<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Nationaleboekenblog&#187; Essays</title>
	<atom:link href="http://www.nationaleboekenblog.nl/category/essays/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.nationaleboekenblog.nl</link>
	<description>Literatuur, boeken, in het nederlandse taalgebied</description>
	<lastBuildDate>Fri, 30 Jul 2010 17:12:08 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.8.1</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>De 86 beste dichters van Vlaanderen (2)</title>
		<link>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/de-86-beste-dichters-van-vlaanderen-2/</link>
		<comments>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/de-86-beste-dichters-van-vlaanderen-2/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 30 Jul 2010 05:28:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Essays]]></category>
		<category><![CDATA[dichters]]></category>
		<category><![CDATA[essay]]></category>
		<category><![CDATA[keuze]]></category>
		<category><![CDATA[selectie]]></category>
		<category><![CDATA[Vlaanderen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nationaleboekenblog.nl/?p=3572</guid>
		<description><![CDATA[Een eigenwijze bloemlezing
<p>Thierry Deleu heeft zich aan alle kanten verantwoord, voor zijn visie, voor zijn schrijven, en voor zijn criteria, om te komen tot de 86 beste dichters van Vlaanderen. Een uitgebreid essay in twee delen, met aandacht voor het verschil in dichtstijl tussen Nederlanders en Vlamingen en zijn poëzieopvatting. Vandaag het slotdeel. Vorige week [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Een eigenwijze bloemlezing</h3>
<p>Thierry Deleu heeft zich aan alle kanten verantwoord, voor zijn visie, voor zijn schrijven, en voor zijn criteria, om te komen tot de 86 beste dichters van Vlaanderen. Een uitgebreid essay in twee delen, met aandacht voor het verschil in dichtstijl tussen Nederlanders en Vlamingen en zijn poëzieopvatting. Vandaag het slotdeel. Vorige week was <a href="http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/de-75-beste-dichters-van-vlaanderen/">het eerste deel</a>.</p>
<p><em>Door Thierry Deleu</em></p>
<p><div id="attachment_3573" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><img src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/td5-300x200.jpg" alt="Thierry Deleu heeft zich uitgebreid verantwoord. Nu doet hij zijn keuzes uit de doeken." title="td" width="300" height="200" class="size-medium wp-image-3573" /><p class="wp-caption-text">Thierry Deleu heeft zich uitgebreid verantwoord. Nu doet hij zijn keuzes uit de doeken.</p></div><strong>Welke criteria heb ik aangelegd om de 86 dichters te kiezen? Mijn criteria? Moeilijke vraag, of beter het antwoord zal altijd controversieel zijn. De geselecteerden nemen gemakkelijk de kleur aan van de bloemlezer en andersom. Ik kan een dichter niet verkiezen, wanneer ik zijn/haar gedichten niet heb gelezen. Dit is nogal wiedes. </strong><span id="more-3572"></span></p>
<p>Waarvoor val ik niet? Voor retorische gezwollenheid of sentimentaliteit.<br />
•	Ik heb een voorkeur voor aansprekende, hartstochtelijke poëzie.<br />
•	Gedichten moeten een zeker ritme hebben, een metrum, ze moeten klinken en de woorden moeten esthetisch en inhoudelijk smaken en interpretatie toelaten.<br />
•	Opgelet, ik zoek niet naar metrum, strofenbouw en rijm, maar als die er zijn en ze hinderen niet, dan heb ik geen probleem. Poëzie mag zich niet reduceren tot betekenisloos brommen van klank en ritme. Poëzie kan zich wel laven aan de muziek, het muzikale ritme en de klankstructuur van de taal.<br />
•	Ik maak bij mijn keuze geen analyse die de vorm aanneemt van vivisectie (je maakt zo het gedicht dood).<br />
•	Als ik een gedicht meerdere keren moet lezen om het te begrijpen, dan hoeft het voor mij niet meer.<br />
•	Poëtisch taalgebruik is voor mij strikt genomen niet anders dan normaal taalgebruik, maar dit neemt niet weg dat het lezen van een gedicht een andere houding vereist: de lezer moet zich durven open te stellen voor twijfel, ambiguïteit en onbeslistheid.<br />
•	De grote kracht van een goede dichter is zijn empathie.<br />
•	Poëzie is woordkunst, een in het metafysische geankerd spel.<br />
•	Poëzie is zeggingskracht.<br />
•	Poëzie moet zich tevreden stellen met de plaats die ze toebedeeld krijgt: moraal, consumptie, politiek zijn vreemde domeinen. In poëzie wordt onderzocht wat elders &#8216;voortdurend aan het zicht onttrokken wordt&#8217;.<br />
•	In poëzie primeert de betekenaar op de betekenis, maar de betekenis is nooit afwezig.<br />
•	Van belang zijn het taalgebruik, het gedicht moet verrassend zijn, zowel op woordniveau als op het niveau van de syntaxis.<br />
•	Indien de dichter een meer hermetische weg inslaat, dan nog moet hij narratief te karakteriseren zijn.</p>
<p><strong>Parti pris?</strong></p>
<p>Wil ik deze namenlijst met de bedoeling recht te doen aan de literaire situatie in Vlaanderen? Neen, want dergelijke selecties hebben altijd een hoog &#8216;Genesisgehalte&#8217;: ze verklaren zichzelf tot het beginpunt van een nieuwe poëzie-elite.<br />
Stel ik een namenlijst samen vanuit een duidelijk parti pris, dat wil zeggen vanuit een voorkeur? Hoe kan het anders? Is mijn overzicht van dichters gekleurd en vertekend? De onderliggende gedachte leg je er zelf maar in. </p>
<p>Deze &#8216;bloemlezing&#8217; van namen wil juist niet doorgaan als objectieve standaard op poëziegebied: de voorwaarden die tot op heden hiervoor zijn opgesteld, lijken mij te discriminerend. Ik ontken de macht niet van een bloemlezer. Maar hier is mijn &#8216;macht&#8217; toch heel beperkt gehouden.</p>
<p>Elke namenbloemlezing kent zijn beperkingen. De eerste beperking is van geografische aard: louter Vlaamse dichters. Andere beperkingen: het engagement van de dichter en de persoonlijke voorkeur van de samensteller, een beter woord hier is de essayist. Geen beperking is het medium van publicatie: zowel dichters die al “papieren” bundels bij reguliere en niet-erkende uitgeverijen uitgaven, als dichters die voor eigen beheer kozen, als dichters die gedichten plaatsten in tijdschriften en magazines. </p>
<p><strong>Mijn selectie:</strong></p>
<p>Dirk van Batselaere, Bert Bevers, Lut de Block, Geert Buelens, Marc Bungeneers, Viviane Burssens, Gunnar Callebaut, Hendrik Carrette, Martin Carrette, Hervé J. Casier, Guy Commerman, Patrick Cornillie, Frank Decerf, Jenny Dejager, Patricia De Landtsheer, Thierry Deleu, Alain Delmotte, Ferre Denis, Joris Denoo, Didi De Paris, Frans Depeuter, Francis De Preter, Frans Deschoemaeker, Marleen De Smet, Astrid Dewancker, Bernard Dewulf, Charles Ducal, Fernand Florizoone, Richard Focqué, Peter Ghyssaert, Luuk Gruwez, Robin Hannelore, Stefan Hertmans, Peter Holvoet-Hanssen, Guy van Hoof, Philip Hoorne, Joris Iven, Roland Jooris, Tom Lanoye, Patricia Lasoen, Ruth Lasters, Patrick Lateur, Jan Lauwereyns, Herman Leenders, Bert Lema, Frédéric Leroy, Roel Richelieu van Londerseele, Sylvie Marie, Luc C. Martens, Mark Meekers, Roger Nupie, Edith Oeyen, Frank Pollet, Renaat Ramon, Eric Rosseel, Paul Rigolle, Willy Roggeman, Xavier Roelens, Willem M. Roggeman, Annmarie Sauer, Hedwig Speliers, Willy Spillebeen, Erik Spinoy, Ina Stabergh, Lucienne Stassaert, Peter Theunynck, Henri Thijs, Marc Tritsmans, David Troch, Yerna Vandendriessche, Rose  Vandewalle, Eric Vandenwyngaerden, Jozef Vandromme, Lies Van Gasse, Miriam Van hee, Jan Van Loy, Dirk Vekemans, Willie Verhegghe, Peter Verhelst, Dimitri Verhulst, Herwig Verleyen, François Vermeulen, Eriek Verpale, Hugo Verstraeten, Frans Vlinderman en Rik Wouters. </p>
<p><strong>Bedding</strong></p>
<p>Ik ben er van overtuigd dat Vlaamse dichters een andere bedding hebben dan onze bovenburen. Dit heeft niets met arrogantie te maken, maar, zeg nu zelf, Vlamingen dichten met meer charme, de problematiek is herkenbaarder, soms zijn ze stereotiep, maar de ondertoon is minder moraliserend. Zijn Vlaamse dichters minder degelijk, minder intellectueel, minder beschaafd? Ik stel vast dat zij muzikaler zijn, met meer mystieke overgave, elan en spontaniteit. Het Vlaamse gevoel versus het Hollandse verstand (Paul van Ostaijen).</p>
<p>Eigenlijk maakt dit niet veel uit: enerzijds stel ik een namenlijst samen met uitsluitend Vlaamse dichters en anderzijds schrijven deze dichters ook Nederlandse poëzie. </p>
<p>E-mail: thierrry.deleu@skynet.be<br />
<a href="http://www.geletterdemens.blogspot.com">www.geletterdemens.blogspot.com</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/de-86-beste-dichters-van-vlaanderen-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De 86 beste dichters van Vlaanderen</title>
		<link>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/de-75-beste-dichters-van-vlaanderen/</link>
		<comments>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/de-75-beste-dichters-van-vlaanderen/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 23 Jul 2010 09:08:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Essays]]></category>
		<category><![CDATA[dichters]]></category>
		<category><![CDATA[poezie]]></category>
		<category><![CDATA[Vlaanderen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nationaleboekenblog.nl/?p=3445</guid>
		<description><![CDATA[Een eigenwijze bloemlezing
<p>Thierry Deleu heeft zich aan alle kanten verantwoord, voor zijn visie, voor zijn schrijven, en voor zijn criteria, om te komen tot de 86 beste dichters van Vlaanderen. Een uitgebreid essay in twee delen, met aandacht voor het verschil in dichtstijl tussen Nederlanders en Vlamingen en zijn poëzieopvatting. Vandaag deel 1, volgende week [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Een eigenwijze bloemlezing</h3>
<p>Thierry Deleu heeft zich aan alle kanten verantwoord, voor zijn visie, voor zijn schrijven, en voor zijn criteria, om te komen tot de 86 beste dichters van Vlaanderen. Een uitgebreid essay in twee delen, met aandacht voor het verschil in dichtstijl tussen Nederlanders en Vlamingen en zijn poëzieopvatting. Vandaag deel 1, volgende week vrijdag deel 2.</p>
<p><em>Door Thierry Deleu</em></p>
<p><div id="attachment_3518" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><img src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/td4-300x200.jpg" alt="Thierry Deleu heeft zich de moeilijke taak opgelegd om de 75 beste dichters van Vlaanderen te benoemen. De ‘eigenwijze bloemlezer’ verantwoordt zich." title="td" width="300" height="200" class="size-medium wp-image-3518" /><p class="wp-caption-text">Thierry Deleu heeft zich de moeilijke taak opgelegd om de 86 beste dichters van Vlaanderen te benoemen. De ‘eigenwijze bloemlezer’ verantwoordt zich.</p></div><strong>Oostduinkerke &#8211; Dichterlijk Vlaanderen wordt gepromoot in het buitenland. Wij zijn goed bezig, denk je dan, maar altijd wordt de buitenlander een vertekend beeld van de werkelijkheid geoffreerd. Je wordt er hoorndol van! Ofwel verzuipen onze dichters in een bad met (te) veel Nederlanders, ofwel is het rokje dichter dan het hemdje en mogen enkel de vriendjes in het bubbelbad. Zou dit toch de juiste manier zijn om ons &#8217;schoongewassen&#8217; aan de buitenwereld te vertonen? Het gebeurt zo vaak en zo kort na elkaar dat ik twijfel aan mijn ergernis. Je zou erdoor gefrustreerd geraken.</strong><span id="more-3445"></span></p>
<p>Hoe stel ik een blauwdruk samen van het poëtisch landschap in Vlaanderen?<br />
Vooreerst en voor alle duidelijkheid: deze blauwdruk is niet afhankelijk van voorwaarden die niets (of weinig) te maken hebben met de kwaliteit van de gedichten. De enige beperking die ik mij opleg, is mijn eigengereide de keuze.</p>
<p>Poëzie is overal gelijk. Gedichten zeggen iets over de cultuur van een land of een regio, maar de spraakverwarring ontstaat bij de vraag: wat verstaat men onder poëzie en welke plek neemt zij in de cultuur in? </p>
<p>Het soort opwinding bij het &#8216;lezen&#8217; van dit essay en de commentaren achteraf zijn welkom. De ervaring leert dat de meeste energie gestoken wordt in de poging de tegenstellingen zo te arrangeren (of ze nu daadwerkelijk bestaan of niet) dat het publiek denkt dat er nog iets anders aan de hand is dan de publicatie van het essay.<br />
Ik hoop dat de criticaster dan verder komen dan hun &#8216;ironische&#8217; benadering en beter doen dan het verspreiden van lijkenlucht.</p>
