="124" height="150" />Kristien Hemmerechts, &#8216;De dood heeft mij een aanzoek gedaan, Over dood, leven en liefde&#8217;, Uitgeverij De Geus, 318p., ISBN: 978-90-445-1568-8. Prijs: 19,90 euro. Zie ook <a href="http://www.kristienhemmerechts.nl" target="_blank">www.kristienhemmerechts.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/%e2%80%98zorg-dragen-voor-je-sterfelijkheid%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Onderdrukking van de geest in ‘De God met de blauwe ogen’</title>
		<link>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/onderdrukking-van-de-geest-in-%e2%80%98de-god-met-de-blauwe-ogen%e2%80%99/</link>
		<comments>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/onderdrukking-van-de-geest-in-%e2%80%98de-god-met-de-blauwe-ogen%e2%80%99/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 05 Mar 2010 07:33:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[Afrika]]></category>
		<category><![CDATA[asielzoeker]]></category>
		<category><![CDATA[boek]]></category>
		<category><![CDATA[God]]></category>
		<category><![CDATA[schrijver]]></category>
		<category><![CDATA[spiritualiteit]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nationaleboekenblog.nl/?p=2208</guid>
		<description><![CDATA[Babah Tarawally ziet boek als slechts één medium voor stem Afrikanen
Lezersactie: win zijn debuut
<p>Door Peter le Nobel</p>
<p class="wp-caption-text">Babah Tarawally. Het boek speelt zich deels af in Den Haag en op het station van Utrecht. Foto: Peter le Nobel</p>
<p>Utrecht – Zeven jaar lang wachtte Babah Tarawally uit Sierra Leone op de uitslag van de IND: wordt [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Babah Tarawally ziet boek als slechts één medium voor stem Afrikanen</h3>
<h4><span style="color: #ff0000;">Lezersactie: win zijn debuut</span></h4>
<p><em>Door Peter le Nobel</em></p>
<div id="attachment_2215" class="wp-caption alignright" style="width: 210px"><img class="size-medium wp-image-2215" title="IMG_7892" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/IMG_7892-200x300.jpg" alt="Babah Tarawally. Het boek speelt zich deels af in Den Haag en op het station van Utrecht. Foto: Peter le Nobel" width="200" height="300" /><p class="wp-caption-text">Babah Tarawally. Het boek speelt zich deels af in Den Haag en op het station van Utrecht. Foto: Peter le Nobel</p></div>
<p><strong>Utrecht – Zeven jaar lang wachtte Babah Tarawally uit Sierra Leone op de uitslag van de IND: wordt de asielzoeker toegelaten tot Nederland of niet? Hij mocht geen werk zoeken, niet studeren, alleen wachten. Ondertussen maakte hij zich de Nederlandse ‘gorgeltaal’ eigen. Geen ‘Aap, noot, mies…’. Hij schreef meteen een boek.</strong></p>
<p>“Ik schreef om de tijd te doden”, zegt Tarawally, “en om mijn schrijfvaardigheid in het Nederlands te verbeteren. Ik wilde mijn eigen gedachten op papier zetten, mijn verhaal vertellen, niet over mijzelf, maar over anderen, omdat ik mijn eigen leven in het asielzoekerscentrum te saai vond.”<span id="more-2208"></span></p>
<p>De kok van de herberg in Chaam, waar Tarawally voor een paar maanden samen met andere asielzoekers werd ondergebracht wegens ruimtegebrek in de reguliere centra, hielp hem met Nederlands. “Daar is echt alleen bos, dus nog saaier.”</p>
<p>Tarawally begon aan het ene verhaal na het andere, liep over van de ideeën, maar maakte ze nooit af, totdat zijn vriendin hem erop attendeerde dat ene verhaal wel af te maken. Zes jaar heeft hij erover gedaan, en nu is het verhaal te lezen van een jongeman die samen met twee anderen op een kamer zit, elk met hun eigen demonen, een kindsoldaat en een in ongenade gevallen militair uit Irak, die de hele dag naar Tom &amp; Jerry kijken. Maar ook over de blonde Femke, op zoek naar wat ‘multiculturele spanning’. Het is een indrukwekkende roman, vol Afrikaanse spiritualiteit en het leven van een asielzoeker.</p>