<p>Vermoedelijk, neen, zeker, zal het buitenland &#8211; ik bedoel onze bovenburen en enkele Zuid-Afrikanen &#8211; dichters vinden die overduidelijk waan-zin-nig bekend zijn in Vlaanderen, maar waar zij in het beste geval met moeite één weetje over kunnen bedenken.<br />
Het punt is: valt dit nog te begrijpen? Ja. Denk eens aan het feit dat het centrum overal traditioneel weinig aandacht heeft voor de periferie. Ver gezocht, helemaal niet, denk er nog eens over na. Hoe kunnen wij dit veranderen? Door harder te werken, dat is een wet van alle tijden. </p>
<p><strong>Zelfvertrouwen</strong></p>
<p>Wij hebben ons al te lang vol beate bewondering blindgestaard hebben op Nederland. Er bestaat maar één remedie tegen deze ziekte: de Vlamingen mogen best wat meer zelfvertrouwen hebben. </p>
<p>Het is niet mijn bedoeling om te proberen een agenda te realiseren. En zeker niet als dat ten koste van andere dichters moet gaan. Deze beschouwingen hebben niet het karakter of het statuut van een schotschrift. Elk soortgelijk essay leent zich uitstekend voor een nieuwe poëtenstrijd. Ik kan deze strijd niet voorkomen, omdat elke selectie nooit helemaal objectief kan zijn. Kiezen is verliezen. Ik koester niet de pretentie representatief te zijn. Ik kies partij, dit is alles. Ik stel geen poëticale a priori’s.<br />
Poëziegeschiedenis wordt geschreven vanuit een visie op literatuur. De bloemlezer is een poëticale missionaris. Zijn missie &#8211; hoe goed bedoeld ook &#8211; leidt tot commotie. Een dichter kan zich gepasseerd voelen of zich onvoldoende naar waarde geschat weten. Ik ben geen beëdigde landmeter, maar toch kun je geen &#8217;selectie&#8217; maken zonder visie op de literatuur.<br />
Ook hier niet.<br />
Het lijkt mij logisch dat, indien iemand die zelf ook dichter is, een selectie maakt, het risico heel reëel is. Het voordeel van deze &#8216;bloemlezing&#8217; is juist dat dit risico niet wordt beperkt door niet-literaire factoren.</p>
<p>Ik pretendeer niet dat ik uitspraken doe over de poëzie.<br />
Deze &#8216;bloemlezing&#8217; kan ambiëren dat zij een zicht geeft op het poëtische veld in Vlaanderen. Dit lukt echter nooit, omdat sommige dichters niet ingedeeld willen worden bij anderen die minder status hebben verworven. Deze laatsten zijn debuterend, of hebben (nog) niet uitgegeven bij gevestigde uitgeverijen en zijn daardoor niet opgenomen in officiële bloemlezingen. Sommige dichters zullen ofwel om die reden hun selectie aanvechten, ofwel andere geselecteerde dichters uitspuwen.</p>
<p>Ik wens geen contrarevolutie. Ik kies enkel voor kwaliteit, die mij wordt aangeboden. Ik weet ook dat kwantiteit geen gezag verleent. Ik kom uit op 86 dichters.<br />
Ik roep mezelf niet uit tot &#8216;een van de grootste dichters uit de naoorlogse periode. Ik reken mij wel tot de honderd beste Vlaamse dichters van na 1940&#8242;. Is dit zelfoverschatting? Ik oordeel niet.</p>
<p><strong>Fatwa</strong></p>
<p>Sorry voor deze zegening van ongevraagde reflectie, maar dichters horen te beseffen dat er geen fatwa over je is uitgesproken wanneer je naam niet of te weinig in een bloemlezing voorkomt. Misschien moeten de niet-aanwezigen zich laten horen (lezen) en hun gedichten laten circuleren in een beter gekozen circuit. Opgelet, aan doodzwijgen erger ik mij ook! En ijdelheid kruipt waar talent niet komen kan.<br />
Ik wil ruimte scheppen voor alle (goede) poëzie en mij niet laten verstikken in een poëtisch canon. Ik wil geen dominantie, geen impact van invloed, gezag en zichtbaarheid. Het gaat voor mij niet om het verwerven van fondsen of honorering in welke vorm ook, maar uitsluitend om respect voor elke dichter die voor zichzelf opkomt. Het is geen bloemlezing van gedichten maar van namen waardoor ik mijn persoonlijke voorkeur uitdruk. </p>
<p>En ja, ik heb mijn dichters getoetst aan mijn persoonlijke poëzieopvatting. Algemeen is schrijven is voor de meeste dichters ontsnappen uit de rauwe werkelijkheid, ver weg van desillusies, agressie en domheid. Dichten is ook afrekenen met clichés, (waan)beelden, foute interpretaties, verkeerd imago, opdringerigheid, overregulering. Therapeutisch? Ja, zeker? Gedichten schrijven is afreageren, vaak een nieuwe werkelijkheid creëren waar het aangenaam is om te vertoeven, taboes doorbreken, aan je verbeelding macht delegeren. </p>
<p><strong>Dubbel doel</strong></p>
<p>Een selectie van dichters, zoals ik het zie, heeft een dubbel doel: enerzijds consumentenvoorlichting en anderzijds duiding. In een goede “bloemlezing” gaan deze twee samen. Door deze beschouwingen een plaats te geven, maak ik mij tot een consumentenvoorlichter.</p>
<p>Een groot aantal dichters profileren zich onvoldoende. Omdat ze dit ook niet wensen, of omdat zij niet publiceren bij gevestigde uitgeverijen. Dit laatste heeft grote nadelen: als dichter kom je niet in bij grote uitgeverijen gepubliceerde bloemlezingen, je krijgt heel wat minder aandacht in de media, je wordt minder gevraagd voor lezingen op scholen of in verenigingen. In één woord: je verwerft geen status.</p>
<p>Bovendien zijn literaire tijdschriften &#8211; dé mogelijkheid bij uitstek voor aankomende auteurs die vaak zelf aan het roer staan &#8211; aan het uitdoven. Een dichter kiest meestal en frequenter voor het internet.</p>
<p><strong>Perfectie</strong></p>
<p>Volgens smaak, perceptie en voorkeur, of je nu zelf dichter bent, of jou herhaaldelijk uitspreekt over (de waarde van) poëzie, of als gewone lezer, sommige dichters zullen jou aanspreken en andere zullen jou niets zeggen, sommige dichters zullen jou verrassen of bekoren, of jou de bevestiging brengen van een (eeuwige) belofte of een vaste waarde. Eigenlijk maakt dit niet veel uit. Belangrijker is de aandacht die ik wil vestigen op de literaire ongelijkheid waardoor &#8216;alle dichters niet gelijk zijn voor de wet&#8217;. Het kan niet dat elementen zoals leeftijd (debuterende dichter of outsider, favoriet of verguisde), uitgeverij (in welke vorm ook: van eigen beheer over printing-on-demand tot erkende uitgeverij), mediabelangstelling, vriendendienst, meespelen bij de beoordeling van het werk.<br />
&#8216;Niet alle dichters zijn gelijkwaardig&#8217; is een beter statement, op strikte voorwaarde dat de parameter hier de kwaliteit is. We weten echter hoe vaak de subjectiviteit een rol speelt. Het is moeilijk, maar we geraken er wel uit. De perfectie is (nog) niet van deze wereld.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/de-75-beste-dichters-van-vlaanderen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het Hollands maaiveld na de oorlog</title>
		<link>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/het-hollands-maaiveld-na-de-oorlog/</link>
		<comments>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/het-hollands-maaiveld-na-de-oorlog/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 26 Apr 2010 05:35:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Essays]]></category>
		<category><![CDATA[Bijzondere Rechtspleging]]></category>
		<category><![CDATA[boek]]></category>
		<category><![CDATA[maaiveld]]></category>
		<category><![CDATA[oorlog]]></category>
		<category><![CDATA[wantoestanden]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nationaleboekenblog.nl/?p=2820</guid>
		<description><![CDATA[De wantoestanden van de Bijzondere Rechtspleging
<p>Door Peter le Nobel</p>
<p><p class="wp-caption-text">Het gezin Meijaard in Kloetinge, tijdens de periode dat vader gevangen zat. V.l.n.r. Cor, Hannelore, Marga en Olga Othilde (de vrouw van Jan Meijaard). Uit collectie Hannelore Meijaard </p>Utrecht – Het is een relatief onderbelicht verhaal: de willekeur van de Bijzondere Rechtspleging op basis van roddel [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>De wantoestanden van de Bijzondere Rechtspleging</h3>
<p><em>Door Peter le Nobel</em></p>
<p><div id="attachment_2825" class="wp-caption aligncenter" style="width: 310px"><img class="size-medium wp-image-2825" title="Hannelore_LR-1[foto)" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/Hannelore_LR-1foto-300x218.jpg" alt="Het gezin Meijaard in Kloetinge, tijdens de periode dat vader gevangen zat. V.l.n.r. Cor, Hannelore, Marga en Olga Othilde (de vrouw van Jan Meijaard). Uit collectie Hannelore Meijaard " width="300" height="218" /><p class="wp-caption-text">Het gezin Meijaard in Kloetinge, tijdens de periode dat vader gevangen zat. V.l.n.r. Cor, Hannelore, Marga en Olga Othilde (de vrouw van Jan Meijaard). Uit collectie Hannelore Meijaard </p></div><strong>Utrecht – Het is een relatief onderbelicht verhaal: de willekeur van de Bijzondere Rechtspleging op basis van roddel en achterklap vlak na de Tweede Wereldoorlog. Dat wordt weer eens duidelijk uit het boek ‘Hannelore, kind van een Duitse moeder in oorlogstijd, 1940-1947’, geschreven door Jan J.B. Kuipers en Gert P. Kuipers. Jaloezie is van alle tijden, maar in oorlogstijd tekenen de verhoudingen zich scherper af, zo blijkt maar weer.<span id="more-2820"></span></strong></p>
<p>De wereld van Hannelore Meijaard werd letterlijk door vuur verzwolgen toen haar moeder haar uit huis moest halen, dat hoogstwaarschijnlijk door brandstichting in de as werd gelegd. Waarschijnlijk was haar Duitse afkomst het motief. Het moet ook de aanleiding zijn geweest om haar man, Jan Meijaard, valselijk te beschuldigen van het NSB-lidmaatschap. Na de oorlog werd hij anderhalf jaar in het interneringskamp Fort Ellewoutsdijk vastgehouden in afwachting van een proces.</p>
<p>120.000 tot 170.000 Nederlanders zijn gevangen gezet. Naast de kopstukken van de NSB en andere oorlogsmisdadigers zaten duizenden onschuldig vast, door persoonlijke, rancuneuze aantijgingen. Naar schatting meer dan duizend mensen, inclusief baby’s en bejaarden, overleefden de interneringskampen in Nederland niet, door mishandeling, gebrek aan hygiëne en medische zorg. Het verhaal van Jan Meijaard geeft deze tragische ontwikkeling na de bevrijding een persoonlijk gezicht.</p>
<p>In 1991 was de oud-commissionair in groenten en fruit overleden. Zijn dochter, Hannelore, heeft geprobeerd op basis van haar herinneringen en persoonlijke stukken de geschiedenis te reconstrueren. De schrijvers Jan J.B. Kuipers en Gert P. Kuipers hebben nader onderzoek verricht, waardoor een uiterst leesbaar en handzaam boekje is ontstaan om deze zwarte bladzijden in de Nederlandse geschiedenis voor het voetlicht te brengen.</p>
<p>Het is een eerlijk boek: er wordt vermeld dat Meijaard inderdaad groenten aan de Duitsers heeft geleverd, net zoals zoveel handelaren om de eindjes aan elkaar te knopen. Om politiek gaf hij verder niet. Zijn gezin zo goed en zo kwaad als het kan door de oorlog helpen, dat was zijn missie. Daarnaast bleek hij ook voedsel aan de Weermacht te hebben onttrokken om zo honderden gezinnen in het westen tijdens de Hongerwinter van eten te helpen voorzien.</p>
<p><strong>Jaloezie</strong></p>
<p>Hoe heeft het dan toch zo uit de hand kunnen lopen? De heer Van Boven uit Roosendaal, een getuige uit die tijd: ‘Meijaard is een rechtvaardig en behulpzaam mensch, die zich voor en tijdens de bezetting steeds tegen het Nationaal Socialisme heeft uitgesproken. Doordat zijn vrouw van Duitsche afkomst is, is de familie Meijaard volgens de meening van ondergeteekende verguisd en vertrapt geworden. […]”</p>
<p>Een belangrijke rol moet ambtenaar Joosse hebben gespeeld. “Persoonlijke antipathieën worden vertaald in puur politieke termen en uiteindelijk uitgespeeld over de loop van het geweer. Meijaard, een zowel naïeve als slimme zakenman die – zoals honderdduizenden landgenoten &#8211; meent in oorlogstijd apolitiek te kunnen opereren en goede betrekkingen te kunnen onderhouden met alle partijen, en die bovendien getrouwd is met een Duitse vrouw, staat tegenover de fel orangistische belastingambtenaar Joosse, wiens afkeer zijn integriteit uiteindelijk overwint en die valse beschuldigingen zal uiten, passend in het patroon van roddel en hearsay dat na de bevrijding een grote smet werpt op de Bijzondere Rechtspleging.”</p>
<p>Welke vreemde vormen die roddel en achterklap kunnen aannemen blijkt wel uit het verhaal rond de Vlaamse kunstschilder Alphons van Dijck (1894-1979). Ook hem worden pro-Duitse sympathieën aangewreven. “Hannelore: Juist om zijn joodse vrouw te redden van deportatie had Van Dijck een schilderijtje gemaakt voor een of andere hoge Duitse officier.” De vrouw van de schilder overleefde als enige de oorlog.</p>
<p>Als ‘vrije jongen’ rondrijden op een Harley Davidson in een conservatief Zeeuws dorpje en een ‘exotische’ vrouw uit Duitsland huwen kan je kennelijk duur komen te staan. Het moet Joosse volgens Hannelore een doorn in het oog zijn geweest. Is het welbekende uitsteken boven het maaiveld wel zo’n onschuldige Nederlandse onhebbelijkheid? Kan het je hier in slechte tijden echt de kop kosten?</p>
<p><strong>Het juiste Nederland</strong></p>
<p>In de loop der tijd komt steeds meer openlijke informatie over de oorlog beschikbaar, niet langer weggemoffeld of tussen neus en lippen vermeld waar het gaat om de omstreden kanten van Nederland voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Interessant in dit boek is om te lezen hoe de Nederlandse regering in de jaren dertig werklozen het liefste naar het Nationaal-Socialistische Duitsland zag vertrekken. “Minister Romme gebiedt de gemeentebesturen zelfs, dat bij weigering om naar Duitsland af te reizen de steun van betrokkenen dient te worden ingehouden.”</p>
<p>En ook de internering van alles wat Duits is tijdens de door de Nederlandse regering uitgeroepen Staat van Beleg is opmerkelijk, nu ook gevluchte joden uit Duitsland in fort Ellewoutsdijk gevangen werden genomen.</p>
<p>Het zijn feiten die ik allemaal niet heb geleerd tijdens mijn VWO eindexamen in 1990-1991, waarbij iedereen de ‘Studiegids voor het centraal schriftelijk eindexamen geschiedenis en staatsinrichting’ moest bestuderen. Het ‘vlammend protest’ van Wilhelmina tegen de Duitse inval kan ik mij nog wel herinneren, maar niet meer de afkortingen RVV, LKP, OD en BS. Het was wel heel belangrijk om te weten toentertijd.</p>
<p>Roddel en achterklap, en tijdens de internering van Jan Meijaard nog even het wegroven van piano, boeken en schilderijen door de OD, en de hypocrisie, toen, en nog tot in de jaren negentig, als VWO-leerlingen zich buigen over de oorlogsgeschiedenis vol heldhaftigheid van het Koninkrijk der Nederlanden, het zijn geen Hollandse deugden om trots op te zijn.</p>
<p><strong>De ‘oorlogsbus’</strong></p>
<p>In het boek verwijst Hannelore meerdere malen naar huidige oorlogssituaties. “Ik wil gewoon &#8211; en niet alleen aan mijn kinderen &#8211; meegeven: zó kun je dat als kind ook meemaken, niet alleen in een dorpje in Afghanistan of waar dan ook, maar ook hier, gewoon in Nederland. In jouw huis, in jouw leven. Je kunt iets meemaken in je leven dat misschien geen trauma wordt, maar toch altijd weer terugkomt.”</p>
<p>Hiermee word ik mij ook bewust van de beangstigende kant van Hannelore’s verhaal. Het is niet alleen een beschrijving van een wantoestand in een veilig ver verleden. Na lezing herinnerde ik me een persoonlijk voorval uit mijn tienertijd. Ik kan me nog wel het grote blik vol suiker in de kast van mijn moeder voor de geest halen. Geboren in 1940 kan ze niet echt bewust de oorlog hebben meegemaakt, maar toch moet ze een zekere tic aan die tijd hebben overgehouden. De ‘oorlogsbus’ moest altijd vol zijn. Je wist immers maar nooit. En bij het uitbreken van de Eerste Golfoorlog verordonneerde zij mij om een aantal producten te kopen. Twee extra pakken suiker en vijf melk of zo, ik zou het boodschappenlijstje niet meer weten, maar het was aandoenlijk weinig. In alle kinderlijke onschuld vertelde ik in ieder geval tegen kennissen daar in de supermarkt dat het moest van mijn moeder voor een noodvoorraad. Zij werd maar wat boos toen ik haar dat vertelde. “Je vrienden kunnen in tijden van oorlog je vijand zijn!”</p>
<p>Toentertijd vond ik het een hilarisch voorval, maar met het klimmen der jaren, als in het leven blijkt dat vele wolven je zonder goede redenen willen verslinden, en blijkt dat ik niet de enige ben met die ervaring, wordt mij ook de ernstige kant van een -op het eerste gezicht- overdreven reactie gewaar.</p>
<p>&#8212;-</p>
<p><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-2823" title="Hannelore_LR-1" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/Hannelore_LR-1-150x150.jpg" alt="Hannelore_LR-1" width="150" height="150" />‘Hannelore, kind van een Duitse moeder in oorlogstijd, 1940-1947’, Jan J.B. Kuipers en Gert P. Kuipers, Uitgeverij Den Boer | De Ruiter, 81 p., ISBN/EAN 978-90-79875-13-9, prijs: 12,50 euro.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/het-hollands-maaiveld-na-de-oorlog/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wil Fraikin, verdediger van &#8217;s werelds woordenbunker</title>
		<link>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/wil-fraikin-verdediger-van-s-werelds-woordenbunker/</link>
		<comments>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/wil-fraikin-verdediger-van-s-werelds-woordenbunker/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 29 Mar 2010 05:23:57 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Essays]]></category>
		<category><![CDATA[beeldhouwer]]></category>
		<category><![CDATA[dichter]]></category>
		<category><![CDATA[poezie]]></category>
		<category><![CDATA[schilder]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nationaleboekenblog.nl/?p=2549</guid>
		<description><![CDATA[Geniaal dichter: gek, maar o zo origineel én creatief!
<p>Door Thierry Deleu</p>
<p class="wp-caption-text">Wil Fraikin</p>
<p>Oostduinkerke &#8211; Wil Fraikin is schilder, beeldhouwer, dichter. Van zijn poëzie zegt hij zelf “dat het voetnoten zijn bij een wankele schepping”. In 2008 ging één van zijn dromen in vervulling: een Poëziestraat in Amersfoort of gedichten achter de ramen. In maart 2009 exposeerde hij [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Geniaal dichter: gek, maar o zo origineel én creatief!</h3>
<p><em>Door Thierry Deleu</em></p>
<div id="attachment_2553" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><img class="size-medium wp-image-2553" title="Wil Fraikin" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/wil-300x225.jpg" alt="Wil Fraikin" width="300" height="225" /><p class="wp-caption-text">Wil Fraikin</p></div>
<p><strong>Oostduinkerke &#8211; Wil Fraikin is schilder, beeldhouwer, dichter. Van zijn poëzie zegt hij zelf “dat het voetnoten zijn bij een wankele schepping”. In 2008 ging één van zijn dromen in vervulling: een Poëziestraat in Amersfoort of gedichten achter de ramen. In maart 2009 exposeerde hij foto&#8217;s en gedichten in Utrecht. De collectie bestond uit 37 gedichten met 39 bijpassende foto&#8217;s. Het idee van samenvoegen van tekst en beeld ontlokte de volgende vraagstelling: wat gebeurt er met de lezing van een tekst als je eerst een afbeelding ziet, of wat gebeurt er bij het bekijken van een foto als je daarvoor eerst een gedicht hebt gelezen?<span id="more-2549"></span></strong></p>
<p>Mijn eerste ontmoeting met hem was een regelrechte catastrofe: ik kwam niet boven het maaiveld uit, ik schreef slecht en verbalistisch (en andere meer ronkende dooddoeners en hamergeklop die ik jou wil besparen en die mij niet zinnen), we voeren nog altijd een pennenstrijd, maar de hevigheid is verdwenen en mijn pantser is versterkt (na overleg).</p>
<p>Fraikin heeft geen hoge pet op van Vlaanderen en de Vlamingen, dito de dichters: ze zijn zo introvert, mijnheer, zo vol ontzag voor hiërarchie, zo verzuild en chauvinistisch, niet communicatief, met andere sociale manieren; stijf en niet flexibel.</p>
<p>Wil Fraikin is niet zo bekend in Vlaanderen. Ik keek dan ook verrast op gedichten van hem aan te treffen in een plaatselijk tijdschriftje als Art04 uit Harelbeke. Hij was in die stad echter één van de laureaten van de Poëzieprijs. Het is de goede (?) gewoonte van de redactie om de laureaat in zijn/haar euforie vriendelijk te vragen enkele gedichten van hem/haar te mogen plaatsen.</p>
<p>Ik was niet alleen verrast een Nederlander aan te treffen in het plaatsgebonden blaadje, maar vooral was ik “aangenaam” verrast door de kwaliteit van zijn poëzie.</p>
<p>Fraikin schrijft in eerste instantie over mensen, zichzelf incluis. De oude vraag over “schijn en wezen” wil hij door middel van poëzie opnieuw stellen.</p>
<p>Ik vond zijn poëzie hermetisch raadselachtig, niets zangerigs, barok. Ik begon te lezen en ervoer een dwingend dichterlijk vocabularium. Hij had een nieuwe taal, nieuw en toch begrijpelijker dan ik eerst vermoedde.</p>
<p>Lees mijn verhaal of noem het mijn reis doorheen het landschap van zijn poëzie.</p>
<p><strong>Zintuiglijk</strong></p>
<p>Fraikin schrijft zintuiglijke gedichten, elk gedicht ruikt naar de geur van uitlaatgas. Hij valt niet in de valkuil van het sentiment, Fraikin is aards en toch geeft hij mij de indruk dat hij vanuit zijn hemel over mensen en dingen dicht.</p>
<p>Hij doet dit zonder maniërisme, wil zijn gedichten blijven sturen, zijn poëzie is niet multi-toepasbaar, maar duidelijk meervoudig. De innerlijke schoonheid van zijn gedichten vraagt inleving en zin voor ontdekken.</p>
<p>Fraikin heeft een eigen poëtische woordenschat waarmee hij de inhoudelijkheid van zijn verzen omfloerst. Hij lijkt mij een hedonist, minnaar van vrouw en aardse geneugten. Hij dialogeert met de vrouw, als eigenzinnig volgzaam dier, met zijn om-wereld, met de familie, het aardse bestaan, het geloof. Hij filosofeert over schuld en boete. Hij heeft lak aan hypocrisie, aan ingetogen introversie, aan eruditie, aan verbalisme dat hij omschrijft als “veel woorden om niets te zeggen”.</p>
<p><em>Zij leunt met haar voorhoofd</em></p>
<p><em>tegen jouw laatste toekomst aan</em></p>
<p><em>…</em></p>
<p><em>Geen ijs wordt meer gebroken</em></p>
<p><em>waar glas onzichtbaar in zichzelf gestoken is</em></p>
<p><em>…</em></p>
<p><em>Ligt ze met haar bent onduidelijk hier verloren</em></p>
<p><em>had ze zelf nooit voor discipelen gezorgd?</em></p>
<p>Uit<em>: Eeuwige Moeders</em></p>
<p>De dichter creëert onbewust wantrouwen door de manier waarop hij wrang, indringend, soms agressief, provocerend de lezer plaagt, kwelt, lastig valt enerzijds. Hij schrijft “teasing poetry”.</p>
<p>Anderzijds is poëzie voor hemzelf loutering, hij wil orde scheppen, maar krijgt wanorde, hij komt in trance en wanneer hij uit zijn verrukking ontwaakt, wil hij erover reflecteren.</p>
<p>Zijn poëzie is duaal: trance en reflectie</p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>U schept zich in deze fase zelf</em></p>
<p><em>…</em></p>
<p><em>de veiligheid …</em></p>
<p><em>is schijn</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>legt u zich hier maar neer</em></p>
<p><em>de tijdelijkheid wordt zo ingesteld</em></p>
<p>Uit: <em>I. Aankondiging</em></p>
<p>Soms komt het mij voor dat hij evenwicht zoekt tussen twee ongelijke gewichten (ode en overgave) enerzijds &#8211; en dit lukt niemand &#8211; en tussen twee ongelijke zijnstoestanden (autistisch zingenot en intellectualistisch verbalisme). Hij is een reus met twee ongelijke benen: een langer (te lang) en een korter (te kort). Fraikin weet dit en wil deze handicap bezweren met drift, ironie, sarcasme. Hij stelt wellust voor als remedie, maar vlucht naar het innerlijke zelf om zijn eenzaamheid een gehoor te geven.</p>
<p><em>het hooglied wordt heden laag ingezet</em></p>
<p><em>…</em></p>
<p><em>… we verdenken</em></p>
<p><em>de overkanten ervan ons</em></p>
<p><em>elk zwaar verworven plezier te vergallen:</em></p>
<p><em>…</em></p>
<p><em>werd er nog iets gewonnen</em></p>
<p><em>kenden wij dit deuntje al &#8211; is dit de bedoeling -</em></p>
<p><em>was elke bagage slechts cosmetisch?</em></p>
<p>Uit: <em>II Stage</em></p>
<p><em>het grondpatroon voor vandaag is nog aardig</em></p>
<p><em>inertie doet leven hierna maalt ieder er om</em></p>
<p><em>…</em></p>
<p><em>de levensboom wordt wederom getakeld</em></p>
<p>Uit: <em>III Vertrek</em></p>
<p>Hij adoreert de vrouw niet, sterker: hij kent de vorm wel (het hoe), maar negeert de inhoud (bindingsangst, faalangst, traumatische ervaring(en). Hij schrijft over de erotiek, de liefdesdaad, de verwijdering die erin besloten ligt, hij benadert de vrouw veeleer tekstueel, met triviale taal, uit onmacht. Hij is niet in staat om zijn gevoelens voor haar in banale woorden uit te drukken. Hij twijfelt aan zichzelf, hij vlucht in zelfreflectie, hij kan zijn bronstigheid niet plaatsen, de dichter is gespleten, labiel, een meester in het toedichten van zijn frustraties.</p>
<p>Ook de andere spelers op ’s werelds schouwtoneel zijn voor hem lustkameraden, met wie hij triviale kletspraatjes voert. Dit maakt het de lezer moeilijk (maar het boeit hem/haar ook op), om de keuze van de dichter te weten te komen: reflectie of een eigen leven leiden, open of verdoezelen, communiceren of verbaliseren, reflecteren of kapot relativeren.</p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>en temidden van deze werelden</em></p>