<p><strong>Familie</strong></p>
<p>“Wat er in die zeven jaar in mij omging? Woede? Frustratie? Persoonlijk voelde ik in die periode vooral onmacht. Als ik terugkijk, was ik heel eenzaam in mijzelf. In Afrika had ik mijn contacten en mijn achtergrond. Mensen stonden positief tegenover mijn familie. Ik kon snel dingen regelen als dat nodig was.”</p>
<p>De mensen daar mochten zijn familie. Zo is de vader van Tarawally een gerespecteerd en wijs man: hij kan niet lezen en schrijven, maar stuurde al zijn kinderen naar school. En toen hem de functie van chief werd aangeboden, werd hij niet hebberig, maar gaf hij het aanbod door aan een dokter, die wel geletterd was. Het was beter voor het dorp, vond vader.</p>
<p>“Als ik erop terugkijk, dan had ik een heel leuk leven. Je merkte niet dat je arm was. Iedereen was dat. Armoede is in dat opzicht een kwestie van vergelijken met elkaar. Ik had elke dag te eten. Ik voelde geen gebrek aan iets.”</p>
<p>In Nederland was Tarawally niemand. “Ik was een dossier. Ik kon geen invloed uitoefenen. Je moest wachten tot je tijd was gekomen. Je was overal afhankelijk van, van het ministerie, van de ambtenaren, van de regels en wetten, je mocht niks. Maar, ik wist: als ik eenmaal naar buiten mag, dan ga ik het maken. Sommige mensen werden gek, of pleegden zelfmoord. Zover wilde ik het niet laten komen.”</p>
<p>Ga in Afrika aan een tafel vijf minuten in je eentje zitten, en er schuiven zo tien Afrikanen aan. “De contacten lopen via de familiebanden. Voorbeeld: als de ene Le Nobel de andere Le Nobel kent, dan krijg je altijd hulp, hoe ver de bloedband ook is, in welke stad of dorp je ook bent. Er is altijd een slaapplaats, ook al hebben ze je nooit eerder gesproken.”</p>
<p>Het omgekeerde gebeurt ook: als ze je niet kennen, vinden ze je in het beste geval geen vijand. In het boek heeft de hoofdpersoon Ilaja de reputatie van zijn familie tegen zich. De epileptische aanvallen van zijn moeder worden aangezien als een verkrachting door de duivel. En als hij eenmaal is geboren, dan wordt hij gezien als een duivelskind. “Ik heb dit gegeven ontleend aan een verhaal over een oude vrouw. Zij woont heel lang in het dorp, maar niemand weet waar ze vandaan komt. Ze woont alleen met een kat en wordt aangezien voor een heks. Ik denk dat ze heel verbitterd terugkijkt op haar leven. Ze is nooit opgenomen geweest in de gemeenschap.”</p>
<p><strong>Spiritualiteit</strong></p>
<p>In Sierra Leone bestaan de islam en het animisme, met het geloof in meerdere goden, geesten en voorouders, gebroederlijk naast elkaar. En af en toe is een directe verbinding met een voorouder prettig, nu Allah soms zo ver weg is. Zelf is Tarawally dubbel onder het een en ander. “Ik voel mezelf geen moslim, maar als ik daar ben, trekt iedereen op vrijdag een prachtig gewaad aan om te bidden in de moskee. Je kunt het niet maken om niet mee te doen. Ik trek dan ook een gewaad aan en bid mee. Godsdienst is in dat opzicht een sociaal gebeuren.”</p>
<p>In het boek wordt beschreven hoe Ilaja een offer van kip, friet en mayonaise aan God brengt aan De Hoftoren in Den Haag. <em>‘Shaway houdt van yebeh, een stamppot van bakbanaan, zoete aardappel en cassave. Helaas kan ik dat hier niet maken en aangezien U Nederlands bent, gok ik erop dat U van patat houdt.’</em> Vergenoegd stelt hij vast dat God zijn gift heeft geaccepteerd: de kip is nergens te bekennen, en hij slaat geen acht op het bot dat naast een zwerver ligt.</p>
<div id="attachment_2224" class="wp-caption alignleft" style="width: 210px"><img class="size-medium wp-image-2224" title="IMG_7890" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/IMG_78901-200x300.jpg" alt="Over spiritualiteit heeft Tarawally dubbele gevoelens. Foto: Peter le Nobel" width="200" height="300" /><p class="wp-caption-text">Over spiritualiteit heeft Tarawally dubbele gevoelens. Foto: Peter le Nobel</p></div>
<p>“Mijn moeder gelooft zowel in de islam en het animisme, en heeft een schaap geofferd opdat mijn boek goed verkocht wordt. Pas geleden lag mijn broer in Parijs in coma. De doktoren konden niks meer voor hem doen. Ik belde de maraboet op. Volgens hem had iemand hem door voodoo aangeraakt en was hij met allerlei touwtjes vastgebonden. Hij zei tegen mij: ‘Geef mij twee dagen en ik krijg hem eruit.’  Hij heeft een zware nacht gehad. In zijn gedachten reisde hij naar Frankrijk en bond hij hem los. Terwijl de doktoren hem hadden opgegeven, kwam hij in die twee dagen inderdaad uit coma. Een wonder, volgens de artsen. Het is bijzonder, maar op een bepaalde manier ben ik er ook bang voor, want als je er sterk in gelooft, dan word je erin meegesleept. Als je in alles iets ziet, dan raakt het je. Ik vind: baat het niet, dan schaadt het niet. Ik zeg maar zo: ik koop nooit chocola, maar als iemand mij een reep geeft, dan eet ik die op.”</p>
<p>In het boek beschrijft Tarawally echter ook de schade die vermeende spiritualiteit kan brengen. Als de moeder maandenlang onder de hoede wordt genomen door de maraboet blijkt ze zwanger te zijn. “Er zijn drie machten in Sierra Leone: de pastoor namens de kerk, de maraboet van de moskee en de chief van de minister. Het geweld is afschuwelijk, maar ook de geestelijke onderdrukking. Vandaar dat ik de uitspraak van Steve Biko als motto in mijn boek heb opgenomen: ‘The most potent weapon in the hands of the oppressor is the mind of the oppressed’.”</p>
<p><strong>Medium</strong></p>
<p>Op dit moment is Tarawally bezig aan zijn tweede boek. “De kunst heb ik onder de knie gekregen. Het schrijven gaat sneller.” Het verhaal gaat over een man die in een Vinexwijk woont, wederom met een vleugje spiritualisme. Ditmaal moet een Afrikaan zijn weg vinden in Europa, temidden van Hollanders die zich afvragen hoe hij zijn huis kan betalen.</p>
<p>“Ik wil de dingen documenteren en vertellen. Dat is mijn bijdrage aan de wereld”, verklaart Tarawally. “Het is niet zo dat ik per se een schrijver wil worden. Ik zie boeken als één medium. Ik werk voor Freevoice, een organisatie die een onafhankelijke en kritische journalistiek in Afrika wil stimuleren, en ben columnist voor het blad Internationale Samenwerking. Ik wil de stem zijn van velen die niet gehoord worden. Er zijn zoveel mensen uit Afrika die een heel eigen leven hebben, niet de kunst hebben geleerd om te integreren, en allemaal hebben zij een verhaal te vertellen. Ze leven allemaal in angst om niet geaccepteerd te worden, zich niet welkom te voelen. Je moet een bepaalde mentaliteit hebben om het in deze samenleving te redden. We hebben hier geleerd dat je in vijf minuten je hele levensverhaal moet hebben verteld, wie je bent, wat je leeftijd is, waar je vandaan komt, want over twee minuten moeten wij ergens anders naartoe. In Afrika observeren wij je -en vragen stellen… dat kan morgen ook nog.”</p>
<p>Volgens Tarawally zijn het de kleine, subtiele cultuurverschillen die Afrikanen verwarren. “Als ik iets vertel tegen mijn moeder, en ze zegt helemaal niks, dan is ze het met me eens. Je bent je er niet eens van bewust dat je dat snapt, maar hier zijn de verschillen zo overweldigend dat Afrikanen blokkeren. Als hen bijvoorbeeld heel directe vragen worden gesteld, dan weten ze niet wat ze moeten zeggen. Ook die problematiek zal ik in mijn tweede boek beschrijven, en ook hier zal liefde een rol spelen, want liefde is universeel.”</p>
<h3><span style="color: #ff0000;">Inburgeringscursus Afrika:</span></h3>
<p>Tarawally houdt zijn hart vast voor het Afrika van vijftig jaar later, want Botswana bijvoorbeeld is al zo welvarend dat mensen elkaar niet meer hard nodig hebben. En dus is bijvoorbeeld het straatbeeld daar lang niet zo levendig als in andere delen van het continent.</p>