<p><em>het gedrentel en gedrang om haar gemaal</em></p>
<p><em>…</em></p>
<p><em>het samenspannen en weer hinkende uiteengaan</em></p>
<p><em>zoals de meeuwen: het levenslange zwerven</em></p>
<p><em>…</em></p>
<p><em>langs de kaderand werd dit haar waarneming:</em></p>
<p><em>het restant wordt nogmaals ingepakt: ijskoud -</em></p>
<p><em>dan gaan ze weer slapen &#8211; soms op één been.</em></p>
<p>Uit: <em>Markt met vissen</em></p>
<p>Om Fraikin’s poëzie te begrijpen is indringendheid nodig, zonder is het niet mogelijk zijn perceptie te volgen in haar vele veranderingen, om de sleutels te vinden die hij aanreikt. De lezer moet ook weet hebben van de autobiografische verwijzingen.</p>
<p>Fraikin is een humanist, niet zo grootmoedig, maar aards, belerend en toch worstelend met zelftwijfel. Zijn constructies zijn luchtig en open, dwingend maar bescheiden. Uit alles blijkt dat hij een vat is vol tegenstellingen (een cliché, maar o zo duidelijk): zekerheid, twijfel, éénduidig en dubbelzinnig, illusie en werkelijkheid, descriptie en beeldspraak, aangeschoten maar rebels.</p>
<p><strong>Suggestie</strong></p>
<p>Wat mij bijzonder opvalt bij Wil Fraikin, is de suggestie, iets oproepen dat niet gezegd wordt, weinig logica. Is poëzie een soort van waarheidsvinding? Deze juridische term vind ik in bijna alle geschriften van Fraikin: consequent en compromisloos poëzie schrijven. Dichten heeft veel met mentaliteit te maken, met de wijze van denken en voelen, de dichter als zijn/haar eigen mental coach. Het gedicht geeft Fraikin goede energie, geestelijke adrenaline. Ben je niet meer met waarheidsvinding bezig, dan ben je niet meer toerekeningsvatbaar, je bent psychisch niet meer in orde. Kun je dan nog mooie gedichten schrijven? Waarom niet? Eén voorwaarde: bijzonder talentrijk zijn!</p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>Het is weer zo fijn die natuur die stille mensen</em></p>
<p><em>krampjacht luidrucht de gewaande vrede trekt ons</em></p>
<p><em>tot elkaar een bomgordeltje lente vers afval</em></p>
<p><em>zou uitbottend wel zo mooi zijn!</em></p>
<p>Uit: “<em>Im Frühling wenn die Hähne krähen”</em></p>
<p>Fraikin’s poëzie prikkelt mij, daagt mij uit, doet mij vloeken en glimlachen, geeft mij energie, ik verzuip in zijn verzen.</p>
<p>Ik las voor het eerste gedichten van hem in Art04 (zoals ik al zei).</p>
<p>Eerste indruk: moeilijke poëzie (naar inhoud en vorm), experimenteel, vrije opbouw, lijkt mij van iemand die handelt uit een kinderlijke behoefte om regels en regelgeving te ontlopen.</p>
<p><strong>Experimenteren</strong></p>
<p>Fraikin wil echter deuren die op een kier stonden en slechts met mondjesmaat nieuw leven toelieten, opengooien (denk aan de experimentele poëzie van de vijftigers en vijfenvijftigers); hij heeft het lef om te experimenteren. Hij wil geen betreden en vertrouwde paden bewandelen. Hij wil geen beperking, maar de bevrijdende kracht van het experiment. Hij wil geen programma opdringen, geen school, geen vakvereniging, geen partij, hij wil free speech, lees: het vrije woord, hij wil de poëzie haar soevereiniteit teruggeven. Dit betekent: de dichter kiest de regels en kan die ook veranderen tijdens het spel. Hij is speler en scheids.</p>
<p>Het gaat bij hem niet om een nieuwe vorm en eigenlijk ook niet om een nieuwe inhoud of hoe je het noemen wilt, maar om een nieuwe poëzie, beter gezegd, een andere poëzie. Hij wil een nieuw geluid brengen en is daarbij hardnekkig individualist.</p>
<p>Zo ervaar ik ook zijn gedichten. Zijn poëzie lijkt gebouwd op geen enkele traditie. Dada? Misschien. Surrealistisch? Misschien. Hoe ontregeld hij ook dicht, nooit wijst hij de scheiding af tussen vorm en inhoud. Hij zoekt naar een samensmelting tussen vorm en inhoud, naar een zelfstandige eenheid.</p>
<p><em>in het humus van hun donker</em></p>
<p><em>rafelen ze een week</em></p>
<p><em>intiem complot uiteen </em></p>
<p><em>…</em></p>
<p><em>nog onbesproken bleef hoeveel verlangen er uit</em></p>
<p><em>gaat</em></p>
<p><em>…</em></p>
<p><em>Niets nieuws aan het innerlijke front</em></p>
<p><em>een zonnige dekadentie-oefening volgt</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>achter de ogen de rits gesloten </em></p>
<p><em>in een vers vergroeid verbond.</em></p>
<p>Uit: H<em>et Grote Kwijtraken 3</em></p>
<p>Met de drie gedichten van Het Grote Kwijtraken won Fraikin in 2007 de Gelderse Poëzieprijs van het tijdschrift Parmentier.</p>
<p>Hij verzet zich tegen de dictatuur van het abstracte denken. Hij streeft naar lichamelijkheid. Fraikin’s poëzie drijft op het wankel evenwicht tussen vorm en inhoud, tussen lichaam en geest, tussen vorm en vent. Juist in het toedichten van deze dualiteiten is hij een meester! Hij improviseert doordacht (paradox 1), hij zoekt  het juiste spoor en is niet bang voor spontane spoorwisselingen. Hij rijdt solo (paradox 2). Hij denkt logisch, maar schrijft overwegend associatief (paradox 3).</p>
<p>Zijn poëzie geeft het gedicht weer een stoffelijke functie en pure menselijke ervaringen, zoals voelen, zien, horen, bang zijn. Zijn gedichten zijn geen geïmiteerde realiteiten, maar een in zichzelf besloten acties, spanningen die opgewekt werden door beelden en betekenissen.</p>
<p><strong>Wispelturigheid</strong></p>
<p>Toch verrast hij mij door zijn wispelturig woordgebruik, hij leeft zijn eigen wetten niet na, hij tart zijn eigen logica, hij gaat voor nieuwe inzichten, hij construeert en jongleert, soms doet hij mij aan een alchemist denken. Het boeit echter (op), want het raakt de essentie van de creativiteit. Het is een aanval op de banaliteit. Riskante gevoelens die aan een kooi van huid ontglippen.</p>
<p>Eén van zijn mooiste gedichten is Middagspleen:</p>
<p><em>Ze pleegt van boven wangedrag</em></p>
<p><em>voor de spiegel op een leeg bord</em></p>
<p><em>wordt engelse drop omgekeerd en uitgesmeerd</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>iets pakt er steeds verkeerd uit op mijn</em></p>
<p><em>rangeerterrein heerst lichaamstaal nieuws</em></p>
<p><em>en opinies echoën weg van alle taluds</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>iets schrijnt</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>aan de wereld wordt nog gesleuteld</em></p>
<p><em>dan gaan we in onze taalstoel zitten</em></p>
<p><em>verstrijken de dagen met kralenkettingen</em></p>
<p><em>vergen niets meer in de handen dan edeltarwe</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>kijken naar de eindeloosheid</em></p>
<p><em>van steigers vlonders bergen</em></p>
<p><em>zand en kleding zelfs tuinkabouters</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>herinneren ons aan kroos de waterlelies</em></p>
<p><em>lisdodden dode vissen liggen</em></p>
<p><em>tegen de kanten.</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>We scheppen het leeg en keren onze borden om.</em></p>
<p>Taal in het algemeen schreeuwt om experiment. Het is het geschiktste werktuig voor gevoel- en kennisoverdracht. Zo universeel en zo hallucinant. Taal is echter een delicaat werktuig voor klankwaarneming , veelheid van betekenis en zinsbouw. Taal is in essentie een middel om iets weer te geven. Haar mogelijkheden zijn (bijna) grenzeloos. Woord is onmacht, taal is macht! Zij jent, gaat tekeer, blundert en pakt beet. Taal vertelt ons dat er iets is dat er eigenlijk niet is.</p>
<p>Fraikin experimenteert met woorden, doet aan geen wetenschap, hoezeer hij ook zijn best doet om het de lezer te doen geloven. Hij heeft geen objectieve kijk op de dingen. Zijn experimenteren met woorden leidt soms tot soms kakofonie, vervoering, vluchtige metaforen. Hij gaat een spel met de taal aan en verliest al eens de controle.</p>
<p>Zoals elke dichter wil hij een constructie met woorden maken die bepaalde beelden en klankeffecten bevat om te ontroeren of te overtuigen of te verrassen of te imponeren. Normaliter kiest deze dichter dan niet voor het riskante experiment. Fraikin wel.</p>
<p>Bij Fraikin is dichten niet alleen een spel met woorden dat uitblinkt in beeld- en taaleffecten, dit is het ook, maar meer dan dat: hij wil de woorden doen verdwijnen en een illusie creëren.</p>
<p><strong>Illegale taal</strong></p>
<p>Woorden zijn pure willekeur; taal echter is een geheel van regels die Fraikin met graagte overtreedt. Soms is er geen overeenkomst tussen het woord en de taal. Woorden kunnen denkbeeldig zijn; bij deze dichter is ook taal niet altijd legaal. En precies dit maakt zijn poëzie tot lustoord van tegengestelde gevoelens en provocerende gedachten. Of nog anders gezegd: Fraikin legt zijn wil niet op aan het woord, wat hij uitbeeldt, is niet altijd in woorden voorradig.</p>
<p>Een Franse reis is voor hem een surreëel gegeven, een evenwichtsoefening tussen realiteit, fictie en beoogde realiteit:</p>
<p><em>er lag een zorgzame oever bleek</em></p>
<p><em>aan een plas alles leek net echt gelegd</em></p>
<p><em>…</em></p>
<p><em>ondertussen ver koebelgeluid</em></p>
<p><em>stationair om niet te worden opgemerkt</em></p>
<p><em>…</em></p>
<p><em>gezond doorstappen</em></p>
<p><em>betekende merktekens poten in nat zand</em></p>
<p><em>…</em></p>
<p><em>we spelevaarden</em></p>
<p><em>zo ontspannen en bijziend als we waren</em></p>
<p><em>naar die zuivere oeverlijn vol drijfzand liefde</em></p>
<p>Uit: <em>De Franse reis</em></p>
<p>De poëzie van Fraikin is compact, samengebald (in tegenstelling met de wijdlopigheid van de roman), poëzie is voor hem een soort van placenta: een intermedium tussen schaamte en aanpassing. Van de dichter eist hij vakbekwaamheid, inzichtverstrekkend, hij is echter een weifelaar, een twijfelaar, een recapituleerder, een alternatiefloze idealist, kortom: een moeilijk mens voor zichzelf (en de ander). Poëzie moet als het leven zijn: lichamelijk, emotief, het ontstijgt het kleinburgerlijke, de schijn en de status. Fraikin wil ook intelligente poëzie, ambigu, ambivalent, vrouwelijke poëzie door mannen geschreven. De mens is vervangbaar, de dichter niet.</p>
<p><em>woordenstrijd</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>na de taalslag</em></p>
<p><em>bouwde hij een woordenbunker</em></p>
<p><em>tegen de dooddoeners</em></p>
<p><em>een staalharde stelling met gewapende gezegdes</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>na ketsende opmerkingen</em></p>
<p><em>en zinnen als dynamiet met</em></p>
<p><em>het fluistermortier op mondhoogte gezet</em></p>
<p><em>dreven blindgangers hem uit</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>hem kan niemand meer onhoorbaar naderen</em></p>
<p><em>aan flarden geschoten</em></p>
<p><em>werd er een grindpad van gelegd</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>de brokken werden gladde stenen als clichés</em></p>
<p><em>de ruwe verliefde trefwoorden</em></p>
<p><em>het steengruis in de zandloper gestopt</em></p>
<p>Ik zocht verwoed naar de sleutels die hij plaagziek verbergt en slechts als je dichterbij komt, roept hij als een kind: “Het brandt!” Ik vond er tien: tijdelijkheid, de zelfkant, de gewaande vrede, spleen, moeder, schaamte, innerlijkheid, afscheid, liefde, de overkant. Een bos sleutels, ik vrees dat er enkele fictieve bij hangen. Ik probeerde ze gewoon uit en ik zag dat ik zijn hortend verhaal beter snapte. Beter, niet helemaal. Waarom maakt Fraikin het mij zo moeilijk? Ik hoor het hem al schrijven: “Je bent potdoof, blind en vlug ontmoedigd!”</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/wil-fraikin-verdediger-van-s-werelds-woordenbunker/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Liefde heeft een zachte huid&#8217;</title>
		<link>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/liefde-heeft-een-zachte-huid/</link>
		<comments>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/liefde-heeft-een-zachte-huid/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 12 Mar 2010 06:48:13 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Essays]]></category>
		<category><![CDATA[bundel]]></category>
		<category><![CDATA[dichter]]></category>
		<category><![CDATA[liefde]]></category>
		<category><![CDATA[meester]]></category>
		<category><![CDATA[nestor]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nationaleboekenblog.nl/?p=2279</guid>
		<description><![CDATA[Of hoe de meester-dichter de liefde voor zijn Ida omschrijft
<p>Door Thierry Deleu</p>
<p class="wp-caption-text">Wie over de liefde wil schrijven, doet er goed aan eerst de dichtregels van Fernand Florizoone te lezen.</p>