<p>In welke periode in de vorige eeuw kun je Nederland in de mogelijkheid tot aanspraak het meest vergelijken met Afrika? In de periode van de wederopbouw? Of gedurende de crisis van de jaren tachtig? Degene met het meest interessante betoogje (drie zinnen is voldoende, maak er geen levenswerk van), krijgt het debuut van Tarawally toegestuurd. Vergeet dus niet je naam en adres erbij te zetten. Verras de redactie! E-mail: info@nationaleboekenblog.nl</p>
<p>&#8212;-</p>
<p><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-2210" title="OmslagGod" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/OmslagGod-150x150.jpg" alt="OmslagGod" width="150" height="150" />Babah Tarawally, &#8216;De God met de blauwe ogen&#8217;, Uitgeverij KIT Publishers, ISBN 978-94-6022-041-8, 175 p., Prijs: 17,50 euro. Zie ook <a href="http://www.kitpublishers.nl" target="_blank">www.kitpublishers.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/onderdrukking-van-de-geest-in-%e2%80%98de-god-met-de-blauwe-ogen%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>IJzige situaties in zoektocht naar geluk</title>
		<link>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/ijzige-situaties-in-zoektocht-naar-geluk/</link>
		<comments>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/ijzige-situaties-in-zoektocht-naar-geluk/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 01 Mar 2010 07:36:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nationaleboekenblog.nl/?p=2164</guid>
		<description><![CDATA[Hilbert Kuik over ‘Zoekende zondaar’: ‘Terug op literaire stek’
<p>Door Peter le Nobel</p>
<p class="wp-caption-text">Hilbert Kuik: &#34;Dit verhaal wilde ik altijd al schrijven.&#34; Foto: Peter le Nobel</p>
<p>Amsterdam  - Hilbert Kuik heeft met zijn nieuwe roman ‘Zoekende zondaar’ een bijzondere psychologische thriller geschreven. De achttienjarige Jong de Waal verlaat het ouderlijk huis en gaat op kamers. Algauw blijkt [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Hilbert Kuik over ‘Zoekende zondaar’: ‘Terug op literaire stek’</h3>
<p><em>Door Peter le Nobel</em></p>
<div id="attachment_2166" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><img class="size-medium wp-image-2166" title="IMG_7489" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/IMG_7489-300x200.jpg" alt="Hilbert Kuik: &quot;Dit verhaal wilde ik altijd al schrijven.&quot; Foto: Peter le Nobel" width="300" height="200" /><p class="wp-caption-text">Hilbert Kuik: &quot;Dit verhaal wilde ik altijd al schrijven.&quot; Foto: Peter le Nobel</p></div>
<p><strong>Amsterdam  - Hilbert Kuik heeft met zijn nieuwe roman ‘Zoekende zondaar’ een bijzondere psychologische thriller geschreven. De achttienjarige Jong de Waal verlaat het ouderlijk huis en gaat op kamers. Algauw blijkt zijn fantasie zo met hem op de loop te gaan dat hij zelf niet meer weet wat echt is en wat niet. En dat levert ijzige situaties op.<span id="more-2164"></span></strong></p>
<p>“Het was een verhaal wat ik altijd had willen schrijven”, zegt Hilbert Kuik. “Ik heb het altijd al fascinerend gevonden: een jongen die op zijn achttiende uit huis gaat, zijn ouders die hem niet willen laten gaan en een kind dat zich in een nieuwe wereld moet invechten. Kortom, de ‘leaving home’-problematiek”, zegt de oud psychotherapeut.</p>
<p>“Daar zit een stuk eigen verhaal in, maar ik ben van voor de oorlog, uit 1938, en verliet het ouderlijk huis in de jaren vijftig. Behalve de aanleiding is het boek totaal niet meer terug te voeren op mij: de hoofdpersoon is achttien, en heeft ouders die nog een beetje de tic van de jaren zestig hebben, met alle seksuele vrijheid. Zij zijn totaal niet jaloers op elkaar, wat die jongen in verwarring brengt, want hij heeft die gevoelens wel en vraagt zich af: ‘Hoe zit dat?’ Het verhaal speelt zich dan ook af in de jaren tachtig.”</p>