<p>Oostduinkerke &#8211; Fernand Florizoone is Koksijdes bekendste cultureel ambassadeur, hij is de dichter-nestor van de Westhoek, ik mag hem mijn vriend noemen, voor mij is hij de grootste [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Of hoe de meester-dichter de liefde voor zijn Ida omschrijft</h3>
<p><em>Door Thierry Deleu</em></p>
<div id="attachment_2423" class="wp-caption alignright" style="width: 215px"><img class="size-medium wp-image-2423" title="Liefdezachtehuidfoto" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/Liefdezachtehuidfoto-205x300.jpg" alt="Wie over de liefde wil schrijven, doet er goed aan eerst de dichtregels van Fernand Florizoone te lezen." width="205" height="300" /><p class="wp-caption-text">Wie over de liefde wil schrijven, doet er goed aan eerst de dichtregels van Fernand Florizoone te lezen.</p></div>
<p><strong>Oostduinkerke &#8211; Fernand Florizoone is Koksijdes bekendste cultureel ambassadeur, hij is de dichter-nestor van de Westhoek, ik mag hem mijn vriend noemen, voor mij is hij de grootste levende dichter van de Lage Landen bij de zee. Ik besef dat dit geen objectieve instap is om zijn poëzie te bespreken en zeker niet om een recensie te schrijven over zijn recente bundel, Liefde heeft een zachte huid.</strong></p>
<p>Soit! Ik wil hulde brengen aan een “mens van goede wil” die mij op zijn 85ste leert hoe je jong kunt blijven van lijf en geest. Hij is een vitalist, in zijn poëzie is de lente een pars pro toto. Hij leerde mij hoe ouderdom de bloeitijd van de geest kan zijn.<span id="more-2279"></span></p>
<p>Liefde heeft een zachte huid is een bloemlezing die Fernand opdraagt aan “het meisje van de Waterdam”, zijn lieve vrouw, Ida Demyttenaere. Ook enkele ongebundelde gedichten maken deel uit van de bundel.</p>
<p>Zijn gedichten doen je vermoeden dat “de woorden over zijn lippen vloeien”, maar dit is maar schijn: Florizoone zwoegt, schrapt, twijfelt, vraagt raad, hij vecht met het woord, hij stelt zich niet kwetsbaar op, hij is kwetsbaar.</p>
<p>De keuze van zijn titels zijn zo dichterlijk mooi en zo veelzeggend, zo suggestief, zo beeldend, bijvoorbeeld: <em>Mijn spraak is in de rui</em> of <em>Rituelen van kwetsbaarheid</em>. Zij nodigen uit tot het schrijven van een haiku.</p>
<p>Zijn gedichten zijn zo herkenbaar, zo identificeerbaar, enerzijds en zo verrassend, zo verrijkend anderzijds. De kernwoorden van zijn poëzie zijn gemakkelijk opspoorbaar, de dichter maakt het de lezer niet moeilijk: hij reikt hun de sleutels aan van alle kamers waar hij verblijft, hij is een open boek, een vervolgverhaal dat nooit verveelt, dat je doet meewiegen op het ritme van de natuur, de zee, de Westhoek. Kind, lente, wolken, wei, stilte, water, tijd, licht, een bos sleutels dat zijn poëzie toegankelijk maakt, maar niet alleen de dichter onthult, maar ook de mens Florizoone, de bewoner van het huis met de vele kamers.</p>
<p><strong>Hunkeren</strong></p>
<p>Ik hunker naar zijn <em>Vijfentachtigste lente</em>, maar het gedicht blijft zoek (ook de <em>Tachtigste lente</em> bovendien): de dichter laat hier een woordenloos spoor van “ouder worden” achter, een eerste vorm van berusting. Dit betekent echter niet dat hij de drie drives die hem in beweging houden niet herhaalt: met het kind aan de hand blijft hij dromen, met het woord creëert hij toekomst, de dichter zingt, en ja, soms hoor je een elegische ondertoon van droefheid die hij verwoordt in avond, einder, winter.</p>
<p>Ik heb Fernand beter leren kennen en waarderen sinds wij aan zee wonen, in Oostduinkerke, we ontmoeten elkaar meer, we zijn graag in elkaars gezelschap, wij genieten van dichterlijke (atmo)sfeer in onze gemeente, we weten wat wij aan elkaar hebben, wat wij in elkaar appreciëren, wij zijn geen “dikkenekken”. En nog veel meer dan ik blijft Fernand “de dingen onbevangen benoemen”. Hij <em>vertikt het eelt op zijn ziel te kweken</em>.</p>
<p>Wie vanuit het binnenland (en ze zijn met velen) de Westhoek binnenrijdt, wordt eerst getroffen door de weidse Polders, door de eindeloosheid van de einder, en dan ziet hij het water dat het oog ontgrenst, de eeuwigheid is nabij, lucht, aarde en water verruimen zijn blik woordelijk, &#8211; er is geen letterlijn, &#8211; maar ook overdrachtelijk, &#8211; de geest verwijdt -, en de wisselwerking tussen beide ervaringen creëert poëzie.</p>
<p>Fernand doet dit eigenwijs, alsof hij vanuit Engeland naar de Westhoek kijkt, alsof hij uit de hemel naar de zee tuurt. Hoe bizar verhoudt hij zich tot zijn “habitat”? Naar de vorm brengt hij het landschap smal in beeld, alsof hij met opzet verengt om beter te zien, of om de toegankelijkheid niet te remmen door een te veel aan woorden. De microcosmos die hij schept &#8211; bij Florizoone gebruik ik zonder schroom het begrip “schepper”, &#8211;  is echter breed, panoramisch, veelomvattend, meestal “bright” (een Nederlands woord vind ik niet), achter zijn verengd landschap (formeel) opent zich een onvermoede verte (inhoudelijk).</p>
<p>Dit is de paradox van zijn poëzie: het economisch gebruik van woorden om de weelde van het landschap te evoceren. De synthese naast het detail.</p>
<p><strong>Kernwoorden</strong></p>
<p>Daareven had ik het over de kernwoorden van zijn dichtkunst: het (klein)kind, de verwanten, het gezin, zijn vrouw, zijn roots. Je kunt ze onderbrengen onder één noemer: de verbondenheid. Hij wil schakel zijn. Deze verbondenheid moet je echter breder zien: Florizoone voelt zich één met de generaties vóór hem, met de natuur, met de werkelijkheid van vandaag, met zijn lezers. Hij is de dichter van het grote verband. Deze metafysische opvatting refereert naar zijn religiositeit: religare betekent immers verbinden. Of hij ook een verband legt tussen God en de mensen, daar ben ik nog niet uit. Zijn omgaan met het Goddelijke, met het Mysterie lijkt mij zeker. Hij schrijft over <em>het brandend braambos</em>, over de <em>psalmen van koning David.</em></p>
<p>Florizoone probeert het onnoembare te benoemen, een vermetele opdracht, een bijna onmogelijke taak en toch: door het gebruik van het verdichte woord kan hij een glimp opvangen van het onzegbare, kan hij een spoor ontdekken, een weg banen naar dit raadselachtig geheim dat hem intrigeert. Hij omschrijft in woorden (die zijn wikken en wegen overleefden) de plaats waar alles zich afspeelt. Deze omschrijving is zo veelomvattend dat die plaats ver af lijkt en toch heel dichtbij, klein en toch veel groter dan je eerst dacht. Dit effect, dit perspectief bereikt de dichter door zijn beeldspraak: hij tekent, hij schildert, hij schept, hij sluiert, hij legt een waas en onthult. Florizoone slaagt in zijn opzet, omdat hij het onvatbare vatbaar maakt, het vluchtig schone een naam geeft, een vorm, een lichaam, een bestendigheid.</p>
<p><strong>Belijdenislyriek</strong></p>
<p>Korte gedichten, smalgedichten, de verticale dimensie, economisch verwoorde poëzie, beknopt, compact zijn de meest opvallende vormaspecten van zijn dichten. Deze vorm past wonderwel bij zijn streven naar het ontstijgen aan tijd en ruimte, het ontsnappen aan het land dat hem vasthoudt in zijn boerderijen, in het waterland, in de aanlokkelijke zang van vogels, het schreeuwen van meeuwen, het janken van kauwen.</p>
<p>Dit is belijdenislyriek van eerste rang. Geen postmodernisme, geen hermetische poëzie, geen nieuw-realisme of neoromantisme, maar lyriek in een uitgepuurde vorm en een wijdse inhoud.</p>
<p>Het dichterlijk woord is voor Fernand Florizoone het instrument waarmee hij zijn (droom)wereld gestalte geeft in klanken, beelden, in weemoed en bijna mystisch verlangen naar eenheid, één zijn met het Goddelijke, de natuur, de mensen, het land dat leeft en leven geeft, en opvallend hierbij is dat de dichter verwonderd blijft. Dit betekent niet dat hij zich nooit eenzaam voelt, of onbegrepen, maar meestal voelt hij zich gedragen door de mensen om zich heen, door zijn lieve Ida.</p>
<p>Ook in zijn recente bundel <em>Liefde heeft een zachte huid</em> is het recept van zijn mooie gedichten herkenbaar, maar sterk origineel: een eenvoudige zintuiglijke indruk uitgewerkt en gelinkt aan existentiële elementen en zingeving. Bijna alles berust in een harmonie, een evenwicht dat broos blijft, wankelt en evenwicht blijft.</p>
<p>Fernand Florizoone bouwde (ook door de selectie van zijn gedichten) de bundel uit tot een eigen wereld, waarin zijn stem nooit uit de toon valt, het timbre altijd dezelfde kleur behoudt, de juiste cadens.</p>
<p>Liefde is het overheersende thema, liefde voor de vrouw, voor het meisje dat zijn vrouw werd, voor <em>de uitverkorene</em>, voor de <em>bruid, bloesemlicht in een kroon</em>.</p>
<p>Op bladzijde 3 prijkt een mooie foto van zijn Ida en in het eerste gedicht <em>Poëzie</em> is zij vrouw en muze, zij is zijn inspiratie, de ingeving van het Goddelijke aan de dichter: de dichter vond haar <em>tussen de zachte wimpers van het mos, zij schreef een overloze letter/van albasten tederheid/op het maanwit laken van de nacht</em>.</p>
<p>Hij beschrijft hoe zij samen een <em>huis begonnen</em>. Hoe z<em>ij liep/langs zee en ogen/ingetogen/zonder om te zien. Hoe zij minden het bloeisel/roze schroom van minne/is als het meisje/dat haar sjaal te zingen hangt</em>.</p>
<p>Hij viel voor haar <em>speelse lenigheid, haar bezige schaduw, haar gestalte, hoe zij een wasspeld tussen de tanden/stukken was aan de draad hing, hij las haar zwierige ballade/van vrouwelijke gebaren</em>.</p>
<p>In het ongebundelde gedicht <em>Bruid</em> (2006) tekent hij haar kort maar krachtig, vol bewondering en verwondering:</p>
<p><em>Gebruidsluierd in haar stilte</em></p>
<p><em>is zij de mooiste van duizend bloemen</em></p>
<p><em>haar ogen dauwen</em></p>
<p><em>hals en heupen geuren</em></p>
<p><em>glimlacht haar lach</em></p>
<p><em>zij is de stilte van duizend bloemen</em></p>
<p><em>het bebloemde dal van mijn hooglied.</em></p>
<p><em>p. 9</em></p>
<p>Of de figuratie intuïtief ontworpen wordt, is voor mij een vraag, ik zou het liever houden bij het vorm geven aan een innerlijke aanschouwing, Alleen het (aan)voelen lijkt mij intuïtief, Florizoone heeft de feeling van waaruit hij woorden sprokkelt en daarna probeert hij professioneel zijn gevoelens te produceren, te gieten in beelden, helder en toegankelijk.</p>
<p>Wat opvalt (of juist niet opvalt), is het zoeken naar het juiste woord, de juiste toonkleur, naar eenvoud van zegging en helderheid van beeld. Het proces dat hiervan aan de grondslag ligt, is pijnlijk hard en uiterst kritisch, de dichter kan niet tevreden zijn met het resultaat, hij accepteert het omdat hij de grens van zijn creatief vermogen heeft bereikt.</p>
<p>Lees hoe hij de vrouw (zijn vrouw) aanbidt, haar als een godin eert, haar als het compliment van zijn tekort, <em>mijn gemis</em> verheerlijkt:</p>
<p><em>Diva</em></p>
<p><em>Zij is</em></p>
<p><em>de roos in alle talen</em></p>
<p><em>de sleutel van het huis</em></p>
<p><em>van de appel de geur</em></p>
<p><em>diva en eva in de tuin</em></p>
<p><em>als het crescendo van de leeuwerik</em></p>
<p><em>stijgt zij in het azuur van mijn verlangen</em></p>
<p><em>zij is de regenboog</em></p>
<p><em>over mijn gemis</em></p>
<p><em>p. 13 </em></p>
<p>Of in het ongebundelde gedicht (2007) <em>Zij II</em>:</p>
<p><em>De mooiste klanken waarin ik woon</em></p>
<p><em>zijn de klinkers van haar naam,</em></p>
<p><em>zij iriseert mijn dag</em></p>
<p><em>en het huis waarin wij leven,</em></p>
<p><em> zij is het venster op de einder,</em></p>
<p><em>de avond van mijn jaren,</em></p>
<p><em>de engel in de morgen,</em></p>
<p><em>de moeder van mijn kinderen,</em></p>
<p><em>haar oogappel is mijn geluk,</em></p>
<p><em>ik woon in haar naam,</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>haar moederschap</em></p>
<p><em>is een akte van liefde.</em></p>
<p><em>p. 19</em></p>
<p>Fernand Florizoone is niet de enige dichter in de Westhoek: ook anderen schrijven poëzie op een behoorlijk niveau. Soms denk ik dat dit iets te maken heeft met het gesloten gebied van de Westhoek, tussen de IJzer en de zee, twee sterke grenzen. De mens hier is minder expansief, veeleer bezit hij een ingesloten geest. Stilaan wordt het land opengegooid, maar dit kent een traag verloop. De dichter hier is nederig, bescheiden, de mens, zijn lezer, is gevoelig voor poëzie. Dit heeft niets te maken met valse bescheidenheid, de mensen hier, in de Westhoek, zijn eenvoudig in woord en daad, zij zetten zich af tegen het erudiete, zij willen als het ware een gat vinden om de poëzie in te duikelen. De dichter hier is niet elitair, hij is allergisch voor dit woord. Geen mens of  dichter springt hier op elke trein die voorbijrijdt.</p>
<p><strong>Tweede paradox</strong></p>
<p>Ik maak deze parenthese onder meer om aan te tonen dat er affiniteit bestaat tussen dichter en lezer indien beiden over een open geest beschikken, beter woord is: bereidheid tot aanhoren, tot meevoelen, meedenken, meegenieten van het land, de mensen, en misschien gedijen deze eigenschappen het best in een (in)gesloten gebied. Is dit de tweede paradox? De tegenstelling tussen open en gesloten, tussen grenzen en ontperken, tussen geluksgevoel en eenzaamheid, <em>heimwee dat mij nieuxsgierig maakt/ naar wat heel ver is en hiernamaals? </em></p>
<p>Deze opportuniteiten leiden vooral bij Fernand Florizoone tot een ingetogen, verinnerlijkte spanning, die het kenmerk is van grote dichters. Zijn gedichten zijn trillingen, vibraties van ingehouden zinnelijk genot. De stilte broedt leven dat leven verwekt en in deze kringloop zoekt de dichter naar antwoorden waarvan wij weinig antwoord kennen: omzichtig laveert de dichter tussen twijfel en aanvaarding, tussen onzekerheid en geloof, tussen wat van God is en wat van de mensen.</p>
<p><em>langsheen een weg naar oeverloos. </em></p>
<p><em>p. 4 </em></p>
<p><em>zij heeft niet omgezien,</em></p>
<p><em>zij was als een cocon</em></p>
<p><em>van stilte</em></p>
<p><em>waaruit God gesprek ontspon.</em></p>
<p><em>p. 5</em></p>
<p><em>wij zouden in dit gedicht gaan wonen</em></p>
<p><em>één, de aarde herbeginnen.</em></p>
<p><em>p. 11 </em></p>
<p><em>zij is de regenboog</em></p>
<p><em>over mijn gemis</em></p>
<p><em>p. 13</em></p>
<p><em>naamloos ligt geluk te rapen</em></p>
<p><em>van ziel tot zee,</em></p>
<p><em>twee maten eeuwigheid.</em></p>
<p><em>p. 14</em></p>
<p><em>de hemel boven ons</em></p>
<p><em>en wij in ’t water</em></p>
<p><em>het watermerk van hemel.</em></p>
<p><em>p.16</em></p>
<p><em>hemel en aarde</em></p>
<p><em>en al wat er in is.</em></p>
<p><em>p. 18</em></p>
<p><em>is het om de liefde</em></p>
<p><em>dat eeuwigheid bestaat</em></p>
<p><em>en God</em></p>
<p><em>een vader en een moeder is?</em></p>
<p><em>p. 22</em></p>
<p><em>Dit is mijn weligst woord</em></p>
<p><em>Dat ik verbonden ben</em></p>
<p><em>…</em></p>
<p><em>Heelal</em></p>
<p><em>is ook in mij</em></p>
<p><em>p. 25</em></p>
<p>Ook de dood beroert deze dichter, maar in zijn woordkeuze beroert hij God tot clementie, tot tijd, tot liefde, hij leert ons wat essentie is: alles dat met “hebben” te maken heeft, valt weg. Het lijkt of de dood bij Florizoone een gewoon raakpunt is, dat elke ontmoeting met de dood een wonderlijk gebeuren is dat een meerwaarde in zich draagt: het diepste contact, de verbinding met het heelal.</p>
<p><em>Misschien bloeit alles nu vanbinnen,</em></p>
<p><em>het kleinkind en de roos</em></p>
<p><em>en ook de dood draagt knoppen ongezien,</em></p>
<p><em>p. 20</em></p>
<p><em>En eenmaal de dood</em></p>
<p><em>is er de roos</em></p>
<p><em>uit onze tuin.</em></p>
<p><em>p. 24</em></p>
<p><em>en God die mij heeft opgevist</em></p>
<p><em>die al</em></p>
<p><em>mijn schuld heeft uitgewist.</em></p>
<p><em>p. 25</em></p>
<p><em>thans nemen wij met de kleinkinderen</em></p>
<p><em>de laatste bocht der duizend jaren.</em></p>
<p><em>p. 26</em></p>
<p><em>Schakel blijven</em></p>
<p><em>en doorgaan,</em></p>
<p><em>de kinderen volgen ons</em></p>
<p><em>hoe wij omgaan met de avond,</em></p>
<p><em>hoe stilte niet bang maakt</em></p>
<p><em>en geduld balsem is</em></p>
<p><em>op krassen van ongedurigheid,</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>kinderen kijken</em></p>
<p><em>hoe wij naar de einder trekken</em></p>
<p><em>en hoorbaar</em></p>
<p><em>in hun geheugen blijven.</em></p>
<p><em>p. 28</em></p>
<p><em>Liefde heeft een zachte huid</em> is in de eerste plaats een ode aan zijn geliefde Ida. De bundel bezit de beste liefdesgedichten ooit geschreven in zo weinig woorden en zo veel passie. In het begin van het essay somde ik de kernwoorden op van Florizoones poëzie: kind, lente, wolken, wei, stilte, water, tijd, licht, en ik vergat liefde, zijn recente bundel is één liefdeslied, een ode aan zijn muze (en ik weet dat zij ook bij het schrijven van zijn gedichten een belangrijke rol speelt).</p>
<p><em>Liefde heeft een zachte huid</em> is het allermooiste liefdesgedicht, omdat het niet faalt in het beschrijven ervan, omdat het de allerdiepste gevoelens raakt, omdat de dichter het niet van de daken schreeuwt maar in de oren fluistert. Deze dichter is Fernand Florizoone en zijn muze heet Ida Demyttenaerre.</p>
<p><em>Zachte huid</em></p>
<p><em>Als het regent</em></p>
<p><em>als het waait</em></p>
<p><em>schoonheid hangt in een boom</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>zaterdag speelt op een groene weide</em></p>
<p><em>en een kind is mooier dan de maan,</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>twee mussen in een pluimennest</em></p>
<p><em>maken de vilten hoed van mei,</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>wol van het schaap</em></p>
<p><em>wol van mijn dorp</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><em>en zij,</em></p>
<p><em>liefde heeft een zachte huid.</em></p>
<p><em>p. 15</em></p>
<p>Op magistrale wijze reflecteert de dichter over wat poëzie voor hem betekent, maar hij valt hiermee zijn lezer niet lastig, deze laatste krijgt het eindresultaat, de vrucht van zijn gevecht met het wit van het papier.</p>
<p>Dichten is voor Florizoone een trip, een reis, een tocht vanuit de buitenwereld naar de binnenkant van zichzelf en hij maakt van dit reisverhaal een ode aan zijn habitat in het algemeen en aan zijn vrouw in het bijzonder. De wijze waarop hij dit doet, onderscheidt zich van de overenthousiaste verteller: Florizoone probeert zijn gevoelens te beheersen, hij probeert vat te hebben op de emoties die hij (be)noemt.</p>
<p>In <em>Liefde heeft een zachte huid</em> creëert Fernand Florizoone een sacrale sfeer en in deze sfeer heeft hij lief en wordt hij graag gezien.</p>
<p>&#8212;-</p>
<p><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-2421" title="Liefdezachtehuidomslag" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/Liefdezachtehuidomslag-150x150.jpg" alt="Liefdezachtehuidomslag" width="150" height="150" />Fernand Florizoone, Liefde heeft een zachte huid,  een verzameling gedichten t.g.v. van de tachtigste verjaardag van zijn echtgenote Ida, 26 september 2008, eigen beheer. Te verkrijgen bij de auteur &#8217;Reinaert&#8217;, Guldenvlieslaan 40, B-8670 Koksijde, tel.: 058/513397 of e-mail flori.fer.@hotmail.com</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/liefde-heeft-een-zachte-huid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De fantasie van de Vlaamse literatuur</title>
		<link>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/de-fantasie-van-de-vlaamse-literatuur/</link>
		<comments>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/de-fantasie-van-de-vlaamse-literatuur/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 04 Feb 2010 00:20:42 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Essays]]></category>
		<category><![CDATA[Thierry Deleu]]></category>
		<category><![CDATA[Verhalen]]></category>
		<category><![CDATA[verhalenbundel]]></category>
		<category><![CDATA[vertellen]]></category>
		<category><![CDATA[Vlaamse literatuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nationaleboekenblog.nl/?p=1842</guid>
		<description><![CDATA[De ‘on-Nederlandse’ verhalenbundel van Dick van Zijderveld

<p class="wp-caption-text">Thierry Deleu heeft een recensie geschreven over &#39;Late Lente&#39;, zo uitgebreid, dat die beschouwd kan worden als een essay over het korte verhaal.</p>
<p>Thierry Deleu geniet bekendheid als hoofdredacteur van het tijdschrift ‘Boulevard’ (1970-1980), als uitgever van de reeks Schaap Boeken (in hoofdzaak poëzie) en als samensteller van enkele [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>De ‘on-Nederlandse’ verhalenbundel van Dick van Zijderveld</h3>
<div class="mceTemp" style="text-align: left;">
<div id="attachment_1855" class="wp-caption alignright" style="width: 253px"><img class="size-medium wp-image-1855" title="Thieryy Deleu" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/Thieryy-Deleu2-243x300.jpg" alt="Thierry Deleu heeft een recensie geschreven over 'Late Lente', zo uitgebreid, dat die beschouwd kan worden als een essay over het korte verhaal." width="243" height="300" /><p class="wp-caption-text">Thierry Deleu heeft een recensie geschreven over &#39;Late Lente&#39;, zo uitgebreid, dat die beschouwd kan worden als een essay over het korte verhaal.</p></div>
<p>Thierry Deleu geniet bekendheid als hoofdredacteur van het tijdschrift ‘Boulevard’ (1970-1980), als uitgever van de reeks Schaap Boeken (in hoofdzaak poëzie) en als samensteller van enkele bloemlezingen voor het kunstonderwijs. Vooral is hij echter bekend als dichter en romancier. Liefde, dood, erotiek en natuur zijn de voornaamste thema’s in zijn werk. Bovendien is hij sinds 2004 ridder in &#8216;The Order of the Razorblades&#8217;, de enige online ridderorde in Vlaanderen. Binnenkort komt zijn zevende roman &#8216;Drie vrouwen, één leven&#8217; uit. Deleu heeft een uitgebreide recensie geschreven over de verhalenbundel ‘Late Lente’ van Dick van Zijderveld, zo uitgebreid, dat die ook kan worden beschouwd als een essay over het korte verhaal, in Nederland en België.</p></div>
<p><span id="more-1842"></span></p>
<p><em>Door Thierry Deleu</em></p>
<p><strong>Utrecht -‘Late lente’ van Dick van Zijderveld is een bundel van vijf verhalen over personen die zich op een keerpunt in hun leven bevinden. Ieder reageert op zijn eigen manier op schijnbaar toevallige omstandigheden. Soms lijken gebeurtenissen niet goed te rijmen met het alledaagse gezond verstand, maar toch krijgen ze een plaats in het leven van de hoofdpersonen. </strong></p>
<p>Is er een verschil in stijl tussen Vlaamse en Nederlandse literatuur? Volgens mij is er zeker een duidelijk verschil. De Vlaamse literatuur heeft een extremere fantasie en het magisch realisme komt sterker naar voren dan in literatuur uit Nederland. Is de Vlaamse stijl hierdoor moeilijker te begrijpen voor de Nederlandse lezer? Ik denk het niet. Kenmerken van de literatuur uit Nederland zijn het filosofische en navelstarende, die de Vlaamse lezer tegen de borst stuiten.</p>
<p>Van Zijderveld is de meest Vlaamse onder de Nederlandse auteurs.</p>
<p>Ik word ziek van de ’eeuwenoude’ mening dat het echte literaire leven slechts boven de Moerdijk begint. Vlaamse auteurs die in Vlaanderen werden uitgegeven, kregen weinig aandacht en daardoor boekten zij een bescheiden succes, tot ze door een Nederlandse uitgever werden ’ontdekt’. Daarna steeg hun bekendheid.</p>
<p>Daarnaast blijkt ook dat boeken uit Vlaanderen (die idioom bevatten dat in Nederland weinig bekend is) in Nederland moeilijk aan de man te brengen zijn. Hiervan getuigt een anekdote over de Vlaamse uitgever Angèle Manteau. Zij liep een Amsterdamse boekhandel binnen en zag op de toonbank hoge stapels van Elsschots Verzamelde werken liggen. Op haar opmerking dat ’Vlaamse auteurs anders toch wel goed schijnen te verkopen’, was de onmiddellijke reactie van de boekenverkoper: ’Ja, maar mevrouw, die schrijven Nederlands.’</p>
<p><strong>Dit terzijde!</strong></p>
<p>Het verhaal is een merkwaardig en rijk genre. De beste verhalen laten de lezer in een lichte staat van verwondering en verwarring achter. Ze reiken sleutels tot interpretatie aan, maar het vraagt inspanning die te doorgronden. Deze inspanningsverplichting leidt tot inzicht. De meer oppervlakkige lezer kan ook gewoon genieten van het vervreemdende effect ervan. Verhalen zijn miniromans die, mits goed uitgewerkt, op zijn minst (vaak meer) kracht bezitten dan een vuistdikke roman.</p>
<p>Een goed verhaal staat vol met miniromans: relaties tussen mensen staan centraal, scheefgegroeide verhoudingen die liefdevol hadden kunnen zijn, gesprekken tussen mensen die stroef verlopen of op verwijtende toon, jaloezie speelt of angst, de beschrijving van gevoelens, gedachten en mijmeringen. Net zo abrupt als het verhaal begon, eindigt het, de lezer achterlatend met slechts een vermoeden van oorzaak, gevolg en betekenis.</p>
<p>Dit zijn essentialia die ook in de roman vaak het verhaal beheersen. En deze zijn ruim aanwezig in de verhalen van Dick van Zijderveld.</p>