<p>In feite is de aanzet tot dit boek eerder gepubliceerd in Maatstaf, in 1978 of 1979. “Dat korte verhaal heb ik verder uitgebouwd. De periode rond je achttiende is altijd interessant. Alles staat nog open, er zijn geen faits accomplis, je kan nog alle kanten op in het leven. Het blijft een interessante periode in je leven.”</p>
<p><strong>Pijnlijke herinneringen</strong></p>
<p>De jongen in het boek is een typische outcast, met een gezicht dat zo lelijk is dat meiden hem in het beste geval grappig vinden. En juist door zijn ‘eerlijke ogen’  wekt hij bij sommigen wrevel op. <em>&#8216;Hij was een fantástisch mooie jongen met een héérlijk gezicht en éérlijke ogen (ook toen al dus) en alle meisjes smolten voor hem weg. Vandaar dus dat hij ze nooit tegenkwam.&#8217; </em></p>
<p>Kuik kan de fantasieën van de jongen zo levendig opschrijven dat je je als lezer herhaaldelijk afvraagt wanneer het uit de hand loopt. Zo danst de jongeman ’s nachts de flamenco voor de deur van zijn hospita, van wie hij denkt –of weet?- dat zij verliefd op hem is, en trapt hij af en toe met zijn voet op de deur om haar aandacht te trekken. Je bent geneigd om tegen alle spelregels in door te bladeren. Je ziet een woord als ‘inrichting’ staan. Daar gaat het naartoe, denk je bij jezelf, maar toch zal het weer iets anders aflopen. Het snufje droge humor bovendien dat Kuik aan het verhaal toevoegt, maakt dat je de roman in één ruk uitleest.</p>
<p><em>‘Er gebeurt van alles. Oké. Niets aan te doen. Maar wat er in de praktijk van een gebeurtenis overblijft is een herinnering. Gewoon een verhaal. Het gaat dus niet om die gebeurtenissen, maar om het verhaal dat je ervan maakt. Een leven lang verzamel je herinneringen. Je bent een verhalenmaker. Je zet ze achter elkaar, stapelt ze op, bouwt er een kaartenhuis van, een luchtkasteel. Dat is het. Meer behelst het leven op aarde niet. Meer zou je er althans niet van moeten willen maken. Het mooie is: aan wat er is gebeurd, kun je niets veranderen, maar herinneringen kun je mooier en mooier maken. Nog sterker: ze worden vanzelf mooier en mooier. Zelfs pijnlijke herinneringen.’</em></p>
<p><strong>Thriller over geluk</strong></p>
<p>‘Zoekende zondaar’ lijkt tot nu toe af te wijken van eerdere boeken van Kuik, alhoewel zijn oeuvre breed is: verhalenbundels, literaire romans, een kinderboek en thrillers. Voor het boek Het Schot kreeg hij de Lucy B. en C. W. Van der Hoogtprijs in 1978. Ook hier gaat het verhaal over een jongeman, maar veel jonger, dertien jaar, en over een totaal ander onderwerp. Wat alle boeken wel met elkaar gemeen hebben is dat veel aandacht wordt besteed aan de psychologische ontwikkeling van de personages, wat misschien ook niet zo vreemd is nu de schrijver zo’n dertig jaar bij het Amsterdamse RIAGG heeft gewerkt.</p>
<p>Het laatste boek van Kuik is in wezen een psychologische thriller. “In de thrillers keert steeds het thema van het kwaad terug. Iemand staat steeds tegenover een misdadige overmacht, zonder dat het meteen om syndicaten gaat. In ‘Zoekende zondaar’ speelt dat thema niet. Maar ik hanteer wel dezelfde spanningsboog: je bouwt alles langzaam op en in de laatste paar bladzijden pas wordt je alles duidelijk. Het is spanning op het gebied van de geest, waarbij het niet gaat over misdaad, maar over geluk.”</p>
<p>Kuik: “De laatste vier boeken, allemaal thrillers, zijn belangrijk voor mij geweest om het zelfvertrouwen op te bouwen dat je al schrijvend wel tot een oplossing komt. Als je denkt: ‘Wat moet er nu in godsnaam gebeuren?’ dan leg je alles even weg en denk je rustig na. Je hoeft niet alles te forceren. Ondertussen heb je de geruststelling dat je zo’n groot project als een roman aankan. Met dit boek ben ik terug op mijn literaire stek.”</p>
<p>&#8212;-</p>
<p><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-2168" title="IMG_7832" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/IMG_7832-150x150.jpg" alt="IMG_7832" width="150" height="150" />Hilbert Kuik, ‘Zoekende zondaar’, Uitgeverij Signatuur, 224 p., prijs: 16,95 euro. ISBN: 9789056723446. Zie ook <a href="http://www.uitgeverijsignatuur.nl" target="_blank">www.uitgeverijsignatuur.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/ijzige-situaties-in-zoektocht-naar-geluk/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De tragiek van keuzes in &#8216;Snaren&#8217;</title>
		<link>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/de-tragiek-van-keuzes-in-snaren/</link>
		<comments>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/de-tragiek-van-keuzes-in-snaren/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 21 Feb 2010 23:26:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[acteren]]></category>
		<category><![CDATA[debuut]]></category>
		<category><![CDATA[driehoeksverhouding]]></category>
		<category><![CDATA[kiezen]]></category>
		<category><![CDATA[liefde]]></category>
		<category><![CDATA[roman]]></category>
		<category><![CDATA[schrijver]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nationaleboekenblog.nl/?p=2059</guid>
		<description><![CDATA[Astrid Rijff&#8217;s groots en meeslepend verhaal over driehoeksverhouding
<p>Door Peter le Nobel</p>
<p class="wp-caption-text">Astrid Rijff.</p>
<p>Utrecht – Een driehoeksverhouding lijkt niet zo heel bijzonder om daarvan een roman te maken, totdat Astrid Rijff die beschrijft. ‘Snaren’ is een groots en meeslepend verhaal dat voor een van de drie partijen fataal afloopt. De dirigent Ole lijkt de regie te [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Astrid Rijff&#8217;s groots en meeslepend verhaal over driehoeksverhouding</h3>
<p><em>Door Peter le Nobel</em></p>
<div id="attachment_2061" class="wp-caption alignleft" style="width: 160px"><img class="size-thumbnail wp-image-2061" title="Snaren auteur" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/Snaren-auteur-150x150.jpg" alt="Astrid Rijff." width="150" height="150" /><p class="wp-caption-text">Astrid Rijff.</p></div>
<p><strong>Utrecht – Een driehoeksverhouding lijkt niet zo heel bijzonder om daarvan een roman te maken, totdat Astrid Rijff die beschrijft. ‘Snaren’ is een groots en meeslepend verhaal dat voor een van de drie partijen fataal afloopt. De dirigent Ole lijkt de regie te hebben, maar uiteindelijk bepalen de vrouwen, de conservatoriumstudente Sarah en de echtgenote Hannelore, het slotakkoord.<span id="more-2059"></span></strong></p>
<p>“Ik heb het zelf meegemaakt”, zegt schrijfster Astrid Rijff. “Ik was ook helemaal niet van plan om daarover een boek te schrijven, totdat in 2006 een zinnetje in mijn hoofd bovenkwam: ‘Ik morste hete thee over mijn hand toen ze binnenkwam’. Dat zinnetje liet me niet meer los. Ik had er ook meteen een beeld bij.” Rijff schreef de eerste twee en de laatste twee scènes op. Toen liep ze vast. “Ik zat nog te dicht op het onderwerp.”</p>
<p>Later wist ze er een eigen verhaal van te maken. “Op een gegeven moment beginnen de personages in je hoofd rond te spelen en gaan ze een heel andere kant op dan je van plan bent.” Zo werd een persoonlijke beschrijving een roman. “De laatste twee scènes zijn daarbij wel gesneuveld.&#8221;</p>
<p>Opvallend is dat het perspectief steeds wordt afgewisseld: nu eens Ole, dan weer Sarah vertellen het verhaal. “Dat vond ik belangrijk: tot nu toe wordt een verhaal over zo’n onderwerp van één kant belicht. Ik wilde heel graag laten zien: ‘Hoe werkt zo’n verhouding nou?’ ‘Wat is de motivatie van de een en die van de ander?’  Opvallend is dat vooral vrouwelijke proeflezers harder waren in hun oordeel over Ole, ze vonden hem een profiteur, terwijl mannen nog wel sympathie voor hem konden opbrengen. En soms vonden vrouwen Sarah met haar lange wachten een muts.”</p>