<p>Laatst hoorde ik van iemand dat het verhaal het enige literaire genre is dat zal overleven. Misschien. Zeker is dat je een verhaal kunt laten uitdijen tot een roman. Indien je de grote lijn maar vasthoudt, door middel van tempo, ritme, muziek, cadens. Je kunt geen brood bakken zonder een vorm. Het verhaal is het zout in de pap, het enige literaire genre dat overleeft.</p>
<p>Wat willen de mensen horen? Iedereen kent het verhaal van Romeo en Julia en toch gaan ze naar het theater of naar de film. Vroeger hield de film op als het spannend werd. Wordt vervolgd. Meteen kwam je terug. Denk aan de Bijbel: hij staat stampvol spannende verhalen over seks en overspel. Vertel het de mensen duizendmaal, toch willen ze het altijd weer horen.</p>
<p><strong>Vijf verhalen</strong></p>
<p>In de vijf verhalen van Dick van Zijderveld blijven vragen onbeantwoord, handelingen worden niet altijd verklaard. Deze raadselachtigheid wekt geen irritatie, maar fascineert. De auteur kiest bewust voor de verteltechniek die bij een bepaald verhaal of personage past.</p>
<p>In ieder verhaal kijk je als het ware door een sleutelgat: je krijgt een kleine, zorgvuldig begrensde inkijk in de situatie. De rest is gevoel, interpretatie. Van Zijderveld heeft een feilloos gevoel voor dosering, voor het opbouwen van tempo. De spanning in het verhaal doet je snakken naar een uitbarsting. Elk verhaal blijft boeiend. Van Zijderveld is een meester in het genre.</p>
<p>Je merkt dat Van Zijderveld vertrouwd is in wat hij moet doen als schrijver. Zijn geest converseert met zichzelf. Zijn verhalen hebben een overlevingskans. Hij gelooft erin.</p>
<p>Verlegen, bedeesd, spiritueel, het zijn woorden die op Dick van Zijderveld van toepassing zijn. Late lente is zijn debuut. Verhalen over mannen die op een keerpunt in hun leven staan en met de vraag worden geconfronteerd: ’Is dit lot of toeval?’</p>
<p>Het is een opmerkelijke bundel, want wie kon verwachten van een socioloog en wetenschappelijk onderzoeker dat hij geïntrigeerd is door datgene wat de wetenschap niet kan ’meten en tellen’.</p>
<p>De hang naar het spirituele komt in bijna al zijn verhalen terug. De werkelijkheid is meer dan die waar je dagelijks tegenaan loopt. Of niet soms?</p>
<p><strong>Verhalen vertellen</strong></p>
<p>Ieder mens is een verhalenverteller. Hij leeft omringd door zijn eigen verhalen en de verhalen van anderen. Hij ziet alles wat hij meemaakt in het licht van deze verhalen. Hij probeert zijn leven te leven alsof hij het vertelde. Met woorden kun je je aan het nu onttrekken. Woorden zijn gevaarlijk, omdat ieder mens er zijn betekenis kan aan geven. Schrijven is onzeker zijn. Het is het beroep van elke verhalenverteller onzeker te zijn en zijn onzekerheid te verraden. Hij zoekt, met een rusteloos verlangen naar een lang verlangde rust.</p>
<p>Mensen zijn kletskousen. Zet twee mensen bij elkaar en vroeg of laat ontstaat een gesprek, ook als ze elkaar eigenlijk niets te vertellen hebben. Maar vertellen moeten ze. En als er niets de moeite van het vertellen waard is, dan maken ze het de moeite waard. Al zo lang als we terug kunnen kijken, vertellen mensen elkaar verhalen. En sommige verhalen worden doorverteld, van mens tot mens, van generatie tot generatie. Totdat ze op schrift worden vastgelegd.</p>
<p>Voor een goed verhaal is het feitelijk niet van belang of het echt is gebeurd. Realiteitswaarde is hooguit een interessant toegevoegd attribuut. Waar het om gaat is of mensen er zich mee kunnen vereenzelvigen. Of ze zichzelf in het verhaal kunnen verplaatsen, als acteur of potentieel verteller. Of het verhaal iets vertelt dat hen aangaat, dat het hen een blik biedt op een andere wereld of dat het hen duidelijk maakt dat hun wereld zo gek nog niet is. Er moet iets aan dat verhaal te beleven zijn. Het moet inspiratie bieden, troost, hoop of motivatie. Je moet het tot je eigen verhaal kunnen maken. Dick van Zijderveld slaagt hierin meesterlijk.</p>
<p>Daarmee is niet gezegd dat er geen kloof zou bestaan tussen iemands verhalen en iemands leven. Mensen hebben er geen problemen mee om in twee werelden te leven.</p>
<p>Wat maakt nou een verhaal tot een goed verhaal? Zijn daar objectieve criteria voor? Ja, die zijn er, en ze zijn heel simpel: een verhaal is een goed verhaal als het wordt naverteld. Het is een kwestie van selectie, net zoals in de evolutie. Verhalen moeten onderling concurreren. En in die concurrentiestrijd komen sommige verhalen bovendrijven en andere leggen het loodje. De verhalen die overleven zijn de beste verhalen.</p>
<p>&#8212;-</p>
<p>Eerder heeft de nationaleboekenblog.nl Dick van Zijderveld geïnterviewd over zijn verhalenbundel ‘Late Lente’. Zie daarvoor http://<a href="http://www.nationaleboekenblog.nl/interviews/‘treurtniet-lijkt-het-minst-niet-op-mij’/" target="_blank">www.nationaleboekenblog.nl/interviews/‘treurtniet-lijkt-het-minst-niet-op-mij’/</a></p>
<p>Deze beschouwing is ingekort en aangepast. De integrale versie van de recensie/essay van Thierry Deleu is te lezen op <a href="http://www.dickvanzijderveld.nl" target="_blank">www.dickvanzijderveld.nl</a>, http://w<a href="http://ww.geletterdemens.blogspot.com" target="_blank">ww.geletterdemens.blogspot.com</a>/ en http://<a href="http://www.hetprieeltje.net/koeriertje.html" target="_blank">www.hetprieeltje.net/koeriertje.html</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/de-fantasie-van-de-vlaamse-literatuur/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8216;Oeroeg was mijn vriend&#8217;</title>
		<link>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/oeroeg-was-mijn-vriend/</link>
		<comments>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/oeroeg-was-mijn-vriend/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 23 Oct 2009 10:28:04 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Essays]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nationaleboekenblog.nl/?p=944</guid>
		<description><![CDATA[Hella Haasse en Eddy Lie
<p>Door Daan van der Waals</p>
<p class="wp-caption-text">Eddy Lie. Foto: Peter le Nobel</p>
<p>‘Oeroeg was mijn vriend’. Het is de klassieke openingszin van een klassieke roman, eigenlijk van een novelle, die het begin en de basis vormde van een klassiek oeuvre. Hoeveel scholieren hebben die zin niet gelezen? Decennia lang was het boek populair [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Hella Haasse en Eddy Lie</h3>
<p><em>Door Daan van der Waals</em></p>
<div id="attachment_945" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><img class="size-medium wp-image-945" title="DSC01052" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/DSC01052-300x200.jpg" alt="Eddy Lie. Foto: Peter le Nobel" width="300" height="200" /><p class="wp-caption-text">Eddy Lie. Foto: Peter le Nobel</p></div>
<p><strong>‘Oeroeg was mijn vriend’. Het is de klassieke openingszin van een klassieke roman, eigenlijk van een novelle, die het begin en de basis vormde van een klassiek oeuvre. Hoeveel scholieren hebben die zin niet gelezen? Decennia lang was het boek populair op de eindexamenlijsten, ook al vanwege de beperkte omvang. ‘Oeroeg’, de novelle waarmee de nu 91-jarige Hella Haasse in 1948 debuteerde, staat centraal in Nederland Leest, de actiemaand van de bibliotheken.</strong></p>
<p><span id="more-944"></span></p>
<p>Tot en met 20 november kan iedereen het gratis afhalen als zij lid zijn van de bibliotheek. In dat kader zijn er tal van activiteiten, zoals de grote manifestatie ‘Indië voorbij’ op zondag 1 november van 11.30 tot 17.00 uur in de centrale bibliotheek in Utrecht.</p>
<p>‘Oeroeg’ is het verhaal van een bijzondere vriendschap. De openingszin vertelt het in een notendop: ‘Oeroeg was mijn vriend’. Twee jongens, de één zoon van een Nederlandse planter en de ander een ‘inlander’, zijn boezemvrienden. Ze zijn onafscheidelijk. Anderen kijken daar vreemd tegenaan, want Europeaan en inlander, dat zijn toch verschillende werelden. Dan komen er politieke veranderingen opzetten. Er ontstaan scheuren in de vriendschap. Oeroeg wordt politiek bewust en zet zich in voor de Indonesische onafhankelijkheid. En de ik-persoon van het verhaal vertrekt naar Delft voor een ingenieursopleiding. Zo groeien de jongens uit elkaar. Na de tweede wereldoorlog keert de verteller naar zijn geboorteland terug. Maar daar voelt hij zich een vreemde. Nederlands-Indië staat op het punt Indonesië te worden. Als de verteller Oeroeg ontmoet bij een plek waar voor beiden bijzondere herinneringen aan zijn verbonden, krijgt hij van zijn oude vriend, inmiddels Indonesisch strijder, het consigne te vertrekken. ‘Ga weg, je hebt hier niets te zoeken’. Vriendschap voorbij, diepe vervreemding is ervoor in de plaats gekomen. Met de vraag of hij ondanks al die gemeenschappelijke ervaringen Oeroeg ooit heeft gekend. Is Oeroeg niet net als het meer waar zij elkaar ontmoeten? ‘Ik kende hem als een spiegelende oppervlakte. De diepte peilde ik nooit.’</p>
<p><strong>Tweespalt</strong></p>
<p>Deze maand worden we dus – voor het eerst of opnieuw – door bibliotheken en boekhandels aan het lezen gezet van dit bijzondere boekje, dat nog altijd boeiend, fris en levendig is. Je komt er ook prachtige natuurbeschrijvingen van de Preanger in tegen. Maar je kunt het verhaal lezen los van de historische achtergrond en zelfs los van het land. Het is het verhaal van een vriendschap en van tweespalt, van een kloof die uiteindelijk onoverbrugbaar is. Van het raadselachtige ook dat het bestaan eigen is. Van de vraag wie jij bent en wie die ander is. Van de zoektocht naar het verleden. Van de erkenning dat je elkaar meent te kennen en uiteindelijk toch niet kent. Het zijn thema’s die in meer boeken van Hella Haasse zijn te vinden. Het boekje zegt niet alleen iets over die twee jongens, maar ook over jezelf, al zette je nimmer een voet in wat nu Indonesië heet.</p>
<p>Zeker: Oeroeg is ook het verhaal van dat verre land. Hella Haasse noemt haar novelle ‘een statement van heimwee en genegenheid ten aanzien van het land waar ik geboren en opgegroeid ben’. Het laat tegelijk iets zien van de gecompliceerde verhouding tussen Nederland en het voormalige Nederlands-Indië. Van tegengestelde culturen: die van Oost en West.</p>
<p>Veel mensen leven tussen die verschillende culturen. Ze voelen zich verbonden met hun Indische achtergrond, maar hebben zich aangepast aan de Nederlandse samenleving en cultuur en proberen daarin volop en volwaardig mee te doen. Ook in Utrecht zijn ze volop te vinden. Daarom is de actie Nederland Leest ook een goede aanleiding om het oude Indië en de manier waarop het onder ons voortleeft in het centrum te plaatsen. In verhalen, gedichten, muziek, toneel.</p>
<p><strong>Eddy Lie</strong></p>
<div id="attachment_951" class="wp-caption alignright" style="width: 200px"><img class="size-medium wp-image-951" title="DSC01061" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/DSC01061-190x300.jpg" alt="Lie kreeg in bibliotheek Overvecht (Utrecht) het eerste exemplaar van 'Oeroeg' uitgereikt. Foto: Peter le Nobel" width="190" height="300" /><p class="wp-caption-text">Lie kreeg in bibliotheek Overvecht (Utrecht) het eerste exemplaar van &#39;Oeroeg&#39; uitgereikt. Foto: Peter le Nobel</p></div>
<p>Iemand, die daar al sinds vele jaren mee bezig is, is Utrechter Eddy Lie. Van huis uit Indische Nederlander. Hij schildert en schrijft gedichten en verhalen. Hij treedt ook regelmatig op met Indische programma’s in bijvoorbeeld scholen, zorgcentra en bibliotheken. Hij is zelfs bereid om verjaardagsfeestjes te komen opluisteren met een aan u aangepast programma… In mei van dit jaar verscheen zijn autobiografische roman ‘De aanpassing’. Ondertitel: ‘Over integratie en het leven in twee culturen’. Zijn veelbewogen levensgeschiedenis trekt aan u voorbij in beeldende taal die heden en verleden, daar en hier in wisselende decors schildert. Er staan ook prachtige verhalen in die de sfeer van dat oude Indië dichterbij brengen.</p>
<p>Opgegroeid in Bandoeng, moest Eddy samen met moeder en stiefvader in 1957 onder politieke druk het land verlaten. Hij repatrieerde. Van het leven onder de tropenzon temidden van sawah’s en karbouwen naar ons polderlandje, en dat nog in de winter… Hij integreert, ogenschijnlijk zonder veel problemen, maar het Indische bloed kruipt waar het niet gaan kan, het steekt telkens de kop op. Meer en meer is hij zich zijn Indische achtergrond bewust geworden – hoe lief de stad Utrecht hem ook is – en daarvan getuigt hij ook. In verhalen, gedichten en muziek laat hij dat oude Indië voortleven en dat deelt hij met Indische mensen en wie er verder maar in geïnteresseerd is.</p>