<p>Voelt Rijff zich dan niet persoonlijk aangesproken? “Nee, want het verhaal is misschien op mijn eigen belevenissen gebaseerd, maar de roman is anders dan de werkelijkheid.”</p>
<p><em>“Je bent een bijzonder mens Ole, die probeert het leven te leiden zoals dat van hem verwacht wordt. Maar eigenlijk ben je niet in staat om dat leven te leiden omdat je er heel andere normen en waarden op na houdt. Jij kunt van meerdere mensen tegelijk houden zonder die mensen te willen claimen. Jij bent in staat je liefde royaal uit te delen zonder dat je er iets voor terug verwacht. Dat is een heel grote kwaliteit die maar weinig mensen bezitten. Tegelijkertijd is het ook je zwakte omdat je ziet dat het in de praktijk niet werkt. Je wilt alle partijen tevreden houden en dat niet alleen, je wilt ze ook bíj je houden. (&#8230;) En omdat ze voelen dat je oprecht van ze houdt, blijven ze voor je vechten in de hoop dat je uiteindelijk zult kiezen voor de een of de ander. Waarmee ze een claim op jou leggen die jij niet kan hanteren omdat het bij jou niet zo werkt. Jouw sterkte is hun zwakte en andersom. En daar zit volgens mij het hele probleem.‟</em></p>
<p>Waar het gaat om de kunst kan Rijff zich met Ole identificeren. Twintig jaar lang heeft ze zich vol overgave beziggehouden met acteren, maar de laatste jaren heeft ze zich ook toegelegd op het schrijven. Bij de geboorte van haar zoon in 1999 begon zij columns te schrijven over mijn belevenissen als thuisblijfmoeder voor de toen geheten website www.thuisblijfmoeders.nl Dat heeft ze een paar jaar gedaan en sindsdien schreef ze steeds meer, ook voor de Volkskrantblog. In 2008 is uiteindelijk ‘Astales, het leven bekeken’ uitgebracht, met verhalen, columns en gedichten.</p>
<p>“Als iets op mijn weg komt, dan sluit ik dat niet uit. Ik heb heel veel passies. Aanvankelijk begon ik op het conservatorium, want mijn ouders vonden dat je met toneel geen droog brood kon verdienen -alsof dat met muziek wel zo is. Uiteindelijk koos ik toch voor het acteren, omdat daar mijn hart ligt. Ik speel nu nog, bij Theater Hek van de Dam. Eenmaal in de maand spelen wij improvisatietheater in een theaterboerderij in Assen. Je kunt het programma vergelijken met ‘De Vloer op’. Maar het schrijven blijft ook, net als de fotografie die ik ontdekt heb… Voor een volgend boek heb ik twee verhalen in mijn hoofd en ik moet nu kiezen welke ik ga uitwerken.”</p>
<p>&#8212;-</p>
<p><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-2060" title="Snaren omslag" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/Snaren-omslag-150x150.jpg" alt="Snaren omslag" width="150" height="150" />Astrid Rijff, ‘Snaren’, Uitgeverij Free Musketeers, ISBN 978 90 484 1086 6, prijs:  €23,95 verzendkosten per exemplaar € 3,20 (NL) € 5,44 (EU)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/de-tragiek-van-keuzes-in-snaren/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Poëzie brengt balans in het leven&#8217;</title>
		<link>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/poezie-brengt-balans-in-het-leven/</link>
		<comments>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/poezie-brengt-balans-in-het-leven/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 27 Jan 2010 07:17:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Interviews]]></category>
		<category><![CDATA[dichter]]></category>
		<category><![CDATA[gedicht]]></category>
		<category><![CDATA[Gedichtendag]]></category>
		<category><![CDATA[Wedstrijd]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nationaleboekenblog.nl/?p=1755</guid>
		<description><![CDATA[Nanne, Laura en Sabine Nauta
<p>Door Nadine Ancher</p>
Toen ik daar wandelde met een tak,
scheen de zon fraai door het tunneltje
van de abdij, de eland zei:
“In de laatste ijstijd woonde hier
een mozaïek aan mensen zoals
de eerste snoeshaan met de raadsels.
(uit Diepholzer III)
<p> </p>
<p class="wp-caption-text">Dichter Nanne Nauta met zijn dichtende dochters. Foto: Nadine Ancher. </p>
<p>Utrecht - Dichter Nanne Nauta [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Nanne, Laura en Sabine Nauta</h3>
<p><em>Door Nadine Ancher</em></p>
<address>Toen ik daar wandelde met een tak,</address>
<address>scheen de zon fraai door het tunneltje</address>
<address>van de abdij, de eland zei:</address>
<address>“In de laatste ijstijd woonde hier</address>
<address>een mozaïek aan mensen zoals</address>
<address>de eerste snoeshaan met de raadsels.</address>
<address>(uit Diepholzer III)</address>
<p><strong> </strong></p>
<div id="attachment_1757" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><img class="size-medium wp-image-1757" title="Nannenauta" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/Nannenauta-300x199.jpg" alt="Dichter Nanne Nauta met zijn dichtende dochters. Foto: Nadine Ancher. " width="300" height="199" /><p class="wp-caption-text">Dichter Nanne Nauta met zijn dichtende dochters. Foto: Nadine Ancher. </p></div>
<p><strong>Utrecht - Dichter Nanne Nauta (1959) hangt zijn werk op het toilet. Voor de toevallige bezoeker, maar ook uit nieuwsgierigheid naar spontane opmerkingen van zijn eveneens dichtende dochters Laura (15) en Sabine (13). ‘Leuk!’ schreef Laura onlangs onder zijn gedicht Diepholzer III, terwijl Sabine neerkrabbelde dat ze het gedicht niet begreep.</strong><span id="more-1755"></span></p>
<p>De zusjes groeiden op met uitpuilende boekenkasten, de eekhoorn van Toon Tellegen en poëzielessen van Nanne op hun basisschool. Ze zijn gewend aan zijn taalspelletjes, de ontelbare rijmgrapjes en zijn allesoverheersende liefde voor taal. Sabine: “Papa, ik weet nog hoe je op straat in Sicilië plots in het Italiaans voordroeg.” Nanne: “We lazen hen vroeger ook Franse, Engelse en Italiaanse gedichten voor. Natuurlijk wisten Laura en Sabine niet wat ik voordroeg, maar ze raakten wel vertrouwd met andere ritmes, klanken en vormen.”</p>
<p>Volgens Nanne is zijn dochter Sabine echt ‘een dichter in opdracht’. “Na lange tijd niet schrijven, doet ze na een week enthousiast dichten onverwachts mee aan een wedstrijd en voor vaderdag kwam ze met allerlei maffe versjes, veel light verse. Laura schrijft haar gedichten en liedjes eerder uit zichzelf, vrij onbevangen.” Laura: “Ik vertrek vaak van één woord of van een zin die ik dan overdag in mijn mobieltje zet of ’s avonds in een dagboek schrijf.” Op vijfjarige leeftijd bedacht ze ‘een potlood was aan het wandelen toen zag hij een boom met amandelen’. Ze is trots op de mooie rijmwoorden ‘omdat ze uit meer dan één lettergreep bestonden’. “Ik vind het fijn om dingen van me af te kunnen dichten: ik probeer te verwoorden wat ik voel en na het schrijven is het net alsof ik alles snap.” Nanne:“In de periode waarin ik wat minder met schrijven en lezen bezig was, voelde ik me niet gelukkig. In die zin is dichten essentieel: poëzie brengt balans in het leven.”</p>
<p>Samen met Laura en Sabine treedt Nanne Nauta aanstaande donderdag 28 januari op in Het Huis van de Poëzie. Het Huis van de Poëzie begint om 20.00 uur in Grand Hotel Karel V met onder andere Hans Dorrestijn, Remco Campert, Tommy Wieringa en Ramsey Nasr. Zie ook www.<a href="http://www.huisvandepoezie.nl" target="_blank">huisvandepoezie.nl</a> of          <a href="http://www.slau.nl" target="_blank">www.slau.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/poezie-brengt-balans-in-het-leven/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