<p>Geen wonder dat bibliotheekdirecteur Hans van Soelen hem op 23 oktober het eerste cadeauexemplaar van Oeroeg uitreikte in de Overvechtse bibliotheek. Even vanzelfsprekend is het dat hij op 1 november in de centrale bibliotheek van de partij is. Hij leest dan voor uit ‘De aanpassing’. Wilt u het boek bestellen, kijk op <a href="http://eddy.aloen-aloen.nl" target="_blank">http://eddy.aloen-aloen.nl</a>.</p>
<h3>Actiemaand Nederland Leest</h3>
<p>In Utrecht staan onder meer de volgende activiteiten op stapel:</p>
<p>1 november, 11.30-17.00 uur, Centrale bibliotheek: ‘’Indië voorbij: Indisch literair leven na Oeroeg’. Met voordrachten, interviews, cabaret, krontjongmuziek, Indische huiskamer en lekker eten.</p>
<p>5 november, 19.30-22.00 uur, Bibliotheek Zuilen: Vertoning film ‘Oeroeg’ (verschenen in 1993; kom boek en film vergelijken…).</p>
<p>16 november, 11.00-12.30 uur, Bibliotheek Vleuterweide: Voorstelling Oeroeg door Kirsten Benschop.</p>
<p>16 november, 19.00-21.00 uur, ’t Hoogt: Filmvertoning Oeroeg, met inleiding.</p>
<p>Kijk ook op <a href="http://www.bibliotheek-utrecht.nl" target="_blank">www.bibliotheek-utrecht.nl</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/oeroeg-was-mijn-vriend/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het mysterie van de boze, zwarte vrouw</title>
		<link>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/het-mysterie-van-de-boze-zwarte-vrouw/</link>
		<comments>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/het-mysterie-van-de-boze-zwarte-vrouw/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 12 Jul 2009 20:28:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Essays]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.nationaleboekenblog.nl/?p=251</guid>
		<description><![CDATA[<p style="margin-bottom: 0.49cm;">- Peter le Nobel</p>
<p style="margin-top: 0.49cm; margin-bottom: 0.49cm;">Als een boek de laatste tijd wel veelbesproken en geruchtmakend is, dan is het wel ‘Alleen maar nette mensen’ van Robert Vuijsje. Menig zwarte vrouw leek woestkwaad te zijn geworden na lezing van zijn debuut. Seksistisch? Racistisch? Nee. Maar wat zit er in dat kleine hartje achter [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p style="margin-bottom: 0.49cm;"><span style="font-family: Book Antiqua, serif;"><span style="font-size: small;"><strong><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-66" title="fe" src="http://www.nationaleboekenblog.nl/wp-content/uploads/fe-150x150.jpg" alt="fe" width="150" height="150" />- Peter le Nobel</strong></span></span></p>
<p style="margin-top: 0.49cm; margin-bottom: 0.49cm;"><span style="font-family: Times New Roman, serif;"><span style="font-size: small;"><span style="font-family: Book Antiqua, serif;"><span style="font-size: medium;"><strong>Als een boek de laatste tijd wel veelbesproken en geruchtmakend is, dan is het wel ‘Alleen maar nette mensen’ van Robert Vuijsje. Menig zwarte vrouw leek woestkwaad te zijn geworden na lezing van zijn debuut. Seksistisch? Racistisch? Nee. Maar wat zit er in dat kleine hartje achter die grote, zwarte borsten? Wij zullen het niet weten.<span id="more-251"></span></strong></span></span></span></span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;"><span style="font-size: small;">De schrijver werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs en heeft inmiddels de Gouden Uil in de wacht gesleept. Vriend en vijand zijn het in ieder geval over één ding met elkaar eens: het leest als een tierelier of, zoals juryvoorzitter Guy Mortier het omschreef: “… swingt als een Afrikaanse tiet, in een ritme dat strakker zit dan een zwarte bil in een te kleine luipaardlegging.” </span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;"> <span style="font-size: small;">De toon was daarmee gezet en menigeen las óf verrukt óf met boze, voorbedachten rade zijn roman. Met als gevolg een Irma Accord bijvoorbeeld in een uitzending van Pauw en Witteman die met tenenkrommende redeneringen trachtte aan te tonen dat het boek zowel racistisch als seksistisch was, en dialogen in het boek één-op-één toerekende aan de schrijver. Zij was niet de enige slechte lezer. Het is waar dat het boek autobiografische elementen bezit. Zo is zowel de schrijver als het hoofdpersonage David joods en opgegroeid in Amsterdam Oud-Zuid, maar nergens staat in het boek dat David dik is, zoals Stine Jensen beweert in de NRC Next. In de hele discussie worden vele zaken volmaakt door elkaar gehaald. </span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;"> <span style="font-size: small;">Het begint met lezen: de 21-jarige David voelt zich niet thuis in de schijnheilige wereld van Amsterdam Oud-Zuid. Nu hij eruit ziet als een Marokkaan, krijgt ook hij geregeld te maken met een negatieve bejegening van de ‘alleen maar nette mensen’, de Nederlanders uit een gegoed milieu die met dit woord niet allochtonen bedoelen, en zeker geen Marokkanen. Hij zoekt een andere wereld op, de Bijlmer, en laaft zich aan de geneugten van de zwarte vrouw, in de verschijningsvorm van onder meer Rowanda, die zeker niet op haar mondje is gevallen. </span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;"> <span style="font-size: small;">De lezer betreedt wonderlijke werelden, zowel die van Oud-Zuid als van de Bijlmer. Op hilarische, soms tragikomische wijze beschrijft Vuijsje hoezeer deze werelden van elkaar gescheiden zijn. Een stijlbloempje is deze dialoog tussen David en Rowanda: </span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;"> </p>
<p style="margin-bottom: 0px;"><span style="font-size: small;">Ik vroeg wat hosselen was.</span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;">‘<span style="font-size: small;">Gewoon, hosselen, je weet toch.’</span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;"><span style="font-size: small;">Ik wist niet.</span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;"><span style="font-size: small;">Als ik niet wist, dan zou ik het toch niet snappen. </span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;"> </p>
<p style="margin-bottom: 0px;"><span style="font-size: small;">Hiermee wordt in een notendop de tragiek van onze multiculturele samenleving geschetst, zoals Vuijsje in diverse interviews heeft aangegeven. Mensen lopen door elkaar, maar niet met elkaar, en in het overbrengen van die boodschap is het boek zeker gelukt -meteen vanaf het begin, als je de proloog erop naslaat en de geestig beschreven opsomming van vooroordelen van alle groepen over en weer ziet, afgesloten met ‘Het zijn niet alleen Turken – alle mensen die ze allochtonen noemen zijn boos op Marokkanen, omdat die hun een slechte naam geven. </span><span style="font-size: small;">Marokkanen zijn boos op iedereen.’</span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;"> <span style="font-size: small;">Ook de schrijfstijl verdient alle lof: het verhaal verveelt dankzij zijn korte hoofdstukjes en de jongerentaal geen moment. Sms-berichten worden overgeseind en msn-gesprekken weergegeven zonder dat het obligaat overkomt. De schrijver weet alles gedoseerd toe te passen. </span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;"> <span style="font-size: small;">Keurig op de gulden snede slaat het verhaal wel wat over de kop: de hoofdpersoon wordt steeds maniakaler in zijn zoektocht naar zwarte vrouwen en uiteindelijk achtervolgt hij ze zelfs tot in de wachtkamer van een zwangerschapskliniek. Een beetje kinky, maar vooral ongeloofwaardig. Juist op dat moment had Vuijsje, de schrijver nu inderdaad, zijn kans moeten pakken om een ander aspect uit te diepen. </span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;"> <span style="font-size: small;">Al</span><span style="font-size: small;">s je dan toch het drama van de multiculturele samenleving wilt beschrijven, dan ontkom je niet aan het thema discriminatie. De neerbuigende opmerkingen van zijn vrienden over zwarte vrouwen vormen daarbij wel een fraaie illustratie, maar wat mij betreft had een scène over het voegen van de daad bij het woord, bijvoorbeeld afwijzingen bij sollicitaties of de toegang weigeren bij discotheken niet mogen ontbreken.  Juist dit sluipende gif wat in Nederland vaker voorkomt dan wij toe willen geven, kan voor een deel de in zichzelf gekeerde cultuur in de Bijlmer verklaren, en bijvoorbeeld ook de verbittering van Janine, de moeder van Rowanda, die niet alleen boos kan zijn om de slavernijgeschiedenis. Robert Vuijsje kent die stille razernij; hij heeft het al beschreven in het boek en zei het nog maar eens in die uitzending van Pauw en Witteman: er is een ingehouden woede waarbij de schrijver nu vandaag doelwit is. Zal hij het vooraf slechts vagelijk hebben geweten, na alle ophef is hij zeker met zijn neus op dit feit gedrukt. </span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;"> <span style="font-size: small;">Er viel in het boek meer uit het thema van de zwarte vrouw te halen, met haar woede over de discriminatie en de gevolgen van armoede, de ‘down to earth’ mentaliteit om zich te handhaven, gemixt met de creoolse cultuur, met de ambivalentie van vrouwen tegenover relaties met mannen, die zo makkelijk wordt versleten voor de clichématige promiscuïteit. ‘Ik doe tough, vóór jij dat doet.’ Vuijsje had dit meesterlijk kunnen beschrijven, voldoende subtiel, zonder in zwaarwichtige uitleg te vervallen. Het kwam voor in het boek, dankzij de tirades van Rowanda die geen zin meer had in ‘liegmannen’. Had het een onsje meer mogen zijn? </span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;"> <span style="font-size: small;">Naast dit kritiekpunt ook een punt van lof: Vuijsje heeft op een treffende manier een maatschappelijk thema aangesneden, wat in de Nederlandse literatuur soms ver te zoeken is. Dat laatste is een terechte constatering van neerlandicus Thomas Vaessens, als beschreven door Bas Heijne in zijn boekbespreking over ‘De revanche van de roman’ van Thomas Vaessens (NRC Boeken). Hij stelt dat ‘door de voortdurende nadruk op het tijdloze en autonome karakter van de grote literatuur een fatale afkeer (is) ontstaan van alles wat met de actualiteit te maken heeft’, met als sociale gevolg dat de ‘Republiek der Letteren’ is verworden tot een ‘benarde enclave’, ‘een folkloristische subcultuur die zichzelf koestert met rituelen waarin buiten de muren van de enclave niemand meer gelooft.’ Engagement is geen wet van Meden en Perzen. Mooi om het mooi mag, maar laten we ons daartoe toch niet beperken in een samenleving waarin de ene integratiediscussie over de andere kredietcrisiszorg buitelt. </span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;"> <span style="font-size: small;">Er zijn heel wat dichters en schrijvers die het verwijt kan worden gemaakt dat ze omwille van stijl en inhoud meer oude voorgangers hadden mogen lezen. Evenzo kan een verwijt gelden voor de dichters en schrijvers die in hun eigen wereld kruipen, en bijvoorbeeld nummers van TMF/MTV aan zich voorbij laten gaan die wel inspelen op de actualiteit. De literatuur kan geen eiland zijn. </span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;"> <span style="font-size: small;">Terug naar het boek: er is veel te vertellen over de cultuur en achtergrond van de zwarte vrouw. ‘Alleen maar nette mensen’ licht een tipje van de sluier op, maar geeft geen compleet beeld van de zwarte vrouw. Wie de tragiek van de multiculturele samenleving wil beschrijven, zal daar ook niet aan toekomen. Andere boeken moeten daar kennelijk voor geschreven worden. Misschien in een tweede boek van Vuijsje, of in een boek van een nieuwe James Baldwin, de Amerikaanse schrijver die in fraaie beschrijvingen actuele kwesties in de tijd van dat moment aanhaalde en het dwalen van de zwarte man zo mooi beschreef. </span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;"> <span style="font-size: small;">Reageer:</span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;"><span style="font-size: small;">Weet er iemand een boek over een zwarte vrouw?</span></p>
<p style="margin-bottom: 0px;"><span style="font-size: small;">E-mail: <a href="mailto:info@nationaleboekenblog.nl">info@nationaleboekenblog.nl</a></span></p>
</div>
<p><!-- / Post --></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.nationaleboekenblog.nl/essays/het-mysterie-van-de-boze-zwarte-vrouw/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
